Journalist

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een journaliste voor de camera

Een journalist of journaliste is een beroepsbeoefenaar die nieuwsfeiten verzamelt over recente gebeurtenissen van algemeen belang, die deze feiten onderzoekt of analyseert en daarover publiceert in een actueel (nieuws)medium. Deze activiteit wordt journalistiek genoemd, een woord dat is afgeleid van het Franse journal, wat dagboek of later dagblad betekent. Een journalist wordt vaak gezien als de beoefenaar van een vrij beroep, dat wil zeggen dat hij of zij vaak werkt vanuit een diepere motivatie die losstaat van een directe aanstelling of opdracht, te vergelijken met die van bijvoorbeeld een arts of priester. Journalisten wensen te beschikken over een wettelijk erkend verschoningsrecht.

Algemeen[bewerken]

De pers met Vladimir Poetin

Iedereen die journalistiek bedrijft kan zich in Nederland en België journalist noemen, ongeacht met welk communicatiemiddel hij of zij werkt en of het bezoldigd gebeurt of niet. Daar staat tegenover dat veel organisaties, waaronder de overheid bepaalde eisen aan journalisten stellen, willen zij aanspraak kunnen maken op bijzondere (pers-)faciliteiten. Zo'n eis kan zijn het bezit van een politieperskaart of een andere perskaart voor toelating tot een rampgebied. Sommige organisaties eisen accreditatie alvorens journalisten worden toegelaten tot bijvoorbeeld de perstribune van het parlement. Ook journalistenvakbonden zoals in Nederland de Nederlandse Vereniging van Journalisten, stellen eisen aan de toelating van nieuwe leden.

Journalisten van grotere kranten en programma's werken voornamelijk in loondienst, maar veel journalisten zijn freelance (vooral vanwege bezuinigingen bij kranten en andere redacties).

Het werk van een verslaggever wordt door een redacteur of eindredacteur gecontroleerd en zo nodig bewerkt voordat het wordt gepubliceerd. Elk medium heeft hiervoor zijn eigen systematiek. Op veel kleinere krantenredacties vallen de functies verslaggever en redacteur vaak samen. De eindverantwoordelijkheid over de gehele journalistieke inhoud van de publicatie valt onder een hoofdredacteur; de eindredacteur is meestal degene die de actueel uitgebrachte editie goedkeurt.

Beroepsorganisaties[bewerken]

In Nederland[bewerken]

Elk artikel dat geproduceerd is door een journalist kan getoetst worden door een externe min of meer onafhankelijke commissie. In Nederland gebeurt dat door de Raad voor de Journalistiek. Iedereen die zich door een artikel benadeeld voelt, kan zich tot deze raad wenden. De raad heeft echter geen dwingende middelen om te straffen.

In België[bewerken]

In België moet een onderscheid gemaakt worden tussen hoofdzakelijk twee soorten journalisten, met name de beroepsjournalisten en de freelancejournalisten. De eerste groep onderscheidt zich van de tweede door het feit dat men enkel tot de Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten kan behoren, indien men in een loontrekkend statuut werkt. Omdat bepaalde materies een zodanige beroepskennis vereisen, kent de tegenhanger, de VJV of Vlaamse JournalistenVereniging (bestaande sinds 40 jaar en vroeger heette deze VJVPP = Vlaamse JournalistenVereniging van de Periodieke Pers) echter een aanzienlijke groei en toenemende professionaliteit. Hieronder worden de twee apart besproken.

Beroepsjournalisten[bewerken]

In juridisch opzicht strictu sensu, mag iedereen in België zich de term 'journalist' toemeten zonder strafbaar te zijn. Enkel de titel van beroepsjournalist is wettelijk beschermd. De Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten is bevoegd om via de Erkenningscommissie en de Commissie van Beroep de deontologie (erkende titel) van de beroepsjournalist te bewaken en perskaarten af te leveren of weer in te trekken.

De wetgever heeft in een wet van 30 december 1963 de titel ingevoerd om professionele journalisten specifieke faciliteiten te geven en aannemelijke werkvoorwaarden realiseren om hun werk uit te voeren. Enkel wie sinds twee jaar zijn (hoofd)beroep maakt van journalistiek, en dit in een medium dat algemene berichtgeving verstrekt, maakt aanspraak op de titel. Professionele journalisten die voor de gespecialiseerde media werken, maken aanspraak op een eigen titel: die van 'journalist van beroep'.

Wat betreft de beroepsjournalisten, heeft België een Raad voor de Journalistiek, die zich bezighoudt met de Belgische media. Ondanks de vermelding 'Belgisch' handelt het hier hoofdzakelijk over de Vlaamse media en is de situatie in Wallonië eigenlijk nog anders, maar deze wordt hier niet toegelicht.

