Julius Kosleck

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Julius Kosleck
Graf van Julius Kosleck op de Begraafplaats Alt-Schöneberg in Berlijn
Volledige naam Julius Kosleck
Geboren 3 december 1825
Overleden 5 november 1905
Land Vlag van Duitsland Duitsland
Jaren actief 1843-1905
Nevenberoep muziekpedagoog, kornettist en trompettist
Instrument kornet, trompet
Belangrijkste werken Altpreußischer Parademarsch, Russisches Zigeunerlied in Es majeur, Auf den Alpen
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Julius Kosleck (Nowogard, toen heette het nog Naugard, 3 december 1825Berlijn, 5 november 1905) was een Duitse componist, muziekpedagoog, kornettist en trompettist.

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

Kosleck had al in jonge jaren geleerd te trompet te bespelen op een militaire school in Annaburg. In 1843 werd hij trompettist in de militaire muziekkapel van het 2e garde infanterieregiment in Berlijn. Hij werkte van 1853 tot 1893 in het orkest van de koninklijke opera in Berlijn. Kosleck was een veelgevraagd solist op zijn instrument vooral verzorgde hij de trompetpartijen in de oratoria en cantates van Johann Sebastian Bach in vele uitvoeringen in binnen- en buitenland en de muziekcritici loofden hem vanwege zijn grote virtuositeit.[1] Hij gaf advies voor de constructie en bouw van een speciale "Bachtrompet" met een lange rechte conische buis met 2 ventielen en was daarmee een pionier voor de historische uitvoeringspraktijk. Van 1873 tot 1903 was hij docent en later professor voor trompet en trombone aan de Koninklijke hoge school voor muziek in Berlijn.[2][3][4] Hij richtte het Kaiser-Kornetkwartet op, dat later grote bekendheid verwierf. De bezetting van dit kwartet was als volgt: twee kornetten in Bes, een altkornet in laag Es en een baskornet in Bes. Zij maakten concertreizen door Zwitserland, Engeland, Denemarken, Zweden en Rusland. In 1872 waren zij voor drie maanden in de Verenigde Staten.[2][5] In 1890 richtte hij de zogenoemde Patriottische blazersbond op.[6]

Hij is auteur van een methode voor kornet of trompet. Kosleck completeerde ook de traditionele Torgauer Mars[7] met een set voor natuurtrompetten.

Kosleck is begraven op de begraafplaats Alt-Schöneberg in Berlijn.[8] In de Berlijnse wijk Tempelhof-Schöneberg is een weg naar hem vernoemd, de Kosleckweg.[9][10]

Composities[bewerken | brontekst bewerken]

Werken voor orkest[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1870 Älplers Abschied in Es majeur, voor orkest.[11]
  • 1880 Romance, voor kornet en orkest - ook in een versie voor kornet en piano

Werken voor harmonieorkest of koperensemble[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1890 Auf den Alpen, fantasie
  • Altpreußischer Parademarsch, voor harmonieorkest
  • Russisches Zigeunerlied in Es majeur, voor groot koperensemble[11]

Kamermuziek[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1870 Älplers Abschied, voor kornet en piano
  • 1880 Romance, voor kornet en piano
  • ca.1900 Cornett-Quartett, op. 17
  • om 1900 Romanze, voor trombone en piano

Werken voor piano[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1865 Abend Klänge, nocturne voor piano, op. 3
  • 1865 Des Hirten Abendlied, op. 7

Pedagogische werken[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1884 Sammlung beliebter Compositionen für Cornet à Piston und Klavier
  • 1901 Orchesterstudien (Trompete), verzameling van belangrijke passages uit composities voor kerk, theater en concertzaal
  • Große Schule für Cornet à piston und Trompete, Leipzig: Breitkopf & Härtel, 1872.

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

  • Edward H. Tarr: Friedrich Benjamin Queisser, Julius Kosleck und der Übergang von Natur- zu Ventiltrompeten im 19. Jahrhundert, in: Beiträge zur Geschichte der Bach-Rezeption Band 4, Vom Barock zur Romantik - Kongressbericht 2009.
  • Lars E. Laubhold: Magie der Macht: eine quellenkritische Studie zu Johann Ernst Altenburgs Versuch einer Anleitung zur heroisch-musikalischen Trompeter- und Pauker-Kunst (Halle 1795), Königshausen & Neumann, 2009. 301 p., ISBN 978-3-826-04116-7
  • Michael Latcham: Music of the past, instruments and imagination: proceedings of the harmoniques International Congress, Lausanne 2004, Peter Lang, 2006. ISBN 978-3-039-10993-7 pp. 26-32
  • Rudolf Vierhaus (Uitg.): Deutsche Biographische Enzyklopädie 2. Uitgave, band 5, München: Saur, 2006. pp. 888
  • Wolfgang Suppan, Armin Suppan: Das Neue Lexikon des Blasmusikwesens, 4. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1994, ISBN 3-923058-07-1
  • William Waterhouse, Lyndesay Graham Langwill: The new Langwill Index - A Dictionary of Musical Wind-instrument Makers and Inventors, 1st. Edition, London: Tony Bingham, 1993, 518 p., ISBN 978-0-946-11304-0
  • Albert Hiller, Edward H. Tarr (Fwd.): Trompetenmusiken aus drei Jahrhunderten (ca. 1600-nach 1900) - Kompositionen für 1 bis 24 (Natur-) Trompeten mit und ohne Pauken. Band 3: 19. Jahrhundert, die Krisenzeit, Kölner Musikbeiträge, ISSN 0939-4583 - Köln: Wolfgang G. Haas, 1991, 111 p.
  • Paul E. Bierley, William H. Rehrig: The Heritage Encyclopedia of Band Music - Composers and Their Music, Westerville, Ohio: Integrity Press, 1991, ISBN 0-918048-08-7
  • Werner Schwarz: Pommersche Musikgeschichte : historischer Überblick und Lebensbilder - Teil I: Historischer Überblick, Veröffentlichungen der Historischen Kommission für Pommern: Forschungen zur pommerschen Geschichte, Wien: Bohlau Verlag, 1988, 308 p., ISBN 978-3-412-13193-7
  • Joachim Toeche-Mittler: Armeemärsche, 1. Teil - Eine historische Plauderei zwischen Regimentsmusiken und Trompeterkorps rund um die deutsche Marschmusik, 2. Auflage, Neckargmünd, Kurt Vowinckel Verlag, 213 S.
  • Joachim Toeche-Mittler: Armeemärsche, 2. Teil - Sammlung und Dokumentation, 2. Auflage, Neckargmünd, Kurt Vowinckel Verlag, 1977, 161 S.
  • Joachim Toeche-Mittler: Armeemärsche, 3. Teil - die Geschichte unserer Marschmusik, 2. Auflage, Neckargmünd, Kurt Vowinckel Verlag, 1977.
  • E.A. Friese: Ein deutscher Meister der Trompete. "Julius Kosleck", in: Das neue Blasorchester. 76 (1955), pp. 64-67
  • Bruno Garlepp: Die Geschichte der Trompete nebst eine Biographie J. Koslecks, Hannover: L. Oertel, 1914. 32 p.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]