Juliana der Nederlanden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Juliana van Nederland)
Ga naar: navigatie, zoeken
Juliana
1909 – 2004
Prinses Juliana in 1981
Prinses Juliana in 1981
Koningin der Nederlanden
Periode 1948 – 1980
Voorganger Wilhelmina
Opvolger Beatrix
Vader Hendrik van Mecklenburg-Schwerin
Moeder Wilhelmina
Dynastie Oranje-Nassau
Broers/zussen Pim Lier (halfbroer)
Partner van Bernhard van Lippe-Biesterfeld
Kinderen Beatrix (1938), Irene (1939), Margriet (1943) en Christina (1947)
Geboorteplaats Den Haag
Website
Stamboom.png Stamboom
Prinses Juliana met haar moeder
Prinses Juliana op jonge leeftijd
Standaard van Juliana als prinses

Juliana Louise Emma Marie Wilhelmina, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, hertogin van Mecklenburg, Prinses van Lippe-Biesterfeld (Den Haag, 30 april 1909Baarn, 20 maart 2004) was koningin der Nederlanden van 4 september 1948 tot en met 30 april 1980 (de inhuldiging vond plaats op 6 september 1948). Juliana was getrouwd met prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld (1911-2004), met wie zij vier dochters kreeg en was enig kind uit het huwelijk van koningin Wilhelmina der Nederlanden (1880-1962) met prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin (1876-1934).

Geboorte en doop[bewerken]

Wilhelmina met Juliana, circa 1914

Eind 1908 maakte de voorzitter van de ministerraad Theo Heemskerk bekend dat koningin Wilhelmina in verwachting was. De orangisten waren behoorlijk opgelucht, aangezien haar in 1901 gesloten huwelijk nog steeds kinderloos was. Na een miskraam van Wilhelmina in 1901, gevolgd door een levensbedreigende ziekte in 1902 met opnieuw een miskraam en een derde in 1906, bestond er grote vrees dat er geen troonopvolger zou komen. In dat geval zou de troon overgaan naar de nakomelingen van Wilhelmina's tante, prinses Sophie. De meest genoemde naam was die van Willem Ernst van Saksen-Weimar-Eisenach, een zoon van een volle neef van Wilhelmina.

In de tweede helft van april 1909 waren er meer dan eens valse geruchten dat het kind geboren was, aangezien de baby medio april al verwacht werd. Uiteindelijk was de geboorte op 30 april in Paleis Noordeinde in Den Haag. De melding aan de media werd in plechtig Frans gedaan door een jonkheer. De volgende dag deed de vader in Paleis Noordeinde de aangifte voor de burgerlijke stand.

Na enkele weken werden de namen van het prinsesje openbaar gemaakt:

De officiële roepnaam werd Juliana, terwijl haar moeder haar vaak junior noemde, en haar informele roepnaam Jula was.

Op 5 juni 1909 werd prinses Juliana gedoopt in de Haagse Willemskerk. Voorafgaand botste de koets van koningin-moeder Emma op die van de ouders met de kleine Juliana. Juliana droeg de doopjurk die haar moeder had gedragen bij haar eigen doop. De plechtigheid werd geleid door waarnemend-hofpredikant Jan Hendrik Gerretsen. Hij preekte over Luk.7:15 "En Hij gaf hem zijne moeder". Sommige aanwezigen waren gechoqueerd, anderen, zoals minister van Koloniën Alexander Willem Frederik Idenburg vonden de preek juist briljant, artistiek en origineel. De oorzaak van de opwinding was de zinsnede: "Wij gaan onze prinses begraven". Gerretsen doelde op het begraven van het aardse leven, het afleggen van de oude mens al in dit leven. Dit gebeurt symbolisch bij de doop. Hij zei dit alles tegen de achtergrond van zijn tekstkeus: "De opwekking van de jongeling te Nain".

De slotzang van de kerkdienst was psalm 105:24. De beginregels zijn: 'Die gunst heeft God Zijn volk bewezen, opdat het altoos Hem zou vrezen'. De preek verscheen in druk onder de titel 'Aan Hare Moeder gegeven'. Haar acht doopouders waren de grootmoeders Emma van Waldeck-Pyrmont, Marie van Schwarzburg-Rudolstadt, overgrootmoeder prinses Mathilde von Schwarzburg-Rudolstadt, prinses Marie van Oranje-Nassau, prinses Louise Marie Elisabeth van Pruisen, oudtante vorstin Elisabeth van Waldeck-Pyrmont en haar ooms hertog Johan Albrecht van Mecklenburg-Schwerin en hertog Adolf Frederik van Mecklenburg.

