Joods Nationaal Fonds

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eshtaol Woud, aangeplant door het JNF

Het Joods Nationaal Fonds (JNF, Hebreeuws: קרן קימת לישראל, Keren Kayemet LeYisrael) is een Israëlische organisatie. Het fonds werd opgericht in 1901 met als doel geld in te zamelen waarmee Joodse pioniers in Palestina - dat toen nog deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk - grond aan konden kopen. Ook had het fonds als doel het vruchtbaar maken van het land[1] en het aanleggen van watervoorzieningen. Later kwamen daar als doelstellingen bij het planten van bomen en onderzoek naar leefbaarheid.

Het JNF presenteert zichzelf als zionistische organisatie. In september 2004 trad het toe tot de bij de Verenigde Naties geaccrediteerde NGO's (niet-gouvernementele organisatie).

Stichting en doel[bewerken]

Het JNF werd -met steun van Theodor Herzl- in 1901 gesticht tijdens het 5e Zionistencongres in Basel. Het voorstel tot oprichting van dit fonds, met het doel om in Palestina land op te kopen ten bate van joodse kolonisatie, kwam van de joodse zionistische Russische wiskundige Zvi Hermann Schapira.

Activiteiten[bewerken]

Sinds de oprichting koopt het JNF in Palestina grond aan voor Joodse boeren en startte in 1908 ook met de aanleg van parken en bossen. De eerste zionistische pioniers troffen kale, droge vlaktes aan met veel moerassen. Dat zorgde voor ziektes als malaria. De aangeplante bomen moesten en moeten de leefbaarheid vergroten en vooral het water vasthouden. In aanvang werd het geld vooral ingezameld bij Joden in de diaspora.

Bebossing was en blijft een belangrijke activiteit van het fonds. De boom wordt geplant op naam van de donateur, de eigenaar van de boom ontvangt een eigendomscertificaat. Het eerste woud waar bomen geplant werden was het Theodor Herzl woud. In de jaren '70 van de twintigste eeuw werd begonnen met het bebossen van de Negev woestijn, door het Yatirwoud aan te leggen tussen Beer Sheva en Arad.[1]

National Water Carrier van Israël

Het JNF wil de dorre en onherbergzame woestijn omvormen tot een vruchtbare plek. Andere activiteiten van het JNF zijn het droogleggen van moerassen, bouwen van Israëlische nederzettingen en het opzetten van landbouwprojecten. Hiervoor werd in 1950 een plan opgesteld om water vanuit het Meer van Tiberias naar de andere delen van Israël te leiden. Dit werd het National Water Carrier, een systeem van kanalen en leidingen, dat via het grondgebied van Israël water transporteert tot in de Negev. Hierdoor wordt water van de Jordaan en de Jarmuk onttrokken waarvan de Westelijke Jordaanoever afhankelijk is. De Palestijnse bewoners zijn aangewezen op het kopen van water, dat eigendom is van de staat Israël en wordt geëxploiteerd door de Israëlische watermaatschappij Mekorot. De afsluiting van de Jarmuk heeft conflicten met Syrië (de Golanhoogten) en Jordanië tot gevolg gehad; een belangrijke factor in de Zesdaagse Oorlog van 1967.

Verwerven van grondgebied[bewerken]

Na de Eerste Wereldoorlog in 1918 bezat het JNF ongeveer 5% van het toen grondgebied van wat toen Palestina werd; het werd verpacht aan naar Palestina geëmigreerde Joden. Aan de vooravond van 14 mei 1948, stichtingsdatum van de staat Israël, bezat het fonds 936.000 dunam grond in Palestina, meer dan de helft van alle grond die op dat moment al in joodse handen was.

