Joseph Alberdingk Thijm

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Joseph Alberdingk Thijm, door A. J. Ehnle[1]
Buste van Alberdingk Thijm door Hein Maessen in de Statenpassage

Josephus Albertus (Joseph) Alberdingk Thijm (Amsterdam, 13 augustus 1820 – aldaar, 17 maart 1889) was een Nederlandse katholieke schrijver van gedichten en historische novellen. Hij nam een prominente positie in het katholieke leven van zijn dagen in. Thijm streefde ook naar nauwere contacten tussen Vlaamse en Nederlandse letterkundigen.[2] Dit kwam onder meer tot uiting in de Dietsche Warande, het tijdschrift dat Thijm in 1855 oprichtte, en in de Volks-Almanak voor Nederlandsche Katholieken, die hij vanaf 1852 samen met Herman van Nouhuys (1821-1853) uitgaf.

Hij was gehuwd met Wilhelmina Anna Sophia Kerst. Zij hadden vijf kinderen: Jan, Catharina, Frank, Karel (Lodewijk van Deyssel) en de jong overleden Maria. Historicus Paul Alberdingk Thijm was de broer van Joseph.

Alberdingk Thijm was hoogleraar aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam in esthetiek en kunstgeschiedenis en tevens boekhandelaar-uitgever. Zijn artikelen over de gotiek waren van grote invloed op de jonge architect Pierre Cuypers (die in 1859 met Thijms zuster Antoinette trouwde) en op de opkomst van de neogotiek in Nederland. In 1860 adviseerde Thijm bij de restauratie van het Praalgraf van Engelbrecht I van Nassau in Breda.

Werken[bewerken]

Zijn belangrijkste werken zijn:

  • Portretten van Joost van den Vondel
  • De Heilige Linie
  • Kerstliederen
  • Palet en Harp
  • Karolingsche Verhalen
  • De organist van de Dom

Vernoemingen[bewerken]

In Den Haag zijn een straat en een plein vernoemd naar Thijm. De Alberdingk Thijmstraat vindt men verder in Amsterdam, Arnhem, Gendringen, Etten-Leur, Haarlem, 's-Hertogenbosch, Rotterdam, Schiedam, Terneuzen, Tilburg, Utrecht, Venlo, Vlijmen en Waalwijk.[3]

Zie ook[bewerken]