Kabinetsformatie Nederland 2010

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
VVD-leider, formateur en latere premier Mark Rutte (rechts van de man met de politiepet, naar rechts kijkend) staat de pers te woord ten tijde van de kabinetsformatie (september 2010)

De kabinetsformatie in Nederland begon na de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni 2010 en eindigde 127 dagen later, op 14 oktober, met de beëdiging van het kabinet-Rutte I.

De VVD was bij de verkiezingen de grootste partij geworden (31 zetels), met één zetel meer dan de PvdA. Nadat een onderzoek naar de mogelijkheid van een paars-plus-coalitie strandde, werd na vier maanden formeren overeenstemming bereikt over een regeerakkoord en een gedoogakkoord voor een minderheidskabinet VVD-CDA met gedoogsteun van de PVV: het kabinet-Rutte. Op 14 oktober kwam het nieuwe kabinet bijeen voor het constituerend beraad en werd het kabinet beëdigd door koningin Beatrix, waarmee de formatie was afgelopen.[1]

Mogelijke coalities[bewerken]

Samenstelling van een Paars-plus-kabinet
De politieke samenwerking in het kabinet-Rutte

Een meerderheidscoalitie bestaande uit slechts twee partijen was op basis van de verkiezingsuitslag niet mogelijk. Er waren vier driepartijencoalities met een meerderheid mogelijk, waarvan twee onwaarschijnlijk waren doordat partijen elkaar uitsloten. Alleen een centrum-kabinet (VVD-PvdA-CDA) en een centrum-rechts kabinet (VVD-PVV-CDA) waren voorstelbaar. Van de mogelijke coalities met vier partijen werd de zogenaamde "paars-plus"-variant vaak genoemd, VVD-PvdA-D66-GL (81 zetels in de Tweede Kamer, 34 in de Eerste Kamer). Emile Roemer zag ook mogelijkheden voor PvdA-CDA-SP-GL (76 zetels, 51 in de Senaat)[2]

Theoretisch mogelijke driepartijencoalities
Partijen Zetels Opmerkingen Zetels Eerste Kamer
VVD PvdA PVV 85 PvdA sluit de PVV uit 28
VVD PvdA CDA 82 PvdA wil niet met de VVD en het CDA samen 49
VVD PvdA SP 76 SP+VVD onwaarschijnlijk 40
VVD PVV CDA 76 Informateur Rosenthal: niet mogelijk gebleken[3]
Informateur Opstelten: niet mogelijk gebleken
Informateur Tjeenk Willink: optie nogmaals onderzoeken
35

Een overweging bij de keuze voor een coalitie was ook, of deze een meerderheid in de Eerste Kamer zou hebben (38 van de 75 zetels), al dan niet na de geplande Provinciale Statenverkiezingen in maart 2011. De SGP had twee zetels in de Eerste Kamer en er werd gesproken over mogelijke gedoogsteun van deze partij.[4]

Verloop van de formatie[bewerken]

Op 10 juni 2010 ontving koningin Beatrix haar vaste adviseurs, de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer, respectievelijk René van der Linden en Gerdi Verbeet, en de vicevoorzitter van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, voor advies.[5] Verbeet deelde mee dat de Tweede Kamer geen behoefte had aan een debat over de verkiezingsuitslag.

Op 11 juni 2010 consulteerde de koningin de fractievoorzitters op Paleis Noordeinde. De leiders van de grootste fracties adviseerden haar een informateur van VVD-huize te benoemen, om allereerst een coalitie met de grootste verkiezingswinnaar, de PVV, te onderzoeken.[6]

Tijdlijn[bewerken]

 VVD, PvdA, CDA, D66, GL

 VVD, PvdA, D66, GL

 VVD, PvdA, CDA

 VVD, PVV, CDA

 VVD, CDA

 


Informateur Rosenthal[bewerken]

Uri Rosenthal

Op 12 juni ontving de koningin Uri Rosenthal, VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer, en benoemde hem tot informateur, met als opdracht:

"mede gelet op de moeilijke situatie waarin ons land verkeert, op korte termijn te verkennen welke mogelijkheden op basis van de verkiezingsuitslag aanwezig zijn voor de vorming van een kabinet dat mag rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal en daartoe als eerste te onderzoeken de mogelijkheid van een kabinet waarvan de grootste partij en de grootste winnaar deel uitmaken."[7]

Job Cohen van de PvdA verklaarde nooit in een coalitie van CDA en VVD te willen plaatsnemen. Alexander Pechtold van D66 en André Rouvoet van de ChristenUnie gaven aan tegen elk kabinet te zijn waar de PVV deel van uitmaakte.

Rosenthal gaf op 14 juni zijn eerste toelichting op zijn werkzaamheden. Hij wees daarin op de moeilijke financieel-economische en politieke situatie, daarbij verwijzend naar 1935. De samenstelling van de Eerste Kamer neemt de senator uitdrukkelijk mee in zijn informatie opdracht.[8] Na zijn eerste gesprek met de informateur zei Maxime Verhagen (CDA) dat VVD en PVV eerst hun verschillen moesten overbruggen, voordat hij wilde meepraten.[9]

Op 15 juni sprak informateur Rosenthal voor het eerst gezamenlijk met Mark Rutte (VVD) en Geert Wilders (PVV). Na nog een aantal individuele gesprekken met de fractieleiders van VVD, PVV en CDA stelde de informateur op 17 juni vast dat een combinatie van deze drie partijen niet mogelijk was.[3] Hij lichtte de koningin in en beraadde zich erop welke optie vervolgens te onderzoeken.

