John DeLorean

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
John DeLorean
John DeLorean met een Vega 2300 in 1970.
John DeLorean met een Vega 2300 in 1970.
Algemene informatie
Volledige naam John Zachary DeLorean
Geboren Detroit, U.S.A., 6 januari 1925
Overleden Summit, New Jersey, U.S.A., 19 maart 2005
Doodsoorzaak complicaties na herseninfarct
Nationaliteit Amerikaanse
Beroep technisch ingenieur, zakenman en autofabrikant
Bekend van DeLorean Motor Company (DMC)
Carrière
1945-1946 Public Lighting Commission
1948-1949 verkoper levensverzekeringen
1949-1952 Chrylser
1952-1956 Packard Motor Car Company
1956-1973 General Motors
1973-1974 National Alliance of Businessmen
1974-1982 DeLorean Motor Company
Overig
Partner(s) 1. Elizabeth Higgins
2. Kelly Harmon
3. Cristina Ferrare
4. Sally Baldwin
Kinderen 1. Zachary Tavio
2. Kathryn Ann
3. Sheila
1. Kevin
2. Acacia
kleinkinderen

John Zachary DeLorean (Detroit (Michigan), 6 januari 1925 - Summit (New Jersey), 19 maart 2005) was een Amerikaanse technisch ingenieur, zakenman in de auto-industrie en autofabrikant. Zijn vader was de uit Roemenië afkomstige Zachary DeLorean, zijn moeder de Oostenrijkse Katherine Pribak. Hij had drie jongere broers: Charles (Chuck), Jack en George.

Jeugd[bewerken]

Het gezin DeLorean woonde in Detroit (Marx 17199), U.S.A. Detroit werd ook wel Motor City genoemd vanwege de grote rol die de auto-industrie er speelde. Aan het begin van de 20e eeuw maakte die industrie een behoorlijke groei door en verschafte veel werkgelenheid. Dit had tot gevolg dat onder andere veel Europeanen op zoek naar betere economische omstandigheden de oversteek naar Amerika maakten. Zo ook de ouders van John DeLorean.
Zijn vader vond werk bij autofabrikant Ford Motor Company, zijn moeder bij General Electric. Het huwelijk van zijn ouders was niet zonder problemen. Zachary DeLorean was een stevige drinker en dit zorgde voor veel conflicten binnen het gezin. Soms liepen de ruzies zo hoog op, dat zijn moeder met John DeLorean en zijn broers tijdelijk bij haar ouders of zus in Californië ging wonen. In 1942 scheidden DeLoreans ouders. Zachary DeLorean overleed in 1966, zijn gezondheid ernstig aangetast door langdurig alcoholmisbruik. Katherine Pribak overleed drie jaar later, in 1969.

Opleiding[bewerken]

  • Cass Technical High School, Detroit (1937-1941)
  • BS Mechanical Engineering, Lawrence Institute of Technology, Detroit (1941-1942, 1946-1948)[1]
  • MS Automotive Engineering, Chrysler Institute (1949-1952)
  • MBA, Ross School of Business, University of Michigan (avondopleiding, tot 1957)[2]

Loopbaan[bewerken]

Public Lighting Commission[bewerken]

John DeLorean volgde een opleiding aan het Lawrence Institute of Technology toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Van 1942-1945 vervulde hij zijn dienstplicht. Na het einde van de oorlog hervatte hij niet meteen zijn opleiding, maar zorgde er eerst voor dat zijn moeder, die inmiddels was gescheiden, en zijn jongere broers genoeg geld hadden om van te leven. Hij werkte anderhalf jaar bij Public Lighting als tekenaar, daarna pakte hij zijn studie weer op.

Verkoper van levensverzekeringen[bewerken]

DeLorean werd in zijn jonge jaren geplaagd door verlegenheid. Hij realiseerde zich, dat als hij iets in het leven wilde bereiken hij dat probleem zou moeten proberen te overwinnen. Hij besloot daarom levensverzekeringen te gaan verkopen. John DeLorean keek op deze baan terug als de moeilijkste en meest onplezierige, die hij ooit had gehad.[3] Na acht maanden hield hij het voor gezien.

