Kaleb

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Kaleb (Hebreeuws: כָּלֵב, kālev, "hond") was de naam van twee personen uit de Hebreeuwse Bijbel.

  • Eén van de twaalf verspieders die het land Kanaän moesten verkennen, uitgekozen uit de stam Juda. Hij was toen 40 jaar oud. Hij probeerde samen met Jozua het volk moed in te spreken, toen de tien andere verspieders een negatief verslag uitbrachten. God beloofde hem dat hij en Jozua het beloofde land zouden ingaan en dat hij de hele streek die hij had verkend voor altijd het grondgebied van hem en zijn nageslacht zou zijn, omdat hij God vertrouwde. Kaleb stond op 85-jarige leeftijd op de belofte van God, hielp de oorspronkelijke inwoners van Kanaän te verdrijven en kreeg de plaats Hebron in zijn bezit. Kaleb had 3 zonen: Iru, Ela en Naäm. Hij had ook een dochter, Achsa, die hij uithuwelijkte aan degene die Kirjat-Sefer zou veroveren. Dit was Otniël, de zoon van Kalebs broer Kenaz, en die tevens de eerste rechter van de Israëlieten was.
  • De zoon van Chesron en broer van Jerachmeël. In het Bijbelboek Kronieken wordt hij ook wel Kelubai genoemd.