Johanna van Pfirt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Johanna van Pfirt
1300-1351
16e-eeuws portret van Johanna van Pfirt door Antoni Boys.
16e-eeuws portret van Johanna van Pfirt door Antoni Boys.
Hertogin-gemalin van Oostenrijk
Samen met Elisabeth van Beieren (1330) en Anna van Luxemburg (1335-1338)
Periode 1330-1351
Voorganger Isabella van Aragón
Opvolger Catharina van Bohemen
Vader Ulrich III van Pfirt
Moeder Johanna van Bourgondië

Johanna van Pfirt (Bazel, circa 1300 - Wenen, 15 november 1351) was van 1330 tot aan haar dood hertogin-gemalin van Oostenrijk.

Levensloop[bewerken]

Johanna was de oudste zoon van graaf Ulrich III van Pfirt en diens echtgenote Johanna van Bourgondië, dochter van graaf van Montbéliard Reinoud van Bourgondië. Na het overlijden van Reginald van Bourgondië in 1322 erfde haar moeder diens bezittingen. Omdat de ouders van Johanna enkel dochters hadden, verkocht haar moeder na het overlijden van haar vader in 1324 haar domeinen aan hertog Albrecht II van Oostenrijk. Johanna zelf erfde het graafschap Pfirt.

Als gravin van Pfirt was Johanna een aantrekkelijke partij en daarom werd ze door hertog Leopold I van Oostenrijk uitgehuwelijkt aan diens broer Albrecht II, waardoor hij haar bezittingen kon overnemen. Op 26 maart 1324 vond het huwelijk plaats in Wenen.

Aanvankelijk verliep het huwelijk tussen Johanna en Albrecht slecht en vele jaren na het huwelijk hadden de twee nog steeds geen kinderen. Johanna was toen niet zo jong meer en dus moest het echtpaar snel aan kinderen beginnen. In het begin van hun huwelijk werden er wel vijf kinderen geboren, maar die stierven allemaal zeer vroeg. Bovendien was Albrecht door een ongeluk verlamd geworden aan zijn benen, waardoor het ernaar uitzag dat er geen kinderen meer zouden geboren worden. In 1339 baarde Johanna, die toen 39 jaar was, uiteindelijk een zoon en de volgende jaren werden er meer kinderen geboren die hun jeugd zouden overleven. Dat waren er in totaal zes:

Johanna werd door tijdgenoten beschouwd als een wijze en verstandige vrouw. Ook had ze politiek talent en was ze intelligent. In 1336 zorgde ze voor de vrede tussen het huis Habsburg en het huis Luxemburg. Aangezien Johanna als erfgename heel wat landerijen erfde, kregen Albrecht en het huis Habsburg meer en meer bezittingen. Door de grote gebiedswinst begon het huis Habsburg stilaan een van de machtigste dynastieën in Europa te worden en nadat Albrecht het hertogdom Karinthië en het hertogdom Krain had gekocht, hadden de Habsburgers zelfs geen bondgenoten meer nodig.

Johanna kreeg vrij laat kinderen. Bij de geboorte van haar jongste zoon Leopold was Johanna al 51 jaar oud en kort daarna stierf ze. Johanna werd begraven in de Kartuizersabdij van Gaming.