Jeugd en opleiding[bewerken]

Haar moeder trachtte Juliana een iets minder afgeschermde opvoeding te geven dan die van haar zelf. Zij doorliep tot in 1919 vier jaar lang de lagere school in het paleis, in een klasje met enkele dochters uit zorgvuldig uitgezochte families. Deze meisjes waren de freules Miek de Jonge, Elise Bentinck en Elisabeth van Hardenbroek. Daarna kreeg zij privé-onderwijs, opgesteld door de pedagoog J.B.Gunning. Koningin Wilhelmina vond het wat de leerstof betreft van groot belang dat Juliana op haar 18e jaar voldoende zou zijn toegerust om het koningschap zo nodig direct te kunnen overnemen. Het leerplan bevatte de normale lesstof, aangevuld met onder andere schilderen, viool- en zangles, maar ook met vakken die voor haar als toekomstig staatshoofd belangrijk werden geacht, zoals Indische land- en volkenkunde. Er was geen formeel examen en het leerplan voldeed daarom niet aan de eisen voor toegang tot een universiteit. Tot haar docenten behoorden de historicus Nicolas Japikse en de Indië-kenner Johan van Eerde.

In 1921 richtte Juliana de 'Tijdelijke Toneelvereeniging Achmajeem' op. De naam was samengesteld uit de voorletters van de negen leden, allen vrouwelijk. Er werd wekelijks gerepeteerd. De stukken die opgevoerd werden waren zelf geschreven, met titels als 'De boerin op de Kostschool' en 'De Gouden Pantoffel', maar er werd ook teruggevallen op bekende werken als 'De prinses op de erwt' van Hans Christian Andersen. Gespeeld werd er voor familie en andere bekenden.[2] In 1922 werd de erfopvolging gewijzigd, waarbij werd geregeld dat Juliana de enige opvolger van haar moeder werd.

Vanaf haar 18e verjaardag kreeg Juliana een jaarlijkse staatstoelage van 200.000 gulden en de beschikking over Paleis Kneuterdijk. Zij bleef echter bij haar moeder inwonen.[3]

Het was Juliana's eigen wens om na het beëindigen van haar middelbare school verder te studeren. Ze verhuisde naar de villa In 't Waerle in Katwijk om ondanks het ontbreken van het juiste schooldiploma een verkorte studie te volgen aan de Rijksuniversiteit Leiden, die geheel werd toegespitst op de taak die haar wachtte. Zij was daarmee de eerste Oranjetelg die aan een universiteit ging studeren.[4] Juliana's verblijf op de universiteit was er een van 'op voet van onderlinge gelijkheid' en zij liet zich – ook op wens van haar ouders – om die reden door haar medestudenten tutoyeren en aldus aanspreken met Jula.[5]

In september 1927 schreef zij zich er in als studente bij de studierichting rechten, maar had een 'vrij' studieprogramma. Tot de colleges die zij volgde, behoorde die van oud-vaderlands recht, adatrecht van Nederlands-Indië, fenomenologie van de religie, sinologie, slavistiek, Duitse mythologie, Frans en Nederlands. Juliana werd lid van de Vereniging van Vrouwelijke Studenten te Leiden (VVSL), waar ze ontgroend werd. Haar jaarclub, met veertien andere studentes, heette de zestigpoot,[6] naar de vijftien leden en hun vier ledematen. Een van hen was Kiekie Leenmans, die later bekendheid zou verwerven als de dichteres M. Vasalis. Samen herschreven ze het sprookje over Blauwbaard tot een nieuw toneelstuk.[7] De jaarclub zou na haar studie in Leiden nog regelmatig bijeenkomen, vaak op uitnodiging van Juliana en meestal in haar paleis te Baarn.[8] Juliana zou in eerste instantie een jaar in Leiden gaan studeren, maar haar verblijf werd eerst met een vol jaar en daarna met nog enkele maanden verlengd. Op die manier kon ze nog net het dertigjarig bestaan van VVSL bijwonen.[9]

Een honderddertigtal studenten schreef als eerstejaars een jaarlied en dat van Juliana werd als beste gekozen. Alle liedjes waren onder een pseudoniem ingediend, dat van Juliana was Nofrititi.[10] Het lied werd gezongen op de wijs van het kroningslied uit 1898, het jaar waarin haar moeder ingehuldigd werd als koningin.

