Kabinet-De Jong

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kabinet-De Jong
De bordesscène van het kabinet-De Jong bij Huis ten Bosch op 5 april 1967
De bordesscène van het kabinet-De Jong bij Huis ten Bosch op 5 april 1967
Coalitie KVP, VVD, ARP, CHU
Zeteltal TK 42 + 17 + 15 + 12 = 86
Premier P.J.S. (Piet) de Jong
Beëdiging 5 april 1967
Demissionair 28 april 1971
Ontslagdatum 6 juli 1971
Voorganger Zijlstra
Opvolger Biesheuvel I
Zetels in de Tweede Kamer
Zetels in de Tweede Kamer
Overzicht kabinetten
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Het kabinet-De Jong was de uitvoerende tak van de Nederlandse overheid van 5 april 1967 tot 6 juni 1971. Het kabinet werd gevormd door de politieke partijen Katholieke Volkspartij (KVP), Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD), Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de Christelijk-Historische Unie (CHU) na de Tweede Kamerverkiezingen van 1967. Het centrum-rechtse kabinet-De Jong was een meerderheidskabinet dat zowel in de Eerste Kamer en Tweede Kamer kon rekenen op een ruime meerderheid. Het kabinet-De Jong was het eerste naoorlogse kabinet dat een volledige termijn uitzat zonder interne conflicten.[1][2]

Verloop[bewerken]

Het kabinet regeert aan het einde van de roerige jaren zestig en weet ondanks de maatschappelijke onrust en toenemende politieke polarisatie de gehele regeringsperiode zonder tussentijdse crisis uit te zitten. Het kabinet wordt direct na het aantreden al geconfronteerd met een vraag naar democratische hervormingen in de samenleving. Van 16 mei 1967 tot 21 mei 1967 wordt het Maagdenhuis een pand van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam bezet door studenten die inspraak eisten in het universiteitsbestuur. De actie paste in een landelijke trend die 6 mei 1967 startte op de Katholieke Hogeschool in Tilburg. Deze bezetters noemden hun universiteit de 'Karl Marx-universiteit'. Minister van Onderwijs en Wetenschappen Gerard Veringa besluit vervolgens om hogescholen en universiteiten te democratiseren.[3]

Op 26 augustus 1967 wordt door het kabinet in het kader van de toenemende vraag naar grotere openbaarheid de Commissie-Cals-Donner ingesteld om advies uitbrengen over een algehele herziening van de Grondwet en over wijzigingen van de Kieswet. De commissie onder leiding van voormalig minister-president Jo Cals en rechter bij het het Hof van Justitie van de Europese Unie André Donner brengt op 29 maart 1971 haar eindrapport uit. De commissie adviseert onder meer over een gekozen minister-president, een districtenstelsel, de mogelijkheid van een referendum of een volksinitiatief en de sociale grondrechten zoals het recht op werk, welvaart en zorg voor het milieu. Minister-president Piet de Jong besluit vervolgens om na de wekelijkse ministerraad een persconferentie te geven in Nieuwspoort. Het advies van de Commissie-Cals-Donner resulteerde in 1983 tot een algehele herziening van de Grondwet en leidde tot een nieuwe systematische indeling, tot het invoering van sociale grondrechten en tot enkele beperkte staatkundige vernieuwingen.

Op financieel-economisch gebied krijgt het kabinet te maken met problemen in de industriële sector, deze problemen leiden bij de scheepsbouw en de textielindustrie tot massaontslagen. Het kabinet probeert via specifieke maatregelen economisch zwakkere regio's, zoals Zuid-Limburg en Noord-Nederland, te stimuleren. Hierbij wordt onder meer voorgesteld rijksdiensten te verplaatsen van het westen naar andere delen van het land. Op 27 november 1968 wordt door vicepremier en minister van Financiën Johan Witteveen de wet minimumloon ingevoerd. In 1970 komt minister Johan Witteveen met het voorstel om een loonpauze in te voeren, de loonmaatregel richt zich tegen een door vakbonden en werkgevers afgesproken loonsverhoging van 400,-. Het kabinet moet de maatregel na felle protestacties en stakingen deels intrekken. In 1971 wordt door minister Johan Witteveen wel een belastingvereenvoudiging doorgevoerd.

