Johann Mattheson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johann Mattheson, 1746 (Kopergravure van Johann Jacob Haid)

Johann Mattheson (Hamburg, 28 september 1681 - aldaar, 17 april 1764) was een Duits musicus, componist van en schrijver over barokmuziek. Mattheson wordt wel de vader van het Duitse recitatief genoemd.

Biografie[bewerken]

Mattheson stamde uit een rijk Hamburgs geslacht. Hij was een veelzijdig ontwikkeld en zeer begaafd man. Hij was actief in de muziek, maar ook als jurist en taalkundige. Hij werkte als secretaris voor de Brtise gezant in de stad-staat Hamburg.

Mattheson zong al op 9-jarige leeftijd en begeleidde zichzelf op de harp. Hij zong in het koor van het Theater am Gänsemark, de eerste burger-opera van Duitsland alsook benoorden de Alpen. De opera in Hamburg - opgericht door o.a. de invloedrijke Hamburger organist Johann Adam Reincken - moest het aanvankelijk stellen zonder beroepszangers. De rollen werden toen vervuld door studenten, schoenmakers, kleermakers en fruitventsters. Reinhard Keiser was kapelmeester, Christoph Graupner speelde klavecimbel en Händel tweede viool. In 1699 ging zijn eerste opera Die Plejades in première.

Händel ging veel met hem om, in de tijd dat hij in Hamburg werkzaam was (1703). Samen gingen zij naar Lübeck om als opvolger van Dietrich Buxtehude te solliciteren. Geen van beide mannen had er trek in om de dochter van Buxtehude te huwen om zo in aanmerking te komen voor de opvolging van Buxtehude als organist van de Marienkirche aldaar. Ook Bach zag er vermoedelijk, in de winter van 1705-1706 om dezelfde reden van af.

Händel speelde beter orgel, maar Mattheson claimde dat hij Händel leerde hoe hij voor het theater moest schrijven. Hij verbeterde zijn melodische stijl en zong in zijn eerste "Singspiele".

Mattheson beschrijft in de Grundlagen, dat Händel over een droog soort humor beschikte, vaak bij zijn vader aan tafel zat, en dat beide mannen op 5 december 1703 duelleerden op straat na afloop van de derde voorstelling van de opera Cleopatra. Toen Matthesons laatste aria, die behalve dirigeerde ook de rol van Antonius zong, was afgelopen, wilde hij opnieuw achter het klavecimbel plaatsnemen. Händel wilde niet opstaan en bleef doorspelen. De ruzie werd op straat uitgevochten, onder een grote schare toeschouwers, maar is op 30 december alsnog bijgelegd onder een etentje.

In 1704 bezocht Mattheson, die ook jarenlang actief was als diplomaat voor de stad Hamburg, de Nederlandse republiek, waarbij hij Amsterdam en Haarlem aandeed. Het stadsbestuur van Haarlem bood hem, na een orgelbespeling, onmiddellijk het organistschap van de Grote of St.Bavokerk aan. Ten tijde van de onderhandelingen die in 1713 tot de Vrede van Utrecht leidden, was Mattheson opnieuw in Nederland: in Den Haag en in Utrecht. Mattheson sprak uitstekend Engels en zorgde ervoor dat Händel in Engeland goede contacten kreeg.

In 1715 werd Mattheson cantor aan de Dom van Hamburg; wegens toenemende doofheid moest hij in 1728 die functie opgeven. Mattheson legde zich toe op het schrijven over muziek, en het verzamelen en publiceren van biografische gegevens.

Werken[bewerken]

Mattheson heeft veel gecomponeerd en geschreven. In 1722 richtte hij het eerste Duitse muziektijdschrift op onder de titel Critica Musica. Voor hem was muziek een soort religie. Zijn composities zijn vrijwel geheel vergeten, maar zijn publicaties over muziek, waarin hij zich zeer vooruitstrevend toont, zijn van grote historische waarde. Das neu eröffnete Orchestre 1713, Generalbaßschule 1731, Der vollkommene Capellmeister 1739, Grundlagen einer Ehrenpforte 1740, worden nog steeds geraadpleegd. Zijn muziekuitgave van voornamelijk fuga's in verschillende graden van complexiteit Der wohlklingende Fingersprache (1735), die hij zelf uitgebreid aankondigde en uitdagend besprak in een van zijn publicaties, wordt wel beschouwd als 'steen des aanstoots' voor Johann Sebastian Bach om zelf met een reeks contrapuntische werken op de proppen te komen. Als 'Die Kunst der Fuge' zou deze verzameling, na Bachs dood in 1750, in druk verschijnen.

Bronnen[bewerken]

  • Oosthoek's Encyclopaedie (1917)
  • Rolland, R. (1910) Handel.
  • Hilst, R. van der - 'Een engel uit de hemel - driehonderd jaar Bach en Nederland' (Amsterdam, 2000)