Juliana mocht geen examens afleggen, maar als 'toehoorster' wel mondelinge tentamens doen. Zij deed er drie, om op 31 januari 1930 de studie af te sluiten met een eredoctoraat,[6] waarvoor geen formele vooropleiding vereist is. De humanist en cultuurhistoricus Johan Huizinga fungeerde voor het doctoratus honoris causa als haar promotor. Een van haar tentamens werd afgenomen door de dichter en hoogleraar Nederlandse letterkunde Albert Verwey.

Op 12 juni 1927 werd Juliana 'aangenomen en bevestigd' als lidmaat van de Nederlandse Hervormde Kerk. Voor de plechtigheid had haar moeder de Julianakerk in het Haagse Transvaalkwartier uitgekozen.[11]

In 1931 werd Bonifacius Cornelis de Jonge gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Hij was de vader van een vriendin van Juliana en stelde nog voor zijn vertrek naar Batavia aan de toenmalige voorzitter van de ministerraad Charles Ruijs de Beerenbrouck voor dat Juliana Nederlands-Indië zou bezoeken. Hij wilde daarmee bewerkstelligen dat er voor het eerst een Oranjevorst op de troon zou komen die in Indië was geweest. Hij stelde wel uit praktische overwegingen als voorwaarde dat de persoonlijke begeleiding vanuit Nederland minimaal zou zijn. Ruijs de Beerenbrouck ging onmiddellijk akkoord, maar Wilhelmina hield de plannen tegen. Zij was bang dat Juliana er een ziekte zou oplopen en vond ook dat het land te ver weg lag. Juliana zou uiteindelijk pas vele jaren later onder president Suharto de inmiddels voormalige kolonie voor het eerst te zien krijgen.

Haar vader, die hartpatiënt was, stierf in 1934 op slechts 58-jarige leeftijd. Juliana zag af van zijn erfenis omdat de schulden hoger waren dan de baten. Wel nam zij zijn voorzitterschap van het Nederlandse Rode Kruis over. Haar vader liet haar ook een halfbroer na, een die hij buitenechtelijk verwekt had.

Zoektocht huwelijkskandidaat[bewerken]

Om de troonopvolging veilig te stellen moest er een echtgenoot voor Juliana gevonden worden. Een kandidaat diende protestant, buitenlander, ebenbürtig te zijn en deel uit te maken van een vorstenhuis dat minimaal tot 1918 had geregeerd. Bij de zoektocht maakte Wilhelmina gebruik van de Almanach de Gotha. Ook de in Londen wonende prinses Alice van Albany, een volle nicht van Wilhelmina, hielp mee. Zij probeerde in de Britse hoofdstad Juliana via bals aan een geschikte huwelijkspartner te helpen, maar Juliana moest het bezoek na het overlijden van haar vader plotseling afbreken. Later dat jaar was ze terug om prins Karel van Zweden te ontmoeten tijdens een gearrangeerd samenzijn. Minister De Graeff van Buitenlandse Zaken schreef er aan de Nederlandse gezant in Berlijn het volgende over: "Prinses afschuwelijk gekleed. Openlijke ruzie en heftige woordenwisseling hierover met pr. Alice die haar handen van HKH wil aftrekken. Prinses komt overal te laat (...), houding en uiterlijk optreden beneden peil enz. enz.(...) Prins Karl kijkt HKH aan, zo werd gemeld, alsof hij een lepel wonderolie moet slikken."[12] "Is u het met me eens dat kennismaking met Duitse prinsen thans ongewenst is?", vroeg Wilhelmina aan haar raadgevers. Het antwoord was genadeloos: "Beggars are no choosers".[13]

Op 17 september 1936, negen dagen na de bekendmaking van hun verloving, bezochten Juliana en Bernhard Amsterdam

Uiteindelijk liet de uit verarmde adel afkomstige Duitse prins Bernhard zur Lippe-Biesterfeld op eigen initiatief zijn interesse blijken. Juliana ontmoette hem voor het eerst op 11 februari 1936 in Igls. Bernhard was ernaartoe gegaan om haar het hof te maken. Nadien ontmoetten de Nederlandse kroonprinses en Bernhard elkaar met Pasen en Pinksteren in Paleis Het Loo. De volgende ontmoeting was op 11 juli in Apeldoorn waar Bernhard haar - vergeefs - ten huwelijk vroeg. Juliana gaf als reden voor haar afwijzing dat ze elkaar nog te kort kenden, maar ze toonde wel interesse en al een maand later werd een ontmoeting in Zwitserland belegd om het huwelijkscontract te bespreken. Juliana hield van Bernhard en Wilhelmina gunde haar een huwelijk uit liefde.[14] Gezien Juliana's relatief gevorderde leeftijd - zij was inmiddels 26 jaar - liet de situatie volgens Wilhelmina niet veel keus en de koningin was voor veel andere kandidaten ook al geen aantrekkelijke partij. De zoektocht had verder al bijna zeven jaar geduurd en Juliana's zelfvertrouwen aangetast. Op 15 augustus, pal na de succesvolle onderhandelingen, ging Juliana in het Alpenland akkoord met een verloving. Juliana en Bernhard hadden elkaar toen zo'n veertien dagen gezien, verdeeld over vijf ontmoetingen.

