Joods monument (Utrecht)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Joods monument
Joods Monument 9.jpg
Kunstenaar Amiran Djanashvili
Jaar 2015
Materiaal zandsteen en brons
Locatie Maliebaanstation, Johan van Oldenbarneveltlaan, Utrecht
Hoogte 300 cm
Breedte 700 cm
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Het Joods monument in Utrecht is een gedenkteken voor de Joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog uit Utrecht. Ruim 1600 mensen zijn in 1942 en 1943 gedeporteerd, slechts vierhonderd van hen keerden terug. Tot 2015 was Utrecht de enige grote stad in Nederland zonder een Joods monument, anders dan het beeldje van Anne Frank op het Janskerkhof en een gedenksteen op de Joodse begraafplaats. Het monument is op 29 oktober 2015 onthuld door burgemeester Jan van Zanen.

Beschrijving[bewerken]

Het gedenkteken bestaat uit een zeven meter lange gedenkmuur en een plateau van Jerusalem Gold (zandsteen dat in ook in de Klaagmuur is gebruikt) en een bronzen sjofar op een sokkel. In de gedenkmuur zijn de 1239 namen gegraveerd, met geboortedatum, overlijdensplaats en datum van overlijden. In het hart van de muur staat het citaat 'Zie, ik heb je in mijn handpalmen gegrift' uit het boek Jesaja. Op het plateau rond een boom is een zithoek gecreëerd als plaats voor bezinning. De sjofar, het symbool van de hoop, wordt gedragen door tien Joodse mannen (minjan) die de kaddisj lezen. Rechts van de gedenkmuur staat op een paaltje een QR-code waarmee men informatie kan krijgen over de personen van wie de namen zijn vermeld.

De sjofar en de sokkel zijn gemaakt door de Georgisch-Nederlandse kunstenaar Amiran Djanashvili, die zijn atelier in Utrecht heeft.[1]

Locatie[bewerken]

Het monument staat aan de Johan van Oldenbarneveltlaan voor het vroegere station Utrecht Maliebaan. Van hieruit werden de meeste Utrechtse Joden gedeporteerd naar Kamp Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen. Sinds 1954 is hier het Spoorwegmuseum gevestigd. Het Spoorwegmuseum besteedt ook aandacht aan de deportaties met een plaquette en de permanente expositie Beladen treinen. Ook staat op het terrein van het museum een wagon die werd gebruikt voor de transporten naar de kampen.

Ontstaansgeschiedenis[bewerken]

Het heeft jaren geduurd voordat iedereen in Utrecht instemde met het monument. Het Spoorwegmuseum vond in 2013 dat het al voldoende aandacht besteedde aan dit onderwerp met de plaquette en de expositie. Ook eerdere pogingen stuitten op verzet.[2] Het monument is er gekomen dankzij de inspanningen van Stichting Joods Monument Utrecht, onder leiding van dominee Wim Rietkerk. Verder lag er een inzamelingsactie aan ten grondslag.

Fouten op het monument[bewerken]

In maart 2016 publiceerde het Algemeen Dagblad enkele artikelen over fouten in de namen op het monument, gebaseerd op onderzoek van een van de auteurs, de Utrechtse amateurhistoricus Jim Terlingen. Nadat hij nog meer onvolkomenheden aantrof, deed hij een oproep aan het gemeentebestuur om in te grijpen.[3][4] Burgemeester Jan van Zanen heeft een onderzoek laten uitvoeren naar de namen die op het monument staan en in maart 2018 is het verslag hiervan aan de Utrechtse gemeenteraad aangeboden. In totaal bleken 69 vermeldingen niet juist te zijn; drie personen staan onterecht op het monument (zij hebben de oorlog overleefd) en één persoon bleek vergeten. Op dezelfde dag is een bordje op het monument geplaatst met een verwijzing naar de correcties op de officiële website van het monument. Terlingen noemde de kwaliteit van het onderzoeksverslag "onder de maat".[5][6][7][8] In juni 2018 werd bekend dat nog een naam onterecht op het monument staat. De vermelding van deze persoon in het gemeentelijke onderzoeksverslag bleek foutief.[9]

Externe links[bewerken]