Chrysler[bewerken]

DeLoreans oom, Earl Pribak, werkte bij Chrysler en attendeerde hem op de mogelijkheid om parttime te leren en te werken. DeLorean werd aangenomen. Hij volgde een opleiding bij Chrysler Institute en had daarnaast de mogelijkheid om praktijkervaring op te doen op verschillende afdelingen bij de Chrysler autofabriek. Na het afronden van zijn opleiding besloot hij niet bij Chrysler te blijven werken.

Packard Motor Car Company[bewerken]

DeLorean kreeg een baan aangeboden als technicus bij Packard Motor Car Company op de afdeling Research & Development. Hij was nog korte tijd hoofd van die afdeling, maar Packard kwam in de problemen en het bedrijf werd uiteindelijk opgeheven.

General Motors[bewerken]

John DeLorean begon zijn loopbaan bij General Motors als technicus van de Pontiac divisie. In 1961 werd hij hoofdtechnicus van die afdeling, de tot dan toe jongste werknemer in deze positie bij General Motors. Hij ontwikkelde onder andere de Pontiac GTO muscle car, Pontiac Firebird en Pontiac Grand Prix.
Begin 1969 werd hij benoemd tot General Manager van de Chevrolet divisie. In 1972 verhuisde hij vervolgens naar wat binnen General Motors "de veertiende verdieping" werd genoemd: de verdieping in het General Motors gebouw waar de top van het bedrijf was gehuisvest. Hij was gepromoveerd tot directeur van General Motors Car & Truck groep en in die functie verantwoordelijk voor vijf auto-divisies (Buick, Cadillac, Chevrolet, Oldsmobile en Pontiac), GMC Truck en Coach divisie en alle Canadese Truck en Auto Operations.
Velen beschouwden hem als serieuze kandidaat voor de opvolging van Edward Cole, president van General Motors, op dat moment één van de best betaalde banen ter wereld.
John DeLorean kampte echter met een toenemende ontevredenheid over zijn nieuwe baan als top-functionaris. Hij kon zich niet verenigen met de wijze waarop gewerkt werd en had zijn geheel eigen kijk op het ontwikkelen van auto's. Op 2 april 1973 besloot hij om zijn goed betaalde baan ($ 650.000,00 per jaar) op te zeggen.[4]

National Alliance of Businessmen[bewerken]

Na zijn carrière bij General Motors werkte hij een jaar als hoofd van dit bedrijf in Washington D.C.

DMC, DeLorean Motor Company[bewerken]

John DeLorean nam het besluit om een oude droom werkelijkheid te laten worden: zijn eigen auto bouwen. In januari 1974 zette hij de eerste stap in die richting met het oprichten van JZDC, de John Z. DeLorean Corporation. Als zelfstandig ondernemer was hij consultant voor onder andere Ryder Allstate Insurance, Renault, W.R. Grace en Piper Aircraft en bracht op die manier startkapitaal voor zijn nog op te richten autofabriek bijeen.

DeLorean Motor Company[bewerken]

Vestiging van de fabriek[bewerken]

