Johannes Immerzeel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johannes Immerzeel Jr.
Portret van Johannes Immerzeel Jr., door H. Breukelaar jr./P. Velyn
Portret van Johannes Immerzeel Jr., door H. Breukelaar jr./P. Velyn
Algemene informatie
Geboren 2 juli 1776, Dordrecht
Overleden 9 juni 1841, Amsterdam
Land Vlag van Nederland Nederland
Beroep boekhandelaar, schrijver
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Johannes Immerzeel Jr. (Dordrecht, 2 juli 1776Amsterdam, 9 juni 1841) was een Nederlands schrijver en dichter, tevens boekhandelaar en uitgever. Hij was de derde zoon van Johannes Immerzeel Sr. (1746-1821), koopman en grutter, en Elizabeth Steenbus (1739-1804).

Biografie[bewerken]

Portret van Immerzeel door Nicolaas Pieneman

Johannes kreeg teken- en schilderles van Pieter Hofman (1755-1837), maar hij moest zijn roeping opgeven vanwege zijn slechte ogen. Als autodidact sprak hij verscheidene talen en wijdde hij zich aan muziek en poëzie.

In 1795 werd hij secretaris bij de Krijgsraad in Dordrecht. In 1800 verhuisde hij met zijn vrouw Adelaïde Louise Françoise Charlotte Cera (1781-1850) naar Den Haag. Daar werd hij ambtenaar in dienst van de Bataafsche Republiek. Hij publiceerde ook gedichten. In 1804 begon hij een boekhandel en uitgeverij, die hij samen met de arts J.L. Kesteloot uitbreidde naar Rotterdam (1813) en Amsterdam (1819). Hij was ook actief als in- en verkoper van kunst.
Hij gaf niet alleen zijn eigen werk uit, maar ook dat van Willem Bilderdijk, Rhijnvis Feith en Jan Frederik Helmers. In 1832 ging hij in Amsterdam wonen. Daar heeft hij onder meer geijverd voor de oprichting van een standbeeld van Rembrandt, dat pas 11 jaar na Immerzeels dood werd onthuld.

Van 1819 tot aan zijn dood was Immerzeel redacteur, medewerker, ontwerper en uitgever van de Nederlandsche Muzen-Almanak, in de 19e eeuw de belangrijkste literaire almanak. Hij was een vriend van Hendrik Tollens, de 234 brieven van Tollens aan Immerzeel zijn in het bezit van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Daar worden ook de 243 brieven van Bilderdijk aan zijn uitgever bewaard.

Acht dagen na zijn dood werd de jaarlijkse vergadering van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde gehouden. De voorzitter, M. Siegenbeek, herdacht Immerzeel in enkele bewoordingen, maar moest toegeven dat hij niet in staat was geweest om "(…) de noodige berigten tot eene breedere uitweiding over 's mans verdiensten in te zamelen (…)".

Levenswerk[bewerken]

In 1835 begon hij met zijn magnum opus, een naslagwerk over de levens en werken van de Hollandse en Vlaamse kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters van 1500 tot 1850. Hij verwerkte bestaande biografieën, maar gebruikte ook ongepubliceerde manuscripten en documenten. Van de werken vermeldde hij de plaats waar ze bewaard werden, en vaak ook de prijs, gebaseerd op gegevens van veilingen en inventarislijsten. Toen hij in 1841 overleed, werd het werk voltooid door twee zoons, Charles Henri (1803-1878) en Christiaan (1808-1886), een schilder. In 1842 en 1843 verschenen de drie delen.
Het werk werd tussen 1857-1864 aangepast en aangevuld door Christiaan Kramm.

Kinderen[bewerken]

In totaal kreeg Johannes Immerzeel negen kinderen.

  • Zijn oudste zoon Jean Louis Antoine (1801-1874) leek aanvankelijk de opvolger van zijn vader te worden. Hij vestigde zich in 1825 als zelfstandig boekverkoper, maar een jaar later was zijn nering alweer gesloten.
  • Zijn dochter Sophie Charlotte (1806-1899) was getrouwd met de kunstschilder Simon van den Berg (1812-1891).
  • Christiaan (1808-1886) was kunstschilder; hij trouwde met een dochter van Frederik Carel List, oud-minister van Oorlog.
  • Anna Maria (1817-1883) was schilderes.
  • Cornelia Petronella (1819-1853) was getrouwd met Anthonie Jan Cramer, een kunst- en boekhandelaar. Hij was de broer van de kunstschilder Hendrik Willem Cramer (1809-1874).

Trivia[bewerken]

Zijn oudere broer Pieter (1773-1840) stond lokaal bekend als Nederduits gelegenheidsdichter.

Bibliografie[bewerken]

  • De Goedertierenheid van Titus, toneelstuk, Den Haag 1801
  • Godsdienst, steun der Burgermaatschappij, in de werken der Bataafsche Maatschappij, 1802 (bekroond)
  • Bonaparte en de algemeene vrede, twee dichtstukken (met B. Nieuwenhuysen), Den Haag 1802
  • De Onsterfelijkheid der ziel, dithyrambe, naar het Frans van J. Delille, en Togt over den St. Gothard, naar het Engels van de Hertogin van Devonshire, Den Haag 1803
  • Het Mededogen, naar het Frans van J. Delille, Den Haag 1804
  • Socrates in den tempel van Aglaura, naar het Frans van Renouard, Den Haag 1804
  • Hollands watersnood van den jare 1809, dichtstuk, Den Haag 1809
  • Jan Luiken, 1810
  • De Blindeman, Den Haag 1810 (of 1812), 2de druk 1816
  • Koenraad Rozendal of de gewaande geestverschijning, Rotterdam 1813
  • Balthazar Knoopius, een roman, Rotterdam 1813, 2e dr. Amsterdam 1842
  • Voor opgeruimden van geest, Den Haag 1813
  • Hugo van 't Woud, in vier zangen, Den Haag 1813, 2e dr. Amsterdam 1833, 3e dr. Amsterdam 1850
  • Lierzang op de overwinning door het leger der bondgenooten te Blamont op Napoleon Bonaparte behaald op den 18den van zomermaand 1815, Den Haag 1815
  • De moederliefde, in vier zangen, Den Haag 1819
  • Zevental leerredenen van J.A. Massillon, naar het Frans, Rotterdam 1823
  • Gedichten, Den Haag 1824
  • Het Scheveningse Strand, 1826
  • Vaderlandsliefde, 1829
  • Hollands Leeuw ontwaakt. Tafereelen en herinneringen uit de dagen van den Belgischen opstand in 1830, Den Haag 1830
  • De Lof der Belgische vrijheid, aan haar toegezongen, Amsterdam 1831
  • Geschiedenis der belegering en kapitulatie van het kasteel van Antwerpen, 1832, Amsterdam 1832
  • Gedachten van Matthias Claudius, verzameld uit zijne werken, Amsterdam 1836
  • Gedichten, bijzonder voor de declamatie, verzameld uit hedendaagsche dichters en ten deele vervaardigd door J. Immerzeel Jr., Amsterdam 1838
  • Stalen van geestigen schrijfstijl van Paul-Louis Courier, Amsterdam 1839
  • Lofrede op Rubens, Amsterdam 1840
  • Lofrede op Rembrandt, Amsterdam 1841
  • De Levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters van het begin der 15de tot op de helft der 19de eeuw, uitgegeven door zijne beide zonen, Amsterdam 1842-'43, 3 dln. In verbeterde en aangevulde vorm opnieuw samengesteld door Christiaan Kramm onder de titel De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters van den vroegsten tot op onze tijd.

Literatuur[bewerken]

Externe link[bewerken]