Joop Westerweel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Joop Westerweel

Johan Gerard (Joop) Westerweel (Zutphen, 25 januari 1899 - Vught, 11 augustus 1944) was een Nederlandse verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Jeugd, opleiding en werk[bewerken]

Westerweel werd geboren als zoon van een drukker. Hij geloofde als pacifistische christenanarchist[1][2][3] in een geweldloze oplossing en werd toen hij als onderwijzer in Nederlands-Indië werkte de eerste principiële dienstweigeraar. Westerweel werd tot een gevangenisstraf veroordeeld en het land uitgewezen. In Nederland ging hij werken aan "de Werkplaats", de Vrije School van Kees Boeke te Bilthoven. Hij organiseerde daar voor de oorlog de opvang van Duitse en Poolse Joodse vluchtelingen en zorgde dat hun kinderen onderwijs kregen.

Verzetswerk[bewerken]

Begin 1940 werd Westerweel hoofd van een montessorischool te Rotterdam en begon met zijn verzetswerkzaamheden. Hij kon de scheiding tussen Joods en niet-Joods niet in overeenstemming brengen met zijn humanistische levensvisie en verzamelde een groep mensen uit zijn familie en kennissenkring die na de oorlog de "Westerweel-groep" zou worden genoemd. Bijzonder was dat in de groep zowel Joden als niet-Joden samenwerkten om Joodse levens te redden. De Joodse deelnemers waren over het algemeen tieners en twintigers die Westerweel kende uit de groep die hij eerder als vluchteling naar Nederland had gehaald, en een ander deel bestond uit leden van de Halutzim, een zionistische jeugdorganisatie. Meer dan vijftig Joodse kinderen werden uit Duitsland gesmokkeld en er werden ontsnappingsroutes naar het buitenland opgezet. Joden konden zo vluchten naar Zwitserland, of via België naar Frankrijk en dan door naar Spanje en uiteindelijk naar Palestina. Men schat dat er in totaal tussen de 300 en 400 mensen door Westerweel en zijn collega's zijn geholpen en een groot deel slaagde er in te ontkomen. Leden van de Westerweel-groep waren velen, waaronder zijn vrouw Willy Westerweel,[4] Joachim Simon (verzetsnaam: "Schuschu"), Letty Rudelsheim, Giel Salomé, Frans Gerritsen, Henny Gerritsen-Kouffeld, Jan Smit, Paula Welt Kaufman, Menachem Pinkhof en Mirjam Pinkhof.

Arrestatie en executie[bewerken]

Op 10 maart 1944 werd Westerweel aan de Duits-Belgische grens gearresteerd nadat hij een tocht had gemaakt om een groot aantal Joodse jongeren over de Pyreneeën te helpen. In Rotterdam zat hij gevangen in bureau Haagseveer, waar hij zwaar werd gemarteld. Uiteindelijk werd hij overgebracht naar Kamp Vught. Hier was ook zijn echtgenote terechtgekomen, die in december 1943 was opgepakt door de Duitsers tijdens een verzetsactie waar ze aan deelnam. Zij zou later naar concentratiekamp Ravensbrück worden overgebracht en overleefde de oorlog. Westerweel echter werd samen met vier collega's op 11 augustus 1944 in de omgeving van Kamp Vught gefusilleerd. De ochtend van zijn executie schreef hij een gedicht waarvan de laatste strofe heel bekend geworden is: "Al ga ik op of onder, Het blijft mij nu gelijk: Ik voel het heilig wonder, Ik weet het Leven rijk."[5]

Nalatenschap[bewerken]

Joop Westerweel memorial in Israël.

Na de oorlog werd in maart 1947 op een van de hellingen van het Ephraimgebergte in Israël het Joop Westerweelpark aangelegd. Ook zijn in Nederland diverse straten naar hem vernoemd, in de gemeenten Heemskerk, Montfoort, Rotterdam en Vlaardingen. In Amsterdam is in Stadsdeel De Baarsjes aan het Balboaplein een openbare lagere school naar hem vernoemd. Joop en zijn vrouw Willy kregen in 1964 van de staat Israël de Yad Vashem onderscheiding.

Trivia[bewerken]

  • De Nederlandse televisiepresentator Bas Westerweel is een kleinkind van Joop Westerweel.[4]

Externe links[bewerken]

Noot