Het kabinet besluit ook tot aanleg van diverse nieuwe wegen. Als uitwerking van de Tweede nota ruimtelijke ordening worden groeigemeenten, zoals Zoetermeer, Nieuwegein en Amstelveen verder ontwikkeld. Krotopruiming en stadsvernieuwing krijgen meer aandacht. In 1971 wordt door minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Wim Schut de huurliberalisatie verder uitgebreid.

Het begin van de Praagse Lente in 1968 met de invasie van de Sovjet-Unie in Tsjecho-Slowakije wordt gezien als een reden voor minister van Defensie Willem den Toom om het defensiebudget te verhogen met 225 miljoen.[4]

Ook ontstaat er in 1969 een toenemende onrust in de vorm van demonstraties tegen de Vietnamoorlog.

Internationaal worden de betrekkingen met Indonesië verbeterd, wat resulteert in een staatsbezoek van president Soeharto in 1970 maar dat bezoek werd echter overschaduwd door de bezetting van de Indonesische ambassade door Molukkers jongeren in Den Haag, waarbij een politieagent om het leven komt.[5]

Personele wijzigingen[bewerken]

Op 7 januari 1970 treedt minister van Economische Zaken Leo de Block (KVP) af omdat hij vindt dat het kabinet krachtiger moet optreden tegen de stijging van lonen in de metaalsector. Informeel speelt mee dat hij veel kritiek kreeg nadat hij lang aarzelde om in te grijpen tegen de prijsstijgingen die het gevolg waren na de invoering van de omzetbelasting (BTW) op 1 januari 1969; als gevolg daarvan had hij veel gezag verloren. Op 14 januari 1970 wordt KVPTweede Kamerlid Roelof Nelissen benoemd als zijn opvolger als minister van Economische Zaken.[6]

Inkomend minister van Onderwijs en Wetenschappen Gerard Veringa en aantredend minister-president Piet de Jong op 5 april 1967.
De bewindslieden van het kabinet-De Jong tijdens de eerste ministerraadsvergadering in de Trêveszaal op 7 april 1967.
Taoiseach van Ierland Jack Lynch en minister-president Piet de Jong op 22 juni 1967.
Vicepremier en minister van Financiën Johan Witteveen en het koffertje met de miljoenennota op het Binnenhof op 19 september 1967.
Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk Marga Klompé, minister van Justitie Carel Polak en staatssecretaris van Financiën Ferd Grapperhaus tijdens een debat over de staatsloterij in de Tweede Kamer op 9 april 1968.
Minister-president Piet de Jong, minister van Economische Zaken Leo de Block en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Bauke Roolvink tijdens een debat over de loonnota in de Tweede Kamer op 25 mei 1968.
Minister van Binnenlandse Zaken Henk Beernink tijdens een debat over de Rijnmondraad in de Tweede Kamer op 3 december 1968.
Minister van Onderwijs en Wetenschappen Gerard Veringa tijdens een bezoek aan studenten van de Universiteit van Amsterdam op 4 december 1968.
Minister-president Piet de Jong tijdens een debat over militaire acties in Indonesië in de Tweede Kamer op 25 maart 1969.
Minister van Economische Zaken Leo de Block tijdens een debat over de Keppel Verolme scheepswerf in de Tweede Kamer op 25 september 1969.
Minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns, Duitse minister van Volksgezondheid Katharina Focke, vicekanselier en Duitse minister van Buitenlandse Zaken Walter Scheel, premier van Frankrijk Jacques Chaban-Delmas, bondskanselier van Duitsland Willy Brandt en minister-president Piet de Jong op 2 december 1969.
Vicepremier en minister van Financiën Johan Witteveen tijdens een debat over de financiële na effecten van de Tweede Wereldoorlog in de Tweede Kamer op 5 februari 1970.
Vicepremier en minister van Financiën Johan Witteveen en het koffertje met de miljoenennota op het Binnenhof op 5 september 1970.

