José Happart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
José Happart
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Geboortedatum 14 maart 1947
Geboorteplaats Herstal
Regio Vlag Waals Gewest Wallonië
Land Vlag van België België
Partij PS
Waals Minister van Landbouw en Landelijkheid
Aangetreden 15 juli 1999
Einde termijn 27 juli 2004
Regering Di Rupo I
Van Cauwenberghe I
Voorganger Guy Lutgen (als minister van Landbouw)
Opvolger Benoît Lutgen
Portaal  Portaalicoon   België
Politiek

José Happart (Herstal, 14 maart 1947) is een Belgisch Waalsgezind politicus en is lid van de Franstalige partij Parti Socialiste (PS). Hij dankt zijn bekendheid aan de Belgische taalstrijd en meer bepaald aan de burgemeesterskwestie in de Vlaamse faciliteitengemeente Voeren. Daar trad hij ook op als Franstalig leider die zich verzette tegen de overheveling van de Voerstreek naar de Nederlandstalige provincie Limburg.

Militant wallingant[bewerken | brontekst bewerken]

José Happart is geboren in Herstal, een voorstad van Luik waar zijn vader Joseph Happart een landbouwbedrijf had. Toen zijn vader onteigend werd voor de uitbreiding van de Luikse staalindustrie, kocht die in 1962 een boerderij in Sint-Pieters-Voeren, dat op dat ogenblik nog bij de provincie Luik hoorde en in 1963 werd overgedragen naar de provincie Limburg. José en broer Jean-Marie verhuisden mee.

José Happart onderbrak zijn studies om als fruitteler de boerderij van zijn vader over te nemen en werd actief in de Waalse landbouworganisatie Unions professionnelles agricoles (UPA). Ten tijde van de taalstrijd in de Voerstreek gaf hij het landbouwsyndicalisme op en wijdde hij zich volledig aan de Voerense kwestie. Hij werd door de Luiksgezinde jongeren als hun leider beschouwd. In november 1978 werd hij de nieuwe voorzitter van de Action Fouronnaise (AF), die gelieerd was aan de politieke partij 'Retour à Liège'. Deze partij wil dat Voeren weer bij de provincie Luik gaat horen en zo bij het Franse taalgebied, en dat er dan taalfaciliteiten komen voor Nederlandstaligen.

Happart ontmoet Koning Boudewijn[bewerken | brontekst bewerken]

Op 22 mei 1979 had José Happart aan een afrit van de autosnelweg naar Verviers in Ensival een geheime maar niet-toevallige ontmoeting met koning Boudewijn. Om te vermijden dat Happart of zijn militanten het officieel bezoek van de Koning aan Verviers zouden verstoren werd door Georges Gramme (PSC), toenmalig minister van Binnenlandse Zaken, en Jean-Marie Piret, de toenmalige kabinetchef van Boudewijn, in extremis een ontmoeting gearrangeerd. Hoewel het in principe enkel de bedoeling was dat Happart een petitie zou overhandigen kwam het toch tot een (kort) gesprek met de vorst. Niettegenstaande de ontmoeting in alle discretie diende plaats te vinden verklaarde Happart nog dezelfde dag tijdens een persmededeling trots dat de Koning hem tijdens een “historische ontmoeting” persoonlijk had toegezegd dat de vijf op 20 mei in Voeren wegens gewelddadigheden opgepakte AF-militanten snel zouden vrijkomen. Een dag later, op 23 mei, werden de Waalse amokmakers effectief uit de gevangenis vrijgelaten. Het gesprek en de handdruk van Boudewijn met Happart en de kort daaropvolgende vrijlating van de relschoppers zorgden in Vlaanderen voor een politiek schandaal en lokte een storm van protest en diepe verontwaardiging uit bij de publieke opinie, media en politieke partijen.[1][2]

In een poging de gemoederen te sussen ontving de Koning, op voorstel van premier Wilfried Martens, op 24 mei een delegatie van vijf Vlaamse Voerenaars in de ambtswoning van de Limburgse gouverneur Vandermeulen in Hasselt.[3][4]Het “eerherstellend” onderhoud mocht echter niet baten. Het Vlaams protest bleef aanhouden en radicale Vlaams-nationalisten betoogden voor het Koninklijk Paleis. Onder druk van de Volksunie-fractie moest premier Martens tijdens de in allerijl georganiseerde parlementaire debatten toegeven niet op de hoogte te zijn van de demarche van het staatshoofd maar ontkende hij formeel dat de koning bij de regering zou hebben aangedrongen om de vijf franstaligen vroegtijdig vrij te laten. Martens verweet Happart de kroon te hebben ontbloot en daardoor de monarchie in diskrediet te hebben gebracht. Volgens de premier zou Happart pas na deze ‘koningskwestie’ zijn uitgegroeid tot een “nationale bekendheid en demonisch symbool van de Waalse Vlamingenhaat”.[5]