Freelancejournalisten[bewerken]

Wat betreft de (Vlaamse) freelancejournalisten, kunnen dezen zich aansluiten bij de VJV (Vlaamse Journalisten Vereniging). Deze heeft een aparte erkenningscommissie die de hele procedure behartigt en onafhankelijk functioneert van de bestuursraad van de VJV, hoewel beide organen op maandbasis bijeenkomen en de overkoepelende VZW zich als een van de eerste VZW's conform de gewijzigde Belgische VZW-wetgeving aanpaste. Pas na het doorlopen van een exact vastgelegde en geijkte procedure, ontvangt het nieuwe lid een officiële drietalige perskaart en persplaat (wagen/moto) bekomen worden (geldig in binnen- en buitenland). Voorts is er een ook een periodieke interne controle op de journalistieke producties van deze leden en bestaat er ook een roterend systeem van 'screening'. Elk lid heeft een intern dossier dat centraal wordt bijgehouden, en ook is er een speciaal intranet voor deze journalisten waarmee ze ook met elkaar in contact kunnen komen of collega's kunnen zoeken met een specifieke technische kennis. Bij belangrijke gebeurtenissen, zoals recent nog de Deense Cartoons, wordt zeer snel een officieel standpunt ingenomen vanuit het bestuur, maar wordt ook snel een opdracht gegeven om een van de leden te sturen naar belangrijke debatten hierbij (als het mediadebat te Amsterdam hierover) en wordt dit gecommuniceerd via de site van deze vereniging. Er is ook een permanente bereikbaarheid voor alle leden en een centraal lokaal in de maatschappelijke zetel op de Grote Markt van Antwerpen waar apparatuur ter beschikking staat voor de aangesloten leden.

Tot slot dient gemeld te worden dat het bestaan van deze twee verenigingen, net een gezonde concurrentie onderhoudt die een inhaalmanoeuvre m.b.t. de snelle informatisering van het medialandschap teweegbracht (bijvoorbeeld de discussie omtrent journalistiek versus beroemde web-logbeheerders). Omgekeerd is ook de fiscaliteit in België zo enorm complex geworden dat er bijvoorbeeld enkel nog echte fiscale journalisten in bijberoep bestaan die als hoofdjob accountant of fiscalist zijn, en vindt men ook omtrent kernfusie, en specifieke high tech of biotech, geen beroepsjournalisten meer en sluiten deze professionele auteurs zich meer en meer aan bij de freelancefederatie.

Ter volledigheid moet hier vermeld worden, dat om deze laatstgenoemde reden ook de beroepsfederatie een soortgelijke 'derde' federatie heeft opgericht met de zeer verwarrende benaming VVJ (Vlaamse Vereniging voor Journalisten), in een poging dit hiaat ook bij hen op te vullen. Deze derde groepering heeft echter veel minder rechten en is eigenlijk ook nog niet echt bekend in België.

De perskaarten van de VJV kennen een gelijkaardig systeem en hun erkenningscommissie waakt eveneens over de kwaliteit van hun leden.

De komende jaren zullen ook uitwijzen welke richting het verder zal gaan, en of Nederland zich ook wat dichter zal aansluiten bij het Belgische of Vlaamse systeem van twee federaties.

Gedragscode[bewerken]

Gedragscode voor Nederlandse journalisten van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren:

  1. De journalist beschouwt een deugdelijke publieke nieuwsvoorziening als een algemeen belang van de eerste orde. Ten behoeve daarvan geeft hij via zijn medium informatie door, die bestaat uit feiten, meningen en/of beelden. Daarbij neemt hij de werkelijkheid, zoals hij die aantreft en waarneemt, als uitgangspunt.
  2. Bij het verzamelen, vormgeven en doorgeven van informatie komt de journalist vrijheid en onafhankelijkheid toe; een onbelemmerde nieuwsgaring is daartoe een primaire maatschappelijke voorwaarde. Op zijn beurt gaat de journalist bij zijn berichtgeving, ook in maatschappelijk opzicht, zorgvuldig en integer te werk.
  3. De journalist verwerpt:
    • het aannemen van materiële of immateriële vergoedingen die bedoeld zijn berichtgeving te beïnvloeden, te bevorderen of tegen te gaan;
    • het opzettelijk onjuist, onvolledig of niet weergeven van beschikbare informatie, die voor een goede publieke nieuwsvoorziening relevant is;
    • het bedrijven van informatievervalsing of andere vormen van misleiding;
    • het in berichtgeving uiten van ongegronde beschuldigingen;
    • het misbruik maken van zijn positie als journalist.
  4. De feiten, meningen en/of beelden die de journalist weergeeft, berusten uitsluitend op eigen waarneming of op bronnen die hem bekend zijn en die hij betrouwbaar acht. De journalist zal overeengekomen vertrouwelijkheid van deze bronnen respecteren en zoveel als in zijn vermogen ligt garanderen. Hij past hoor en wederhoor toe waar dit geboden is voor het verwerven van de feiten. Hij past eveneens hoor en wederhoor toe om niet door het algemeen belang gerechtvaardigde eenzijdigheid in berichtgeving te voorkomen.
  5. In beginsel maakt de journalist zich bij het verzamelen van informatie als zodanig bekend. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt wanneer informatie die het algemeen belang dient, alleen op een andere manier kan worden verkregen.
  6. De journalist ontziet de privacy van slachtoffers, nabestaanden, patiënten, verdachten, veroordeelden en eventueel anderen door de algemene herkenbaarheid van betrokkenen in de berichtgeving te vermijden in al die gevallen waarin deze personen onevenredig nadeel van herkenbaarheid zullen ondervinden en voor zover het vermijden van herkenbaarheid niet in strijd is met het belang van een adequate berichtgeving. De journalist hoeft met betrekking tot de privacy geen of minder terughoudendheid te betrachten:
    • indien anders verwarring met anderen kan ontstaan;
    • indien het nieuwsfeit van dien aard is dat de identiteit van een betrokkene als integrerend onderdeel van de berichtgeving moet worden gezien;
    • indien een betrokkene in lokale, regionale, nationale of internationale zin geacht kan worden een publieke of bekende persoonlijkheid te zijn;
  7. De journalist van wie blijkt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan onjuiste berichtgeving, zal op de kortst mogelijke termijn tot een passende rechtzetting overgaan c.q. deze bevorderen. Voorts bevordert de journalist dat een betrokkene die zich door zijn berichtgeving in redelijkheid tekort gedaan voelt, de gelegenheid krijgt binnen de daarvoor door het medium gestelde spelregels te reageren.