Ambtsbekleders[bewerken]

Ambtsbekleders Ministers / Ministerie Termijn Partij
P.J.S. (Piet) de Jong P.J.S. (Piet) de Jong
(1915–2016)
Minister-president /
Minister
Algemene Zaken 5 april 1967 –
6 juli 1971
KVP
H.J. (Johan) Witteveen dr.
H.J. (Johan) Witteveen

(1921)
Vicepremier /
Minister
Financiën 5 april 1967 –
6 juli 1971
VVD
J.A. (Joop) Bakker drs.
J.A. (Joop) Bakker

(1921–2003)
Vicepremier /
Minister
Verkeer en Waterstaat 5 april 1967 –
6 juli 1971
ARP
Minister Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse Zaken
H.K.J. (Henk) Beernink mr.
H.K.J. (Henk) Beernink

(1910–1979)
Minister Binnenlandse Zaken 5 april 1967 –
6 juli 1971
CHU
J.M.A.H. (Joseph) Luns mr.dr.
J.M.A.H. (Joseph) Luns

(1911–2002)
Minister Buitenlandse Zaken 13 oktober 1956 –
6 juli 1971
KVP
C.H.F. (Carel) Polak mr.
C.H.F. (Carel) Polak

(1909–1981)
Minister Justitie 5 april 1967 –
6 juli 1971
VVD
L. (Leo) de Bloc mr.
L. (Leo) de Block

(1904–1988)
Minister Economische Zaken 5 april 1967 –
7 januari 1970
(afgetreden)
KVP
H.J. (Johan) Witteveen dr.
H.J. (Johan) Witteveen

(1921)
7 januari 1970 –
14 januari 1970
(waarnemend)
VVD
Roelof Nelissen mr.
R.J. (Roelof) Nelissen

(1931)
14 januari 1970 –
6 juli 1971
KVP
W. (Willem) den Toom W. (Willem) den Toom
(1911–1998)
Minister Defensie 5 april 1967 –
6 juli 1971
VVD
B. (Bauke) Roolvink B. (Bauke) Roolvink
(1912–1979)
Minister Sociale Zaken en Volksgezondheid 5 april 1967 –
6 juli 1971
ARP
G.H. (Gerard) Veringa dr.
G.H. (Gerard) Veringa

(1924–1999)
Minister Onderwijs en Wetenschappen 5 april 1967 –
6 juli 1971
KVP
P.J. (Pierre) Lardinois ir.
P.J. (Pierre) Lardinois

(1924–1987)
Minister Landbouw en Visserij 5 april 1967 –
1 januari 1973
KVP
W.F. (Wim) Schut ir.
W.F. (Wim) Schut

(1920–2006)
Minister Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 5 april 1967 –
6 juli 1971
ARP
M.A.M. (Marga) Klompé dr.
M.A.M. (Marga) Klompé

(1912–1986)
Minister Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk 22 november 1966 –
6 juli 1971
KVP
Ambtsbekleder Minister / Portefeuille / Ministerie Termijn Partij
B.J. (Bé) Udink drs.
B.J. (Bé) Udink

(1926–2016)
Minister Ontwikkelingssamenwerking
(Buitenlandse Zaken)
5 april 1967 –
6 juli 1971
CHU
Ambtsbekleders Staatssecretarissen / Portefeuille / Ministerie Termijn Partij
Ch. (Chris) van Veen mr.
Ch. (Chris) van Veen

(1922–2009)
Staatssecretaris Overheidspersoneelsbeleid, Agglomeratiezaken
en Organisatie Rijksdienst
(Binnenlandse Zaken)
10 mei 1967 –
6 juli 1971
CHU
H.J. (Hans) de Koster H.J. (Hans) de Koster
(1914–1992)
Staatssecretaris Europese Zaken
(Buitenlandse Zaken)
12 juni 1967 –
6 juli 1971
VVD
F.H.M. (Ferd) Grapperhaus mr.dr.
F.H.M. (Ferd) Grapperhaus

(1927–2010)
Staatssecretaris Fiscale Zaken
(Financiën)
10 mei 1967 –
6 juli 1971
KVP
K. (Klaas) Wiersma mr.dr.
K. (Klaas) Wiersma