Rosenthal sprak op 18 juni achtereenvolgens met de fractieleiders Job Cohen (PvdA), Maxime Verhagen (CDA), Alexander Pechtold (D66), Femke Halsema (GroenLinks) en Mark Rutte (VVD). Uit deze onderhandelingen waren meerdere coalities mogelijk: het zogeheten Paars-plus (VVD+PvdA+D66+GL) en een midden-coalitie van VVD+PvdA+CDA. Paars-plus had de voorkeur van PvdA, D66 en GroenLinks,[10] terwijl Rutte zich uitsprak voor de middencoalitie.[11] Na deze besprekingen maakte informateur Rosenthal bekend vanaf maandag 21 juni de mogelijkheden voor een paars-pluscoalitie te zullen onderzoeken.[12]

Na anderhalve dag besprekingen met Rutte, Cohen, Halsema en Pechtold maakte VVD-fractievoorzitter Mark Rutte op 22 juni bekend "geen perspectief voor onderhandelingen" te zien voor paars-plus. Informateur Rosenthal nodigde vervolgens Verhagen (CDA), Cohen (PvdA) en Rutte (VVD) uit voor een verkenning van de middencoalitie.[13] Op 25 juni 2010 bracht Rosenthal zijn verslag uit aan Hare Majesteit de Koningin. Hierna was hij informateur-af, maar hij deed nog even een poging om snel een kabinet van VVD, CDA en PvdA te vormen. Terwijl Rutte en Verhagen van hun kant bereid waren hierover te onderhandelen, verklaarde Cohen echter opnieuw niet te willen. Rosenthal gaf nu het advies een informateur van VVD- en PvdA-huize te benoemen om een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal over het gehele midden (dus paars-plus en de middencoalitie met D66 en of GroenLinks) te onderzoeken. De koningin nodigde de vijf fractievoorzitters van VVD, PvdA, CDA, D66 en GroenLinks, respectievelijk Rutte, Cohen, Verhagen, Pechtold en Halsema uit om gesprekken te voeren. PVV-leider Geert Wilders werd niet uitgenodigd en reageerde furieus.[14]

Informateur Tjeenk Willink (1)[bewerken]

Op 26 juni werd bekendgemaakt dat Herman Tjeenk Willink tot informateur was benoemd.[15] Dit week af van het advies van Uri Rosenthal; hij adviseerde twee informateurs. Tjeenk Willink werd gevraagd om de koningin "op korte termijn te informeren over de stappen die moeten worden gezet om te komen tot de vorming van een kabinet dat kan rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal".

Op 28 juni 2010 nodigde Tjeenk Willink de oude informateur, Uri Rosenthal, uit om zich te laten bijpraten en het eindverslag van hem verder te bespreken. Later werden Rutte (VVD), Cohen (PvdA), Verhagen (CDA), Pechtold (D66) en Halsema (GroenLinks) uitgenodigd. VVD-leider Mark Rutte zei geen enkel kabinet te willen blokkeren, zowel een centrum-rechts, midden of paars-plus kabinet. Pechtold gaf aan de reactie van PVV-leider Geert Wilders te begrijpen en Femke Halsema vroeg Maxime Verhagen om opheldering, desnoods in de vorm van een debat in de Tweede Kamer. Pechtold zei dat nu de optie van een centrum-rechts kabinet als „een soort zwaard van Damocles boven de formatie hangt”. Ook vertelde hij dat het CDA tijdens de verkiezingen de PVV nooit heeft uitgesloten, maar nu toch uitsluit, terwijl ze wel over een middenkabinet willen praten.[16][17]

Op 29 juni 2010 was er een debat in de Tweede Kamer over de voortgang van de kabinetsformatie. Pechtold, die eerder aangaf Wilders te begrijpen, werd door Rutte aan deze woorden herinnerd. Rutte zei dat er dan onderzocht moet worden of een kabinet mogelijk was van VVD+PVV+D66+GroenLinks (75 zetels) met gedoogsteun van de SGP (77 zetels).[18] Rutte nodigde Wilders ook nog uit te praten om aan de voorwaarden van CDA-leider Verhagen te voldoen (het eerst samen eens worden). Wilders sloeg deze uitnodiging af, hij vond dat alle partijen dan aan tafel moesten gaan zitten. Hiermee leek een centrum-rechts kabinet van de baan. Maxime Verhagen gaf aan dat hij vond dat er te veel verschillen zijn met de PVV, zoals een hoofddoekjesbelasting, etnische registratie en beoordeling van de islam.[19][20]

SP-leider Emile Roemer vond dat de SP ook buitenspel was gezet in de informatierondes en vroeg aan PvdA-leider Cohen om samen naar de informateur te gaan om te praten over een nieuw kabinet. Cohen sloeg deze uitnodiging af. Hij vond dat een kabinet van de PvdA+CDA+SP+GroenLinks geen recht deed aan de verkiezingsuitslag: er zijn dan 3 partijen die zetels verloren hebben.[21]

