Johanna Westerdijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hans Westerdijk
Johanna Westerdijk - Portrait detail - University Museum Utrecht - 0285-1853.jpg
Algemene informatie
Volledige naam Johanna Westerdijk
Geboren Nieuwer-Amstel, 4 januari 1883
Overleden Baarn, 15 november 1961
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederland
Beroep botanicus, mycoloog
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Johanna ('Hans') Westerdijk (Nieuwer-Amstel, 4 januari 1883 - Baarn, 15 november 1961) was een Nederlands botanicus en schimmeldeskundige. Zij werd in 1917 benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de plantenziektekunde (fytopathologie) aan de Universiteit Utrecht en werd daarmee de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland. In 1930 volgde een tweede benoeming tot buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.

Levensloop[bewerken]

Johanna Westerdijk (zittend derde van links), F. A. F. C. Went, Marcel Minnaert (staand links met snor) en anderen zitten aan bij een Utrechts promotiediner. Voor 1936. (Coll. Universiteitsmuseum Utrecht)

Westerdijk stamde uit een gegoede familie van artsen als dochter van Bernard Westerdijk, arts, en Aleida Catharina Scheffer. Ze studeerde in Amsterdam voor een lesbevoegdheid plant- en dierkunde en deed daarna in München bij professor Göbel onderzoek naar levermossen. Ze promoveerde in Zürich bij professor Hans Schinz op een proefschrift over mossen en werd in 1906 op 23-jarige leeftijd directeur van het Phytopathologisch Laboratorium 'Willie Commelin Scholten' Amsterdam (1894-2005) als opvolger van Jan Ritzema Bos, ze behield deze functie tot in 1952. Westerdijk kreeg in 1907 de leiding over de schimmelcollectie van het Centraal Bureau voor Schimmelcultures (CBS), in 1903 opgericht door de botanicus professor Frits (F.A.F.C.) Went (1863-1935). Dit Centraal Bureau werd ondergebracht in het Laboratorium 'Willie Commelin Scholten', dat 2 februari 1921 naar Baarn verhuisde, waar Westerdijk het nog tweemaal uitbreidde aan de Javalaan 4/Oosterstraat 1. De schimmelcollectie groeide onder haar leiding van circa 80 tot 11.000 soorten, de grootste collectie ter wereld. Ze bleef tot in 1958 aan als directeur van het Centraal Bureau. Westerdijk heeft veel onderzoek verricht naar de iepziekte en ze heeft onder meer aangetoond dat een schimmel, Ceratocystis ulmi, de sterfte bij de iep veroorzaakte. Daarom wordt in het Engels de iepziekte nog altijd Dutch elm disease genoemd.

In 1913 en later maakte Westerdijk studiereizen naar Nederlands Oost-Indië, Japan, de Verenigde Staten, Portugal en Zuid-Afrika. Dankzij de contacten die ze legde vonden vele van haar studenten werk, vooral in Indië. In 1917 werd ze benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de fytopathologie aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, waarmee zij de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland werd.[1] In 1930 werd ze ook aan de Universiteit van Amsterdam buitengewoon hoogleraar in de fytopathologie. Tussen 1922 en 1952 promoveerden 56 onderzoekers bij haar, te beginnen met Bea Schwarz (Marie Beatrice Schol-Schwarz), die de oorzaak van de iepziekte ontdekte. Ook de ieponderzoeker Christine Buisman en de fytopathologe Maria Petronella Löhnis (ook Lohnis, 1888-1964) werden door Westerdijk opgeleid.

Johanna Westerdijk stond bekend als gastvrij, muzikaal en dol op feestjes maar ook als goede docente, onderzoeksleider en organisator. Ze was lid van verschillende wetenschappelijke organisaties zoals de VVAO (Vereniging van vrouwen met een hogere opleiding) en het International Foundation for University Women (tegenwoordig Graduate Women International). In 1951 werd ze benoemd tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en ze kreeg eredoctoraten aan de universiteiten van Upsala (1957) en Giessen(1958).

Haar motto was:

Werken en feesten vormt schoone geesten.

Inzet voor vrouwen in de wetenschap[bewerken]

Groepsportret, gemaakt na de oratie van professor Johanna Westerdijk op 10 februari 1917. Staand op de tweede rij, van links naar rechts: Snellen, Went en Nijland naast elkaar, en uiterst rechts Zwaardemaker.