Tijdens de periode van het Britse mandaat was Yosef Weitz een centrale figuur bij het JNF, hoofd van de afdeling "Nederzettingen". Voor hem was het van wezenlijk belang om alle Palestijnse pachtboeren van hun land af te laten zetten, wanneer dat eenmaal verworven was; én dat iedereen zich aan deze politiek ging houden, niemand mocht hierbij weekhartig zijn.[2]

Palestina-dossier[bewerken]

Het Joods Nationaal Fonds speelde een belangrijke rol bij het aanleggen van de Palestijnse dorpen-dossiers (in het Engels The Village Files). Alle Palestijnse dorpen werden accuraat in kaart gebracht, ook met behulp van luchtfoto's.[3]: toevoerwegen, kwaliteit van de akkers, waterbronnen, bronnen van inkomsten, religies/geestelijkheid, mogelijke joodse oorsprong van het dorp, relatie met nabuurdorpen, leeftijdsopbouw van de mannelijke bevolking, houding ten opzichte van het zionisme, participatie(graad) aan de opstand van 1936-1939, namen van hen die verdacht werden van moorden op Joden. Om tot zulke accurate dossiers te komen werkte men met een netwerk van informanten/collaborateurs, dat gemanaged werd door "Arabisten" (Oriëntalistiek). In 1943 was het archief opnieuw geordend, vooral door één man, Ezra Danin die een leidende rol zou spelen in de etnische zuivering van Palestina.[4]

Politieke betrokkenheid[bewerken]

Na de stichting van de staat Israël werd in 1950 de Absenty Property Law, de Wet betreffende de Eigendommen van Afwezigen (de in 1948 gevluchte of verdreven Palestijnse bewoners) aangenomen, waarop de Israëlische regering een begin maakte met het verkopen van deze gronden aan het JNF. In 1953 werd het JNF gereorganiseerd en kwam het het Keren Kajemet LeJisrael (JNF-KKL) tot stand. In 1960 ging alle bezit van niet-beboste grond, waaronder verwoeste Palestijnse dorpen, over naar een nieuw staatsbureau: de Israël Land Administration (ILA). Dit had toen 93% van alle land van Israël in eigendom: 80% staatsgronden en 13% van het JNF-KKL.

JNF Nederland[bewerken]

JNF Nederland werd opgericht in 1902. Vanaf 1905 plaatste het fonds een blauw collectebusje waarin mensen een bijdrage konden doen. In 1920 organiseerde het JNF zijn eerste loterij, waarbij onder andere kunstvoorwerpen werden verloot van Toorop en Mendes da Costa. Daarnaast organiseert het fonds acties rond joodse feestdagen, zoals de amandelactie ter gelegenheid van Toe Bisjwat, de honing- of bloemenactie bij Rosh Hashana.

Vanaf 1907 begon het JNF met het uitgeven van boom-certificaten voor de aanplant van in eerste instantie olijfbomen, maar vanaf 1912 ook andere bomen.[1]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in oktober 1941, werd het fonds door de Duitse bezetters opgeheven, maar na de oorlog weer opgericht. De eerste actie van het fonds was het aanplanten van het Joop Westerweel Woud in Gal Ed, ter nagedachtenis aan deze omgebrachte verzetsheld en als eerbetoon aan alle andere verzetsmensen.[1]

Het JNF richtte ook het Koningin Wilhelmina Woud op, ter gelegenheid van de 90ste verjaardag van de voormalige vorstin, en het Koningin Juliana Woud ter gelegenheid van haar 65ste verjaardag.[1] In 2011 werd door het fonds een monument voor Anne Frank geplaatst, ontworpen door Piet Cohen. In 2013 ontwikkelde het JNF het Koning Willem-Alexander Waterproject, in de omgeving van Mitspe Ramon, en bedoeld voor irrigatie en ontwikkeling van groen in de omgeving van dit dorp midden in de Negev woestijn.[5]

Beschuldigingen[bewerken]

Het JNF wordt steeds vaker beschuldigd van discriminatie en handelingen ten koste van Palestijnse inwoners. Dit komt mede doordat het JNF land opkoopt en dit alleen aan Joodse inwoners van Israël verkoopt[6]. Ook wordt het JNF ervan beschuldigd Palestijnse inwoners van hun land te verjagen zodat het erna meer bos kan planten. Ironisch genoeg worden hierbij vaak de inheemse olijfbomen, die voor de inwoners deel van hun bestaan zijn, gekapt om plaats te maken voor uitheemse dennen of cipressen.[7]