Op 2 juli 2010 ontving de informateur de fractieleiders van paars-plus. Een dag later kwam naar buiten dat maandag 5 juli verder wordt onderhandeld over Paars-plus. VVD-leider Rutte zei dat er nu wel voldoende perspectief was voor onderhandelingen. Halsema vond dat de partijen in staat zouden kunnen zijn om een regeerakkoord op tafel te leggen. Cohen vond dat er onderling genoeg vertrouwen was. Alexander Pechtold gaf te kennen geen grenzen te hebben gesteld.[22][23]

PVV-leider Geert Wilders zocht de steun van Maxime Verhagen om samen een paars-kabinet te voorkomen. Wilders noemde een paars-kabinet "het ergste wat Nederland kan overkomen".[24]

Informateurs Rosenthal en Wallage[bewerken]

Op 5 juli 2010 heeft koningin Beatrix Uri Rosenthal (VVD) en Jacques Wallage (PvdA) benoemd tot informateurs. Zij leidden de onderhandelingen van een paars-plus kabinet.[25] Meteen werden de onderhandelingen gestart en gingen de fractievoorzitters van paars-plus gezamenlijk om tafel. In het eindverslag van Tjeenk Willink stond dat Rutte wel wilde praten over paars-plus, mits Cohen de andere opties niet liet vallen. Cohen accepteerde dit, waarmee een kabinet van VVD+PvdA+CDA niet volledig van de baan is, mocht paars-plus mislukken. De fractievoorzitters van paars-plus onderhandelden bijna elke dag, maar brachten geen nieuws naar buiten (de zogeheten radiostilte). De fractieleiders hadden wel allemaal secondanten mee naar de onderhandelingen (soms verschillende), Edith Schippers samen met Mark Rutte, Jeroen Dijsselbloem met Job Cohen, Gerard Schouw samen met Alexander Pechtold en Ineke van Gent samen met Femke Halsema. Financieel adviseurs waren al eerder aangeschoven. Het streven was om het regeerakkoord compact te houden.

Op 6 juli verklaarde VVD-erelid Hans Wiegel in een interview dat Rutte met het onderhandelen over paars-plus een groot electoraal risico nam, aangezien volgens een peiling van Maurice de Hond bijna niemand van de VVD-kiezers achter een dergelijke coalitie stond. Ook vond Wiegel dat Rutte de mogelijkheid om over rechts te gaan veel te snel had opgegeven.

Op 12 juli 2010 gaven de informateurs een persconferentie. De vorming van een paars-plus kabinet was nog niet met zekerheid vast te stellen. Na een week overleg was over nog geen enkel punt overeenstemming bereikt. Volgens Rosenthal was het belangrijk om te kijken wat de partijen bond in plaats van scheidde.[26] Op 20 juli 2010 maakte de Rijksvoorlichtingsdienst bekend dat de onderhandelingen mislukt waren. Rutte vertelde dat deze mislukt waren op het gebied van de overheidsfinanciën, waarbij niet aan de hypotheekrenteaftrek gekomen mocht worden of er een kilometerheffing ingevoerd mocht worden. Op het punt van immigratie waren de partijen verder gekomen dan Rutte zelf had gedacht. Cohen betreurde het dat er geen akkoord was bereikt, maar zei dat het niet aan de inzet van de fractievoorzitters had gelegen. Voor D66 en GroenLinks was paars-plus de ultieme optie om regeringsdeelname te verwezenlijken. Pechtold gaf aan dat Rutte en Cohen de stekker uit de formatie hadden getrokken. Halsema en Pechtold gaven aan dat zij nog wel ruimte zagen voor onderhandelingen.

Rutte pleitte nu voor een middenkabinet van VVD+PvdA+CDA, maar Cohen zag hier niks in. Hij vond dat dit alleen mogelijk was als dat werd aangevuld met D66 en GroenLinks, maar die voelden daar niks voor. Op 21 juli 2010 boden de informateurs hun eindverslag aan de koningin aan.[27]

Informateur Lubbers[bewerken]

Ruud Lubbers

Op 21 juli ontving koningin Beatrix opnieuw haar vaste adviseurs, de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer, René van der Linden en Gerdi Verbeet, en de vicevoorzitter van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, voor advies. Op diezelfde dag benoemde zij Minister van Staat Ruud Lubbers (CDA) tot informateur. Daar de PvdA en de VVD er samen niet uitkwamen, leek er een cruciale rol voor het CDA weggelegd. Zo was een centrum-rechts kabinet nog steeds mogelijk (VVD+PVV+CDA, 76 zetels), evenals een middenkabinet (VVD+PvdA+CDA, 82 zetels) en een links kabinet was ook nog niet uitgesloten (PvdA+CDA+SP+GL, 76 zetels). Lubbers ontving op donderdag 22 juli de fractievoorzitters van de VVD, PvdA, PVV en GroenLinks. CDA-fractievoorzitter Verhagen was op vakantie en zou terugkomen als hem dat gevraagd werd. Wilders kwam eerder al terug van vakantie. Lubbers sprak met alle fractievoorzitters, ook van de kleinere partijen.[28]

