Judikje Kiers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Judikje Kiers
Judikje Kiers
Judikje Kiers
Algemene informatie
Volledige naam Judikje Kiers
Geboren Hellendoorn, 23 oktober 1962
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederlands
Beroep kunsthistoricus
Bekend van Amsterdam Museum
Portaal  Portaalicoon   Geschiedenis

Judikje Kiers (Hellendoorn, 23 oktober 1962) is een Nederlands kunsthistoricus en directeur van het Amsterdam Museum, het Museum Willet-Holthuysen en het Cromhouthuis.[1]

Biografie[bewerken]

Kiers studeerde kunstgeschiedenis en architectuurgeschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na haar studie werkte zij voor het Frans Hals Museum en later aan het Rijksmuseum (1991-2001) als wetenschapper. Ook was zij docent aan de Rietveld Academie en de Reinwardt Academie in Amsterdam.[2] Na werkzaam te zijn geweest bij het Frans Hals Museum en het Rijksmuseum Amsterdam werd zij in 2001 directeur van Museum Ons' Lieve Heer op Solder en in 2009 ook van het Bijbels Museum.[2] Tijdens haar functie bij Ons' Lieve Heer op Solder was zij verantwoordelijk voor de verbouwing van het museum, dat door de grote bezoekersaantallen uit zijn voegen barstte.[3]

Sinds 2010 is Kiers vicevoorzitter van het Overleg der Amsterdamse Musea (OAM). Kiers maakte deel uit van de begeleidingscommissie die advies gaf bij de restauratie van de Gouden Koets.[4]

Per 1 maart 2016 werd Kiers directeur van het Amsterdam Museum en van het Museum Willet-Holthuysen. Aanvankelijk kreeg zij in het Amsterdam Museum de taak om een nieuwe locatie voor het museum te zoeken, op grond van een advies van de Amsterdamse Kunstraad eind 2014.[5] In 2017 werd duidelijk dat er niet langer aan verhuizing wordt gedacht, maar in eerste instantie wordt onderzocht wat er op de bestaande monumentale locatie voor verbouwingsmogelijkheden zijn. Tevens blijken er vergaande plannen te zijn om diverse openbare Amsterdamse locaties aan te wijzen, zoals de 22 vestigingen van de Openbare Bibliotheek Amsterdam, als tentoonstellingsruimte voor de collectie.[6]