De verloving werd vooralsnog geheim gehouden. Afgesproken werd dat Bernhard eerst naar Nederland zou komen om drie maanden lang de Nederlandse taal te leren en de cultuur te leren kennen. Juliana en Bernhard zouden dan volop de gelegenheid krijgen nader met elkaar kennis te maken. Als het stel dan nog steeds bij elkaar wilde blijven, zou de verbintenis eind dat jaar wereldkundig worden gemaakt.[15] Dagblad De Telegraaf publiceerde echter op 20 augustus een foto van Juliana in gezelschap van Bernhard. Wilhelmina voelde zich daarop gedwongen de aankondiging van de verloving flink te vervroegen en op 8 september 1936 volgde de bekendmaking. De verloving leidde in het door een economische crisis beheerste Nederland tot een golf van vreugde.

Huwelijk[bewerken]

Vervaardiging van prinses Juliana's bruidsjurk, eind 1936

Op 7 januari 1937 trouwde Juliana met Bernhard in Den Haag. De kerkelijke voltrekking was in de Grote of Sint-Jacobskerk. Juliana's getuigen waren de voormalige dame du palais honoraire jonkvrouw Louise van de Poll, haar oom Adolf van Mecklenburg-Schwerin, Johan Huizinga en de vicepresident van de Raad van State Frans Beelaerts van Blokland. Alle kinderen in het lager en voortgezet onderwijs kregen op die dag een rijmprent cadeau met een gedicht van P.C. Boutens en een tekening van André van der Vossen: Een nieuwe lente op Hollands erf. Het paar vestigde zich in Paleis Soestdijk. Zijn komst in Juliana's leven betekende in allerlei opzichten een keerpunt voor haar. Bernhard zorgde ervoor dat Juliana radicaal brak met de kleinburgerlijke levensstijl waarin zij was opgevoed. Beginnend met hun huwelijksreis naar onder meer Krynica Zdrój (in Hotel Patria) en Zakopane in Polen, nam Bernhard Juliana voor het eerst mee naar de grote steden van Europa, liet haar kennismaken met de moderne mode en stijl van opmaken; ofwel het leven in de wereld buiten het minder mondaine en enigszins stijve achtergebleven Nederland.

Kinderen[bewerken]

Juliana en Bernhard kregen vier dochters:

Naam Geboren Huwelijk
prinses Beatrix Wilhelmina Armgard 31 januari 1938 Claus van Amsberg (1926–2002)
prinses Irene Emma Elisabeth 5 augustus 1939 Carel Hugo van Bourbon-Parma (1930–2010), scheiding in 1981
prinses Margriet Francisca 19 januari 1943 Pieter van Vollenhoven (1939)
prinses Maria Christina 18 februari 1947 Jorge Guillermo (1946), scheiding in 1996

Volgens de toenmalige Nederlandse wetgeving had een zoon bij de troonopvolging voorrang op een dochter. Pas toen Juliana niet meer in staat was om kinderen te baren, wist Nederland dat de uiteindelijke troonopvolger een meisje zou zijn.

De bezettingsjaren[bewerken]

Op 10 mei 1940 vond de Nederlandse invasie van nazi-Duitsland plaats. Twee dagen later vluchtte Juliana en haar gezin per boot naar Engeland. Toen Duitsland ook Engeland dreigde binnen te vallen, vertrok zij met haar dochters op 2 juni over zee naar Canada. Bernhard bleef achter bij Wilhelmina en kwam uiteindelijk zes keer over. Over haar vlucht schreef Juliana aan een vriendin: "Ik vind het zo heerlijk dat we Hitler verlakt hebben & ontvlucht zijn".[16]

In 1943 werd haar derde kind Margriet geboren in een ziekenhuis te Ottawa. In november dat jaar bezocht zij Suriname. Juliana bezocht minstens acht keer de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt en zijn echtgenote en hield zestig toespraken over de strijd tegen het Duitsland van Adolf Hitler, de zogenoemde "pep talks". Roosevelt was hiermee zeer ingenomen, omdat het hem rugsteunde bij zijn streven het Amerikaanse congres te winnen voor Amerikaanse interventie in Europa om de invloed van Hitler tot staan te brengen. Het Nederlands bataljon in Stratford werd door haar zes keer met een bezoek vereerd. Van Amerikaanse universiteiten ontving zij drie eredoctoraten.

