Kalifaat van de Abbasiden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
الخلافة العباسية الاسلامية
al-Khilāfah al-‘Abbāsīyyah
 Omajjaden
 Daboejiden
750 – 1258 Mongoolse Rijk 
Tahiriden 
Kalifaat van de Fatimiden 
Aghlabiden 
Emiraat Córdoba 
Black flag.svg
(Details)
Kaart
Het kalifaat in zijn grootste omvang (850)
Het kalifaat in zijn grootste omvang (850)
Algemene gegevens
Hoofdstad Koefa (750–762)
Ar-Raqqah (796–809
Samarra (836–892)
Bagdad (762–796, 809–836, 892–1258)
Talen Arabisch (officieel), Aramees, Armeens, Berbertalen, Georgisch, Grieks, Hebreeuws, Middel-Perzisch en Turks
Religie(s) soennitische islam
Regering
Regeringsvorm monarchie
Dynastie Abbasiden
Staatshoofd kalief
Kaart van de opkomst van de Abbasiden
Franstalige kaart met het Abbasidenrijk rond 820

Het kalifaat van de Abbasiden was een islamitisch rijk, geregeerd door de Abbasiden-dynastie die regeerde van 749 tot 1258. De hoofdstad van het rijk was eerst Koefa en later Bagdad, Samarra en Ar-Raqqah. Aan het hoofd van het rijk stond de kalief, die de wereldlijke leider was. De Abbasiden namen vrijwel het hele kalifaat van de Omajjaden over, die tot 750 vanuit Damascus heersten. De Omajjaden behielden echter Al-Andalus en hergroepeerden zich in 756 uiteindelijk tot het emiraat Córdoba, later kalifaat Córdoba, dat tot 1031 standhield.

Geschiedenis[bewerken]

De opkomst van het Abbasidenrijk begon met een opstand tegen de Omajjaden in de streek Khorasan, in het oosten van het huidige Iran. Er waren meerdere aanleidingen voor deze opstand:

  • De Perzen werden door de Arabieren min of meer als tweederangsburgers beschouwd en moesten bijvoorbeeld hogere belastingen betalen.
  • De Abbasiden claimden het recht op het kalifaat omdat zij claimden af te stammen van Abbas ibn Abd al-Muttalib (566-652), een oom van de profeet Mohammed. De Omajjaden waren van een andere clan dan die van Mohammed.
  • Er ontstond wrevel over de weelderige en 'wereldlijke' levensstijl van de Omajjaden in Damascus en men verlangde terug naar de 'eenvoudige beginselen' van de begintijd van de islam.

Aan de opstand, die begon in 747, namen zowel Perzen als Arabieren deel. De leider van de beweging was Abu-Abbas Al-Saffah, een afstammeling van de genoemde oom van Mohammed.

In 750 versloeg hij bij de stad Koefa (in het zuiden van het huidige Irak) het leger van de Omajjaden in de Slag bij de Zab. Na deze overwinning kreeg hij de eretitel al Saffah.

Koefa werd de tijdelijke hoofdstad. In 762 werd een nieuwe hoofdstad gesticht die de naam Medinat as Salam of de Stad van Vrede meekreeg. Later werd deze stad bekend onder de naam Bagdad.

De Abassiden voerden een politiek van centralisatie en bureaucratisering, maar reeds in de negende eeuw waren er verschillende opstanden en burgeroorlogen. Als reactie werden hervormingsmaatregelen genomen. Er kwamen betaalde legers die vooral uit slaven bestonden. Onder kalief Al-Mu'tasim werd dit systeem ingevoerd. Daarnaast werd het systeem van de iqta ingevoerd. Dit waren contracten waarin stond dat het staatsinkomen van een bepaald gebied voor beperkte tijd werd afgestaan aan een hooggeplaatste, die in ruil daarvoor het burgerlijk en militair bestuur waarnam en de troepen betaalde.

Tijdens het bewind van Haroen ar-Rashid nam de politieke invloed van het kalifaat echter af. Gebieden in Spanje, Noord-Afrika en Iran werden zo goed als onafhankelijk onder hun emirs en riepen een zelfstandig kalifaat uit.

