John Gabriël Stedman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
John Gabriel Stedman
Zwarte man, opgehangen aan een rib. (gravure uit de Italiaanse uitgave van Stedmans boek)

John Gabriël Stedman (Dendermonde, 1744Devonshire, 5 maart 1797) was een Schots-Nederlandse officier in de Schotse Brigade van het Nederlandse leger. Hij hielp bij het onderdrukken van een slavenopstand in Suriname. Hij werd verliefd op een slavin, en probeerde haar vrij te kopen. Over zijn ervaringen schreef hij een invloedrijk boek. Hierin bekommerde hij zich openlijk om de rechten van zwarten, met name om de vraag of zwarten als mens behandeld moesten worden.

Biografie[bewerken]

Stedman werd geboren in de Zuidelijke Nederlanden, als zoon van een Schotse vader en een Nederlandse moeder. Over zijn moeder (Antonetta Christina van Ceulen, 1710-1788) tekent hij in zijn dagboek op: "it is by her mothers name and decent that we claim the above noble title [of count] so long as the year of our Lord 1562 and which name was Reygersman". Deze pretentie vindt haar oorzaak in de afstamming via vrouwelijke lijn van de Vlaamse adellijke familie Stoop. Het leidde er mede toe dat enkele familieleden zich 'count' (graaf) noemden en dat de afstammelingen van zijn broer in Duitsland midden 19e eeuw in de adelstand werden verheven. Stedman senior diende ook in de Schotse Brigade. Stedman junior werd in 1755 naar een Britse oom gestuurd die hem zou opvoeden, maar hij had het bij deze strenge man, die een aanhanger was van de ideeën van Jean-Jacques Rousseau, niet naar zijn zin. Daarom kwam Stedman op twaalfjarige leeftijd weer naar de Republiek. Een kapitein in het leger leidde hem op tot sergeant. In 1760 nam hij dienst bij de Schotse Brigade, die onder gezag van de Staten-Generaal stond. Stedman dronk veel en maakte schulden. Om aan zijn problemen te ontsnappen vertrok hij in 1772 op 28-jarige leeftijd naar Suriname als soldaat. Nog tijdens de overtocht begon hij een dagboek.

In Suriname was een slavenopstand uitgebroken, en de bestuurders van Suriname riepen de hulp van de Staten-Generaal in, die een legertje van 800 man naar de kolonie stuurden. Stedman meldde zich op 29 oktober 1772 als vrijwilliger voor een expeditie die de opstand moest onderdrukken. Hij kreeg de rang van kapitein, en nam tussen 1773 en 1777 deel aan diverse veldtochten tegen Boni en zijn Marrons in de moerassen ten oosten van de Cottica. Zijn motieven waren deels van financiële aard. Stedman was in Paramaribo verliefd geworden op de 15-jarige slavin Joanna, een mulattin die behoorde tot de inboedel van de plantage Fauquemberg aan de rivier de Commewijne, en had met haar een zoon gekregen, Johnny genaamd. Hij hoopte hen vrij te kunnen kopen, maar of dit is gelukt is niet helemaal duidelijk. Volgens Stedman lukte het ook, maar Joanna zou hebben geweigerd hem te vergezellen toen hij naar Nederland terug wilde keren. Volgens een andere bron is het echte verhaal dat Stedman de koopprijs niet kon opbrengen en zijn geliefde en hun kind daarom moest achterlaten.

Stedman keerde in 1777 terug in Europa, alwaar hij weer dienst nam bij de Schotse Brigade. Hij werd bevorderd tot majoor, en vlak voordat hij in 1783 ontslag nam uit de Schotse Brigade werd hij nog bevorderd tot luitenant-kolonel. In datzelfde jaar overleed Joanna te Suriname. (Volgens sommige bronnen in 1782.)

In 1782 trouwde hij met de Nederlandse Adriana Wiertz van Coehoorn (1764-1829). Het echtpaar verhuisde naar Devonshire, en zou in totaal vijf kinderen krijgen. De oudste zoon werd opgeleid tot zeeman en kwam op 19-jarige leeftijd tijdens zijn eerste reis door verdrinking om het leven. Johny, de zoon van Stedman en Joanna, was na de dood van zijn moeder naar zijn vader gekomen. Hij nam dienst bij de Britse marine, en stierf als adelborst aan boord van een schip in de buurt van Jamaica.

