Judith van Thüringen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Judith van Thüringen
1135-1210
Hertogin-gemaal van Bohemen
Periode 1153-1172
Voorganger Gertrudis van Oostenrijk
Opvolger Elisabeth van Hongarije
Vader Lodewijk I van Thüringen
Moeder Hedwig van Gudensberg

Judith van Thüringen (circa 1135 - op een 9 september rond het jaar 1210) was van 1153 tot 1172 hertogin-gemaal en daarna koningin-gemaal van Bohemen.

Levensloop[bewerken]

Judith was een dochter van landgraaf Lodewijk I van Thüringen en Hedwig van Gudensberg. In 1153 huwde ze met hertog Wladislaus II van Bohemen. Judith was de tweede vrouw van Wladislaus, wiens eerste vrouw Gertrudis van Oostenrijk drie jaar eerder overleed. Wladislaus koos Judith als zijn tweede vrouw door de familieband die haar broer Lodewijk II via zijn vrouw had met keizer Frederik I Barbarossa van het Heilig Roomse Rijk.

Judith regeerde waarschijnlijk Bohemen in het geval dat haar man eens afwezig was. In 1158 werd Wladislaus tot koning van Bohemen gekroond, waarbij ze de titel koningin-gemaal kreeg. Het is niet bekend of Judith gekroond werd als koningin.

In de periode dat ze koningin was, werd in Bohemen de eerste steenbrug gebouwd. Deze brug kreeg de naam Judithbrug. In de strijd om de troonopvolging van de Boheemse troon koos Judith de zijde van haar oudste zoon Ottokar, maar Wladislaus benoemde zijn zoon uit zijn eerste huwelijk Frederik tot troonopvolger. Nadat Wladislaus in 1172 aftrad ten voordele van Frederik, trokken hij en Judith zich terug in Thüringen, waar Wladislaus in 1174 stierf. Judith zelf zou rond het jaar 1210 overleden zijn, maar het is niet bekend waar precies. Ze werd begraven in het klooster van Teplice.

Met Wladislaus kreeg Judith drie kinderen: