Judas Iskariot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Judaskus door Giotto di Bondone

Judas Iskariot (Grieks: Ὶούδας Ὶσκάριωθ of Ὶσκαριώτης) (overleden circa 29-33) was volgens het Nieuwe Testament een van de twaalf apostelen van Jezus. Judas Iskariot was degene die Jezus heeft 'overgeleverd' (in de christelijke traditie: "verraden"[1]) aan de Romeinse autoriteiten, waarna Jezus gekruisigd werd. Om deze reden wordt zijn naam vaak gebruikt in uitdrukkingen die verraad aanduiden zoals 'een judas' of 'judaskus'.

Van de twaalf apostelen was Judas de enige uit Judea; de overige elf kwamen net als Jezus uit Galilea.

Judas Iskariot moet niet worden verward met een andere leerling van Jezus die ook Judas heette: "Judas, een zoon van Jacobus".[2] Deze Judas was mogelijk Judas Taddeüs, die soms ook wordt beschouwd als de schrijver van de brief van Judas.

De naam Judas Iskariot[bewerken]

Judas is de Griekse benaming voor het Hebreeuwse Juda (יהודה, Yehûdâh). De etymologie van de naam is onzeker. De samenhang met ידה, "prijzen"[3] is waarschijnlijk een volksetymologie. Misschien was de naam oorspronkelijk een geografische aanduiding,[4] waarna zich secundair een persoonsnaam ontwikkelde.

Waarschijnlijk wordt met zijn achternaam de woonplaats van de familie aangeduid: 'man (איש) uit Keriot'. Keriot was een plaatsje in de buurt van Hebron in het zuiden van Judea, maar werd alleen in de Hebreeuwse Bijbel genoemd[5] en er zijn geen aanwijzingen dat de plaats nog bestond in de eerste eeuw. Vanwege het feit dat het Griekse woord voor '(sluip)moordenaar' sikarios is en in het Latijn sicarius (van sica = dolk) zien sommigen een verband met de bende van de 'Sicarii', een bende joodse nationalisten, die opereerde in Judea nadat stadhouder Felix een groot aantal rovers en bandieten had laten oppakken. De omzetting van Sik- naar Isk- is echter onwaarschijnlijk. Hoe zich de strijd van de Sicarii tegen de met de Romeinen samenwerkende hogepriester moet worden gezien in het licht van wat er wordt gezegd over Judas Iskariot is ook moeilijk, dus deze afkomst wordt over het algemeen verworpen.

Het 'verraad'[bewerken]

Uit verschillende passages in de Bijbel kan onder meer het volgende worden opgemaakt:

Judas was met de overpriesters en de hoofdlieden van de tempel in Jeruzalem overeengekomen Jezus aan hen over te leveren en daarvoor een gelegenheid te zoeken die zo min mogelijk ophef zou veroorzaken. Hij zou vanzelfsprekend tijdens het proces voor het Sanhedrin getuigen tegen Jezus. Voor zijn diensten zou hij een beloning van dertig sikkels of 'zilverlingen' krijgen, het bedrag dat een slaaf in die tijd opbracht en evenveel als een eenvoudige arbeider in vier maanden verdiende. Judas, die als beheerder van de kas geregeld inkomsten wegnam (Johannes 12:6), kon mogelijk de verleiding niet weerstaan. Toch is het denkbaar dat hij ook politieke motieven had, mogelijk omdat steeds duidelijker werd dat Jezus niet de militante messiaanse verzetsheld en toekomstige wereldlijke koning was waar velen in het begin op hoopten. Palestina was immers door de Romeinen ingelijfd als een van de oostelijke provincies van het Romeinse Rijk en velen verwachtten vurig de komst van de beloofde Messias, die hen, zoals ze hoopten, van de overheersing en onderdrukking zou bevrijden. Mogelijk was Judas zoals velen teleurgesteld dat Jezus geen politieke aspiraties had en alleen sprak van het Koninkrijk der Hemelen en meende hij dat Jezus zijn mogelijkheden verkwanselde. Sommigen menen dat Judas mogelijk een doorbraak wilde forceren. Hoe het ook zij, toen hij eenmaal de afspraak met de joodse leiders had gemaakt, kon hij niet meer terug.

