Joods Nationaal Fonds

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eshtaol Woud, aangeplant door het JNF

Het Joods Nationaal Fonds (JNF, Hebreeuws: קרן קימת לישראל, Keren Kayemet LeYisrael) is een Israëlische organisatie. Het fonds werd opgericht in 1901 met als doel geld in te zamelen waarmee Joodse pioniers in Palestina (regio) - dat toen nog deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk - grond aan konden kopen. Ook had het fonds als doel het vruchtbaar maken van het land[1] en het aanleggen van watervoorzieningen. Later kwamen daar als doelstellingen bij het planten van bomen en onderzoek naar leefbaarheid.

Geschiedenis[bewerken]

Het JNF werd - met steun van Theodor Herzl - gesticht tijdens het 5e Zionisten Congres in Basel in 1901. Het voorstel kwam van de duits-joodse wiskundige Zvi Hermann Schapira.[2] Al vanaf de oprichting kocht het JNF grond aan voor Joodse boeren. In 1908 startte het JNF ook met de aanleg van parken en bossen in Israël. De eerste pioniers troffen kale, droge vlaktes aan met veel moerassen. Dat zorgde voor ziektes als malaria. De aangeplante bomen moesten en moeten de leefbaarheid van Israël vergroten en vooral het water vasthouden. In aanvang werd het geld vooral ingezameld bij Joden in de diaspora. In 1918 bezat het JNF ongeveer 5% van het toenmalige grondgebied van Palestina. Dit verpachtte ze aan naar Palestina geëmigreerde Joden. Aan de vooravond van 14 mei 1948, stichtingsdatum van de Staat Israel, bezat het fonds 936000 dunam grond, meer dan de helft van alle grond die op dat moment in Palestina in joodse handen was.

Nadat in 1950 de Wet betreffende de Eigendommen van Afwezigen [3] was aangenomen, maakte de israelische regering een begin met deze gronden te verkopen aan het JNF. In 1953 werd het JNF gereorganiseerd en kwam het Keren Kajemet LeJisrael (JNF-KKL) tot stand. Alle niet-beboste grond dat in haar bezit was ging in 1960 over naar een nieuw staatsbureau: de Israël Land Administration (ILA). Dit had toen 93% van alle land van Israel in eigendom: 80% staatsgronden en 13% van het JNF-KKL.

Het Ideaal[bewerken]

Herbebossing was en blijft een belangrijke activiteit van het fonds. De boom wordt geplant op naam van de donateur, de eigenaar van de boom ontvangt een eigendomscertificaat. Het eerste woud waar bomen geplant werden was het Theodor Herzl woud. In de jaren '70 van de twintigste eeuw werd begonnen met het bebossen van de Negev woestijn, door het Yatirwoud aan te leggen tussen Beer Sheva en Arad.[1] Het JNF wil de dorre en onherbergzame woestijn omvormen tot een vruchtbare plek. Andere activiteiten van het JNF zijn het droogleggen van moerassen, bouwen van Israëlische nederzettingen en het opzetten van landbouwprojecten.

VN-geaccrediteerde NGO[bewerken]

Het JNF presenteert zichzelf als zionistische organisatie. In september 2004 trad het toe tot de bij de Verenigde Naties geaccrediteerde NGO's (niet-gouvernementele organisatie).

JNF Nederland[bewerken]

JNF Nederland werd opgericht in 1902. Vanaf 1905 plaatste het fonds een blauw collectebusje waarin mensen een bijdrage konden doen. In 1920 organiseerde het JNF zijn eerste loterij, waarbij onder andere kunstvoorwerpen werden verloot van Toorop en Mendes da Costa. Daarnaast organiseert het fonds acties rond joodse feestdagen, zoals de amandelactie ter gelegenheid van Toe Bisjwat, de honing- of bloemenactie bij Rosh Hashana.

Vanaf 1907 gaf het JNF boomcertificaten uit voor de aanplant van in eerste instantie olijfbomen, maar vanaf 1912 ook andere bomen.[1]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in oktober 1941, werd het fonds door de Duitse bezetters opgeheven, maar na de oorlog weer opgericht. De eerste actie van het fonds was het aanplanten van het Joop Westerweel Woud in Gal Ed, ter nagedachtenis aan deze omgebrachte verzetsheld en als eerbetoon aan alle andere verzetsmensen.[1]

Het JNF richtte ook het Koningin Wilhelmina Woud op, ter gelegenheid van de 90ste verjaardag van de voormalige vorstin, en het Koningin Juliana Woud ter gelegenheid van haar 65ste verjaardag.[1] In 2011 werd door het fonds een monument voor Anne Frank geplaatst, ontworpen door Piet Cohen. In 2013 ontwikkelde het JNF het Koning Willem-Alexander Waterproject, in de omgeving van Mitspe Ramon, en bedoeld voor irrigatie en ontwikkeling van groen in de omgeving van dit dorp midden in de Negev woestijn.[4]

Beschuldigingen[bewerken]

Het JNF wordt steeds vaker beschuldigd van discriminatie en handelingen ten koste van Palestijnse inwoners. Dit komt mede doordat het JNF land opkoopt en dit alleen aan Joodse inwoners van Israël verkoopt[5]. Ook wordt het JNF ervan beschuldigd Palestijnse inwoners van hun land te verjagen zodat het erna meer bos kan planten. Ironisch genoeg worden hierbij vaak de inheemse olijfbomen gekapt om plaats te maken voor uitheemse den of cipres; olijfbomen die voor de inwoners deel van hun bestaan zijn.[6]

Ilan Pappé - in zijn boek "The ethnic cleansing of Palestine" [7]- besteedt nogal aandacht aan het JNF. B.v. in het hoofdstuk: Het verdelen van de buit (Dividing the spoils).[8]

Protesten[bewerken]

Op 2 januari 2011 schreef rabbijn Arik Ascherman een Open brief aan het Joods Nationaal Fonds om te stoppen met het verwoesten van het dorpje El Arakib en de bijgelegen begraafplaats in de Negev, zolang er nog rechtszaken bij het Hof lopen waarin bedoeïenen trachten te bewijzen dat het land hun eigendom is. [9] Op diezelfde dag vonden er ook demonstraties plaats bij de kantoren van het JNF in Jeruzalem.

Een voorbeeld: het Canada-park[bewerken]

Het Canadapark ligt ten noorden van route 1 (Tel Aviv - Jeruzalem), tussen de Latroun-afrit en Sha'ar HaGai. Men vindt er een Hasmonese vesting, een Kruisvaardersfort, andere archeologische resten en de ruines van 3 Palestijnse dorpen (o.a.Imwas).[10] Dit gebied werd in de oorlog van 1967 door Israel veroverd en de Palestijnse inwoners werden van hun grond verdreven. Het park dat op de gronden van deze dorpen met steun van JNF-Canada werd aangelegd is een populaire bestemming voor touristen en Israelis: naast genoemde historische trekpleisters zijn er picnic-gebieden, bronnen en plekken met een bijzonder mooi uitzicht. Jaarlijks komen er honderdduizenden bezoekers.

Volgens Ilan Pappé werd het park in eerste aanleg met dennebomen bepland. Een bosaanleg met deze snel groeiende bomen zou elke poging tot hervestiging door verdreven bewoners al spoedig frustreren. Bovendien werden zo sporen van de verdwenen dorpjes aan het oog onttrokken.

Zie ook[bewerken]