Voordat de keuze voor een vestigingsplaats voor de nieuw te vestigen fabriek werd gemaakt, passeerden een aantal opties de revue. Hoewel het aanvankelijke plan was om een fabriek in Amerika te bouwen kwam als eerste mogelijkheid Puerto Rico in beeld. De fabriek zou gevestigd worden op de noordwesthoek van het eiland op een stuk grond dat ooit deel uitmaakte van Ramey Luchtmacht Basis. Het bracht aantrekkelijke subsidies met zich mee, omdat de auto-fabriek werkaanbod voor de lokale bevolking betekende. Er waren echter problemen met de eigendomsrechten van de grond en er bleken op financieel gebied onduidelijkheden te zijn, waardoor het project niet doorging.
Vervolgens bood burgemeester Young van Detroit de mogelijkheid van vestiging aan de rivier-oever van Detroit aan. Ambtelijke regels maakten het echter onmogelijk om op korte termijn vestiging (en daarmee gepaard gaande gunstige financiële condities) van Puerto Rico in Detroit te wijzigen.[5]
De volgende mogelijkheid die werd overwogen was Limerick, Ierland. Een vertegenwoordiger van de IDA (Republic of Ireland Development Agency) nam contact met DeLorean op en bood aantrekkelijke financiële condities aan. Het beoogde terrein waar DeLorean Motor Company gehuisvest kon worden was ruim 23.000 vierkante meter groot. Kabelfabriek Ferenka, een dochteronderneming van het Nederlands Akzo, was tot kort daarvoor op dat terrein gevestigd geweest, maar nadat in oktober 1975 directeur Tiede Herrema ontvoerd was door leden van de Provisional Irish Republican Army en hij na zijn bevrijding naar Nederland terugkeerde, werd de fabriek gesloten. De mogelijke keuze voor Limerick werd nog onderzocht op het moment dat er contact werd gelegd door NIDA (Northern Ireland Development Agency) met de toezegging dat ze een veel beter aanbod hadden dan IDA (de Britse overheid stelde $ 106 miljoen beschikbaar).[6] Er werd van vestiging in Limerick afgezien en DeLorean Motor Company koos uiteindelijk voor bouw van de autofabriek in Noord-Ierland. Hoewel John DeLorean het liefst een scheepswerf had gekozen (praktisch met het oog op im- en export), werd dat voorstel afgekeurd door de regering. Er was slechts één mogelijke vestigingsplaats: een oud koeienweiland in Dunmurry, een kleine plaats tussen Belfast en Lisburn.
Op 2 oktober 1978 werd de zogenaamde "groundbreaking ceremony" gehouden: het officiële startsein voor de bouw van de fabriek.

DeLorean DMC-12

Ontwikkeling van de DeLorean DMC-12[bewerken]

John DeLorean maakte in de loop van zijn leven schetsen van de auto die hij ooit wilde bouwen. Ook had hij een rij van eisen waaraan zo'n auto moest voldoen: het moest een tweepersoons sportauto worden. Hij moest veilig zijn (onder andere airbags), een lange levensduur hebben (roestvrij staal), genoeg been- en hoofdruimte bieden voor lange personen (DeLorean was zelf 1.93 meter) en je moest goed in- en uit kunnen stappen als je tussen andere auto's geparkeerd stond. Die laatste eis leidde tot de toepassing van de voor een DeLorean kenmerkende vleugeldeur. Giorgetto Giugiaro (Ital Design, Turijn, Italië) werd ingehuurd voor het maken van een ontwerp. Het definitieve ontwerp werd gemaakt door Colin Chapman. De ontwikkeling van de auto, de DeLorean DMC-12 was een proces dat veel kostte. Toen het tweede prototype gereed was, was DeLoreans startkapitaal van $ 5 miljoen zo goed als op. Hij richtte Research & Development op, een partnerschap waardoor particuliere investeerders via deelname voor nieuw kapitaal van $ 3,5 miljoen zorgden en de auto verder ontwikkeld kon worden.[7]

Fabricage en verkoop[bewerken]

In maart 1981 waren de eerste auto's klaar. Er bleken nog een aantal kinderziektes in te zitten (onder andere defecten aan beveiliging van de brandstoftoevoer bij een crash en sluiting van de deuren) en er werd besloten twee reparatievestigingen op te richten in Amerika: één aan de west- en één aan de oostkust, om verbeteringen aan te brengen voor de auto's aan de dealers werden geleverd. Eind mei 1981 konden de eerste auto's naar Amerika verscheept worden. Iedere DeLorean die geproduceerd werd kreeg een uniek nummer dat met de letters VIN begon. De allereerste auto had nummer VIN 500. Deze auto werd opgenomen in de collectie van het Crawford Auto Aviation Museum te Cleveland, Ohio, U.S.A.[8]
Toen na afloop van 1981 de financiële balans werd opgemaakt bleek er een winst gemaakt te zijn van $ 6,5 miljoen. Bovendien was de orderportefeuille gevuld met opdrachten ter waarde van $45–$50 miljoen.[9]