Opleiding[bewerken]

In Nederland[bewerken]

In Nederland kan men een hbo-studie journalistiek volgen in Rotterdam, Zwolle, Tilburg, Utrecht, Ede of Amsterdam. In Amsterdam heet de opleiding Nieuws en Media. Hoewel bij het merendeel een studieduur geldt van vier jaar, kunnen studenten aan de Rotterdamse, Edese, Utrechtse en Zwolse hbo-opleidingen journalistiek in drie jaar afstuderen door de 'versnelde route' te kiezen.

Na afronding van deze bachelor opleiding verkrijgt men de internationaal herkenbare graad Bachelor of Journalism (BJ). Tegenwoordig is het in Nederland ook mogelijk om een universitaire vervolgstudie te doen in journalistiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit Amsterdam, de Universiteit Leiden, de Universiteit Utrecht of de Rijksuniversiteit Groningen, allen leidende tot de universitaire graad Master of Arts (MA). Ook een aantal hogescholen in Nederland bieden vervolgopleidingen aan, maar dan leidende tot de professionele Master of Journalism (MJ). Deze masterstudies waren eerder al in andere landen mogelijk.

In België[bewerken]

In Vlaanderen bestaat sinds de invoering van de bachelor-masterstructuur een Bachelor in de Journalistiek aan de hogescholen van Antwerpen, Brussel, Mechelen, Hasselt, Gent en Kortrijk. Een driejarige studie dus. Een Master in de journalistiek bestaat enkel aan deLessius Hogeschool, de VLEKHO en de Erasmushogeschool. Deze studie is enkel toegankelijk voor academische bachelors en masters. Studenten met een professionele bachelor journalistiek moeten een schakeljaar volgen om aan deze master te mogen beginnen. De Universiteit Gent biedt binnen de opleiding tot Master in de communicatiewetenschappen een afstudeerrichting journalistiek aan.

Ook communicatiewetenschappelijke opleidingen die niet uitdrukkelijk focussen op journalistiek kunnen gezien worden als een goede voorbereiding op het beroep. Hetzelfde geldt voor een opleiding tot Bachelor in de toegepaste communicatie. Meer algemeen is elke hogere opleiding waarin taalvaardigheid en algemene ontwikkeling ruim aan bod komen een goede voorbereiding op het beroep van journalist. Veel journalisten zijn bijvoorbeeld germanist, romanist of historicus van opleiding.

Soorten journalisten[bewerken]

Journalisten kunnen worden getypeerd naar medium: 'schrijvende pers', foto, televisie, radio, internet. Ook kan een onderscheid gemaakt worden naar werkwijze of functie, en naar onderwerp of specialisatie.

Een indeling op basis van journalistieke functies op een redactie:

Daarnaast een indeling op basis van specialisaties op bepaalde gebieden, zoals

Tot slot wordt in Vlaanderen meer het onderscheid gemaakt naargelang dan wel 'beroepsjournalist' is (fulltime loontrekkend verband), dan wel deze activiteit net omgekeerd in bijberoep uitoefent (meestal freelance). In Vlaanderen kan men enkel erkend worden als 'beroepsjournalist' als men bezoldigd wordt volgens bepaalde barema's. Omgekeerd bestaat er al meer dan veertig jaar een tegenhanger van deze 'beroepsbond', zijnde de VJV (Vlaamse JournalistenVereniging), die de - meestal zeer technische en specifieke maar toch professioneel gevormde - journalisten bundelt die niet afhankelijk zijn van hun eigen media-werkgever. Ook cartoonisten en striptekenaars vindt u dus in beide organisaties, maar het spreekt voor zich dat de VJV-leden zich minder aan redactionele richtlijnen dienen te houden (met de daaruitvolgende voor- en nadelen).

De VJV stelt zich zeer expliciet en onafhankelijk op. Dit werd nogmaals expliciet opgenomen bij de vernieuwing van de VZW-statuten, zodat elke politieke invloed ook daar met alle kracht wordt geweerd door een sterk bestuur dat daarop stelselmatig toeziet.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]