Maxime Verhagen sprak op vrijdag 23 juli met informateur Lubbers. De volgende dag sprak Verhagen met zijn eigen fractie over de brief van Lubbers aan Rutte, Wilders en Verhagen met de vraag een centrum-rechts kabinet te onderzoeken. Verhagen gaf eerder nog aan een middenkabinet te wensen, maar de PvdA blokkeerde dat. Verhagen wees erop dat Wilders eerst aan enkele voorwaarden moet voldoen voordat het CDA samen met de PVV in een regering zou gaan. Vicefractievoorzitter Elbert Dijkgraaf (fractievoorzitter Kees van der Staaij was op vakantie in Colombia en kon onmogelijk op tijd in Nederland zijn) van de SGP vond dat bij een eventuele gedoogsteun van zijn partij, er eerst gekeken moet worden naar de positie van ethische kwesties en ook naar de stijl van zo'n eventueel kabinet.[29][30]

SP-leider Roemer wilde graag dat er een links kabinet onderzocht werd (PvdA+SP+CDA+GL) onder leiding van Cohen. Hij achtte de kans groot dat een centrum-rechts kabinet mislukte en vond dat een centrum-links kabinet onderzocht moest worden.[31]

Op 24 juli werd bekend dat het CDA informele gesprekken wilde gaan voeren met de VVD en de PVV over een eventuele politieke samenwerking. De CDA-fractie had daar unaniem over besloten. Het CDA stelde geen voorwaarden, maar wilde wel dat iedereen aanspraak kan maken op de grondrechten.[32] Volgens ingewijden vorderden de gesprekken tussen Rutte, Wilders en Verhagen gestaag. Als het op de financiën goed zou gaan, was een doorbraak dichtbij. De grote zorgen van het CDA over plannen van de PVV om te tornen aan de principes van de rechtsstaat, zijn weggenomen. Ook was er onderhandeld over welk kabinet er zou komen, een meerderheidskabinet van VVD+PVV+CDA of een minderheidsvariant van VVD+CDA met gedoogsteun van de PVV. De laatste optie werd de meest voor de hand liggende geacht.[33]

Op donderdag 29 juli kwamen de fracties van de VVD, PVV en CDA bijeen. Na afloop wilden fractievoorzitters Rutte en Wilders niets kwijt over wat er besproken was. Wilders wilde eerst met Rutte en Verhagen overleggen, en daarna naar de informateur. Informateur Lubbers wilde op 30 juli weten wat de plannen van de heren waren, om daarna de koningin te kunnen inlichten. Dezelfde avond werd nog bekend dat de VVD, PVV en CDA gingen onderhandelen over een politieke samenwerking. Hierin 'gedoogt' de PVV een minderheidskabinet van VVD en CDA: de partijen respecteren elkaars opvattingen over de islam, Wilders zou de bezuinigingen steunen, in ruil daarvoor zou aan zijn wensen over immigratie, integratie en asiel, veiligheid en ouderenzorg tegemoet worden gekomen. Lubbers wilde de fractievoorzitters van de overige zeven fracties op 2 augustus spreken om met hen de consequenties te bespreken van de jongste ontwikkelingen in de informatie. D66-leider Pechtold eiste een debat; hij vond dat het onderzoeken van een minderheidskabinet niet tot de taken van Lubbers behoorde. Dit debat vond op woensdag 4 augustus plaats.

VVD-leider Mark Rutte gaf aan zelf de minister-president van het kabinet bestaande uit VVD en CDA te willen worden, in tegenstelling tot een eerdere uitspraak van hem dat hij als fractievoorzitter zou aanblijven en EU-commissaris Neelie Kroes of partijvoorzitter Ivo Opstelten naar voren zou schuiven als premier.

Op 2 augustus reageerde Rutte met de uitspraak dat centrum-rechts voor hem nu de enige optie was en andere opties onbespreekbaar waren. Rutte vond tevens dat Cohen zichzelf buitenspel had gezet door een middenkabinet te blokkeren. Ook noemde hij Cohen de 'matchmaker van rechts' en 'de vroedvrouw van het minderheidskabinet'. Cohen pleitte toen voor een breed kabinet van VVD, PvdA, CDA, D66 en GroenLinks (102 zetels). Cohen ontkende dat hij een middenkabinet had geblokkeerd. Hij wees erop dat Mark Rutte vasthield aan zijn eigen 'piketpalen' en ook steeds had gezegd dat een kabinet met het CDA en de PVV zijn voorkeur had.[34][35]

Emile Roemer stelde aan de informateur voor om zelf een regeerakkoord te schrijven, samen met de PvdA en GroenLinks. Dan zou het CDA moeten beoordelen in welke coalitie ze gingen zitten; centrum-links of centrum-rechts (met de VVD).[34][36] Cohen schreef later op de dag een brief aan Roemer, waarin hij vertelde dat hij nu wel iets in een samenwerking met de SP ziet. Naast GroenLinks achtte Cohen D66 ook een serieuze coalitiepartner.[37]

De fractievoorzitters van VVD, PVV en CDA spraken op 3 augustus 2010 opnieuw met de informateur, om de resultaten van het overleg met de overige (vice-)fractievoorzitters te bespreken.

Tijdens het debat in de Tweede Kamer in het bijzijn van Ruud Lubbers, kreeg hij de nodige kritiek van de linkse partijen. D66-voorman Pechtold herhaalde dat Lubbers zijn opdracht te buiten was gegaan. Volgens Pechtold was Lubbers de regie kwijt geraakt toen hij VVD, PVV en CDA informeel liet spreken. Hij vond dat de informateur zijn opdracht had moeten teruggeven of een nieuwe moest aanvragen bij de koningin. Roemer van de SP hoopte dat de linkse variant (PvdA+SP+CDA+GL, 76 zetels) alsnog onderzocht kon worden. Cohen noemde het kabinet van VVD+CDA met gedoogsteun van de PVV een instabiel kabinet en ongewenst. Cohen had er ook geen spijt van dat hij aan Lubbers heeft geadviseerd een centrum-rechts kabinet te onderzoeken. Halsema van GroenLinks vond het beoogde nieuwe kabinet 'de slechtst denkbare variant'. Rutte, Wilders en Verhagen reageerden niet in het debat. Koningin Beatrix nodigde na het debat Ivo Opstelten uit.