Financiële problemen[bewerken]

Afgezien van dit positieve resultaat waren er ook problemen. Afspraken op financieel gebied met de Britse regering waren gemaakt toen de Labour partij aan de macht was. Tijdens de verkiezingen in mei 1979 verloor de Labour partij echter van de Conservatieven, onder leiding van Margaret Thatcher. Deze partij voelde zich niet gebonden aan afspraken die met de regering onder aanvoering van de Labour partij waren gemaakt en dit had verstrekkende gevolgen voor DMC.[10] Daarnaast viel de verkoopprijs voor de DMC-12 fors hoger door een dalende dollarkoers vanaf februari 1981: in plaats van de $ 18.000 kostte hij $25.000.[11] Een derde factor die ervoor zorgde dat er problemen op financieel gebied ontstonden, was de crisis in de Amerikaanse auto-industrie. De afzet daalde van 8 miljoen naar 5 miljoen auto's per jaar.[12] In februari 1982 werd DMC door de Britse regering onder curatele gesteld wegens een rente-schuld van $ 800.000. John DeLorean had dringend geld nodig om zijn bedrijf te kunnen redden en probeerde verwoed investeerders te vinden. De pogingen om zijn bedrijf te redden brachten DeLorean in grote problemen en leidden tot het faillissement van DeLorean Motor Company.
In oktober 1982 werd de fabriek gesloten. De laatste DeLorean had nummer VIN 20.105. In deze laatste auto werden de overgebleven componenten van de met goud geplateerde DeLoreans verwerkt (zie 9. Trivia). Niet ieder nummer binnen die reeks werd aan een auto toegekend: in totaal werden er ruim 9000 DeLoreans geproduceerd.

Rechtszaak[bewerken]

Voorgeschiedenis[bewerken]

Eind juni 1982 werd John DeLorean gebeld door, naar later bleek, FBI-informant en ex-drugsdealer James Timothy Hoffman, een man die volgens DeLorean beweerde hem in contact te kunnen brengen met potentiële investeerders. Tijdens de eerste contacten werd er gesproken over een investering van $ 15 miljoen, waarvoor Hoffman $ 1,8 commissie zou krijgen.[13] Later dat jaar, op 4 september, liet Hoffman weten dat hij de commissie die hij zou ontvangen, bij een drugsdeal zou gebruiken, aldus John DeLorean.[14] Hoewel DeLorean naar eigen zeggen van die mededeling schrok bleef hij aanvankelijk in contact met Hoffman, omdat laatstgenoemde hem verzekerd zou hebben dat hij ook bij een investering kon bemiddelen waar geen drugs bij betrokken waren. Toch wilde DeLorean van de connectie met Hoffman af, maar hij beweerde dat Hoffman dreigde met "I'll send your baby daughter's head home in a shopping bag!" ("Ik stuur het hoofd van je dochtertje naar huis in een boodschappentas!") als hij zich terug zou trekken.[15]

Arrestatie[bewerken]

Op 19 oktober 1982 is er een ontmoeting met onder andere Hoffman, Vicenza (alias DEA (Drug Enforcement Administration) agent John Valestra) en James Benedict (alias FBI agent Benedict Tisa) in het Sheraton La Reina Hotel vlak bij Los Angeles International Airport. De ontmoeting werd door de FBI gefilmd met een verborgen camera. Op de opnames was te zien dat James Benedict/Benedict Tisa een koffer met cocaïne tevoorschijn haalde, die John DeLorean de uitspraak "It's better than gold. Gold weighs more than that, for God's sakes." (Het is beter dan goud. Goud weegt meer, om Godswil.) ontlokte.[16] Er werd champagne besteld en een toost uitgebracht, waarop FBI agent Jerry West het vertrek binnenkwam en John DeLorean arresteerde wegens overtreding van de wet op verdovende middelen. Na anderhalve week gevangen te hebben gezeten werd DeLorean op 29 oktober 1982 na betaling van een borgsom van $ 10 miljoen vrijgelaten uit FCI Terminal Island (Federal Correctional Institution Terminal Island).

