Kabinetsformatie Nederland 2010

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zetelverdeling na Tweede Kamerverkiezingen 2010
          
De 150 zetels zijn als volgt verdeeld:
VVD-leider, formateur en latere premier Mark Rutte (rechts van de man met de politiepet, naar rechts kijkend) staat de pers te woord ten tijde van de kabinetsformatie (september 2010)

De kabinetsformatie in Nederland begon na de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni 2010 en eindigde 127 dagen later, op 14 oktober, met de beëdiging van het kabinet-Rutte I.

De VVD was bij de verkiezingen de grootste partij geworden (31 zetels), met één zetel meer dan de PvdA. Nadat een onderzoek naar de mogelijkheid van een paars-plus-coalitie strandde, werd na vier maanden formeren overeenstemming bereikt over een regeerakkoord en een gedoogakkoord voor een minderheidskabinet VVD-CDA met gedoogsteun van de PVV: het kabinet-Rutte. Op 14 oktober kwam het nieuwe kabinet bijeen voor het constituerend beraad en werd het kabinet beëdigd door koningin Beatrix, waarmee de formatie was afgelopen.[1]

Verkiezingsuitslag en mogelijke coalities[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Tweede Kamerverkiezingen 2010 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bij de verkiezingen werd de VVD onder leiding van Mark Rutte de grootste partij met 31 zetels. De partij werd op de voet gevolgd door de PvdA met 30 zetels. Het CDA was daarvoor acht jaar lang de grootste partij, maar halveerde van 41 naar 20 zetels. Door het grote verlies trok premier Jan Peter Balkenende zich terug als fractieleider. Grote winnaar was de PVV van Geert Wilders, die van 9 naar 24 zetels steeg.[2]

Coalitievoorkeuren onder kiezers[bewerken | brontekst bewerken]

Hoewel kiezers in Nederland formeel geen invloed hadden op de kabinetsformatie, werden verschillende peilingen gepubliceerd over de coalitievoorkeuren van kiezers. Uit een peiling van Peil.nl die werd gepubliceerd op 13 juni bleek dat de coalitie van VVD-CDA-PVV de voorkeur had van 35% van alle kiezers. Met 33% voorkeur volgde VVD-PvdA-D66-GroenLinks. VVD-PvdA-CDA en VVD-PvdA-SP hadden de voorkeur van respectievelijk 10 en 9% van de kiezers.[3]

Geopperde coalities[bewerken | brontekst bewerken]

Samenstelling van een Paars-plus-kabinet
De politieke samenwerking in het kabinet-Rutte
Geopperde partijencoalities
Partijen Zetels Opmerkingen
TK EK
VVD, PvdA, PVV 85 28 PvdA sloot de PVV uit
VVD, PvdA, CDA 82 49 PvdA wilde niet met de VVD en het CDA samen
VVD, PvdA, SP 76 40 SP+VVD onwaarschijnlijk
VVD, PVV, CDA 76 35 Informateur Rosenthal: niet mogelijk gebleken[4]
Informateur Opstelten: niet mogelijk gebleken
Informateur Tjeenk Willink: optie nogmaals onderzoeken
VVD, PvdA, D66, GL 81 34 Bekend als paars-plus
PvdA, CDA, SP, GL 76 51 Geopperd door Roemer[5]

Verloop van de formatie[bewerken | brontekst bewerken]

Mark RutteIvo Opstelten

Ivo OpsteltenRuud LubbersJacques WallageUri Rosenthal

Uri Rosenthal
 VVD, PvdA, CDA, D66, GL
 VVD, PvdA, D66, GL
 VVD, PvdA, CDA
 VVD, PVV, CDA
 VVD, CDA

 


Informateur Rosenthal[bewerken | brontekst bewerken]

Informateur Uri Rosenthal (VVD)

Op 10 juni ontving koningin Beatrix haar vaste adviseurs, de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer, respectievelijk René van der Linden en Gerdi Verbeet, en de vicevoorzitter van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, voor advies.[6] Verbeet deelde mee dat de Tweede Kamer geen behoefte had aan een debat over de verkiezingsuitslag.[bron?] Op 11 juni consulteerde de koningin de fractievoorzitters op Paleis Noordeinde. De leiders van de grootste fracties adviseerden haar een informateur van VVD-huize te benoemen, om allereerst een coalitie met de grootste verkiezingswinnaar, de PVV, te onderzoeken.[7]

Op 12 juni benoemde de koningin VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer Uri Rosenthal tot informateur, met als opdracht om "mede gelet op de moeilijke situatie waarin ons land verkeert" op korte termijn een kabinet te vormen "waarvan de grootste partij en de grootste winnaar deel uitmaken.".[8]

Job Cohen van de PvdA verklaarde nooit in een coalitie van CDA en VVD te willen plaatsnemen.[bron?] Alexander Pechtold van D66 en André Rouvoet van de ChristenUnie gaven aan tegen elk kabinet te zijn waar de PVV deel van uitmaakte.[bron?]

