Johannes de Witte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Johannes de Witte (Brugge 6 augustus 1475 - 15 augustus 1540) was een Vlaams humanist, predikheer en bisschop.

Levensloop[bewerken]

Jan de Witte alias Johannes Albus was de zoon van de Brugse coopman Jan de Witte, heer van Ruddervoorde, raadgever van de hertogen van Bourgondië en burgemeester van Brugge. Een drieluik van een anonieme meester, dat zich in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel bevindt, toont De Witte senior op het linkerpaneel en zijn tweede echtgenote, Maria Hoose, op het rechterpaneel. De familie De Witte dreef handel met Spanje en De Witte junior werd ca. 1490 naar dit land op stage gestuurd. Hij trad er toe tot het noviciaat van de predikheren in Valladolid.

In 1506 werd pater De Witte opgeroepen om aan het Hof te resideren en als tweetalige Spaans-Nederlands leermeester te worden van de kinderen van Filips de Schone en Johanna van Castilië. Het is waarschijnlijk dat hij toen naar de Nederlanden, meer bepaald naar Mechelen terugkeerde. Hij was er vooral actief als taalleraar (en subsidiair als biechtvader) van de prinsessen Eleonore, Isabella en Maria.

In 1514 werd De Witte titulair bisschop van Salubrië 'in partibus infidelium'. In 1517 werd hij door de Nederlandse paus Adrianus VI tot bisschop van Santiago de Cuba benoemd, de eerste in deze functie. Hij resideerde waarschijnlijk in Cuba van 1517 tot in 1522 en van 1528 tot 1530, jaar waarin hij aan de bisschopszetel verzaakte.

De Witte trok zich terug in Brugge waar hij een statig bisschoppelijk 'paleis' bewoonde, het 'Hof van Veurne' aan de Garenmarkt, dat later in herinnering aan hem soms 'Hof van Cuba' werd genoemd.

Hof van Cuba

De stichting[bewerken]

In zijn testament liet De Witte middelen voorzien (aangevuld door giften van zijn oud-leerlinge Eleonore, ondertussen getrouwd met de Franse koning Frans I, voor de oprichting van een leerstoel waar cursussen zouden worden gegeven over letteren, filosofie en theologie.

Cornelis van Baersdorp was de uitvoerder van het testament. De eerste cursus werd in 1541 gegeven door Joris Cassander en hij sprak een lofrede uit over de schenker. Jacobus Meyerus van zijn kant, bezong in een huldedicht de vrijgevigheid van De Witte en van koningin Eleonore. De lessen werden in het openbaar in stadsgebouwen gegeven en dit tot in 1580, een jaar waarin er onder het calvinistisch bestuur een einde aan kwam.

Literatuur[bewerken]

  • Jordanus Piet DEPUE, Dominikaanse wetenswaardigheden in West-Vlaanderen, Gent, z. d.
  • Noël GEIRNAERT, Nog een opmerkelijke aanwinst van 2014: het testament van bisschop Jan de Witte 1540, in: Archiefleven, Brugge, april 2015.