Stedman overleed in Devonshire. Hij wilde naast de plaatselijke zigeunerkoning worden begraven, maar kreeg een graf aan de achterkant van de kerk. Pas in 2000 werd door nabestaanden een steen op zijn graf geplaatst.

In 2003 reisden de Nederlandse filmregisseur Leon Giesen en cameraman Marcel Prins Stedman achterna, om te proberen iets van de sfeer van toen terug te vinden. Dit resulteerde in een samen met IKON geproduceerde documentaire onder de titel Stedman.

Boek[bewerken]

Tijdens zijn verblijf in Suriname hield Stedman een dagboek bij. Het beschrijft veel dagelijkse gebeurtenissen en geeft een goed beeld van Suriname, de kolonisten en de slavernij. Hij was een niet onverdienstelijk tekenaar en maakte bij zijn aantekeningen verschillende tekeningen en waterverfschilderingen. Stedman begon met het beschrijven van zijn verblijf in Suriname op 15 juni 1778. In 1791 overhandigde hij het manuscript aan een uitgever in Londen die zich bewoog in radicale politieke kringen. Hoewel Stedman de gebeurtenissen uit zijn dagboek al aanzienlijk gekuist had, werd het werk niet geschikt geacht voor publicatie. De uitgever huurde redacteur William Thomson in om het te bewerken. Thomson herschreef het manuscript regel voor regel, en wijzigde of wiste passages die hij niet geschikt achtte voor het publiek, en in enkele gevallen herschreef hij passages zo, dat ze precies het tegenovergestelde weergaven van wat Stedman had meegemaakt. Dezelfde Thomson werd ook ingehuurd door pro-slavernij-groepen om verhandelingen te schrijven. Enkele graveurs, onder andere William Blake, vervaardigden afbeeldingen voor het boek op basis van Stedmans tekeningen. Toen Stedman in 1795 het eerste gekuiste resultaat onder ogen kreeg, weigerde hij het te accepteren. Tot 1796 was hij in conflict met de uitgever met de bedoeling wijzigingen terug te draaien, maar uiteindelijk gaf hij het groene licht voor de publicatie van de in zijn ogen gehavende versie. In 1796 werd Stedmans verslag uitgegeven te Londen onder de titel Narrative of a five years' expedition against the revolted Negroes of Surinam. Het zou twee jaar na zijn dood ook in het Nederlands verschijnen. Ondanks de vele aanpassingen aan het manuscript speelde het boek een belangrijke rol in de bewustwording van het Europese publiek ten aanzien van de mensonterende behandeling van slaven. Het boek werd tot 1818 in verschillende landen uitgegeven. In 1824 werd het verhaal rond Stedman en Joanna uit het dagboek gelicht en apart uitgegeven. Het originele manuscript van Stedman uit 1791, dat in 1978 werd teruggevonden in de James Ford Bell Library van de Universiteit van Minnesota, toonde aan dat de tot dan toe gepubliceerde uitgaven een sterk gekuist verhaal bevatten. Stedmans losse seksuele moraal en de meest gruwelijke gewelddadige ervaringen zijn er niet in terug te vinden. Zijn relatie tot Joanna is bovendien sterk geïdealiseerd. In 1988 werd het oorspronkelijke manuscript voor het eerst gepubliceerd.

Bibliografie[bewerken]

  • Narrative of a five years' expedition against the revolted Negroes of Surinam uitgegeven in Londen in 1796, met gravures van William Blake naar tekeningen van Stedman.
  • vertaald door Johannes Allart als: Reize naar Surinamen en de binnenste gedeelten van Guiana (1799 - 1800)
  • Stedman's Surinam: Life in an Eighteenth-Century Slave Society. An abridged, modernized edition of narrative of a five years expedition against the revolted negroes of Surinam by John Gabriel Stedman, Richard Price, Sally Price, The Johns Hopkins University Press; Reprint edition, March 1, 1992, ISBN 0801842603
Wikisource NL Meer bronnen die bij deze auteur horen, kan men vinden op de pagina John Gabriël Stedman op de Nederlandstalige Wikisource.