Rosenthal gaf op 14 juni zijn eerste toelichting op zijn werkzaamheden. Hij wees daarin op de moeilijke financieel-economische en politieke situatie. De samenstelling van de Eerste Kamer nam de informateur uitdrukkelijk mee in zijn informatie opdracht.[9] Na zijn eerste gesprek met de informateur zei Maxime Verhagen (CDA) dat VVD en PVV eerst hun verschillen moesten overbruggen, voordat hij wilde meepraten.[10]

Op 15 juni sprak informateur Rosenthal voor het eerst gezamenlijk met Mark Rutte (VVD) en Geert Wilders (PVV). Na nog een aantal individuele gesprekken met de fractieleiders van VVD, PVV en CDA stelde de informateur op 17 juni vast dat een combinatie van deze drie partijen niet mogelijk was.[4]

Rosenthal sprak op 18 juni achtereenvolgens met de fractieleiders Cohen, Verhagen, Pechtold, Femke Halsema (GroenLinks) en Rutte. Uit deze onderhandelingen waren meerdere coalities mogelijk: het zogeheten Paars-plus (VVD+PvdA+D66+GL) en een midden-coalitie van VVD+PvdA+CDA. Paars-plus had de voorkeur van PvdA, D66 en GroenLinks,[11] terwijl Rutte zich uitsprak voor de middencoalitie.[12] Na deze besprekingen maakte informateur Rosenthal bekend vanaf maandag 21 juni de mogelijkheden voor een paars-pluscoalitie te zullen onderzoeken.[13]

Na anderhalve dag besprekingen met Cohen, Halsema en Pechtold maakte VVD-fractievoorzitter Mark Rutte op 22 juni bekend "geen perspectief voor onderhandelingen" te zien voor paars-plus. Informateur Rosenthal nodigde vervolgens Verhagen, Cohen en Rutte uit voor een verkenning van de middencoalitie.[14] Op 25 juni bracht Rosenthal zijn verslag uit aan de koningin. Hierna was hij informateur-af, maar hij deed nog even een poging om snel een kabinet van VVD, CDA en PvdA te vormen. Terwijl Rutte en Verhagen van hun kant bereid waren hierover te onderhandelen, verklaarde Cohen echter opnieuw niet te willen. Rosenthal gaf nu het advies een informateur van VVD- en PvdA-huize te benoemen om een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal over het gehele midden (dus paars-plus en de middencoalitie met D66 en of GroenLinks) te onderzoeken. De koningin nodigde de vijf fractievoorzitters van VVD, PvdA, CDA, D66 en GroenLinks, respectievelijk Rutte, Cohen, Verhagen, Pechtold en Halsema uit om gesprekken te voeren. PVV-leider Geert Wilders werd niet uitgenodigd en reageerde furieus.[15]

Informateur Tjeenk Willink (1)[bewerken | brontekst bewerken]

Op 26 juni werd Herman Tjeenk Willink tot informateur benoemd.[16] Dit week af van het advies van Rosenthal, die twee informateurs adviseerde. Tjeenk Willink werd gevraagd om de koningin "op korte termijn te informeren over de stappen die moeten worden gezet om te komen tot de vorming van een kabinet dat kan rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal".

Op 28 juni nodigde Tjeenk Willink de oude informateur, Rosenthal, uit om zich te laten bijpraten en het eindverslag van hem verder te bespreken. Later werden Rutte (VVD), Cohen (PvdA), Verhagen (CDA), Pechtold (D66) en Halsema (GroenLinks) uitgenodigd. VVD-leider Rutte zei geen enkel kabinet te willen blokkeren, zowel een centrum-rechts, midden of paars-plus kabinet. Pechtold gaf aan de reactie van PVV-leider Wilders te begrijpen en Halsema vroeg Verhagen om opheldering, desnoods in de vorm van een debat in de Tweede Kamer. Pechtold zei dat nu de optie van een centrum-rechts kabinet als „een soort zwaard van Damocles boven de formatie hangt”. Ook vertelde hij dat het CDA tijdens de verkiezingen de PVV nooit heeft uitgesloten, maar nu toch uitsluit, terwijl ze wel over een middenkabinet willen praten.[17][18]

Op 29 juni debatteerde de Tweede Kamer over de voortgang van de formatie. Pechtold, die eerder aangaf Wilders te begrijpen, werd door Rutte aan deze woorden herinnerd. Rutte zei dat er dan onderzocht moet worden of een kabinet mogelijk was van VVD+PVV+D66+GroenLinks (75 zetels) met gedoogsteun van de SGP (77 zetels).[19] Rutte nodigde Wilders ook nog uit te praten om aan de voorwaarden van CDA-leider Verhagen te voldoen (het eerst samen eens worden). Wilders sloeg deze uitnodiging af, want hij vond dat alle partijen dan aan tafel moesten gaan zitten. Hiermee leek een centrum-rechts kabinet van de baan. Verhagen gaf aan dat hij vond dat er te veel verschillen waren met de PVV, zoals een hoofddoekjesbelasting, etnische registratie en beoordeling van de islam.[20][21]

