Naar inhoud springen

Johannes Vilhelm Jensen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Nobelprijs voor Literatuur 1944  Johannes Vilhelm Jensen
Johannes Vilhelm Jensen (1944)
Johannes Vilhelm Jensen (1944)
Persoonsgegevens
Geboortedatum 20 januari 1873
Geboorteplaats Farsø
Overlijdensdatum 25 november 1950Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Kopenhagen
Geboorteland Denemarken
Handtekening Handtekening
Opleiding en beroep
Opleiding gevolgd aan Viborg Katedralskole, Universiteit van KopenhagenBewerken op Wikidata
Oriënterende gegevens
Invloeden Adam Oehlenschläger,[1] Bjørnstjerne Bjørnson,[1] Knut Hamsun[1]Bewerken op Wikidata
Werken
Bekende werken The Fall of the King, Stories from Himmerland, The Long Journey, Digte, GudrunBewerken op Wikidata
Erkenning en lidmaatschap
Werken in collectie Ny Carlsberg GlyptotekBewerken op Wikidata
Prijzen en onderscheidingen Nobelprijs voor de Literatuur (1944),[2][3] Dansk Oversætterforbunds Ærespris (1949), Drachmannlegatet (1918)[4]Bewerken op Wikidata
Nobelprijs voor Literatuur
Jaar 1944
Reden "Voor de zeldzame kracht en vruchtbaarheid van zijn poëtische fantasie gecombineerd met een intellectuele curiositeit van een wijde blik en een moedige, frisse creatieve stijl"
Links
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Johannes Vilhelm Jensen (in Denemarken beter bekend als Johannes V. Jensen) (Farsø, 20 januari 1873 - Kopenhagen, 25 november 1950) was een Deens schrijver die in 1944 de Nobelprijs voor Literatuur ontving, "voor de zeldzame kracht en vruchtbaarheid van zijn poëtische fantasie gecombineerd met een intellectuele curiositeit van een moedige wijde blik, frisse creatieve stijl".

Onder het pseudoniem Ivar Lykke begon Jensen op twintigjarige leeftijd feuilletons over moord en doodslag in het weekblad Revuen te schrijven. In Kopenhagen ruilt hij zijn studie medicijnen al snel in voor de journalistiek en het schrijverschap. In zijn romans en essays geeft hij vooral uiting aan een voor zijn tijd nieuw levensgevoel van een sociaal-darwinisme, dat uitging van een steeds hogere menselijke ontwikkeling door de verering van het imperialisme van zijn tijd, de nieuwste techniek en het allesbeheersende feit.

Veel is inmiddels verouderd, maar zoals bij veel van zijn tijdgenoten aan het begin van de 20e eeuw zien we deze theorieën later terug bij het nationaalsocialisme. Hij ontdekte, dat hij tot het Gotische ras hoorde, een blond nomadenvolk, dat uit Azië afkomstig is en dat het stamvolk der Duitsers, noorderlingen en Angelsaksen werd. Hij schreef daarover zijn studie Den gotiske Renaessance. Na 1914 komt Jensen tot de conclusie, dat vooral het imperialisme heeft geleid tot de Eerste Wereldoorlog en het uiteenvallen van het blanke ras in naties en gaat hij zich meer op het verleden richten. Zijn vernieuwingen in het taalgebruik in al zijn werken hebben geleid tot een evolutie van het Deens.

Advertentie van uitgever Gyldendal uit 1906

In 1901 verscheen de roman Kongens Fald, een moderne historische roman over koning Christiaan II van Denemarken Volgens de Britse letterkundige Martin Seymour-Smith was dit boek een studie van het Deense onvermogen om beslissingen te nemen en het gebrek aan vitaliteit, die volgens Jensen een nationale ziekte waren. In 1999 verklaarden twee grote Deense kranten onafhankelijk van elkaar dat Kongens Fald de belangrijkste Deense roman van de 20e eeuw was.

Een belangrijk werk is ook Digte uit 1906. Jensen introduceerde in deze dichtbundel het prozagedicht in de Deense literatuur. Jensens verering voor Amerika zien we terug in onder meer zijn essay Den gotiske renæssance (1901) en zijn romans Madame d'Ora (1904) en Hjulet (1904), waarin het kapitalisme in het opkomende Amerika centraal staat. De Himmerlandshistorier (1898-1919) zijn verhalen over Jutland, die teruggaan op verhalen van vroeger en zijn eigen herinneringen uit zijn jeugd.

Den lange rejse is een epos van zes eerder afzonderlijk verschenen romans Bræen (1908), Skibet (1912), Norne-Gæst (1919), Det tabte Land (1919), Christofer Columbus (1921) en Cimbrernes Tog (1923), waarin Jensen de evolutie van de mensheid bezingt vanaf de prehistorie tot de winter van 1832-1833. Myter (1907-1944) bestaat uit korte prozastukken over zijn vele reizen naar het Verre Oosten, Amerika en Afrika.

Werken (selectie)

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Himmerlandshistorier (1898-1919, deelvertaling door Greta Baars-Jelgersma en N.G.Visser in Verhalen, 1960)
  • Den gotiske renæssance (1901)
  • Kongens Fald (1900, Nederlandse vertaling De val van de koning door Gerard Cruys, 1979)
  • Madame d'Ora (1904)
  • Hjulet (1904)
  • Digte (1906)
  • Den lange Rejse (vol 1-6, 1908-1922)
  • Der Gletscher, Ein Neuer Mythos Vom Ersten Menschen, 1912 (Nederlandse vertaling De Gletscher. Een mythe van den eersten mensch door J.E. Gorter-Keyser, 1913)
  • Gudrun, 1936 (Nederlandse vertaling in hetzelfde jaar en onder dezelfde titel door dr. P.M. Boer-den Hoed)
  • Myter (vol.1-9, 1907-1944)

Over Johannes V.Jensen

[bewerken | brontekst bewerken]
  • H. Rossel Johannes Vilhelm Jensen, Boston 1984
  • Johan Winkler Johannes V. Jensen, Hasselt: Heideland 1960