In 1943 bezocht zij het eiland Sint-Maarten en verrichtte de officiële opening van het plaatselijke vliegveld dat naar haar vernoemd werd, het Princess Juliana International Airport. Na de geallieerde invasie in Normandië en de eerste successen daarna was de verwachting dat de oorlog snel afgelopen zou zijn en begin september keerde Juliana op verzoek van haar moeder alvast terug naar Londen. De Duitsers wilden zich echter nog niet gewonnen geven en in januari 1945 vertrok zij weer naar Canada. Vlak na het einde van de oorlog in Europa keerde zij met haar dochters op 2 augustus via Engeland terug naar Nederland. Deze keer werd er gevlogen en op vliegveld Teuge in Gelderland werd voor het eerst voet op Nederlandse bodem gezet.

Op persoonlijk vlak zorgden de 'Canadese' jaren van zelfstandigheid - met haar moeder en echtgenoot tijdens de oorlog in Engeland - ervoor, dat Juliana opbloeide. Vóór 1940 was ze altijd als een klein meisje geweest dat erg aan haar moeder en echtgenoot hing. Bernhard zou in later jaren geregeld opmerken dat Juliana toen ze uit Canada terugkeerde veel meer een zelfstandige vrouw was geworden: een ervaren moeder, een vrouw die stevig in haar schoenen stond en op eigen benen durfde te staan en vooral onder de schaduw van haar moeder vandaan was gekomen.

Regent- en koningschap[bewerken]

Ontvangst door de Trumans bij het bezoek aan de VS in april 1952.
Juliana in 1967 fietsend op Terschelling, de "fietsende monarchie".

Juliana oefende haar eerste politieke daden uit als prinses-regentes voor haar moeder, toen deze tijdelijk het Koninklijk Gezag had neergelegd (van 14 oktober 1947 tot 1 december 1947 en van 14 mei 1948 tot 30 augustus 1948). Zij was toen betrokken bij haar eerste kabinetsformatie. Nadat Juliana de troon van haar moeder had overgenomen, bleek zij een geheel andere stijl dan haar moeder te hebben. Juliana had er geen bezwaar tegen als zij in plaats van met majesteit aangesproken werd met mevrouw, het had zelfs haar voorkeur. Juliana's lossere stijl verkleinde de afstand tussen koningshuis en volk. Mede hierdoor bleef zij tot haar dood zeer populair. Onder Beatrix werd de stijl weer monarchaler. Juliana bleef op Paleis Soestdijk wonen en was daarmee het eerste staatshoofd van Oranjehuize dat er maar één woonhuis op nahield.

Toen in 1949 premier Malan van Zuid-Afrika Nederland bezocht, werd hij met alle égards in Den Haag ontvangen door het kabinet-Drees-Van Schaik. Juliana ontving hem ook, op Paleis Soestdijk, maar zij gaf hem te verstaan dat zij geen tegenbezoek aan zijn land zou kunnen brengen zolang Apartheid daar officiële politiek zou zijn. Zij was in deze haar tijd ver vooruit. Prins Bernhard had geen gewetensbezwaren. Hij zou Zuid-Afrika verschillende keren privé bezoeken, bijvoorbeeld om er te jagen.[17]

Op 27 december 1949 ondertekende Juliana in het Paleis op de Dam in Amsterdam het verdrag waarmee driekwart van de landoppervlakte van Nederlands-Indië onafhankelijk werd verklaard. In 1964 werd ook het overgebleven deel, Nederlands-Nieuw-Guinea, aan Indonesië afgestaan. Van 1949 tot 1956 was Juliana "Hoofd van de Nederlands-Indonesische Unie", een soort Gemenebest, bestaande uit Nederland, Nederlandse Antillen, Suriname, Nederlands-Nieuw-Guinea en het afgestane deel van Nederlands-Indië. Op 25 november 1975 scheidde ook Suriname zich af van het koninkrijk. In 2005 erkende de Nederlandse regering dat Nederlands-Indië feitelijk al op 17 augustus 1945 onafhankelijk was geworden.