SP-leider Emile Roemer vond dat de SP ook buitenspel was gezet in de informatierondes en vroeg aan PvdA-leider Cohen om samen naar de informateur te gaan om te praten over een nieuw kabinet. Cohen sloeg deze uitnodiging af. Hij vond dat een kabinet van de PvdA+CDA+SP+GroenLinks geen recht deed aan de verkiezingsuitslag: er zijn dan 3 partijen die zetels verloren hebben.[22]

Op 2 juli ontving de informateur de fractieleiders van paars-plus, waarna begonnen werd met onderhandelingen voor die coalitie. VVD-leider Rutte zei dat er nu wel voldoende perspectief was voor onderhandelingen. Halsema vond dat de partijen in staat zouden kunnen zijn om een regeerakkoord op tafel te leggen. Cohen vond dat er onderling genoeg vertrouwen was. Pechtold gaf te kennen geen grenzen te hebben gesteld.[23][24] PVV-leider Geert Wilders zocht de steun van Verhagen om samen een paars kabinet te voorkomen. Wilders noemde een paars kabinet “de allerslechtste optie voor Nederland”.[25]

Informateurs Rosenthal en Wallage[bewerken | brontekst bewerken]

Informateur Jacques Wallage (PvdA)

Op 5 juli benoemde koningin Beatrix Uri Rosenthal (VVD) en Jacques Wallage (PvdA) tot informateurs. Zij leidden de onderhandelingen van een paars-plus kabinet.[26] Meteen werden de onderhandelingen gestart en gingen de fractievoorzitters van paars-plus gezamenlijk om tafel. In het eindverslag van Tjeenk Willink stond dat Rutte wel wilde praten over paars-plus, mits Cohen de andere opties niet liet vallen. Cohen accepteerde dit, wardooreen kabinet van VVD+PvdA+CDA niet volledig van de baan was, mocht paars-plus mislukken. De fractievoorzitters onderhandelden bijna elke dag, maar brachten onder het mom van "radiostilte" geen nieuws naar buiten. De fractieleiders werden bijgestaan door de secondanten Edith Schippers (VVD), Jeroen Dijsselbloem (PvdA), Gerard Schouw (D66) en Ineke van Gent (GroenLinks).[bron?] Het streven was om het regeerakkoord compact te houden.

Op 6 juli verklaarde VVD-erelid Hans Wiegel in een interview dat Rutte met het onderhandelen over paars-plus een groot electoraal risico nam, aangezien volgens een peiling van Maurice de Hond bijna niemand van de VVD-kiezers achter een dergelijke coalitie stond. Ook vond Wiegel dat Rutte de mogelijkheid om over rechts te gaan veel te snel had opgegeven.[27]

Tijdens een personferentie op 12 juli vertelden de informateurs dat de vorming van een paars-plus kabinet nog niet met zekerheid was vast te stellen. Na een week overleg was over nog geen enkel punt overeenstemming bereikt. Volgens Rosenthal was het belangrijk om te kijken wat de partijen bond in plaats van scheidde.[28] Op 20 juli maakte de Rijksvoorlichtingsdienst bekend dat de onderhandelingen mislukt waren. Volgens Rutte waren deze mislukt op het gebied van de overheidsfinancië, waarbij niet aan de hypotheekrenteaftrek gekomen mocht worden of er een kilometerheffing ingevoerd mocht worden. Op het punt van immigratie waren de partijen verder gekomen dan Rutte zelf had gedacht.[bron?] Cohen betreurde het dat er geen akkoord was bereikt, maar zei dat het niet aan de inzet van de fractievoorzitters had gelegen. Halsema en Pechtold, voor wie paars-plus beste optie voor regeringsdeelname was, gaven aan nog steeds ruimte voor onderhandelingen te zien.

Rutte pleitte nu voor een middenkabinet van VVD+PvdA+CDA, waarin Cohen niks zag. Cohen vond dat dit alleen mogelijk was als dat werd aangevuld met D66 en GroenLinks, maar die voelden daar niks voor. Op 21 juli boden de informateurs hun eindverslag aan de koningin aan.[29]

Informateur Lubbers[bewerken | brontekst bewerken]

Informateur Ruud Lubbers (CDA)

Op 21 juli ontving koningin Beatrix opnieuw haar vaste adviseurs, de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer, René van der Linden en Gerdi Verbeet, en de vicevoorzitter van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, voor advies. Op diezelfde dag benoemde zij Minister van Staat Ruud Lubbers (CDA) tot informateur. Daar de PvdA en de VVD er samen niet uitkwamen, leek er een cruciale rol voor het CDA weggelegd. Zo was een centrum-rechts kabinet nog steeds mogelijk (VVD+PVV+CDA, 76 zetels), evenals een middenkabinet (VVD+PvdA+CDA, 82 zetels) en een links kabinet was ook nog niet uitgesloten (PvdA+CDA+SP+GL, 76 zetels). Lubbers ontving op donderdag 22 juli de fractievoorzitters van de VVD, PvdA, PVV en GroenLinks. CDA-fractievoorzitter Verhagen was op vakantie en zou terugkomen als hem dat gevraagd werd. Wilders kwam eerder al terug van vakantie. Lubbers sprak met alle fractievoorzitters, ook van de kleinere partijen.[30]

