Jozef van Nazareth

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jozef van Nazareth
Beschermer van de Kerk
Jozef als timmerman en vader
Jozef als timmerman en vader
Geboren 1e eeuw v.Chr.
Gestorven 1e eeuw
Naamdag 19 maart als bruidegom van Maria en 1 mei als arbeider
Attributen meestal afgebeeld met timmermansgereedschap, soms met twee duiven
Beschermheilige voor timmerlieden, arbeiders, begrafenisondernemers, stervenden (voor een goede dood), maagden, religieuze communiteiten, het huisgezin, voor de spoedige verkoop van een huis, tegen woningnood, verleiding en moeilijke situaties, patroonheilige voor België
Lijst van christelijke heiligen
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Jozef (Hebreeuws: יוֹסֵף, Yosef; Grieks: Ἰωσήφ) was volgens het Nieuwe Testament de pleegvader, of "voedstervader", van Jezus Christus. Hij was timmerman van beroep.[1]

Jozef in het Nieuwe Testament[bewerken]

1rightarrow blue.svg Onderstaande volgt het verhaal in het Nieuwe Testament. Voor de historisch-kritische benadering zie Jezus (historisch)

Afstammeling van David[bewerken]

In de laatste twee eeuwen voorafgaande aan het ontstaan van het christendom ontstond de overtuiging dat de beloofde Messias een afstammeling van koning David zou zijn. De afstamming van Jezus als nakomeling van David komt al voor in de vroegste christelijke geschriften.[2] In de latere evangeliën Matteüs en Lucas werden complete stambomen van Jezus opgenomen om aan te tonen dat David, via Jozef, een verre voorvader van Jezus was.[3] Deze stambomen verschillen onderling; volgens sommigen kan het verschil verklaard worden door een leviraatshuwelijk.[bron?] Ook Maria, de moeder van Jezus, zou volgens een traditie een nakomeling van David zijn. Deze stambomen zijn historisch gezien problematisch.[4]

1rightarrow blue.svg Zie ook het artikel genealogie van Jezus

Vader van Jezus[bewerken]

Volgens Matteüs en Lucas was Jozef verloofd met Maria, die zwanger werd zonder gemeenschap met haar verloofde te hebben gehad. Jozef "wilde haar niet in opspraak brengen en dacht erover haar in het geheim te verstoten". In een droom verscheen echter de engel van de heer die Jozef vertelde dat Maria zwanger was gemaakt door de Heilige Geest. Jozef kon gerust met Maria trouwen, hetgeen hij deed.[5]

Enige tijd later reisde Jozef met Maria naar Bethlehem "om zich te laten inschrijven". Toen zij in Bethlehem waren aangekomen, begon de bevalling en werd Jezus daar geboren.[6]

Vlucht naar Egypte[bewerken]

Na Jezus' geboorte zochten wijzen uit het oosten naar de pasgeboren "koning van de Joden". Herodes hoorde hiervan en gaf zijn soldaten bevel om naar Bethlehem te gaan en alle jongetjes tot twee jaar oud te doden (de kindermoord van Bethlehem[7]). Een engel verscheen echter in een droom aan Jozef en droeg hem op om samen met Jezus en Maria naar Egypte te vluchten.[8]

Volgens het evangelie keerden ze na een tijd, toen Herodes was gestorven, terug naar Judea. Toen ze ontdekten dat de gewelddadige Herodes Archelaüs de nieuwe koning van Judea was, weken ze na een aanwijzing in een droom uit naar Nazaret in Galilea.[9]

Overige kinderen[bewerken]

Jozef en Maria kregen na Jezus meerdere kinderen. Marcus noemt vier broers bij name: Jakobus, Joses, Simon en Judas.[10]

Volgens de traditie van de Rooms-Katholieke Kerk moet "broers en zussen van Jezus" niet letterlijk worden genomen. De katholieke kerk heeft het dogma aanvaard dat Maria altijd maagd is gebleven en interpreteert het woord "broer" (Grieks: adelphos) als "neef" of "verwante".

Laatste vermelding[bewerken]

De laatste keer dat hij wordt genoemd in de Bijbel is toen Jezus 12 jaar oud was.[11] Tijdens Jezus' verdere optreden wordt Jozef niet genoemd, behalve om Jezus aan te duiden als Jozefs zoon.[12]

Maria was aanwezig toen Jezus werd gekruisigd. Toen Jezus haar zag staan naast "de leerling van wie hij veel hield", verklaarde hij hen moeder en zoon. Vanaf dat moment nam deze leerling Maria in huis.[13] Mede om deze passage wordt verondersteld dat Jozef toen al overleden was.

Latere traditie[bewerken]

Volgens Hegesippus was Jozef de broer van Kleopas, die ook in de evangeliën werd genoemd. Kleopas was vader van Simeon van Jeruzalem, die Jezus' broer Jakobus opvolgde als bisschop van Jeruzalem en dus een neef van Jezus was.[14]

Naamdagen, patroon- en beschermheilige[bewerken]

Het feest van Sint-Jozef wordt gevierd op 19 maart (Jozef als bruidegom van de Heilige Maagd Maria). Als 19 maart in de Goede Week of op Palmzondag valt, wordt het hoogfeest van Sint-Jozef verplaatst naar de zaterdag voor Palmzondag. Als 19 maart op een zondag in de veertigdagentijd valt, wordt de viering verplaatst naar maandag 20 maart.

Sinds 1955 wordt daarnaast op 1 mei een facultatieve gedachtenis van Sint-Jozef gevierd (Jozef als arbeider).

De heilige Jozef ("Sint-Jozef") is de patroonheilige van de timmerlieden en arbeiders in het algemeen. Verder is hij patroonheilige van België en Canada en wordt hij aangeroepen als patroon van maagden, religieuze communiteiten, echtgenoten, het huisgezin en van stervenden.

Paus Pius IX heeft Jozef in 1870 –met het decreet Quemadmodum Deus– uitgeroepen tot beschermer van de Kerk. Paus Johannes XXIII heeft hem beschermheer van het Tweede Vaticaans Concilie gemaakt.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]