In 1952 ontving Juliana een eredoctoraat van de Columbia-universiteit van New York. Bij de Watersnoodramp van 1953 vielen op 1 februari in drie landen ruim 2500 doden, waarvan meer dan 1800 in de Nederlandse provincie Zeeland en op de Zuid-Hollandse eilanden. Juliana was snel ter plaatse, geschoeid met kaplaarzen, om de getroffen Nederlandse bevolking te troosten en moed in te spreken.

In 1964 ontving zij een eredoctoraat aan de Rijksuniversiteit Groningen voor haar inzet gedurende vele jaren op maatschappelijk terrein.

Op haar verjaardag, een nationale feestdag, trok het volk - op uitnodiging - in optocht langs het bordes van Paleis Soestdijk. Juliana stond hen met haar voltallige familie op te wachten. Alle optochtdeelnemers kregen de gelegenheid bloemen op de trappen van het paleis neer te leggen. Ook werden cadeaus overhandigd. Deze bloemendefilé's waren bij het volk immens populair.

Op 11 juli 1967 brachten Juliana en Bernhard een bezoek aan het waddeneiland Terschelling. In het natuurreservaat de Boschplaat maakten ze een fietstocht. Het versterkte aanzienlijk het beeld dat Juliana "zo gewoon" was. De foto van een fietsende koningin haalde alle Nederlandse kranten en gaf haar regeerperiode gekscherend de bijnaam 'fietsende monarchie'.

Juliana had in de 32 jaar dat zij koningin was te maken met tien premiers. Onder Piet de Jong werd op diens verzoek het wekelijkse spreekuur tussen staatshoofd en minister-president ingesteld. Zij bleek zeer geïnteresseerd in maatschappelijke vraagstukken, meer dan in financieel-economische en defensiekwesties. In een televisie-interview dat zij zes jaar na haar aftreden gaf, bekende Juliana dat zij, was zij in een burgergezin geboren, waarschijnlijk maatschappelijk werk was gaan doen.

Crises[bewerken]

Koningin Juliana op haar 54ste verjaardag tijdens het bloemendefilé op Koninginnedag 1963

Tijdens haar koningschap deden zich enkele politieke crises voor, zoals de affaire in 1956 rond de gebedsgenezeres Greet Hofmans, die te veel invloed zou uitoefenen op Juliana. Bernhard had haar hulp gevraagd in een uiterste poging uitkomst te vinden voor Marijke, hun jongste dochter, die aan een oog blind en aan het andere met staar was geboren, omdat Juliana tijdens haar zwangerschap rodehond had opgelopen. Doktoren vreesden dat Marijke ook aan het andere oog blind zou worden. Hofmans nam na enige tijd haar intrek in Paleis Soestdijk. Juliana begon openlijk te spreken over pacifistische idealen. Zij deed dit onder meer in een zelfgeschreven toespraak in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. De overtuiging was dat Hofmans daarop van grote invloed was geweest. Juliana's woorden wekten bevreemding bij de NAVO-bondgenoten. Ook prins Bernhard verschilde hierover sterk van mening met zijn vrouw. Het Westen was immers onder aanvoering van de Verenigde Staten verwikkeld in de Koude Oorlog met het Oostblok. Thuis begonnen volgelingen van Hofmans belangrijke functies in de hofhouding over te nemen. Een en ander verwerd tot een crisis die het huwelijk van Juliana en Bernhard zwaar onder druk zette. Juliana wilde op een gegeven moment zelfs een echtscheiding. Ook het paleispersoneel was in twee kampen verdeeld. Bernhard bracht de problematiek in de openbaarheid door via een bevriende journalist een artikel in het West-Duitse weekblad Der Spiegel te laten publiceren. Het kabinet verbood de verkoop van de uitgave in Nederland, maar het kwaad was al geschied. Op initiatief van Juliana en Bernhard werd een commissie van wijze mannen - de commissie-Beel - ingesteld, die deze verwikkelingen tot een einde bracht. Greet Hofmans verdween voorgoed uit het paleis, het huwelijk hield stand en Juliana bleef koningin.

Rond prinses Irene brak een andere crisis uit, nadat zij zich in 1964 verloofde met prins Carlos Hugo van Bourbon-Parma, die aanspraak maakte op de Spaanse troon. Om die reden zou Irene voor haar voorgenomen huwelijk geen parlementaire goedkeuring krijgen. Ze zag er daarom van af om die toestemming aan te vragen en verloor daarmee haar plaats in de lijn van Nederlandse troonopvolgers. Om met Carlos Hugo te kunnen trouwen bekeerde Irene zich tot het rooms-katholieke geloof. Haar ouders en zussen waren niet aanwezig bij het huwelijk, evenmin kwam er iemand van het kabinet opdagen.