Maxime Verhagen sprak op vrijdag 23 juli met informateur Lubbers. De volgende dag sprak Verhagen met zijn eigen fractie over de brief van Lubbers aan Rutte, Wilders en Verhagen met de vraag een centrum-rechts kabinet te onderzoeken. Verhagen gaf eerder nog aan een middenkabinet te wensen, maar de PvdA blokkeerde dat. Verhagen wees erop dat Wilders eerst aan enkele voorwaarden moet voldoen voordat het CDA samen met de PVV in een regering zou gaan. Vicefractievoorzitter Elbert Dijkgraaf (fractievoorzitter Kees van der Staaij was op vakantie in Colombia en kon onmogelijk op tijd in Nederland zijn) van de SGP vond dat bij een eventuele gedoogsteun van zijn partij, er eerst gekeken moet worden naar de positie van ethische kwesties en ook naar de stijl van zo'n eventueel kabinet.[31][32]

SP-leider Roemer wilde graag dat er een links kabinet onderzocht werd (PvdA+SP+CDA+GL) onder leiding van Cohen. Hij achtte de kans groot dat een centrum-rechts kabinet mislukte en vond dat een centrum-links kabinet onderzocht moest worden.[33]

Op 24 juli werd bekend dat het CDA informele gesprekken wilde gaan voeren met de VVD en de PVV over een eventuele politieke samenwerking. De CDA-fractie had daar unaniem over besloten. Het CDA stelde geen voorwaarden, maar wilde wel dat iedereen aanspraak kan maken op de grondrechten.[34] Volgens ingewijden vorderden de gesprekken tussen Rutte, Wilders en Verhagen gestaag. Als het op de financiën goed zou gaan, was een doorbraak dichtbij. De grote zorgen van het CDA over plannen van de PVV om te tornen aan de principes van de rechtsstaat, zijn weggenomen. Ook was er onderhandeld over welk kabinet er zou komen, een meerderheidskabinet van VVD+PVV+CDA of een minderheidsvariant van VVD+CDA met gedoogsteun van de PVV. De laatste optie werd de meest voor de hand liggende geacht.[35]

Op donderdag 29 juli kwamen de fracties van de VVD, PVV en CDA bijeen. Na afloop wilden fractievoorzitters Rutte en Wilders niets kwijt over wat er besproken was. Wilders wilde eerst met Rutte en Verhagen overleggen, en daarna naar de informateur. Informateur Lubbers wilde op 30 juli weten wat de plannen van de heren waren, om daarna de koningin te kunnen inlichten. Dezelfde avond werd nog bekend dat de VVD, PVV en CDA gingen onderhandelen over een politieke samenwerking. Hierin 'gedoogt' de PVV een minderheidskabinet van VVD en CDA: de partijen respecteren elkaars opvattingen over de islam, Wilders zou de bezuinigingen steunen, in ruil daarvoor zou aan zijn wensen over immigratie, integratie en asiel, veiligheid en ouderenzorg tegemoet worden gekomen. Lubbers wilde de fractievoorzitters van de overige zeven fracties op 2 augustus spreken om met hen de consequenties te bespreken van de jongste ontwikkelingen in de informatie. D66-leider Pechtold eiste een debat; hij vond dat het onderzoeken van een minderheidskabinet niet tot de taken van Lubbers behoorde. Dit debat vond op woensdag 4 augustus plaats.

VVD-leider Mark Rutte gaf aan zelf de minister-president van het kabinet bestaande uit VVD en CDA te willen worden, in tegenstelling tot een eerdere uitspraak van hem dat hij als fractievoorzitter zou aanblijven en EU-commissaris Neelie Kroes of partijvoorzitter Ivo Opstelten naar voren zou schuiven als premier.

Op 2 augustus reageerde Rutte met de uitspraak dat centrum-rechts voor hem nu de enige optie was en andere opties onbespreekbaar waren. Rutte vond tevens dat Cohen zichzelf buitenspel had gezet door een middenkabinet te blokkeren. Ook noemde hij Cohen de 'matchmaker van rechts' en 'de vroedvrouw van het minderheidskabinet'. Cohen pleitte toen voor een breed kabinet van VVD, PvdA, CDA, D66 en GroenLinks (102 zetels). Cohen ontkende dat hij een middenkabinet had geblokkeerd. Hij wees erop dat Mark Rutte vasthield aan zijn eigen 'piketpalen' en ook steeds had gezegd dat een kabinet met het CDA en de PVV zijn voorkeur had.[36][37]

Emile Roemer stelde aan de informateur voor om zelf een regeerakkoord te schrijven, samen met de PvdA en GroenLinks. Dan zou het CDA moeten beoordelen in welke coalitie ze gingen zitten; centrum-links of centrum-rechts (met de VVD).[36][38] Cohen schreef later op de dag een brief aan Roemer, waarin hij vertelde dat hij nu wel iets in een samenwerking met de SP ziet. Naast GroenLinks achtte Cohen D66 ook een serieuze coalitiepartner.[39]

De fractievoorzitters van VVD, PVV en CDA spraken op 3 augustus opnieuw met de informateur, om de resultaten van het overleg met de overige (vice-)fractievoorzitters te bespreken.