Sinds haar aanstelling als hoogleraar in 1917, zette Westerdijk zich in voor de vrouwelijke studenten. Westerdijk was zich er goed van bewust dat in een mannenwereld leefde.[2] Toch beïnvloedde dit haar niet. Ze wist dat ze haar positie als hoogleraar aan mannen als Friedrich 'Frits' Went en Hugo de Vries te danken had, maar wist ook dat deze positie zeer belangrijk was. Ze was immers hoogleraar, en genoot zowel nationaal en internationaal veel aanzien. Ze had inmiddels hetzelfde aanzien en dezelfde status als Went en De Vries, aan wie ze haar hoogleraarschap te danken had.[3] Westerdijk gebruikte haar aanzien en positie om de rol en positie van vrouwen in de wetenschap te verbeteren . Ze gebruikte haar positie als hoogleraar en directeur van het Centraal Bureau voor Schimmelcultures om meerdere vrouwen aan te nemen. Wanneer er posities vrijkomen binnen het bureau, had ze een voorkeur om haar vrouwelijke studentes aan te nemen.[4]

Haar inzet voor de vrouwen in de wetenschap wil niet betekenen dat Westerdijk een uitgesproken feminist was. Hoewel ze zich inderdaad inzette voor de vrouwen in de wetenschap, is ze nooit naar voren getreden als feminist. Tijdens haar rondreis voor haar benoeming tot hoogleraar in 1914 deed ze ook de Verenigde Staten aan. Het puritanisme voerde destijds het hoogtij in de Verenigde Staten. Voor haar reis had Westerdijk een positief beeld van Amerika. Er waren zelfs staten waar vrouwen mochten stemmen. In Nederland kon dit pas in 1919. Maar haar beeld van een geëmancipeerd Amerika veranderde snel. Ze kwam er snel achter dat politieke vrijheid niet alles is. Ze mocht bijvoorbeeld niet met mannelijke biologen door dezelfde deur en werd raar aangekeken omdat ze alleen in een hotelkamer sliep. De sociale vrijheid was in Amerika veel kleiner dan in Nederland, mede door het puritanisme. Westerdijk vroeg zich af wat het nut van politieke vrijheid is, als de sociale vrijheid achterblijft.[5]

Wetenschapsorganisaties[bewerken]

Naast haar werk als hoogleraar en directeur was Westerdijk ook lid van meerdere wetenschappelijke organisaties. Van 1918 tot 1931 was ze bestuurslid van de VVAO, de Vereniging van vrouwen met een hogere opleiding.[6] Ook was ze in zowel 1932 als 1936 presidente bij congressen van het IFUW, het International Foundation for University Women (tegenwoordig het Graduate Women International).[7] Op 29 mei 1951 wordt Westerdijk door de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen opgenomen in de genootschappelijke gelederen.

Westerdijk zette zich niet alleen in voor vrouwelijke studenten, maar voor alle studenten. Zo deed in 1939 een groep Zuid-Afrikaanse studenten Nederland aan. De Amsterdamse Vrouwelijke Studenten Vereniging weigerde de studenten te ontvangen, omdat het een gemengde (mannen en vrouwen) groep betrof. Dit druiste in tegen de opvattingen van Westerdijk. Voor Westerdijk was de (internationale) wetenschap principieel democratisch, en uitsluiting op welke grond dan ook was ongeoorloofd. In 1934 had de IFUW onder leiding van Westerdijk een resolutie aangenomen die stelde dat de IFUW nationale verenigingen voor academische vrouwen (zoals de VVAO) kon weren van lidmaatschap van de IFUW als de nationale verenigingen gekwalificeerde vrouwen uitsloot op grond van ras, godsdienst of politieke voorkeuren.[8] Deze resolutie vond zijn grondslagen in een principe wat al bestond sinds de oprichting van de IFUW in 1919: de wens om politiek neutraal te blijven. De resolutie uit 1934 kwam voort uit de vraagstukken die ontstonden door de opkomst van nazistische en fascistische regimes in Europa. In Italië en Duitsland kwamen de nationale verenigingen onder vuur te staan van de fascistische en nazistische regimes. In Krakau in 1936 werd besloten dat hoewel de nationale verenigingen geweerd konden worden, de IFUW academische vrouwen uit deze landen alsnog individueel kon opnemen als zij of geweerd werden van lidmaatschap van de nationale vereniging, of in ballingschap leefden, of waarvan de nationale vereniging niet meer bestond (zoals in Italië). Statutair gezien konden vrouwenorganisaties worden geweerd, maar het hoorde bij de morele plicht van de IFUW om individuele vrouwen te steunen die de dupe waren geworden van uitsluiting (door nationale verenigingen of door uitsluiting van de IFUW). De resolutie uit 1934 werd in 1939 ook toegevoegd aan Artikel 1 van de IFUW.[9] In lijn met deze resolutie, en de morele plicht om individuele leden te helpen, hielp de IFUW vrouwelijke wetenschappers te ontsnappen uit nazi-Duitsland.[10] Ook schreef Westerdijk in 1937 samen met zes andere wetenschappers een brief naar Adolf Hitler, in de tevergeefse hoop de wetenschapper Liselotte Hermann vrij te krijgen.[11]