In het voorjaar van 1975 was er een plan van Zuid-Molukkers om Juliana te gijzelen. Door een tip kon dit verijdeld worden, waarna een deel van de beramers veroordeeld werd tot een celstraf van vijf jaar.

Prins Bernhard raakte in 1976 betrokken in een omkoopschandaal (de Lockheed-affaire). Een door de regering ingestelde onderzoekscommissie concludeerde dat door de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed in de jaren 1960-1962 een bedrag van 1,1 miljoen US-dollar aan smeergeld was overgemaakt die bestemd was voor de prins. Ook kwam aan het licht dat hij Lockheed in 1974 om een tweede miljoenenbedrag aan smeergeld had gevraagd. Een monarchale crisis werd door de regering afgewend door geen verzoek in te dienen voor een strafrechtelijk onderzoek. Om alsnog het rechtsgevoel te bevredigen werd Bernhard opgedragen al zijn functies in de Nederlandse krijgmacht en die in het bedrijfsleven per direct neer te leggen. Tevens werd hem ten sterkste ontraden nog langer een militair uniform te dragen. Minister-president Joop den Uyl hield voor de buitenwereld verborgen dat hij ook door het concurrerende vliegtuigbedrijf Northrop was omgekocht, voor een bedrag van 750.000 US-dollar. Was ook deze affaire bekendgemaakt, dan was een strafrechtelijk onderzoek waarschijnlijk niet meer te voorkomen geweest.

Vrouwengezelschap Gooische en Stichtse Schonen[bewerken]

Juliana was sinds september 1948 lid van het eerder dat jaar opgerichte en ongeveer twintig leden tellende vrouwengezelschap Gooische en Stichtse Schonen (GSS). Het gezelschap van vriendinnen kwam in het begin elke drie weken bij elkaar en later elke donderdagmiddag. Er werd gepraat over literatuur, er werden lezingen gegeven en er waren excursies, filmavonden en muziekmiddagen. Tot de onderwerpen behoorden onder meer zwakzinnigenzorg, de psychologie van de hedendaagse vrouw, alsook typische vrouwendingen als kerstgebruiken, kantklossen en bloembollen. Juliana gaf ook zelf soms lezingen, over haar Antillenreis in 1983, vliegende schotels en over de Russische presidentsvrouw Raisa Gorbatsjov en de positie van vrouwen in de toenmalige Sovjet-Unie. Het gezelschap bestond 51 jaar en kwam op 21 oktober 1999 voor de 823ste en laatste keer bij elkaar.[18]

Troonsafstand en laatste levensjaren[bewerken]

Op 31 januari 1980, de verjaardag van haar dochter Beatrix, maakte zij tijdens een rechtstreekse televisie-uitzending vanuit Paleis Soestdijk bekend dat zij op 30 april dat jaar, haar 71ste verjaardag, afstand zou doen van de troon ten gunste van haar dochter Beatrix. Op 4 januari had ze minister-president Dries van Agt hierover al ingelicht.[19] Als reden gaf ze aan dat haar krachten aan het afnemen waren. Tevens gaf ze te kennen om na de abdicatie niet langer als koningin, maar als prinses Juliana aangesproken te willen worden. Na haar troonsafstand verscheen ze nog regelmatig in het openbaar. Een van haar liefhebberijen was het dineren in voortreffelijke restaurants – een favoriet was de Auberge de l'Ill, in Illhaeusern, in de Elzas. Na 1995, toen haar algemene gezondheid begon af te nemen en ze last kreeg van geheugenverlies, werden de verschijningen in het openbaar steeds minder. Op 12 april 1998 brak zij bij het fotograferen in de Keukenhof haar heup. Juliana's laatste openbare optreden was op 30 mei dat jaar bij het huwelijk van haar kleinzoon prins Maurits. Vooraf was door de Rijksvoorlichtingsdienst bekendgemaakt dat de prinses na de noodzakelijke heupoperatie soms last had van acute verwardheid. Er ontstond enige opschudding over het feit dat zij tijdens het kerkelijk huwelijk van prins Maurits als protestant ter communie ging. De priester die de heilige hostie toediende werd later door kardinaal Ad Simonis ter verantwoording geroepen. Op 23 februari 1999 werd een communique uitgevaardigd met de mededeling dat het haar door haar hoge leeftijd te zwaar viel om nog officieel op te treden. Op 15 april 2001 werd zij voor het eerst overgrootmoeder. In een interview ter gelegenheid van de negentigste verjaardag van prins Bernhard in 2001 zei de prins over zijn vrouw dat ze soms de mensen niet meer herkende: "het geheugen kan je zeggen, is nul". Ze verliet het terrein van Paleis Soestdijk soms in een busje om een rondrit te maken door de omgeving van Soestdijk. Daarbij werd ze enige jaren voor haar overlijden gefotografeerd door een fotograaf van het roddelblad Weekend. Het bleek de laatste publieke foto van de prinses. Na de geboorte van prinses Amalia op 7 december 2003 waren er in Nederland voor het eerst in 163 jaar weer vier troongeneraties tegelijkertijd in leven.