(1917–1993)
Staatssecretaris Vreemdelingenzaken, Kinderbescherming
en het Gevangeniswezen
(Justitie)
20 april 1970 –
6 juli 1971
VVD
L.J.M. (Louis) van Son drs.
L.J.M. (Louis) van Son

(1922–1986)
Staatssecretaris Internationale Handel, Middenstand, Toerisme,
Regionale Industrialisatie en Exportbevordering
(Economische Zaken)
28 november 1966 –
6 juli 1971
KVP
J.C.E. (Joop) Haex J.C.E. (Joop) Haex
(1911–2002)
Staatssecretaris Koninklijke Landmacht
(Defensie)
18 april 1967 –
6 juli 1971
CHU
A. (Adri) van Es A. (Adri) van Es
(1913–1994)
Koninklijke Marine
(Defensie)
14 augustus 1963 –
16 september 1972
ARP
A.E.M. (Bob) Duynstee drs.
A.E.M. (Bob) Duynstee

(1920–2014)
Koninklijke Luchtmacht
(Defensie)
28 april 1967 –
6 juli 1971
KVP
R.J.H. (Roelof) Kruisinga dr.
R.J.H. (Roelof) Kruisinga

(1922–2012)
Staatssecretaris Volksgezondheid
(Sociale Zaken en Volksgezondheid)
18 april 1967 –
6 juli 1971
CHU
J.H. (Hans) Grosheide mr.
J.H. (Hans) Grosheide

(1930)
Staatssecretaris Lager-, Middelbaar-, Nijverheid- en Voortgezet
Onderwijs en Lichamelijke Opvoeding
(Onderwijs en Wetenschappen)
3 september 1963 –
6 juli 1971
ARP
M.J. (Mike) Keyzer M.J. (Mike) Keyzer
(1911–1983)
Staatssecretaris Luchtvaart, Scheepvaart en Goederenvervoer
(Verkeer en Waterstaat)
18 april 1967 –
6 juli 1971
VVD
H.J. (Hein) van de Poel mr.
H.J. (Hein) van de Poel

(1915–1993)
Staatssecretaris Jeugdzaken, Volksontwikkeling, Sport,
Natuurbehoud, Openluchtrecreatie, Bijstand
en Buitengewone Pensioenen
(Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk)
29 mei 1967 –
6 juli 1971
KVP
Bron: Kabinet-De Jong Rijksoverheid.nl

Kabinetsformatie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Kabinetsformatie Nederland 1967 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tijdens de verkiezingen van 1967 raakten de confessionele drie partijen KVP, CHU en ARP voor het eerst hun meerderheid kwijt, onder andere door de opkomst van Boerenpartij en nieuwkomer D'66. Ook de PvdA leed een gevoelig verlies. Demissionair minister-president Jelle Zijlstra (ARP) kreeg een informatieopdracht en stelde een beknopt programma op, vooral met financiële punten. Vervolgens zette de PvdA zichzelf buitenspel, waarna de weg naar een kabinet open lag voor de KVP, VVD, ARP en CHU. In eerste instantie leek de partijleider van de ARP en Tweede Kamer fractievoorzitter Barend Biesheuvel minister-president te worden, maar zijn formatiepoging strandde. De KVP schoof vervolgens demissionair minister van Defensie Piet de Jong naar voren als formateur. Na voortvarend optreden lukte het hem om relatief snel een ministersploeg samen te stellen.

Reden ontslagaanvraag[bewerken]

Einde van de parlementaire periode.

Noemenswaardigheden[bewerken]

  • Piet de Jong is anno 2017 de laatste minister-president die nooit politiek leider van zijn partij is geweest.
  • Vier ambtsbekleders van het kabinet diende ooit als partijleider; Beernink, Udink en Kruisinga (CHU) en Veringa (KVP).

Levende bewindslieden[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Carla van Baalen (red), Polarisatie en hoogconjunctuur: het kabinet De Jong 1967-1971, Boom uitgeverij, 2013, ISBN 9789461055095