Tijdens het debat in de Tweede Kamer in het bijzijn van Ruud Lubbers, kreeg hij de nodige kritiek van de linkse partijen. D66-voorman Pechtold herhaalde dat Lubbers zijn opdracht te buiten was gegaan. Volgens Pechtold was Lubbers de regie kwijt geraakt toen hij VVD, PVV en CDA informeel liet spreken. Hij vond dat de informateur zijn opdracht had moeten teruggeven of een nieuwe moest aanvragen bij de koningin. Roemer van de SP hoopte dat de linkse variant (PvdA+SP+CDA+GL, 76 zetels) alsnog onderzocht kon worden. Cohen noemde het kabinet van VVD+CDA met gedoogsteun van de PVV een instabiel kabinet en ongewenst. Cohen had er ook geen spijt van dat hij aan Lubbers heeft geadviseerd een centrum-rechts kabinet te onderzoeken. Halsema van GroenLinks vond het beoogde nieuwe kabinet 'de slechtst denkbare variant'. Rutte, Wilders en Verhagen reageerden niet in het debat.

Informateur Opstelten (1)[bewerken | brontekst bewerken]

Informateur Ivo Opstelten (VVD)

Op 4 augustus benoemde koningin Beatrix VVD-partijvoorzitter Ivo Opstelten tot informateur. Opstelten gaf aan aan dat hij verwachtte drie weken te onderhandelen. Opstelten relativeerde het ontbreken van een Eerste Kamermeerderheid, paarsplus had ook geen meerderheid in de Senaat. De onderhandelaars moesten volgens Opstelten zelf het werk doen, hij zag zichzelf als bewaker. Opstelten wilde graag nog spreken met demissionair CDA-minister Jan Kees de Jager, die bezig was met de begroting voor 2011. De onderhandelaars namen een radiostilte in acht.[40]

PVV-leider Geert Wilders was ook aanwezig bij de besprekingen voor het regeerakkoord, alsmede het gedoogakkoord. In het regeerakkoord mocht Wilders breekpunten aangeven. zo mocht de coalitie van VVD en CDA op zoek naar een andere meerderheid in de Tweede Kamer bij besprekingen over het buitenlands beleid of de Europese Unie (met bijvoorbeeld de PvdA was er dan alsnog een meerderheid). Wilders mocht het kabinet op die punten waarmee hij het niet eens was niet naar huis sturen en geen motie van wantrouwen van een andere partij steunen. Wel mocht de PVV tegenstemmen. De fractieleiders namen (net als bij de onderhandelingen van paarsplus) allemaal een secondant mee. Voor Mark Rutte was dat weer Edith Schippers, voor Geert Wilders was dat Europarlementariër Barry Madlener en voor Maxime Verhagen was dat Ab Klink.[41]

PVV-leider Geert Wilders kondigde aan te gaan demonstreren tegen Park51 omdat hij vond dat een moskee in de buurt van de terroristische aanslagen van 11 september 2001 onacceptabel was. CDA-senator Hans Hillen zei al eerder dat Wilders op zijn woorden moest letten als hij verantwoording zou gaan dragen. Het buitenland zou denken dat Wilders namens de Nederlandse regering sprak. CDA-voorman Verhagen zei op de eerste dag van de onderhandelingen al dat hij verwachtte dat Wilders zijn toon zou matigen en de consequenties moest onderzien. Wilders zei op zijn beurt dat de PVV en het CDA onderling van mening verschilden over de islam, maar dat is afgesproken dat zij elkaars standpunten zouden accepteren.

Na weken onderhandelen en radiostilte vertelde CDA-partijvoorzitter Henk Bleker in het programma Knevel & Van den Brink dat hij wilde dat het nieuwe kabinet er "voor alle Nederlanders is". PVV-leider Geert Wilders reageerde op Twitter met de woorden: "Kan die CDA-voorzitter Bleker niet even op vakantie gaan of zo? Wat een enorme zeurpiet. En voor alle helderheid: de PVV moet helemaal niks!" Binnen het CDA bestond veel weerstand tegen samenwerking met de partij van Wilders. Oud-minister Hanja Maij-Weggen van het CDA vreesde dat door samenwerking met de PVV het CDA verscheurd zou worden. Ook oud-premier Dries van Agt keerde zich al eerder tegen samenwerking met de PVV en wilde misschien lid worden van D66 of GroenLinks. Later ontkrachtte hij dit; hij blijft lid van het CDA, en hij wil daar een grote "lastpost" worden. Op 26 augustus werd bekend dat ook oud-informateur Ruud Lubbers tegen een kabinet van VVD+CDA met gedoogsteun van de PVV was. Dat schreef hij in brieven aan Bleker en Verhagen. "Mijn standpunt heeft zich ontwikkeld van "ja, mits" tot "neen, tenzij" aldus Lubbers. CDA-voorman Verhagen gaf aan dat Wilders gelijk had. "Strikt genomen heeft Wilders gelijk, hij moet niks".[42][43][44][45] Diezelfde dag gaf informateur Opstelten aan dat hij verwachtte nog 2 weken nodig te hebben. Hij had zelf een verwachting gegeven van 3 weken, maar door technische omstandigheden (het doorrekenen naar het Centraal Planbureau, het akkoord van de fracties en een congres voor het CDA) zou de informatie langer duren. Kort na Prinsjesdag zou dan een nieuw kabinet kunnen aantreden. Hierbij ontstond de situatie dat de huidige minister-president, Jan Peter Balkenende, de begroting zou presenteren en de troonrede voor de koningin zou schrijven en dat de nieuwe minister-president Mark Rutte deze zou moeten verantwoorden in de Tweede Kamer.

