Jules Marie Alphonse Jacques de Dixmude

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Generaal Jacques de Dixmude

Jules Marie Alphonse Jacques (Stavelot, 24 februari 1858 - Elsene, 24 november 1928) was een Belgisch generaal.

Biografie[bewerken]

Na zijn studies aan de militaire academie trok hij naar Kongo-Vrijstaat, waar hij aanvankelijk werkte als eenvoudige klerk, maar later ook een rol speelde in de Belgo-Arabische oorlog. Hij stichtte er Albertstad als militaire post tegen de Arabische slavenhandelaars.

In 1895 werd hij zelfs districtscommissaris van het rubberwingebied Lac Leopold II, privégebied van koning Leopold II. Zijn rol hierin werd aan de kaak gesteld in het Casement-rapport.

Na zijn koloniale avontuur richtte hij zich volledig op zijn militaire carrière, die in een stroomversnelling kwam door de Eerste Wereldoorlog. Tijdens de Slag om de IJzer stond hij aan het hoofd van het 12de Linieregiment, dat samen met het 11de Linieregiment en Franse troepen het bruggenhoofd aan de oostelijke oever van de IJzer tegen de oprukkende Duitsers moest verdedigen. Op 25 oktober 1914 nam Jacques het bevel over van kolonel Meiser. Zijn hoofdkwartier bevond zich aanvankelijk in het stadhuis van Diksmuide, later aan de IJzerlaan. Jacques raakte zelf gewond door de zware beschietingen en wist nog tot 10 november 1914 het bruggenhoofd Diksmuide uit Duitse handen te houden.

In 1916 werd Jacques bevorderd tot luitenant-generaal. Hij kreeg het commando over de 3de Belgische divisie van 5 februari 1917 tot 4 oktober 1919.

Eerbetoon[bewerken]

Omwille van zijn militaire verdiensten kreeg Jacques onder meer het grootlint in de Leopoldsorde, de hoogste onderscheiding in België. In 1919 werd hij in de adel verheven met de titel van baron, en de toelating om "de Dixmude" aan zijn naam toe te voegen. In verschillende steden werden straten naar hem vernoemd en standbeelden te zijner ere opgericht.

Standbeeld[bewerken]

Het standbeeld van Jacques de Dixmude op de Grote Markt van Diksmuide.

In Diksmuide werd ter ere van generaal Jacques op 7 september 1930 op de Grote Markt een monument opgericht. Het verwijst zowel naar zijn exploten in Afrika als naar de verdediging van Diksmuide in 1914.

Dit standbeeld heeft sindsdien heel wat negatieve stemmen doen opklinken: velen vonden dat Jacques te veel eer kreeg, want hij was geen Diksmuideling. Hij was Franstalig waardoor Vlaamsgezinde tegenstanders protesteerden tegen de oprichting van het standbeeld. Een Franstalige generaal in het leger die aan Vlaamse soldaten bevelen gaf, lag sowieso al gevoelig. Midden de jaren vijftig werden de hoekbeelden van het standbeeld vernield, maar later gerestaureerd.

Het standbeeld ter ere van generaal baron Jacques kwam in aanmerking voor de lijst van beschermde monumenten die de Eerste Wereldoorlog herdenken. De tegenkanting die hiertegen kwam, was ook uit Vlaamsgezinde hoek, maar even goed waren er antikoloniale motieven. Begin de jaren negentig werd daarom geopteerd om het beeld te neutraliseren tot een onbekende soldaat. Anderen hebben geen problemen met het standbeeld, maar willen wel een bordje met historisch correcte informatie naast het beeld. Het standbeeld werd trouwens enkel vanwege de artistieke waarde voorgedragen voor bescherming door Monumentenzorg, en niet omwille van de historische betekenis.

Bronnen, noten en/of referenties