De gelegenheid voor het verraad kwam de nacht voor Pesach (Pascha). Tijdens de avondmaaltijd met de leerlingen, 'het laatste avondmaal' genoemd, had Jezus gezegd: "Eén van jullie zal Mij verraden". Even later spoorde hij Judas aan te doen wat hij van plan was te doen en Judas vertrok. Na de maaltijd ging Jezus met zijn leerlingen Petrus, Johannes en Jacobus naar de Olijfberg net buiten Jeruzalem om te bidden. Na enige tijd verscheen een groep overpriesters en tempelhoofdlieden, met Judas aan het hoofd, die Jezus ter begroeting kuste, waarna gewapende lieden hem arresteerden. Dit leidde uiteindelijk tot Jezus' kruisiging.

Judas' dood[bewerken]

Judas brengt het geld terug (James Tissot)

Na Jezus' overlevering aan de Romeinse stadhouder Pontius Pilatus kreeg Judas spijt over zijn daad. Hij ging naar de hogepriesters en oudsten en zei dat hij gezondigd had door een onschuldige uit te leveren. Hij wilde de beloning teruggeven, maar zij wezen hem af. Daarop smeet hij het geld op de tempelvloer, vluchtte weg en hing zichzelf op.[6] De hogepriesters wilden het 'bloedgeld' niet in de offerkist doen omdat de joodse wet dat verbood en gebruikten het daarom om een akker te kopen die zou dienen als begraafplaats voor vreemdelingen. De akker werd Akeldama, "bloedakker" genoemd.[7]

In Handelingen wordt vermeld dat Judas als volgt stierf: "bij een val werd zijn buik opengereten, zodat zijn ingewanden naar buiten kwamen".[8] Vervolgens werd de opengevallen plaats van Judas ingevuld door Mattias, die door loting werd aangewezen.[9]

Papias beschreef weer een andere versie: Judas hing zich kennelijk niet op, maar zijn lichaam was door goddeloos leven zo dik geworden dat een strijdwagen hem niet meer kon ontwijken in een nauwe straat en hem verpletterde, zodanig dat zijn ingewanden naar buiten 'golfden'.[10]

Evaluatie[bewerken]

De manier waarop binnen het christendom Judas' verraad gezien wordt is tweezijdig. Aan de ene kant wordt het door christenen in het algemeen onbegrijpelijk gevonden dat hij als een van Jezus' vertrouwelingen geld belangrijker scheen te vinden dan een drie jaar lange vriendschap met zijn leermeester en alles wat hij van hem gehoord en gezien had. Vooral de manier waarop het verraad plaatsvond strijkt tegen de haren in: door een begroeting als vriend werd Jezus in het donker geïdentificeerd als degene die gearresteerd moest worden. In het Nieuwe Testament wordt meermalen aangegeven dat hij door satanische invloed uiteindelijk tot zijn daad gedreven werd.

Aan de andere kant was zijn daad door Jezus volgens enkele evangeliepassages voorzien (Johannes 6, 64), aangekondigd en aangemoedigd; Jezus gaf voor die tijd meermalen te kennen dat hij móest worden overgeleverd, sterven en opstaan uit de dood om zijn opdracht te voltooien en verzette zich niet toen het eenmaal zover was. Sommigen zien Judas dan ook als willoze pion in een goddelijk plan.

Het evangelie naar Judas[bewerken]

In 2004 werd op een congres formeel de mededeling gedaan van de vondst van een evangelie naar Judas. Het is een gnostisch geschrift, dat in een Koptische vertaling onderdeel was van de vondst van de Codex Tschacos omstreeks 1978. De meeste onderzoekers zijn van opvatting, dat de oorspronkelijke Griekse tekst tussen 130 en 170 moet zijn ontstaan binnen de gnostische stroming die aangeduid wordt als sethianisme. Net zoals alle andere gnostische evangeliën is dit geschrift niet te vergelijken met de vier canonieke evangeliën, die opgenomen zijn in het Nieuwe Testament. Met name de drie synoptische evangeliën vertellen een doorlopend verhaal over het leven van Jezus. De gnostische evangeliën en ook dit geschrift vermelden vrijwel niets daarover.