Nadat zij door een longontsteking al enige weken het bed had moeten houden, verslechterde haar gezondheidstoestand op 19 maart 2004 aanzienlijk. De volgende ochtend kort voor zes uur overleed zij in haar slaap op bijna 95-jarige leeftijd in het bijzijn van haar drie oudste kinderen.[20] Juliana overleed op de dag af zeventig jaar na haar grootmoeder koningin-regentes Emma. Conform haar wens werd zij opgebaard in haar voormalige werkkamer aan de achterzijde van Paleis Soestdijk. Haar tweede achterkleinzoon werd daags na haar overlijden geboren.

Juliana was sinds 20 december 1993 de langstlevende Oranje ooit. Eind 2004 eindigde ze op nr. 14 in de verkiezing van De grootste Nederlander.

Uitvaart en bijzetting[bewerken]

De rouwkoets met de kist van koningin Juliana op weg naar de Nieuwe Kerk in Delft
Uitvaart van koningin Juliana in 2004 in Delft
Video van de rouwstoet

Van 25 tot 28 maart was er voor belangstellenden gelegenheid om van Juliana afscheid te nemen. Bijna 50.000 mensen defileerden langs haar kist.[21] De bijzetting vond plaats op 30 maart 2004 in de grafkelder van Oranje-Nassau in de Nieuwe Kerk in Delft. Negenduizend militairen liepen mee of stonden langs de veertien kilometer lange route tussen Paleis Noordeinde en de Nieuwe Kerk in Delft. Op uitdrukkelijk verzoek van Juliana werd de dienst niet door een man geleid. Naar haar wens was gekozen voor de remonstrantse dominee Welmet Hudig-Semeijns de Vries van Doesburgh, bij leven haar gezelschapsdame op het gebied van theologie. Prinses Christina zong op Juliana's verzoek het lied It's a gift to be simple. Onder de klanken van Morgenstimmung van Edvard Grieg daalde de kist met het stoffelijk overschot de trappen af naar de laatste rustplaats.

Vanaf de bijzetting wordt Juliana officieel weer betiteld als 'Koningin Juliana'.

Persoonlijke titels[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Titels van de Nederlandse koninklijke familie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Juliana voerde tijdens haar regeerperiode de volgende aan het koningschap verbonden titels:

Bij restaurantreserveringen heeft Juliana Van Buren als schuilnaam gebruikt.

Onderscheidingen[bewerken]

Als prinses en als regerend koningin werd Juliana vele malen gedecoreerd. Zie daarvoor de

Herdenking Juliana 1909-2009[bewerken]

Ter gelegenheid van haar 100ste geboortedag was in 2009 in Paleis Het Loo de dubbelexpositie '100 jaar Juliana' te zien.

Literatuur[bewerken]

  • Cees Fasseur, Juliana & Bernhard. Verhaal van een huwelijk. De jaren 1936-1956, Amsterdam, 2008.
  • Dik van der Meulen, Ter Herinnering, Juliana & Bernhard. Amsterdam, 2014.
  • Jolande Withuis, Juliana's vergeten oorlog. Amsterdam, 2014.
  • Jolande Withuis, Juliana. Vorstin in een mannenwereld, Amsterdam, 2016.
Vista-kmixdocked.png
Door op de afspeelknop te klikken kunt u dit artikel beluisteren. Na het opnemen kan het artikel gewijzigd zijn, waardoor de tekst van de opname wellicht verouderd is. Zie verder info over deze opname, bekijk de oorspronkelijke versie of download de opname direct. (Meer info over gesproken Wikipedia)
Voorganger:
Wilhelmina der Nederlanden
Koning van Nederland Opvolger:
Beatrix der Nederlanden

Beluister

(info)