Proces[bewerken]

In februari 1984 startte de rechtszaak tegen John DeLorean met de selectie van de jury. Het proces begon op 18 april 1984.
De verdediging van de overheid bestond uit James Walsh jr, Robert Perry (beide Assistant United States Attorney) en hun baas Robert Bonner (United States Attorney). De overheid wilde bewijzen dat DeLorean deelnam aan een deal die 100 kg cocaïne omvatte, waard $ 24 miljoen. De advocaten van DeLorean (Howard Weitzman, Donald Ré en Mona C. Soo Hoo) wilden aantonen dat DeLorean in een door de overheid opgezette val was gelokt.
De overheid legde onder andere tapes van gesprekken en ontmoetingen waarbij DeLorean betrokken was als bewijsmateriaal over. De opnames maakten echter niet duidelijk wie de motor achter de cocaïne deal was: de overheid of John DeLorean. Ook was de geloofwaardigheid van de personen die aan de undercover operatie hadden meegewerkt in het geding: FBI agent Benedict Tisa gaf toe dat hij zijn superieuren valse informatie had verschaft door te zeggen dat DeLorean een drugsverleden zou hebben en James Hoffman was een door de FBI betaalde informant, die meineed had gepleegd.[17] Aanvankelijk had hij verklaard dat hij door DeLorean was benaderd en niet omgekeerd. Later werd bewezen dat hij tegen de FBI had gezegd "I'm going to get John DeLorean for you guys ... The problems he's got, I can get him to do anything I want" ("Ik zal John DeLorean voor jullie pakken ... Met de problemen die hij heeft, kan ik hem alles laten doen wat ik wil").[18]

Uitspraak[bewerken]

Rechter Robert Takasugi had de jury de instructie gegeven dat wanneer ze tot de conclusie zouden komen dat DeLorean had gedaan wat hem ten laste was gelegd, maar dat hij de misdaad had begaan omdat hij in de val gelokt was, de jury hem als niet schuldig zou moeten beschouwen. Op 16 augustus 1984, na zeven dagen overleg, verklaarde de uit zes mannen en zes vrouwen bestaande jury DeLorean niet schuldig aan een complot dat het bezitten en distribueren van cocaïne tot doel had. Juryleden verklaarden naderhand dat ze zowel het gedrag van de FBI als dat van DeLorean verwarrend vonden. Er was binnen de jury geen overeenstemming bereikt over de vraag of DeLorean betrokken was bij een criminele samenzwering, maar de conclusie dat hij in de val was gelokt door de overheid was unaniem[18].

Privéleven[bewerken]

John DeLorean begaf zich graag in gezelschap van vrouwelijk schoon en had afgezien van de vier vrouwen met wie hij trouwde, relaties met o.a Ursula Andress, Candice Bergen, Nancy Sinatra, Coco Mitchell en Joey Heatherton.
In 1951 ontmoette hij zijn eerste echtgenote: Elizabeth Elaine Higgins (6 januari 1922-10 januari 2004). Drie jaar na hun ontmoeting trouwde het stel, op 3 september 1954. DeLorean maakte carrière en kon zich een groot huis met vijf slaapkamers in Bingham Farms, een voorstad van Detroit, permitteren. Het huwelijk hield uiteindelijk geen stand. In 1969 werd de scheiding uitgesproken.
Op 31 mei 1969, kort na zijn scheiding van Elizabeth Higgins trouwde DeLorean voor de tweede maal, met de 23 jaar jongere actrice Kelly Harmon (geboren 10 november 1948 in Los Angeles County), dochter van Universiteit van Michigan "football star" Tom Harmon, zus van acteur Mark Harmon. Ze woonden in een riant huis aan Lone Pine Hill in Bloomfield Hills, MI, USA. Ook dit huwelijk eindigde in een scheiding, in 1972.
Een jaar later, op 18 mei 1973 trad DeLorean voor de derde maal in het huwelijk. Zijn nieuwe bruid was de 25 jaar jongere Cristina Ferrare (geboren 8 februari 1950 te Cleveland (Ohio)). Ze was fotomodel/actrice en tijdens haar huwelijk met John Delorean was ze onder andere het gezicht van cosmeticamerk Max Factor en presenteerde een aantal televisieshows. Op 15 november 1977 werd dochter Kathryn Ann geboren. Terwijl haar ster als TV-show presentratrice rijzende was, kwam DMC van John DeLorean in de problemen. Vlak voor het einde van de rechtszaak in 1984 liet ze DeLorean weten dat hun huwelijk voorbij was en dat ze haar leven ging delen met een andere man (Tony Thomopoulos).[19] De aanvraag voor een scheiding diende ze kort na het einde van de rechtszaak in en in 1985 werd de scheiding uitgesproken.
DeLorean trouwde opnieuw. Zijn vierde echtgenote was Sally Baldwin met wie hij tot zijn dood in 2005 getrouwd bleef. Ze kregen een dochter, Sheila.
DeLorean had twee kleinkinderen: Kevin en Acacia.
Over de spelling van zijn naam bestond soms onduidelijkheid. Zijn achternaam werd gespeld als DeLorean, dus zonder spatie. Tijdens de oprichting van zijn fabriek begon John DeLorean echter de Europese spellingswijze voor zijn naam te gebruiken, DeLorean dat tevens de officiële merknaam van zijn auto was. Privé bleef hij echter altijd de originele spelling van zijn naam gebruiken.

