Naar inhoud springen

Judith Leyster

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Judith Leyster
Zelfportret, 1630, National Gallery of Art, Washington
Persoonsgegevens
Geboren 1609
Overleden 10 februari 1660
Geboorteland Holland, onderdeel van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Opleiding en beroep
Leermeester Frans Hals, Jan Miense Molenaer, Frans Pietersz. de GrebberBewerken op Wikidata
Beroep kunstschilderes
Werkveld schilderkunstBewerken op Wikidata
Oriënterende gegevens
Stroming Caravaggisme[1]Bewerken op Wikidata
Stijl Hollandse School
Bekende werken De vrolijke drinker, Vrolijk gezelschap, Man die een vrouw geld aanbiedt, Kannekijker, Kinderen met een kat en een aalBewerken op Wikidata
Werklocatie Haarlem,[2] Amsterdam,[2] Heemstede,[2] Haarlem,[2] Amsterdam[2]Bewerken op Wikidata
Erkenning en lidmaatschap
Lid van Sint-Lucasgilde van HaarlemBewerken op Wikidata
Kunstenaars­map­locatie Frick-kunstreferentiebibliotheek, Centro di documentazione sulla storia delle donne artiste in Europa dal Medioevo al Novecento,[3] National Gallery of Art-bibliotheek[4]Bewerken op Wikidata
Handtekening
Signatuur
Handtekening
Handtekening
RKD-profiel
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Judith Leyster (Haarlem, juli 1609Heemstede, begraven 10 februari 1660) was een Hollandse kunstschilderes uit de zeventiende eeuw die zich vooral in genrestukken specialiseerde. Als een van de weinige vrouwelijke schilders in de Nederlanden tijdens de Gouden Eeuw was zij lid van het Haarlemse schildersgilde en kon ze zo de daarbij horende stadsrechten genieten.[5]

Veel van haar werk is later onterecht toegeschreven aan Frans Hals en Jan Miense Molenaer, waardoor ze eeuwenlang uit de geschiedenis werd gewist.[6]

Fluitspelende jongen, 1635, Nationalmuseum, Stockholm
Elegant drinkend en musicerend paar, 1630, Louvre, Parijs
Zelfportret, ca. 1653 (privécollectie)
Blompotje, 1654 (privécollectie)

Judith Leyster werd op 28 juli 1609 gedoopt in de Grote Kerk in Haarlem. Zij was het achtste kind van Jan Willemsz en zijn vrouw Trein Jaspersdr in een rij van negen. Haar vader was eigenaar van een brouwerij, de Leystar. In 1628 verhuisde ze met haar familie naar Vreeland in de provincie Utrecht, waar zij mogelijk in contact kwam met de Utrechtse caravaggisten Hendrick Terbrugghen en Gerrit van Honthorst. In september 1629 gingen Judiths ouders naar Zaandam. Onbekend is of Judith met hen meeging of dat ze terugkeerde naar Haarlem, waar zij later zelfstandig als kunstschilder ging werken.[7] In ieder geval was ze in 1631 getuige bij de doop van een van de kinderen van Frans Hals. Gezien haar schildertechniek is zij waarschijnlijk ook een leerlinge geweest van Frans Hals, maar waarschijnlijk ook van Frans de Grebber.

Haar eerste bevestigde gesigneerde werk dateert uit 1629 “de Serenade”. Kenmerkend is het monogram waarmee ze in ieder geval tot aan haar huwelijk signeerde; een "ster" vormde een toespeling op haar familienaam: Leyster. In 1633 werd Leyster toegelaten tot het Sint-Lucasgilde. Ze was daarmee een van de slechts twee vrouwen die in de zeventiende eeuw tot het Haarlemse kunstenaarsgilde werden toegelaten.

Ze trouwde op 1 juni 1636 in Heemstede met de kunstschilder Jan Miense Molenaer en kreeg vijf kinderen: Johannes (1637), Jacobus (1639), Helena (1643), Eva (1646) en Constantijn (1650). De zorg voor haar gezin vormde waarschijnlijk een belemmering voor haar schilderscarrière, aangezien er nauwelijks werk van haar bekend is van na 1636, hoewel Leyster als een betere schilder wordt gezien dan haar echtgenoot.[8] In elk geval schilderde ze waarschijnlijk niet meer onder eigen naam. Er wordt gedacht dat ze schilderde in het atelier van haar man.[7]

Ze werd als een van de eerste vrouwen uitgeroepen tot "meesterschilder", wat haar het recht verleende een eigen werkplaats te openen en leerlingen aan te nemen.[9] Professionele vrouwelijke kunstschilders uit de Nederlanden die haar voor waren, waren in elk geval Margaretha van Eyck (overleden 1426)[10] en Ruth de Hooge (ingeschreven als meesteres in het Sint-Lucasgilde in 1453).[11]

In het najaar van 1659 werd Leyster, net als haar man, erg ziek. Ze overleed enkele maanden later en werd op 10 februari 1660 in Heemstede begraven. Haar man bleef achter met de twee nog levende kinderen en overleed acht jaar later.