Op dinsdag 31 augustus kwam de CDA-fractie bijeen in een besloten spoedvergadering om de situatie te bespreken. Secondant Ab Klink zou bezwaren hebben tegen het minderheidskabinet, terwijl Verhagen door wilde gaan met de onderhandelingen. De volgende dag werd er verder vergaderd en sprak de fractie één op één met Verhagen en CDA-partijvoorzitter Henk Bleker. De drie CDA-fractieleden die tegen samenwerking met de PVV waren, zijn Ad Koppejan en Kathleen Ferrier, onder leiding van Ab Klink. Klink had een brief geschreven aan Verhagen en Bleker waarin stond dat voor hem samenwerking met de PVV een onbegaanbare weg was. Wilders zou hebben aangegeven zijn eigen visie op het regeerakkoord te laten merken, op zijn eigen manier, "op zijn PVV's" en "voluit op het orgel". Wilders zou de coalitiepartners hebben aangeraden dan de andere kant op te kijken, want hun hoofden zouden rood kleuren. Wilders stelde later vast dat dit niet klopt. Ook de VVD herkende zich naar verluidt niet in de woorden van Klink. Met bemiddeling van CDA-minister Piet Hein Donner werd er verder gepraat met de drie dissidenten.[a] Verhagen kwam om half 2 's nachts naar buiten met het feit dat de CDA-fractie het weer eens was en de onderhandelingen konden worden hervat. Klink trok zich terug als onderhandelaar en werd opgevolgd door Ank Bijleveld.[47]

De VVD en PVV wilden van Verhagen duidelijkheid over de ontstane crisis in de CDA-fractie. Nadat ze bij elkaar gekomen waren en de vragen gesteld waren, wilden Rutte en Wilders nadenken of ze verder wilden met het CDA. Wilders wilde op papier hebben dat de CDA-dissidenten akkoorr zouden gaan met de uitslag van het CDA-congres, iets waar CDA-leider Verhagen niet aan wilde voldoen.[47] Op vrijdag 3 september werd het overleg hervat, waarna er later door de Rijksvoorlichtingsdienst bekendgemaakt werd dat de informatiepoging mislukt was.[48] VVD-leider Rutte had nog wel vertrouwen in het CDA, maar de PVV van Geert Wilders gaf aan dat het geen vertrouwen meer had in het CDA nu een nipte meerderheid van 76 zetels in het geding zou komen. De onderhandelingen waren al in een vergevorderd stadium. Rutte gaf aan dat "rechts Nederland zijn handen zou aflikken bij wat er allemaal al op papier stond". Volgens Wilders was na drie weken onderhandelen met Klink het vertrouwen weg toen hij een brief schreef waarin hij tegen politieke samenwerking met de PVV was. Verhagen was ervan overtuigd dat de fractie en het congres akkoord waren gegaan met het regeerakkoord. Rutte wilde nu zelf een regeerakkoord schrijven, waarna andere partijen konden aanschuiven.[49] Fractieleiders Cohen en Roemer reageerden verheugd op het feit dat de informatiepoging mislukt was. Cohen liet weten dat zijn partij beschikbaar was voor in een kabinet. Roemer zag weer nieuwe kansen voor zijn gewenste linkse coalitie van PvdA, CDA, SP en GroenLinks met Cohen als premier. Hij vond dat de VVD haar kansen heeft gehad.

Informateur Tjeenk Willink (2)[bewerken | brontekst bewerken]

Tjeenk Willink had tijdens zijn persconferentie over het eindverslag kritiek op de rol van de media

Op 6 september sprak de koningin met haar vaste adviseurs, de vicepresident van de Raad van State, de voorzitter van de Eerste Kamer en de voorzitter van de Tweede Kamer. Later kwamen de fractievoorzitters van VVD, PvdA, PVV en CDA. Mark Rutte adviseerde haar hemzelf als informateur aan te stellen om een concept-regeerakkoord te gaan schrijven. Cohen wilde graag samen met Rutte een regeerakkoord schrijven. PVV en CDA steunden Rutte, zodat voor dit idee een Kamermeerderheid was ontstaan. Eerder die dag liet Ab Klink de voorzitter van de Tweede Kamer weten per direct te vertrekken wegens de ontstane situatie in het CDA. Op dinsdag 7 september sprak de koningin met de andere fractieleiders. Ook vond er een debat plaats in de Tweede Kamer, in aanwezigheid van oud-informateur Ivo Opstelten. Hierin gaven de overige fracties veel kritiek op de VVD, PVV en CDA.