Informateur Opstelten (1)[bewerken]

Ivo Opstelten

Op 4 augustus 2010 benoemde koningin Beatrix VVD-partijvoorzitter Ivo Opstelten tot informateur. Hare Majesteit voerde eerst overleg met haar vaste adviseurs; de vicepresident van de Raad van State (Herman Tjeenk Willink) en de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamers, René van der Linden en Gerdi Verbeet. De informateur gaf op een persconferentie aan dat hij verwacht drie weken te onderhandelen. Opstelten relativeerde het ontbreken van een Eerste Kamermeerderheid, paarsplus had ook geen meerderheid in de Senaat. De onderhandelaars moesten volgens Opstelten zelf het werk doen, hij zag zichzelf als bewaker. Opstelten wilde graag nog spreken met demissionair CDA-minister Jan Kees de Jager, die bezig was met de begroting voor 2011. De onderhandelaars namen een radiostilte in acht.[38]

PVV-leider Geert Wilders was ook aanwezig bij de besprekingen voor het regeerakkoord, alsmede het gedoogakkoord. In het regeerakkoord mocht Wilders breekpunten aangeven, zo mocht de coalitie van VVD en CDA op zoek naar een andere meerderheid in de Tweede Kamer bij besprekingen over het buitenlands beleid of de Europese Unie (met bijvoorbeeld de PvdA was er dan alsnog een meerderheid). Wilders mocht het kabinet op die punten waarmee hij het niet eens was niet naar huis sturen en geen motie van wantrouwen van een andere partij steunen. Wel mocht de PVV tegenstemmen. De fractieleiders namen (net als bij de onderhandelingen van paarsplus) allemaal een secondant mee. Voor Mark Rutte was dat weer Edith Schippers, voor Geert Wilders was dat Europarlementariër Barry Madlener en voor Maxime Verhagen was dat Ab Klink.[39]

PVV-leider Geert Wilders kondigde aan te gaan demonstreren tegen Park51 omdat hij vond dat een moskee in de buurt van de terroristische aanslagen van 11 september 2001 onacceptabel was. CDA-senator Hans Hillen zei al eerder dat Wilders op zijn woorden moest letten als hij verantwoording zou gaan dragen. Het buitenland zou denken dat Wilders namens de Nederlandse regering sprak. CDA-voorman Verhagen zei op de eerste dag van de onderhandelingen al dat hij verwachtte dat Wilders zijn toon zou matigen en de consequenties moest onderzien. Wilders zei op zijn beurt dat de PVV en het CDA onderling van mening verschilden over de islam, maar dat is afgesproken dat zij elkaars standpunten zouden accepteren.

Na weken onderhandelen én radiostilte vertelde CDA-partijvoorzitter Henk Bleker in het programma Knevel & Van den Brink dat hij wilde dat het nieuwe kabinet er "voor alle Nederlanders is". PVV-leider Geert Wilders reageerde op Twitter met de woorden: "Kan die CDA-voorzitter Bleker niet even op vakantie gaan of zo? Wat een enorme zeurpiet. En voor alle helderheid: de PVV moet helemaal niks!" Binnen het CDA bestond veel weerstand tegen samenwerking met de partij van Wilders. Oud-minister Hanja Maij-Weggen van het CDA vreesde dat door samenwerking met de PVV het CDA verscheurd zou worden. Ook oud-premier Dries van Agt keerde zich al eerder tegen samenwerking met de PVV en wilde misschien lid worden van D66 of GroenLinks. Later ontkrachtte hij dit; hij blijft lid van het CDA, en hij wil daar een grote "lastpost" worden. Op 26 augustus werd bekend dat ook oud-informateur Ruud Lubbers tegen een kabinet van VVD+CDA met gedoogsteun van de PVV was. Dat schreef hij in brieven aan Bleker en Verhagen. "Mijn standpunt heeft zich ontwikkeld van "ja, mits" tot "neen, tenzij" aldus Lubbers. CDA-voorman Verhagen gaf aan dat Wilders gelijk had. "Strikt genomen heeft Wilders gelijk, hij moet niks".[40][41][42][43] Diezelfde dag gaf informateur Opstelten aan dat hij verwachtte nog 2 weken nodig te hebben. Hij had zelf een verwachting gegeven van 3 weken, maar door technische omstandigheden (het doorrekenen naar het Centraal Planbureau, het akkoord van de fracties en een congres voor het CDA) zou de informatie langer duren. Kort na Prinsjesdag zou dan een nieuw kabinet kunnen aantreden. Hierbij ontstond de situatie dat de huidige minister-president, Jan Peter Balkenende, de begroting zou presenteren en de troonrede voor de koningin zou schrijven en dat de nieuwe minister-president Mark Rutte deze zou moeten verantwoorden in de Tweede Kamer.