Laatste periode van zijn leven en overlijden[bewerken]

Alhoewel voor zijn arrestatie reeds officieel tot het christendom behorend maakte hij destijds een grondige bekering tot het christelijk geloof door.
Na de rechtszaak die in 1984 eindigde, besteedde John DeLorean ook in de rest van zijn leven noodgedwongen veel tijd aan rechtszaken. Er volgden ongeveer veertig, als gevolg waarvan hij al zijn kapitaal verloor en in 1999 persoonlijk failliet werd verklaard. Zijn riante landhuis in Bedminster, New Jersey werd verkocht en werd eigendom van Donald Trump, die er de Trump National Golf Club vestigde.
In de latere jaren van zijn leven werkte DeLorean aan DeLorean Time, de productie en verkoop van polshorloges. Zijn dood op 19 maart 2005 maakte een einde aan dit project. John DeLorean stierf op tachtigjarige leeftijd in het Overlook Hospital in New Jersey aan de complicaties na een herseninfarct.
Op zijn rouwkaart stonden twee regels uit een gedicht van Dylan Thomas: "Do not go gentle into that good night. Rage, rage against the dying of the light."[20][21] Zijn as werd begraven op White Chapel Cemetry, 621 West Long Lake Road in Troy, M.I. (section 4775, block G-2) naast het graf van zijn moeder, Katherine Pribak.

Nalatenschap[bewerken]

Met het overlijden van John DeLorean is geen einde gekomen aan de bekendheid van de naam DeLorean, de historie van John Zachary Delorean en de DMC 12.
Er zijn vele websites, die de herinnering aan hem levend willen houden door het verhaal van de man en zijn auto te vertellen. Er zijn wereldwijd clubs van eigenaren van DeLoreans die zich verzameld hebben, er is een John DeLorean Museum en een bedrijf in Engeland dat DeLoreans verhuurt. In Ierland heeft het Ulster Folk and Transport Museum naast een DMC-12 ook de originele houten mock-up van Giorgetto Giugiaro in de collectie. Ook worden er worden nog steeds nieuwe DeLoreans gebouwd.
Na het faillissement van John DeLoreans DMC waren er nog grote voorraden onderdelen in de fabriek in Ierland, het Amerikaanse Garantie Onderdelen Centrum en bij dealers overgebleven. In 1983-1984 werden de onderdelen verzonden naar Columbus (Ohio). Een bedrijf genaamd KAPAC verkocht een deel van de onderdelen via een webshop.
In 1997 kocht DeLorean Motor Company of Texas (geen eigendom van John Z. Delorean) de nog bestaande voorraad onderdelen aan, alsook de exclusieve distributie rechten. Het bedrijft verkoopt gebruikte DeLoreans, levert onderdelen en repareert de auto's maar bouwt sinds begin 2008 ook nieuwe DeLoreans. Ze gebruiken daarvoor nieuwe onderdelen uit de oude voorraad en hun eigen lijn van gereproduceerde onderdelen. DeLorean Motor Company of Texas is gevestigd aan 15023 Eddie Drive, Humble (Texas) en heeft vestigingen in Florida, Illinois, Washington, Californië en Nederland (Driebanweg 23, 1607 ML Hem).
Niet alleen zijn eigen automerk leeft voort. Zijn nalatenschap bestaat ook uit meer dan honderd patenten, die met zijn loopbaan in de auto-industrie verband houden. De verborgen radio-antenne is er een voorbeeld van.