Uit de vergetelheid gehaald

[bewerken | brontekst bewerken]

Leyster raakte in de vergetelheid, onder andere omdat veel van haar werk naderhand werd toegeschreven aan haar echtgenoot en aan Frans Hals.[7] Een gebruik dat ook veel andere vrouwen in de vergetelheid drong. Vrouwen speelden een cruciale rol in het artistieke leven van de Lage Landen tussen 1600 en 1750.[6] De klassieke, door mannen geschreven en gedicteerde kunstgeschiedenis negeerde echter grotendeels hun positie binnen de creatieve economie. Het National Museum of Women in the Arts en speciale tentoonstellingen wereldwijd proberen een vollediger verhaal te vertellen dan dat van traditionele encyclopedieën en de kunstgeschiedenis.[12]

Schilderstijl

[bewerken | brontekst bewerken]

Leyster maakte portretten, stillevens en vooral genrestukken (scènes uit het dagelijks leven).[13] Voor zover bekend was zij de enige vrouw in de zeventiende eeuw die zich waagde aan deze figuurstukken, die in die tijd als bijzonder lastig golden. Zij was daarin vernieuwend. Ook in haar portretten experimenteerde ze met licht-donker-effecten, waardoor de gezichtsuitdrukkingen expressiever werden. Haar schilderijen kenmerken zich door een losse penseelvoering, die destijds niet gebruikelijk was. Qua compositie richtte ze zich op het hoofdonderwerp en besteedde ze geen aandacht aan 'bijzaken'. Haar portretten kregen daardoor iets monumentaals. Na haar huwelijk richtte ze zich op natuurstudies en stillevens. Ze bleef vasthouden aan haar 'losse' schilderstijl.[14] Het werk van Leyster valt onder de barok.

Zie Lijst van schilderijen van Judith Leyster voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Aan Leyster worden 48 werken toegeschreven. Twaalf daarvan zijn onvindbaar en van zeven andere is niet zeker of ze daadwerkelijk van haar hand zijn.

In 2009 werd een bloemstilleven van haar herontdekt. Het was ondertekend met 'Judith.molenaers 1654'. Verondersteld wordt dat dit hetzelfde schilderij is dat voorkomt in een inventarislijst die vlak na haar overlijden werd opgemaakt. Daarin komt het werk blompotje van Juffr. Molenaer voor.[15] In 2016 werd in een Brits landhuis een zelfportret opnieuw herkend als een van haar werken. Dat was eerder al gebeurd in 1957. Het dateert uit circa 1653.[7][16]

Bekende werken zijn:

Er zijn straten naar haar vernoemd in onder andere Alkmaar, Amstelveen, Den Haag, Haarlem, Heemstede, Hendrik-Ido-Ambacht, Raamsdonksveer, Helmond, Meppel, Roosendaal, Pijnacker en Gilze-Rijen.

Van 19 december 2009 t/m 9 mei 2010 organiseerden de National Gallery of Art in Washington en het Frans Hals Museum in Haarlem een tentoonstelling ter gelegenheid van haar 400e geboortedag. Met onder andere een 'Zelfportret' (circa 1630) en tien andere topstukken. Op deze tentoonstelling was ook het schilderij Stilleven van een vaas met bloemen uit 1654 te zien, dat zich tot december 2009 in een Belgische privécollectie bevond.

Ter gelegenheid van het vierhonderdjarig bestaan van de Oude Kerk in Heemstede werd in juni 2025 een glaskunstwerk van de Nederlandse kunstenares Ellen Brouwers onthuld, waarin naast Adriaan Pauw en Nicolaas Beets een portret is afgebeeld van Leyster. Zij is in deze kerk getrouwd en begraven op de inmiddels geruimde begraafplaats naast de kerk.[17]

Eveneens werd in dat jaar een musical opgevoerd in diezelfde kerk met de titel Judith, waarin het historische verhaal van Judith Leyster verweven wordt met het leven van een hedendaagse scholiere Judith die haar eigen weg door het leven zoekt en het verhaal van de Bijbelse Judit. De musical werd geschreven en geregisseerd door de Heemsteedse theatermaakster Marieke Reehoorn.

In 2026 is haar werk opgenomen in de tentoonstelling Onvergetelijk.Vrouwelijke kunstenaars van Antwerpen tot Amsterdam.1600-1750, in achtereenvolgens het National Museum of Women in the Arts in Washington en het Museum voor Schone Kunsten in Gent.[6]

Musea waar schilderijen van Leyster te vinden zijn:


Zie de categorie Judith Leyster van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.