De burgemeesterskwestie[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1982 behaalde de Franstalige eenheidslijst 'Retour à Liège', waarvoor Happart kandidaat was, in Voeren de meerderheid van de stemmen. Happart, die weliswaar de meeste voorkeursstemmen behaalde[6] maar weigerde Nederlands te spreken, werd als burgemeester voorgedragen. Hij werd bij koninklijk besluit op 4 februari 1983 door Charles-Ferdinand Nothomb voorlopig benoemd, maar de benoeming zou pas definitief ingaan op 31 december 1983. Deze tussenpose moest Happart de gelegenheid geven om Nederlands te leren. Op 30 december 1983 legde Happart de eed af, maar liet daarbij duidelijk blijken dat hij geen Nederlands geleerd had. Hiertegen ging Huub Broers in beroep naar de Raad van State. Op 19 januari 1984 verklaarde de bestendige deputatie Happart vervallen van zijn mandaat als gemeenteraadslid omdat hij weigerde een taalexamen af te leggen. Hiertegen ging Happart in beroep bij de Raad van State met het argument dat er geen wet is die enige taalkennis van een burgemeester verlangt. Door de beroepsprocedure bleef Happart in zijn ambt tot 30 september 1986, toen de Raad van State een arrest velde dat zowel de benoeming als de eedaflegging van Happart als burgemeester definitief vernietigde. De Raad oordeelde dat de grondwettelijke indeling van België in vier taalgebieden (zoals gestipuleerd in het toenmalige artikel 3 bis GW) de principiële vereiste inhoudt dat de leden van de organen van de gemeenten de taal van het eentalig taalgebied, zélfs in de rand- en taalgrensgemeenten, moeten gebruiken zonder de hulp van een vertaler of tolk én derhalve moeten kennen.[7] Zijn mandaat van rechtstreeks verkozen gemeenteraadslid kon hij daarentegen niet verliezen door een gebrek aan kennis van het Nederlands.[8] Happart diende tegen de vernietiging van zijn benoeming tot burgemeester cassatieberoep in, maar dat werd door het Hof van Cassatie verworpen op 10 april 1987.[9]

In de periode die daarop volgde ontstonden binnen de Belgische regering conflicten tussen Vlamingen en Franstaligen over de uitvoering van het arrest. De eerste schepen, José Smeets, werd waarnemend burgemeester, maar deze trok zich terug, zodat Happart tot eerste schepen kon verkozen worden en feitelijk als "waarnemend burgemeester" van Voeren fungeerde. Deze beslissing werd vernietigd, maar door de Franstalige meerderheid tot negen keer toe herhaald (de zogenaamde "Voerense carrousel"). Uiteindelijk viel de regering-Martens VI ten gevolge van onder meer de Happartkwestie op 19 oktober 1987. Na nieuw onderhandelde compromissen werd op 1 januari 1989 Nico Droeven burgemeester van Voeren, eveneens lid van de lijst Retour à Liège, maar met kennis van de Nederlandse taal. Happart bleef tot in 1998 eerste schepen van Voeren en nam toen ontslag uit de gemeenteraad om naar de stad Luik te verhuizen. Van 2001 tot 2012 was hij daar eveneens gemeenteraadslid. Tijdens de periode dat hij eerste schepen was, mocht hij ook niet optreden als waarnemend burgemeester.[10]

Verdere politieke carrière[bewerken | brontekst bewerken]

Aanvankelijk was Happart slechts actief in de lokale politiek, zonder aansluiting te zoeken bij de traditionele politieke partijen. Bij de Europese verkiezingen van 1984 kreeg Happart een plaats op de lijst van de PS als onafhankelijk kandidaat en werd verkozen tot Europees Parlementslid met een score van meer dan 230.000 voorkeurstemmen. Datzelfde jaar trad hij toe tot de PS. Op korte tijd was Happart uitgegroeid tot het symbool van het Waalse regionalisme en het anti-flamingantisme. Bij de Europese verkiezingen van 1989 en 1994 behaalde Happart opnieuw grote stemmenaantallen. Binnen het Europees Parlement ijverde hij voor het idee van het Europa van de Regio's dat de naties minder macht toekent ten voordele van de regio's. Happart bleef in het Europees Parlement zetelen tot aan de verkiezingen van 1999.