Trivia[bewerken]

  • De moeder van Charles Lindbergh was John DeLoreans scheikundelerares op Cass Technical High.
  • In Arthur Haileys boek "Wheels" was hoofdpersoon Adam Trenton de fictieve personificatie van John DeLorean.[22] Het boek werd verfilmd als mini-serie voor TV in 1978 met Rock Hudson in de rol van Adam Trenton.[23]
  • In 1980 bood American Express houders van een gold card in de kerstcatalogus een met 24 karaats goud geplateerde DeLorean aan voor $ 85.000. Er werden er twee gefabriceerd: nummer VIN 4300 en VIN 4301. De auto's werden tentoongesteld in het National Automobile Museum te Reno, USA en de Snyder Bank in Texas, USA.[24][25]
  • De DMC-12 speelde een hoofdrol in de speelfilm Back to the Future. In het oorspronkelijke script van Back to the Future zou hoofdrolspeler Michael J. Fox in een koelkast door de tijd reizen. Producent Steven Spielberg was echter bang dat kinderen het tijdreizen zouden willen naspelen en zichzelf in een koelkast zouden opsluiten. John DeLorean stuurde na het zien van de film persoonlijk een brief aan producent Bob Gale om hem te bedanken dat hij de auto zo beroemd had gemaakt met de film.
  • Nadat acteur Patrick Swayze een rol kreeg aangeboden in de televisieserie The Renegades en daardoor geen financiële zorgen meer had, was het eerste wat hij deed naar de dichtstbijzijnde DeLorean dealer rijden en een DeLorean kopen.[26]

Boeken[bewerken]

Over het leven en de DMC-12 van John DeLorean zijn veel boeken geschreven. Boeken die vooral zijn leven beschrijven zijn de volgende:

  • (en) On a clear day you can see General Motors, J. Patrick Wright, 1979, Wright Enterprises, Grosse Pointe, Michigan, U.S.A., 237 blz.
  • (en) Dream Maker: the Rise and Fall of John Z. DeLorean, Ivan Fallen en James Srodes, 1983, H. Hamilton, 417 blz., ISBN 978-0241110874
  • (en) DeLorean: Stainless Steel Illusion, John Lamm, Motorbooks International, 1983, ISBN 978-0930880095
  • (en) John DeLorean: The Maverick Mogul, Hillel Levin, 1983, Orbis, 268 blz., ISBN 978-0856135613
  • (en) Grand Delusions, The Cosmic Career of John DeLorean, Hillel Levin, 1984, Viking Press, 336 blz., ISBN 978-0670266852
  • (en) The DeLorean Tapes - The Evidence, 1984, Collins/Sunday Times, 164 blz.
  • (en) DELOREAN, John Z. DeLorean en Ted Schwarz, 1985, Zondervan Books, 349 blz., ISBN 0310379407 (Nederlandstalige uitgave, 1987, uitg. Wever - Franeker, 241 blz., ISBN 906135417X)
  • (en) Hard Driving: My Years with John DeLorean, William F. Haddad, 1985, Random House Inc., 193 blz., ISBN 978-0394534107
  • (en) John Z, the Delorean and me, Barrie Wills, Tales from a insider. DeLorean Garage, 2015, ISBN 978-0-9856578-8-8 (englisch).

Zie ook[bewerken]