Op dinsdag 7 september werd bekend dat de PVV weer wilde onderhandelen over een centrum-rechts minderheidskabinet. Ook de VVD en het CDA bleken weer bereid tot onderhandelen. Wilders kwam tot deze conclusie kort nadat Ab Klink de CDA-fractie had verlaten. De meeste andere partijen zagen weinig in deze onderhandelingen. Femke Halsema adviseerde het CDA "niet opnieuw in dezelfde fuik te zwemmen". Cohen riep op om "de heilloze weg over rechts te verlaten en samen te werken aan een stabiel meerderheidskabinet". Ook Rouvoet van de ChristenUnie liet weten het een slecht idee te vinden als de gesprekken zouden worden hervat.

's Avonds nodigde de koningin Mark Rutte uit op paleis Noordeinde om de ontstane situatie te bespreken. Herman Tjeenk Willink werd vervolgens wederom benoemd tot informateur, met als opdracht om de majesteit "op de kortst mogelijke termijn te informeren over de thans ontstane situatie en de stappen die genomen moeten worden".[50]

De volgende dag sprak Tjeenk Willink met de fractievoorzitters van alle partijen.[51] De informateur waarschuwde tijdens zijn persconferentie dat de "geloofwaardigheid van de toekomstige minister-president in het geding is" als weer zal blijken dat een centrum-rechtse coalitie niet mogelijk is. Rutte had er vertrouwen in dat het deze keer zou lukken. Tjeenk Willink gaf aan dat "alles wat niet in een advies of verslag staat, niet bestaat. Het moet controleerbaar zijn". Hiermee bedoelde hij de verwarring die ontstond toen de koningin nog met haar consultaties bezig was en de leiders van het beoogde centrum-rechtse kabinet weer toenadering tot elkaar zochten. Tjeenk Willink wilde nu een paar dagen tijd om alle fractievoorzitters te spreken, voordat verdere stappen konden worden ondernomen. Donderdagochtend was hij klaar met zijn gesprekken met de fractievoorzitters. Na afronding van die gesprekken nodigde Tjeenk Willink Rutte, Wilders en Verhagen uit voor een gesprek, om "de voorwaarden die vervuld moeten zijn om de vorming van een stabiel kabinet van VVD en CDA dat met gedoogsteun van de PVV kan rekenen op vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal met succes te kunnen afronden". Geert Wilders hield op 11 september 2010 een toespraak op Park51, tegen de bouw van een moskee vlak bij Ground Zero. VVD-leider Rutte maakte zich geen zorgen over de toespraak van Wilders. Hij vond dat er ontspannen mee om gegaan moest worden. Als het nodig zou zijn, zou Rutte "hard afstand nemen" van de uitspraken van Wilders. Hij verwachtte niet dat het de kansen op een centrum-rechts kabinet zou verkleinen. Maxime Verhagen zei via Twitter het volgende: "Wilders sprak op persoonlijke titel. De Nederlandse regering hecht net zoals de VS aan vrijheid van geloof voor iedereen, overal ter wereld."

Op maandag 13 september presenteerde Tjeenk Willink zijn eindverslag aan de koningin. Volgens Tjeenk Willink was er nu wel een "redelijke mate van zekerheid" dat een formatiepoging van VVD en CDA met gedoogsteun van PVV mogelijk was. Ook benadrukte hij dat het minderheidskabinet ook op zoek moest naar andere meerderheden in de Tweede Kamer, bijvoorbeeld op het Europees beleid. De PvdA zou hier bijvoorbeeld alsnog voor een meerderheid kunnen zorgen. De PVV stond zeer sceptisch tegenover Europese samenwerking.[bron?]

Informateur Opstelten (2)[bewerken | brontekst bewerken]

Verhagen wordt belaagd door de pers op weg naar de informateur

Op advies van Tjeenk Willink benoemde koningin Beatrix op 13 september opnieuw Ivo Opstelten tot informateur met de opdracht om een kabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van PVV te onderzoeken.[52] De onderhandelingen werden dezelfde dag nog gestart.

Rutte, Verhagen en Wilders presenteren regeer- en gedoogakkoord

Op dinsdag 28 september 2010 maakte de Rijksvoorlichtingsdienst bekend dat de drie onderhandelaars bijna een regeer- en gedoogakkoord bereikt hadden. Op zaterdag 2 oktober volgde dan het CDA-congres, waarna nog een CDA-fractievergadering volgde. Als de fracties akkoord zouden gaan (het CDA-congres geeft alleen een "zwaarwegend" advies) kon beoogd premier Mark Rutte op zoek naar bewindslieden voor zijn toekomstige kabinet, dat naar zijn voorkeur het kabinet-Rutte-Verhagen genoemd zal worden, een verwijzing naar het kabinet-Van Agt-Wiegel.[53]