In 2006 werd door door National Geographic Society de eerste Engelse vertaling en interpretatie uitgegeven. De essentie daarvan was een verschuiving van het beeld van Judas als schurk en verrader naar een heldenrol. De belangrijkste auteur, Bart Ehrman, noemde Judas de belangrijkste vertrouweling en vriend, degene die Jezus beter dan wie ook kende, die Jezus aan de autoriteiten uitleverde omdat Jezus dat van hem verlangde. Door hem uit te leveren verleende Judas hem de grootst denkbare dienst. Het geschrift zou ook nog onbekende authentieke uitspraken van Jezus bevatten.

Al kort daarna werden op het vakgebied zeer ernstige twijfels uitgesproken over deze interpretatie. In het tweede decennium van deze eeuw is een grote meerderheid van de onderzoekers van opvatting dat

  • er geen enkel bewijs voor de aanname is dat dit geschrift authentieke uitspraken van Jezus zou bevatten.
  • de rol van Judas in het geheel niet op positieve wijze in dit geschrift wordt beschreven. De rol van Judas in dit geschrift is even slecht als in de canonieke evangeliën zo niet nog slechter.

De essentie van dit evangelie is de afwijzing van de zich ontwikkelende orthodoxie en christologie van het niet-gnostische christendom. De tekst wordt dan ook wel benoemd als een bewuste provocatie van het niet-gnostische christendom of als een bewuste parodie. [11] [12]


De laat-antieke en middeleeuwse Judas-traditie[bewerken]

De middeleeuwse Legenda aurea, samengesteld uit reeds bestaande, soms heel oude legenden, door de Dominicaan Jacopo da Varezze (ca. 1228-1298) bevat een biografie van Judas, die deel uitmaakt van de legende van de dertiende apostel Matteüs, die Judas' opvolger was (om het getal van 12 in stand te houden). In deze legende is Judas de zoon van het Joodse echtpaar Ruben en Cyboria. Onmiddellijk na de conceptie ervaart Cyboria een bijzonder onheilspellend gevoel als zou haar zoon zijn volk te gronde richten. Na zijn geboorte legt zijn vader hem in een mandje, en zet dat mandje in zee, met de bedoeling dat Gods wil zal geschieden. Judas spoelt aan op het eiland Scarioth, en wordt daar geadopteerd door de op dat moment nog kinderloze koningin, die verrukt is van zijn schoonheid. Kort daarna bevalt zij van een eigen zoon. De kleine Judas groeit op als een jaloers kind, omdat hij het niet kan hebben dat zijn koninklijke broer hem in alles overtreft. Nadat zijn moeder hem heeft meegedeeld dat hij maar een vondeling is, doodt hij zijn broer en vlucht met kooplieden per schip naar Jeruzalem. Daar treedt hij in dienst van de landvoogd Pontius Pilatus en wordt het hoofd van diens hofhouding. In die functie plukt hij voor Pilatus appels uit een boomgaard die van zijn vader Ruben is. Hierbij komt het tot een handgemeen, dat Judas beslecht door Ruben met een steen dood te slaan. Als de weduwe haar nood klaagt bij Pilatus geeft die haar Judas tot nieuwe echtgenoot. Zo komt Judas er na verloop van tijd achter dat hij zijn vader gedood en zijn moeder gehuwd heeft. Bij wijze van zelf opgelegde taakstraf wordt hij leerling van Jezus en vervult in het collectief de rol van penningmeester (de anderen weigeren geld aan te raken). Van alle giften drukt hij 10% achterover. Als Maria Magdalena voor 300 zilverlingen aan balsem - in Judas' ogen - vermorst over de voeten van Jezus, voelt hij zich voor 30 zilverlingen benadeeld, wat hem ertoe brengt Jezus voor dat bedrag te verraden aan de Hem vijandige Joodse hogepriesters. Nadat hij spijt gekregen heeft van zijn daad pleegt hij zelfmoord door zich op te hangen. Ten teken van zijn verdorvenheid barst zijn lichaam open..[13]