Op dinsdag 31 augustus werd er niet onderhandeld. Daarentegen kwam de CDA-fractie bijeen in een spoedvergadering om de situatie te bespreken. Secondant Ab Klink zou bezwaren hebben en geen onderhandelaar meer willen zijn voor het minderheidskabinet. Maxime Verhagen wilde doorgaan met de onderhandelingen. De vergadering speelde zich achter gesloten deuren af. De volgende dag werd er verder vergaderd en sprak de fractie één op één met Verhagen en CDA-partijvoorzitter Henk Bleker. De drie CDA-fractieleden die tegen samenwerking met de PVV waren, zijn Ad Koppejan en Kathleen Ferrier, onder leiding van Ab Klink. Klink had een brief geschreven aan Verhagen en Bleker waarin stond dat voor hem samenwerking met de PVV een onbegaanbare weg was. Wilders zou hebben aangegeven zijn eigen visie op het regeerakkoord te laten merken, op zijn eigen manier, "op zijn PVV's" en "voluit op het orgel". Wilders zou de coalitiepartners hebben aangeraden dan de andere kant op te kijken, want hun hoofden zouden rood kleuren. Wilders stelde later vast dat dit niet klopt. Ook de VVD herkende zich naar verluidt niet in de woorden van Klink. Met bemiddeling van CDA-minister Piet Hein Donner werd er verder gepraat met de drie dissidenten. Verhagen kwam om half 2 's nachts naar buiten met het feit dat de CDA-fractie het weer eens was en de onderhandelingen konden worden hervat. Klink trok zich terug als onderhandelaar, Ank Bijleveld volgde hem daarin op.

De VVD en PVV wilden van Verhagen duidelijkheid over de ontstane crisis in de CDA-fractie. Nadat ze bij elkaar gekomen waren en de vragen gesteld waren, wilden Rutte en Wilders nadenken of ze verder wilden met het CDA. Op vrijdag 3 september werd het overleg hervat, waarna er later door de Rijksvoorlichtingsdienst bekendgemaakt werd dat de informatiepoging mislukt was.[44] VVD-leider Rutte had nog wel vertrouwen in het CDA, maar de PVV van Geert Wilders gaf aan dat het geen vertrouwen meer had in het CDA nu een nipte meerderheid van 76 zetels in het geding zou komen. De onderhandelingen waren al in een vergevorderd stadium. Rutte gaf aan dat "rechts Nederland zijn handen zou aflikken bij wat er allemaal al op papier stond". De drie 'dissidenten' in het CDA zouden akkoord moeten gaan met het CDA-congres, en zo niet, dan zouden ze hun zetels moeten opgeven en de fractie verlaten. Dit zou Wilders op papier willen hebben, iets waar CDA-leider Verhagen niet aan kon voldoen. Wilders had veel respect voor de manier waarop Verhagen met zijn fractie om is gegaan. Volgens Wilders was na drie weken onderhandelen met Klink het vertrouwen weg toen hij een brief schreef waarin hij tegen politieke samenwerking met de PVV was. Verhagen was ervan overtuigd dat de fractie en het congres akkoord waren gegaan met het regeerakkoord. Rutte wilde nu zelf een regeerakkoord schrijven, waarna andere partijen konden aanschuiven.[45] De fractieleiders Cohen en Roemer reageerden verheugd op het feit dat de informatiepoging mislukt was. Cohen liet weten dat zijn partij beschikbaar was voor in een kabinet. Roemer zag weer nieuwe kansen voor zijn gewenste linkse coalitie van PvdA, CDA, SP en GroenLinks met Cohen als premier. Hij vond dat de VVD haar kansen heeft gehad.

Informateur Tjeenk Willink (2)[bewerken]

Tjeenk Willink had tijdens zijn persconferentie over het eindverslag kritiek op de rol van de media

Op maandag 6 september sprak de koningin met haar vaste adviseurs, de vicepresident van de Raad van State, de voorzitter van de Eerste Kamer en de voorzitter van de Tweede Kamer. Later kwamen de fractievoorzitters van VVD, PvdA, PVV en CDA. Mark Rutte adviseerde haar hemzelf als informateur aan te stellen om een concept-regeerakkoord te gaan schrijven. Cohen wilde graag samen met Rutte een regeerakkoord schrijven. PVV en CDA steunden Rutte, zodat voor dit idee een Kamermeerderheid was ontstaan. Eerder die dag liet Ab Klink de voorzitter van de Tweede Kamer weten per direct te vertrekken wegens de ontstane situatie in het CDA. Raymond Knops volgde hem op als Tweede Kamerlid. Op dinsdag 7 september sprak de koningin met de andere fractieleiders. Ook vond er een debat plaats in de Tweede Kamer, in aanwezigheid van oud-informateur Ivo Opstelten. Hierin gaven de overige fracties veel kritiek op de VVD, PVV en CDA.

Op dinsdag 7 september werd bekend dat de PVV weer wilde onderhandelen over een centrum-rechts minderheidskabinet. Ook de VVD en het CDA bleken weer bereid tot onderhandelen. Wilders kwam tot deze conclusie kort nadat Ab Klink de CDA-fractie had verlaten. De meeste andere partijen zagen weinig in deze onderhandelingen. Femke Halsema adviseerde het CDA "niet opnieuw in dezelfde fuik te zwemmen". Cohen riep op om "de heilloze weg over rechts te verlaten en samen te werken aan een stabiel meerderheidskabinet". Ook Rouvoet van de ChristenUnie liet weten het een slecht idee te vinden als de gesprekken zouden worden hervat.