In 1999 werd Happart zowel verkozen in de Belgische Senaat als in het Waals Parlement. Hij besloot in het Waals Parlement te zetelen, waardoor hij automatisch ook lid werd van het Parlement van de Franse Gemeenschap. In juli 1999 werd hij in de Waalse Regering minister van Landbouw en Plattelandsontwikkeling, wat hij bleef tot in juli 2004.

Vervolgens was Happart van juli 2004 tot juni 2009 voorzitter van het Waals Parlement. In deze functie zorgde hij in 2005 tijdens de Fêtes de Wallonie voor opschudding en ongenoegen bij het publiek toen hij op hun boegeroep en fluitconcerten naar aanleiding van de corruptieschandalen in Charleroi reageerde door hun te vragen of "zij dan nog nooit benzine getankt of sigaretten gekocht hadden in Luxemburg".

José Happart was van 2009 tot 2016 eveneens voorzitter van de raad van bestuur van de Aéroport Liège-Bierset, de maatschappij, opgericht door het Waals Gewest, die instaat voor de uitbating van de luchthaven Liège Airport, en die zich vooral toelegde op vrachttransport. Sinds 2016 is hij eerste ondervoorzitter van de raad van bestuur. De luchthavencommissie besliste begin april 2012 om een negatief advies te verlenen voor de verlenging van de toegangsbadge van Happart. Met deze badge had Happart toegang tot alle zones van de luchthaven. Volgens de Federale Overheidsdienst Mobiliteit vormde Happart een gevaar voor de veiligheid op de luchthaven. De FOD Mobiliteit verwees naar de talrijke onderzoeken die tegen Happart liepen voor onder andere corruptie, misbruik van sociale goederen en belangenvermenging en die verband hielden met de luchthaven. Die vele corruptieschandalen leverden hem in Franstalig België de bijnaam 'Don' op.[11]

Veroordeling[bewerken | brontekst bewerken]

In mei 2020 veroordeelde de correctionele rechtbank van Luik Happart tot een gevangenisstraf van acht maanden met uitstel en een boete van 1.650 euro met gedeeltelijk uitstel. Hij werd schuldig bevonden aan corruptie en ongeoorloofde beïnvloeding. Concreet zou hij onder andere een aannemer door middel van zijn positie bij de Luikse luchthaven bevoordeeld hebben bij aanbestedingen. In ruil zou de aannemer aan een voordelige prijs een huis gebouwd hebben voor een vriendin van Happart. Naast Happart werden ook nog drie andere beklaagden veroordeeld. Happart werd wel vrijgesproken van schriftvervalsing en enkele andere corruptiefeiten.[12][13]

Familiebanden[bewerken | brontekst bewerken]

De vader van José Happart, Joseph Happart, was in de jaren dertig van de twintigste eeuw sympathisant/lid van de Franstalige extreem-rechtse partij Rex van Léon Degrelle en was tijdens Wereldoorlog II lid en vanaf 1943 vicevoorzitter van de in juni 1941 opgerichte Garde Rurale (de Waalse tegenhanger van de Boerenwacht in Vlaanderen)[14] , een met de Duitse bezetter collaborerende militie.[15][16] Hiervoor werd hij na de oorlog vervolgd en een gedurende enige tijd uit zijn burgerrechten ontzet.[17]

Zijn tweelingbroer Jean-Marie Happart was PS-senator. Hij kwam begin 2006 in het nieuws toen hij spontaan bekende als medebeheerder van het Circuit Spa-Francorchamps, het voor het Waals Gewest financieel erg nadelige contract voor de organisatie van de Grand Prix Formule 1 van België ondertekend te hebben zonder er een letter van gelezen te hebben aangezien hij het Engels niet machtig was en zoals hij zelf zei "slechts de pen vasthield".

Grégory Happart, zoon van Jean-Marie, is gemeenteraadslid voor Retour aux Libertés in Voeren.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]

Voorganger:
Robert Collignon
Voorzitter van het Waals Parlement
2004 - 2009
Opvolger:
Emily Hoyos