Erik Ader ,zoon van dominee Bastiaan Erik Ader (omgebracht door de Nazis in 1944) ,die met zijn onderduikorganisatie in de Tweede Wereldoorlog in Nederland vele Joden redde, zegt in 2016 in Trouw dat zijn vader niet gewild zou hebben dat een bos te zijner nagedachtenis was aangelegd op een plek waarvan de bewoners hadden moeten vluchten vanwege oorlogsgeweld. En toch gebeurde dit: op de plaats van het Palestijnse dorp Bayt Natiff (verwoest in 1948 ). Ook bouwde men er kibboets Netiv Halamed--Heh .Ader klaagt niet alleen het JNF aan ("mijn vaders naam is verbonden aan het verhullen van etnische zuivering"), maar ook de Nederlandse staat die "prefereerde onwetend te blijven over het onrecht dat de Palestijnen is aangedaan."[8]

Ilan Pappé - in zijn boek "The ethnic cleansing of Palestine" [9]- besteedt nogal aandacht aan het JNF. B.v. in het hoofdstuk: Het verdelen van de buit (Dividing the spoils).[10]

Motti Golani [11]Joods-israelisch historicus, kan zich vinden in deze beschuldigingen. Hij maakt onderscheid tussen geschiedenis en collectief geheugen . Het eerste loopt van het verleden naar het heden. Het tweede loopt van het heden naar het verleden. Het wordt opgebouwd via kennisoverdracht (thuis,school,kerk,jeugdbeweging,het leger,de regering, ook wel door media).Zo ontstaat een beeld. Bepaalde accenten worden benadrukt, andere zaken worden verzwakt of ontkend. In het nationale verhaal van Israel werd de Nakba gewist of wordt deze ontkend. Het JNF speelde hierin een belangrijke rol, zegt hij, "hun doelstelling is het land groen maken, wat prima is, maar het betekent ook het land bedekken. Ze willen ook het geheugen bedekken: er was nooit een Palestina hier. Ze willen een geheugen creëren zonder Arabieren. Terwijl denk ik het ons niet zwakker maar juist stérker maakt ons verleden te erkennen."[12]

Protesten[bewerken]

Op 2 januari 2011 schreef rabbijn Arik Ascherman een Open brief aan het Joods Nationaal Fonds om te stoppen met het verwoesten van het Palestijnse dorpje Al-Araqib/El Arakib en de bijgelegen begraafplaats in de Negev, zolang er nog rechtszaken bij het Hof lopen waarin bedoeïenen trachten te bewijzen dat het land hun eigendom is. [13] Op diezelfde dag vonden er ook demonstraties plaats bij de kantoren van het JNF in Jeruzalem.

Een voorbeeld: het Canada-park[bewerken]

Het Canadapark ligt ten noorden van route 1 (Tel Aviv - Jeruzalem), tussen de Latroun-afrit en Sha'ar HaGai. Men vindt er een Hasmoneese vesting, een Kruisvaardersfort, andere archeologische resten en de ruines van 3 Palestijnse dorpen (o.a.Imwas).[14] Dit gebied werd in de oorlog van 1967 door Israel veroverd en de Palestijnse inwoners werden van hun grond verdreven. Het park dat op de gronden van deze dorpen met steun van JNF-Canada werd aangelegd is een populaire bestemming voor toeristen en Israëli: naast genoemde historische trekpleisters zijn er picknickplaatsen, bronnen en plekken met een bijzonder mooi uitzicht. Jaarlijks komen er honderdduizenden bezoekers.

Volgens Ilan Pappé werd het park in eerste aanleg met dennenbomen beplant. Een bosaanleg met deze snel groeiende bomen zou elke poging tot hervestiging door verdreven bewoners al spoedig frustreren. Bovendien werden zo sporen van de verdwenen dorpjes aan het oog onttrokken.

Zie ook[bewerken]