In 946 veroverden de Boejiden, een sjiitische clan uit het westen van Iran, zelfs Bagdad. Ze lieten de kalief in leven als religieus hoofd van de gelovigen maar namen zelf de politieke en militaire macht in handen. De soennitische kalief werd aldus een marionet, hij stond onder feitelijke controle van de sjiieten.

Begin elfde eeuw werd het kalifaat omsingeld en bezet door sjiitische staten, de Boejiden in het Oosten en de Fatimiden in het Zuiden. Eerst vroegen de kaliefen hulp aan de soennitische Ghaznaviden en na 1040 aan de Seltsjoeken. In 1055 bevrijdde de Seltsjoek Togrul Beg de hoofdstad Bagdad van de Boejiden.

Na het Beleg van Bagdad (1157) verminderde de macht van de Seltsjoeken en kreeg de kalief zijn status terug.

In 1258 werd Bagdad definitief verwoest na de verovering door de Mongolen. De 'woeste' ruiters richtten een enorm bloedbad aan onder de bevolking en de kalief en de meeste hoogwaardigheidsbekleders en hun families die niet wisten te vluchten werden onthoofd. De Mongoolse veroveraars vernielden vervolgens de irrigatiewerken die de stad en de omringende landbouwgebieden van water voorzagen, alsook veel van de schitterende architectuur en vernietigden daarmee deze beschaving. Tot op heden heeft het gebied van de Eufraat en Tigris nooit meer de vruchtbaarheid en welvaart terug verkregen die het had vóór deze verwoestende ramp.

Enkele familieleden van de Kaliefen van de Abbasiden slaagden erin te vluchten naar het Mammelukkensultanaat Caïro, waar ze de titel verder waarnamen tot de komst van de Ottomanen in 1517.

Wetenschap, cultuur en bouwkunst[bewerken]

De Ronde Stad Bagdad. Kalief Al-Mansoer bouwde Bagdad als een ronde stad tussen 762 en 767. De Mongolen vernietigden de stad geheel in 1258.
De spiraalvormige minaret van Samarra

Het rijk van de Abbasiden kwam onder de verschillende kaliefen tot grote bloei van kunst, architectuur en literatuur. Deze periode wordt dan ook het Islamitische gouden tijdperk genoemd.

De Abbasiden werden beïnvloed door Koranverzen en hadith zoals: "De inkt van een geleerde is heiliger dan het bloed van een martelaar", waarbij de nadruk op kennis werd gelegd. Kalief Haroen ar-Rashid opende het Huis der Wijsheid in Bagdad, waar klassieke Griekse, Perzische en Indiase werken werden bestudeerd en vertaald naar het Arabisch.

De vertellingen van Duizend-en-een-nacht werden geschreven tijdens het bewind van kalief Haroen ar-Rashid.

De Abbasiden lieten hun nieuwe hoofdstad bouwen: Bagdad. Zij bouwden Bagdad als een cirkelvormige stad. Hun zomerhoofdstad Ar-Raqqah, in wat nu Noord-Syrië is, bouwden ze eveneens als een cirkelvormige stad.

Veel van de Abbasidische bouwkunst is verloren gegaan. Een bouwwerk wat thans nog bestaat is de Grote moskee van Samarra, die op de werelderfgoedlijst staat. Een ander bouwwerk is het Paleis van Ukhaidir en de Gouden Moskee in Irak. In Iran bouwden de Abbasiden onder andere de Vrijdagmoskee van Isfahan. In Egypte werd de Ibn Toeloenmoskee gebouwd.

Kaliefen van de Abbasiden vanuit Bagdad[bewerken]

Deel van een bladzijde uit een 8e- of 9e-eeuwse Koran, geschreven tijdens het Kalifaat van de Abbasiden
De Imam Alimoskee in de heilige stad Najaf (Irak) werd gebouwd door de Abbasiden

Kaliefen van de Abbasiden vanuit Caïro[bewerken]

De Turkse mammelukken die halverwege de dertiende eeuw de macht overnemen in Egypte, kiezen een lid van de Abbasiden tot kalief. In 1517 veroveren de Ottomanen het Midden-Oosten en nemen het kalifaat over: de Ottomaanse sultans nemen ook het ambt van kalief aan.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]