's Avonds nodigde de koningin Mark Rutte uit op paleis Noordeinde om de ontstane situatie te bespreken. Herman Tjeenk Willink werd vervolgens wederom benoemd tot informateur, met als opdracht om de majesteit "op de kortst mogelijke termijn te informeren over de thans ontstane situatie en de stappen die genomen moeten worden".[46]

De volgende dag sprak Tjeenk Willink met de fractievoorzitters van alle partijen.[47] De informateur waarschuwde tijdens zijn persconferentie dat de "geloofwaardigheid van de toekomstige minister-president in het geding is" als weer zal blijken dat een centrum-rechtse coalitie niet mogelijk is. Rutte had er vertrouwen in dat het deze keer zou lukken. Tjeenk Willink gaf aan dat "alles wat niet in een advies of verslag staat, niet bestaat. Het moet controleerbaar zijn". Hiermee bedoelde hij de verwarring die ontstond toen de koningin nog met haar consultaties bezig was en de leiders van het beoogde centrum-rechtse kabinet weer toenadering tot elkaar zochten. Tjeenk Willink wilde nu een paar dagen tijd om alle fractievoorzitters te spreken, voordat verdere stappen konden worden ondernomen. Donderdagochtend was hij klaar met zijn gesprekken met de fractievoorzitters. Na afronding van die gesprekken nodigde Tjeenk Willink Rutte, Wilders en Verhagen uit voor een gesprek, om "de voorwaarden die vervuld moeten zijn om de vorming van een stabiel kabinet van VVD en CDA dat met gedoogsteun van de PVV kan rekenen op vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal met succes te kunnen afronden". Geert Wilders hield op 11 september 2010 een toespraak op Park51, tegen de bouw van een moskee vlak bij Ground Zero. VVD-leider Rutte maakte zich geen zorgen over de toespraak van Wilders. Hij vond dat er ontspannen mee om gegaan moest worden. Als het nodig zou zijn, zou Rutte "hard afstand nemen" van de uitspraken van Wilders. Hij verwachtte niet dat het de kansen op een centrum-rechts kabinet zou verkleinen. Maxime Verhagen zei via Twitter het volgende: "Wilders sprak op persoonlijke titel. De Nederlandse regering hecht net zoals de VS aan vrijheid van geloof voor iedereen, overal ter wereld."

Op maandag 13 september 2010 presenteerde Tjeenk Willink zijn eindverslag aan de koningin.

Informateur Opstelten (2)[bewerken]

Verhagen wordt belaagd door de pers op weg naar de informateur

Op maandag 13 september 2010 benoemde koningin Beatrix opnieuw VVD-partijvoorzitter Ivo Opstelten tot informateur met de opdracht om "met inachtneming van hetgeen in het eindverslag van informateur Mr. H.D. Tjeenk Willink is opgenomen, zijn onderzoek voort te zetten naar de spoedige totstandkoming van een stabiel kabinet van VVD en CDA dat met de steun van de PVV kan rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal". De onderhandelingen werden dezelfde dag nog gestart. Volgens oud-informateur Tjeenk Willink was er nu wel een "redelijke mate van zekerheid" dat deze keer de informatiepoging wel zou lukken. Ook benadrukte hij dat het minderheidskabinet ook op zoek moest naar andere meerderheden in de Tweede Kamer, bijvoorbeeld op het Europees beleid. De PvdA zou hier bijvoorbeeld alsnog voor een meerderheid kunnen zorgen. De PVV stond zeer sceptisch tegenover Europese samenwerking.

Rutte, Verhagen en Wilders presenteren regeer- en gedoogakkoord

Op vrijdag 24 september berichtte De Volkskrant dat de formatie zijn einde naderde. De partijen hoopten dinsdag 28 of woensdag 29 september hun regeerakkoord te kunnen presenteren. De plannen lagen al een week bij het Centraal Planbureau. Deze berekende welk effect verschillende varianten van de voorgenomen bezuinigingen van achttien miljard zouden hebben op de koopkracht. Als tegemoetkoming voor de sociale partners werd het plan van de AOW overgenomen. Het programma moest ook nog worden voorgelegd aan het CDA-congres, dat op 2 oktober plaatsvond.[48] CDA-prominent en minister Ernst Hirsch Ballin hield op dit congres een speech als "CDA-lid uit Tilburg". Hirsch Ballin stond bekend als criticus van de PVV.[49]

Op dinsdag 28 september 2010 maakte de Rijksvoorlichtingsdienst bekend dat de drie onderhandelaars bijna een regeer- en gedoogakkoord bereikt hadden. Op zaterdag 2 oktober volgde dan het CDA-congres, waarna nog een CDA-fractievergadering volgde. Als de fracties akkoord zouden gaan (het CDA-congres geeft alleen een "zwaarwegend" advies) kon beoogd premier Mark Rutte op zoek naar bewindslieden voor zijn toekomstige kabinet, dat naar zijn voorkeur het kabinet-Rutte-Verhagen genoemd zal worden, een verwijzing naar het kabinet-Van Agt-Wiegel. Hiermee leek bevestigd dat Verhagen als vicepremier tot het kabinet zou toetreden.[50]

