Joop van Santen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Joop van Santen
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Volledige naam Joseph (Joop) van Santen
Geboren Rotterdam, 7 maart 1908
Overleden Zandvoort, 22 april 1992
Partij CPN
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Joseph (Joop) van Santen (Rotterdam, 7 maart 1908 - Zandvoort, 22 april 1992) was een Nederlands politicus en econoom.

Hij werd in 1930 lid van de Communistische Partij van Nederland vanaf 1930. Hij was actief in het Nederlands verzet in de Tweede Wereldoorlog. Van 1945 tot 1949 had hij zitting in het CPN-partijbestuur en was hij ook lid van de gemeenteraad van Amsterdam. Van 1946 tot 1952 was hij voorzitter van de Eerste Kamerfractie van de CPN. Wegens conflicten met onder anderen partijleider Paul de Groot verliet hij de CPN in 1955.

Hij was daarna enige jaren zakenman en ging economische wetenschappen studeren aan de toenmalige Gemeente Universiteit, de latere Universiteit van Amsterdam. In 1968 promoveerde hij aan die universiteit in de filosofie op de Marxistische accumulatietheorie. Omstreeks 1975 werd hij docent aan de UvA. Hij publiceerde onder meer Weimar 1933. Democratie tussen fascisme en communisme.

Onderduikers in de tweede wereldoorlog[bewerken]

In het laatste jaar van de oorlog (september 1944- mei 1945) heeft Joop van Santen samen met zijn vrouw Johanna Moes (1911-1998) onderdak geboden aan een aantal joodse onderduikers. In het huis waar het gezin van Santen woonde aan de Herengracht te Amsterdam was een verborgen kamer gecreëerd waar de onderduikers verbleven. Over deze periode is weinig bekend en gepubliceerd. Joop van Santen en Johanna Moes hebben er zelf ook weinig ruchtbaarheid aan gegeven. Hun dochter, Eva of Eefje, heeft het verhaal in 2015 opgeschreven. Het is hieronder integraal opgenomen.
Het verhaal van Eva van Santen wordt ondersteund door de getuigenis van Adri Lugt die in die tijd bij de familie werkte als huishoudelijke hulp en oppas.


Het achterhuis op de Herengracht in Amsterdam
Ik denk dat vanaf herfst 1944 tot en met de bevrijding op 5 mei 1945 zo’n 12 personen ondergedoken zaten in ons huis op Herengracht 28 in Amsterdam. Helaas hebben mijn ouders me niet veel verteld hierover zodat ik de precieze data niet weet. Hennie en Meik de Swaan, de ouders van Abram de Swaan, en nog wat familieleden van hen behoorden tot deze groep.
Ze zaten ondergedoken in het achterhuis van ons zeventiende-eeuwse grachtenhuis. Op de bovenste verdieping was een kogelvrije deur naar de kamer daarachter gemaakt. Voor die deur stond een kast, zodat het leek of daarachter de buitenmuur was. In werkelijkheid zaten de onderduikers in dat kamertje daarachter en op de vliering erboven.

Mijn ouders, Joop van Santen (1908-1992) en Johanna Moes (1911-1998), hadden een moedige beslissing genomen om hun Joodse vrienden te helpen. Des te moediger aangezien ze ook de verantwoording droegen voor mij. Ik was toen een baby van een jaar. Joop van Santen, econoom en filosoof en Johanna Hermine Moes, huisarts en actief bij de NVSH, waren overtuigde communisten en ook de familie de Swaan sympathiseerde met de CPN.

Hoe riskant deze onderduik wel was blijkt wel uit het volgende verslag van Aadje Lugt, later getrouwd met Jan Kann, die als huishoudelijke hulp en als oppas van mij bij ons werkte in die tijd. Zij heeft in een buurtkrant van Amsterdam (Opnieuw – Krant van de Nieuwmarkt, 13e jaargang, nr. 1, voorjaar 1995) verslag gedaan van een incident in ons huis. Zij vertelde onder meer dat bij ons boven een drukpers stond waarop de Vrije Katheder, het illegale door communistische studenten opgerichte blad, werd gedrukt. Haar verslag van een inval in ons huis in die tijd laat ik hier volgen:
‘Daar heb ik ook een inval meegemaakt, dat zal ik nooit vergeten. Ik zat in die hele grote keuken met Eefje, die was toen zo’n twee en een half jaar (niet juist: ik ben op 8 juli 1943 geboren, dus ik was toen een jaar en een paar maanden), komen die rot moffen binnen, drie kerels, en gaan aan tafel zitten. Ik sta koekjes te bakken in raapolie en zie opeen op de schoorsteenmantel allemaal illegale krantjes liggen, opgerold, ik dacht dat ik door de grond ging. Maar ja, die kerels hadden blijkbaar last van heimwee en keken alleen maar naar het kind, “wie süss”, zeiden ze maar, “wie ein goldenes Kind”. Ik dacht laat ze maar zwetsen, ze had ook van die rode krulletjes, het was een schatje om te zien. Na de raapkoekjes zijn ze weggegaan, niks gevonden maar ik kreeg van de zenuwen een darmkoliek, ik zag groen van ellende.’
Gelukkig zijn de onderduikers in ons huis niet verraden en iedereen heeft dus de oorlog overleefd.

In 1955 scheidden mijn ouders. Mijn broer Gerrit (geboren op 28 februari 1946) en ik (geboren op 8 juli 1943) bleven bij onze moeder op de Herengracht wonen. Meik de Swaan en zijn vrouw Henny de Swaan-Roos en hebben een hele goede wederdienst gedaan door een aantal jaren gastvrij onderdak te verlenen aan mijn vader. Dat was eind jaren ’50. Mijn vader had het in die tijd niet makkelijk aangezien hij zowel zijn vrouw als de CPN had verlaten. In de CPN was hij na de oorlog heel actief geweest. Hij had voor de CPN in de gemeenteraad van Amsterdam gezeten en in de Eerste Kamer. Daarna moest hij dus op een andere manier zijn brood verdienen en dat viel als ex-lid van de CPN niet mee, aangezien en aanstelling in overheidsdienst uitgesloten was voor mensen met zijn achtergrond. Mijn moeder was vlak na de oorlog een eigen huisartsenpraktijk begonnen en die heeft ze tot 1973 voortgezet.

Eva van Santen Leiden, april 2015

Bron

Publicaties[bewerken]

  • 1968: De marxistische accumulatietheorie (dissertatie)
  • 1970: Welvaart en welzijn
  • 1983: Weimar 1933. Demokratie tussen fascisme en kommunisme
  • 1985: Arbeid, plicht en vrijheid
  • 1991: Geld. Teken van geestelijke vrijheid

Externe link[bewerken]