Deze Judas-biografie was gedurende de Middeleeuwen wijd en zijd verspreid, en werd ook in het Middelnederlands vertaald, niet alleen in de Middelnederlandse vertaling van de Legenda aurea, maar ook los daarvan, en wel in het zogeheten Comburgse handschrift, direct volgend op Van den vos Reynaerde: Judaes' gheborte ende sine doot.[14]

Wie vertrouwd is met het Oude Testament en de antieke literatuur herkent motieven als de onheilsboodschap aan koning Priamus en koningin Hecuba van Troje bij de geboorte van Paris, en het mandje van Mozes en diens adoptie. De manier waarop Pontius Pilatus, als ware hij een zwangere vrouw, een onbedwingbare trek in appels krijgt doet zowel denken aan koning Achab en de wijngaard van Naboth (1 Koningen 21) als aan koning David en Batseba. Het doden van zijn vader gevolgd door het huwelijk met zijn moeder doet weer denken aan de Oedipus-legende. Kortom, alles wijst erop dat deze Judas-biografie 'gecomponeerd' is.

De anti-Judeïsche voorstelling van zaken werd officieel met het eerste Concilie van Nicea in 325. Dit concilie werd bijeengeroepen door keizer Constantijn de Grote nadat hij de hoofdstad van het Romeinse Rijk naar Byzantium had verplaatst en Nova Roma (Nieuw Rome) had gedoopt, maar na zijn dood Constantinopel ging heten. Tijdens dit concilie werd onder regie van Eusebius van Caesarea, de geschiedschrijver van de Kerk van Rome alsook de latere biograaf van keizer Constantijn, de inname en verwoesting van Jeruzalem door keizer Vespasianus' zoon Titus in het jaar 70 met terugwerkende kracht geïnterpreteerd als de wraak van God voor de kruisdood van Zijn Zoon, voltrokken door de keizer van Rome en Romeinse christenen. Men behoeft waarlijk geen cynicus te zijn om in te zien hoe goed deze zienswijze paste in de bedoelingen van Constantijn de Grote om van het christendom de nieuwe staatsgodsdienst te maken. Ondertussen bezocht Constantijns moeder Helena Jeruzalem en zou daar het kruis waaraan Jezus was gestorven, het graf waarin Hij was begraven en uit was opgestaan, en nog wat andere relikwieën hebben teruggevonden, waarna zij als Helena van Constantinopel heilig verklaard werd, zoals men ook kan lezen in diezelfde Legenda aurea.

Trivia[bewerken]

  • Verschillende planten zijn vernoemd naar Judas: judaspenning, judasoor, judasbeurs en de judasboom, waaraan hij zich verhangen zou hebben. In de Filipijnen wordt een Nepenthes-plant ook wel sako ni Hudas genoemd: 'Judas' geldbuidel'.
  • In verschillende Nederlandse en Belgische uitdrukkingen wordt het verraderlijke karakter van Judas gebruikt, zoals in judaskus (kus van een verrader), judasgroet (valse groet), judasloon (verradersloon), Judaszoon, men bedoelt dan meestal dat je een verrader bent, niet zo zeer dat je de zoon van een verrader bent, Judas (verrader). Nog algemener betekent judassen het plagen of treiteren van iemand.[15]
  • In de televisiefilm Jesus Christ Superstar (2000) wordt Judas niet alleen als een slecht personage gezien. In deze versie wordt het verhaal van zijn kant verteld. Hij wordt eerst door Carl Anderson (versie van 1973) gespeeld en later (versie van 2000) door Jérôme Pradon.
  • In het Nederlandse jaarlijkse Pasen-evenement The Passion is het personage Judas Iskariot ook aanwezig. De rol werd gespeeld door Frank Lammers (2011), Charly Luske (2012), Daniël Boissevain (2013), Jamai Loman (2014), Jeroen van Koningsbrugge (2015), Xander de Buisonjé (2016), Roel van Velzen (2017) en Jeangu Macrooy (2018).