Dinsdagavond op 28 september, omstreeks 21:30 uur werd bekend dat de betreffende partijen eruit waren, dat wil zeggen dat het regeer- en gedoogakkoord rond zijn.[51] Woensdag 29 september werden de akkoorden voorgelegd aan de drie fracties. De PVV en de VVD stemden unaniem voor, bij het CDA was een "overgrote meerderheid" voor dit regeer- en gedoogakkoord. Bij de dissidenten Koppejan en Ferrier waren de twijfels over samenwerking met de PVV niet weggenomen. Op 30 september werd de laatste hand gelegd aan de akkoorden, waarna de Rijksvoorlichtingsdienst bekendmaakte dat de akkoorden zouden worden gepresenteerd in de namiddag.[52] Op zaterdag 2 oktober 2010 stemde het CDA informatiecongres met 68% van de stemmen in met regeringsdeelname.[53] Op 5 oktober ging de CDA-Kamerfractie unaniem akkoord met het regeerakkoord maar behield zich het recht voor elementen uit het gedoogakkoord kritisch te beoordelen.[54] In het programma Met het Oog op Morgen liet Ad Koppejan zich uit over Wilders. Hij zei dat ze hem wilden "ontmaskeren" en dat hij blij was gemaakt met een dode mus omdat sommige afspraken niet mogelijk zijn omdat deze in strijd zijn met Europese verdragen.[55] CDA-voorman Verhagen riep hen op het matje waarna op donderdag 7 oktober Rutte, Verhagen, Koppejan en Ferrier gezamenlijk spraken. Na afloop van dit gesprek spraken de fractievoorzitters van de VVD, CDA en PVV met elkaar waarna Geert Wilders tegenover de pers zei dat alles weer goed was en 's middags het eindverslag van de informateur gepresenteerd werd. Daarna kon de koningin een formateur benoemen. In zijn eindverslag adviseerde Opstelten Mark Rutte te belasten met de vorming van een kabinet bestaande uit VVD en CDA.

Formateur Rutte[bewerken]

Het voltallige kabinet-Rutte met v.l.n.r. (achterste rij) Henk Kamp, Uri Rosenthal, Hans Hillen, Frans Weekers, Fred Teeven, Ben Knapen, Ivo Opstelten, Gerd Leers, Halbe Zijlstra, Paul de Krom en Joop Atsma.
Voorste rij: Piet Hein Donner, Jan Kees de Jager, Edith Schippers, Marja van Bijsterveldt, Mark Rutte, Maxime Verhagen, Melanie Schultz van Haegen, Marlies Veldhuijzen van Zanten en Henk Bleker
1rightarrow blue.svg Zie kabinet-Rutte I voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Formateur en premier Mark Rutte

Op donderdag 7 oktober 2010 werd Mark Rutte door de koningin benoemd tot formateur.[56] Als VVD-fractievoorzitter werd hij opgevolgd door Stef Blok.[57] Al eerder werd bekend dat CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen zou toetreden tot het kabinet als vicepremier; zijn opvolger als fractievoorzitter was Sybrand van Haersma Buma.

De 12 ministersposten werden gelijk over de VVD en het CDA verdeeld. Beiden mochten vier staatssecretarissen leveren.

Rutte streefde ernaar om donderdag 14 oktober 2010 op het bordes te staan met zijn ministersploeg, waarna het kabinet-Rutte I een feit zou zijn. Voor die tijd werden alle kandidaten gescreend, onder meer door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Op vrijdag 8 oktober 2010 sprak de formateur met CDA-fractieleider Maxime Verhagen (beoogd vicepremier en minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie), Henk Kamp (beoogd minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid), Melanie Schultz van Haegen (beoogd minister van Infrastructuur en Milieu), Piet Hein Donner (beoogd minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en Ivo Opstelten (beoogd minister van Veiligheid en Justitie).[58]

Op zaterdag 9 oktober 2010 sprak formateur Rutte met CDA-senator Hans Hillen (beoogd minister van Defensie), VVD-senator Uri Rosenthal (beoogd minister van Buitenlandse Zaken) en Ben Knapen (beoogd staatssecretaris van Buitenlandse Zaken).

Op maandag 11 oktober 2010 sprak de formateur met oud-burgemeester van Maastricht Gerd Leers (beoogd minister voor Immigratie en Asiel), Edith Schippers (beoogd minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), Jan Kees de Jager (beoogd minister van Financiën), Henk Bleker (beoogd staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie), Paul de Krom (beoogd staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid), Fred Teeven (beoogd staatssecretaris van Veiligheid en Justitie) en Frans Weekers (beoogd staatssecretaris van Financiën).

Rutte sprak dinsdag 12 oktober 2010 met Marja van Bijsterveldt (beoogd minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en Halbe Zijlstra (beoogd staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap).

Woensdag 13 oktober 2010 sprak Rutte met Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (beoogd staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en Joop Atsma (beoogd staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu).

Donderdag 14 oktober 2010 werd het kabinet-Rutte I door koningin Beatrix beëdigd.

De ministerposten werden als volgt verdeeld:

De staatssecretarissen werden als volgt verdeeld:

  • VVD: Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; Financiën; Veiligheid en Justitie; Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
  • CDA: Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; Infrastructuur en Milieu; Ontwikkelingssamenwerking en Europese Zaken; Volksgezondheid, Welzijn en Sport.


Beluister

(info)