Publicaties Westerdijk[bewerken]

Onder meer:

  • Zur Regeneration der Laubmoose. Inaugural-Dissertation zur erlangung der philosophischen Doktorwürde vorgelegt der hohen philosophischen Fakultät, Nijmegen, 1906, dissertatie Zürich
  • Die Mosaikkrankheit der Tomaten, 1910 (boek)
  • Untersuchungen über Sclerotinia Libertiana Fuckel als Pflanzenparasit, 1911
  • De nieuwe wegen van het phytopathologisch onderzoek, 1917, J.H. de Bussy, Amsterdam (boek)
  • Bijdrage tot de mycologische flora van Nederland, Groningen, De Waal, 1917 (boek)
  • Relations between horticulture and plantpathology, 1923 (boek)
  • De groei der phytopathologie, 1930 (boek)
  • De iepenziekte : Rapport over het onderzoek verricht op verzoek van de Nederlandsche heidemaatschappij, 1933 (boek)
  • List of cultures 1947, Baarn, 1947 (boek)
  • Afscheidsrede aan de universiteiten van Utrecht en Amsterdam op 22 November 1952 uitgesproken te Hilversum, 1952

Publicaties over Westerdijk[bewerken]

Onder meer

  • Bosch, Mineke, 'Johanna Westerdijk: ambassadrice voor de wetenschap.' In: Jamin, Hervé (eindred.), Zes maal Zestig : 360 jaar universitaire geschiedenis in zes biografieën. Utrecht : Universiteit Utrecht. ISBN 90 393 1473 X. p. 68-75.
  • Faasse, Patricia, Een beetje opstandigheid. Johanna Westerdijk. De eerste vrouwelijke hoogleraar van Nederland, Atlas Contact, 2012, recensie en radio-interview met Faasse over Westerveld minuten 29:00-39:00
  • Jaarsveld, A., Professor Westerdijk en Het Laboratorium 'Willie Commelin Scholten, Vakblad voor Biologen 12 (extra nummer, 15 maart 1931) 202-206
  • Löhnis, Maria Petronella, Johanna Westerdijk : een markante persoonlijkheid, Wageningen, 1963
  • Ridder, Iris de & Wies Teepe, Leven en werk van Johanna Westerdijk, Utrecht?, 1980?
  • Schol-Schwarz, M.B., De persoon van Professor Dr Johanna Westerdijk, Tijdschrift over Plantenziekten 58 (1952) 200-201

Externe links[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. In 1907 was Marie Elise Loke te Groningen als eerste vrouw in Nederland benoemd tot lector (nieuwe Franse taal- en letterkunde); in 1904 was te Utrecht Johanna de Jongh toegelaten als eerste vrouwelijke privaatdocent (kunstgeschiedenis).
  2. Patricia Faasse, Een beetje opstandigheid. Johanna Westerdijk, de eerste vrouwelijke hoogleraar van Nederland, 2012, 237. ISBN 978 90 254 3944 6.
  3. Faasse, Een beetje opstandigheid., 2012, 237.
  4. Faasse, Een beetje opstandigheid., 2012, 241.
  5. Faasse, Een beetje opstandigheid., 2012, 125-131.
  6. Vereniging van vrouwen met een hogere opleiding Geraadpleegd op 13-10-2016
  7. Graduate Women International Geraadpleegd op 13-10-2016
  8. Faasse, Een beetje opstandigheid., 2012, 258-260.
  9. Faasse, Een beetje opstandigheid., 2012, 258-259..
  10. Aid to Refugees. Max Planck Institute for the History of Science Geraadpleegd op 13-10-2016
  11. Faasse, Een beetje opstandigheid., 2012, 279.