Dinsdagavond op 28 september werd bekend dat het regeer- en gedoogakkoord rond waren.[54] Woensdag 29 september werden de akkoorden voorgelegd aan de drie fracties. De PVV en de VVD stemden unaniem voor, bij het CDA was een "overgrote meerderheid" voor dit regeer- en gedoogakkoord. Bij de dissidenten Koppejan en Ferrier waren de twijfels over samenwerking met de PVV niet weggenomen. Op 30 september werd de laatste hand gelegd aan de akkoorden, waarna deze in de middag gepresenteerd werden.[55]

Op zaterdag 2 oktober stemde het CDA-kabinetsformatiecongres met 68% van de stemmen in met regeringsdeelname.[56] Ondanks de grote meerderheid voor regeren met PVV, voelden Koppejan en Ferrier zich gesteund door een toch grote minderheid die tegen regeren was.[57]

Na de uitslag van het CDA-congres ging de Kamerfractie op 6 oktober unaniem akkoord met het regeerakkoord maar behield zich het recht voor elementen uit het gedoogakkoord kritisch te beoordelen.[58] In het programma Met het Oog op Morgen zei Koppejan dat de dissidenten Wilders wilden ontmaskeren.dat zich uit over Wilders. Teven zei Koppejan dat Wilders blij werd gemaakt met een dode mus omdat sommige afspraken strijdig zijn met internationale verdragen.[59] CDA-voorman Verhagen riep hen op het matje waarna op donderdag 7 oktober Rutte, Verhagen, Koppejan en Ferrier gezamenlijk spraken. Na afloop van dit gesprek spraken de fractievoorzitters van de VVD, CDA en PVV met elkaar waarna Wilders tegenover de pers zei dat alles weer goed was. In het eindverslag dat die middag werd gepresenteerd adviseerde Opstelten om Rutte aan te stellen als formateur.[bron?]

Formateur Rutte[bewerken | brontekst bewerken]

Zie kabinet-Rutte I voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Premier Mark Rutte (links) die na afronding van zijn formateurschap de sleutel van het Torentje ontvangt van afscheidend premier Jan Peter Balkenende (rechts)

Op donderdag 7 oktober werd Mark Rutte door de koningin benoemd tot formateur.[60] De 12 ministersposten, vier minder dan voorgaand kabinet, werden gelijk over de VVD en het CDA verdeeld. Beiden mochten vier staatssecretarissen leveren. Tussen 8 en 13 oktober sprak Rutte met de beoogde bewindslieden. Beoogd minister voor Immigratie en Asiel Gerd Leers moest daarnaast ook op gesprek komen bij Wilders.[61]

Datum van gesprek Persoon Beoogde functie Beoogd portefeuille Partij
8 oktober[62] Maxime Verhagen Minister[b] Economische Zaken, Landbouw en Innovatie CDA
Henk Kamp Minister Sociale Zaken en Werkgelegenheid VVD
Melanie Schultz van Haegen Minister Infrastructuur en Milieu CDA
Piet Hein Donner Minister Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties CDA
Ivo Opstelten Minister Veiligheid en Justitie
VVD
9 oktober Hans Hillen Minister Defensie CDA
Uri Rosenthal
Minister Buitenlandse Zaken VVD
Ben Knapen Staatssecretaris Buitenlandse Zaken CDA
11 oktober Gerd Leers Minister Immigratie en Asiel CDA
Edith Schippers Minister Volksgezondheid, Welzijn en Sport VVD
Jan Kees de Jager Minister Financiën CDA
Henk Bleker Staatssecretaris Economische Zaken, Landbouw en Innovatie CDA
Paul de Krom Staatssecretaris Sociale Zaken en Werkgelegenheid VVD
Fred Teeven Staatssecretaris Veiligheid en Justitie VVD
Frans Weekers Staatssecretaris Financiën VVD
12 oktober Marja van Bijsterveldt Minister Onderwijs, Cultuur en Wetenschap CDA
Halbe Zijlstra Staatssecretaris Onderwijs, Cultuur en Wetenschap VVD
13 oktober Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner Staatssecretaris Volksgezondheid, Welzijn en Sport CDA
Joop Atsma Staatssecretaris Infrastructuur en Milieu CDA

Donderdag 14 oktober werd het kabinet-Rutte I door koningin Beatrix beëdigd.

Nasleep[bewerken | brontekst bewerken]

Het kabinet had 76 zetels, maar verloor die meerderheid op 20 maart 2012 nadat Hero Brinkman zich afsplitste en de fractie Lid-Brinkman vormde. Hij gaf wel aan het kabinet te blijven steunen.[63] Ruim een maand later kwam echter het kabinet alsnog ten val. Op 21 april 2012 stapte Wilders uit de besprekingen over de begroting van 2013. Diezelfde dag gaf Wilders ook aan dat zijn partij niet langer het kabinet gedoogde. Twee dagen later op 23 april bood daarom het kabinet zijn ontslag aan.[64]

Voormalig CDA-premier Ruud Lubbers, die als informateur bijgedragen had aan de totstandkoming van de gedoogcoalitie, keerde zich later tegen deze coalitie. Hij moedigde achter de schermen minister Gerd Leers aan om een crisis te creëren om het kabinet ten val te brengen.[65]

Bronvermelding[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Kabinetsformatie 2010 Nederland van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.