Kamp Sint-Michielsgestel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kamp Sint-Michielsgestel
Kamp Sint-Michielsgestel (Nederland (hoofdbetekenis))
Kamp Sint-Michielsgestel
Ingebruikname 4 mei 1942
Gesloten september 1944
Locatie Sint-Michielsgestel
Verantwoordelijk land Nazi-Duitsland
Coördinaten 51° 38′ NB, 05° 21′ OL
Beheerder SS
SD
Dodental 25

Kamp Sint-Michielsgestel was een interneringskamp dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's was ingericht in het internaat Ruwenberg en het kleinseminarie Beekvliet te Sint-Michielsgestel.

Geschiedenis[bewerken]

Het begin[bewerken]

In juni, september en oktober 1940 namen de nazi's een groot aantal vooraanstaande Nederlanders gevangen. Hun gijzeling was een reactie op de gevangenneming van Duitsers in Nederlands-Indië. De door de nazi's opgepakte mensen werden daarom de Indische gijzelaars genoemd. Zij werden uiteindelijk in kamp Sint-Michielsgestel geïnterneerd. Eerst verbleven zij in een concentratiekamp in Schoorl, later in een aparte sectie van het concentratiekamp Buchenwald in Duitsland en vandaar werden ze overgebracht naar het Groot -Seminarie in Haaren, Brabant. Pas in mei 1942 werden zij toegevoegd aan ongeveer 460 nederlanders die op 4 mei 1942, gevangengenomen werden en geïnterneerd in Klein Seminarie Beekvliet in St. Michielsgestel. De Indische gijzelaars werden nooit beschouwd als sabotagegijzelaars, die met hun leven borg stonden voor anti-Duitse daden bedreven door de Nederlandse ondergrondse. Begin 1943 werden de Indische gijzelaars overgeplaatst naar de Ruwenberg, op loopafstand van St Michielsgestel, waar ze veel meer vrijheden kregen dan de gijzelaars die achterbleven in St Michielsgestel. De eigenlijke reden voor hun internering was al verdwenen in januari 1942 toen Japan Nederlands-Indië veroverde en de Duitse gevangenen per boot van het eiland Nias voor Noord-West Java naar Brits-Indië werden gebracht en uitgeleverd aan de Britse autoriteiten. De gevangenen werden in drie boten van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) vervoerd. Eén schip zonk na een bomaanval door een Japans vliegtuig. De Nederlandse bemanning en bewaking slaagden erin zichzelf in veiligheid te brengen. Ongeveer driehonderd van de vierhonderd Duitsers verdronken. In december 1942 voegde Seyss-Inquart meer dan 20 Amsterdamse medewerkers van de KPM aan de Indische gijzelaars toe, nadat de Duitsers die de ramp overleefd hadden, geklaagd hadden dat de Nederlanders hun gevangenen aan hun lot overgelaten hadden en niet van het ontoereikende reddingsmateriaal gebruik hadden laten maken.

Het vervolg[bewerken]

Op 4 mei 1942 werd kamp Sint-Michielsgestel, gevestigd in het kleinseminarie Beekvliet in Sint- Michielsgestel, geopend. De eerste bewoners, Todeskandidaten (doodskandidaten) genoemd,[1] waren 460 die dag opgepakte toonaangevende Nederlanders, onder wie politici, burgemeesters, hoogleraren, geestelijken, advocaten, schrijvers en musici. Tot eind 1944 werden honderden notabele Nederlanders als gijzelaar vastgehouden. De nazi's dachten met deze mensen als onderpand het Nederlandse verzet in de greep te hebben en stelden dat zij bij onrust in het land, gefusilleerd zouden worden. Het kampregime was erg licht. De Duitse en Nederlandse bewakers hadden de opdracht gekregen om de gijzelaars met rust te laten zolang ze zich maar niet misdroegen. De gevangenen hoefden geen arbeid te verrichten, en ze kregen alle vrijheid zolang ze maar binnen het kamp bleven. Eén van de vroegere gevangenen, Max Kohnstamm, noemt Sint-Michielsgestel cynisch Hitlers Herrengefängnis[2]. De gevangenen organiseerden filmavonden, concerten, tentoonstellingen, discussieclubjes, en tennistoernooien, en hadden dankzij de pakketten van thuis ruim voldoende te eten. Zij mochten bezoek ontvangen. Voor de niet als gijzelaar gevangenen, onder wie de gevangenen ten gevolge van het Englandspiel, gold een veel zwaarder regiem. Maximaal hebben er 700 mensen gelijktijdig in het kamp moeten verblijven. De meeste bewoners van kamp Sint-Michielsgestel zijn in september 1944 vrijgelaten. Een deel heeft in Kamp Vught de vrijheid herkregen en achttien gevangenen zijn van 12 op 13 september 1944 naar Kamp Amersfoort gebracht. Negen van hen vonden daar alsnog binnen een week de vrijheid.

Executies als represaille[bewerken]

Enkele geïnterneerden zijn door de de Duitse bezetter op 15 augustus 1942 (vier personen, onder wie Robert Baelde en Willem Ruys) en 16 oktober 1942 gefusilleerd, als vergelding voor verzetsacties in het land. In oktober 1942 vond weer een executie van gijzelaars plaats, onder wie Koos van der Kerkhof uit St Michielsgestel. Zowel baron Schimmelpenninck van der Oye als Van der Kerkhof sliepen hun laatste nacht in blok 7, kamer 3, waarin ook Co Vriesendorp, advocaat uit Dordrecht sliep en beide keren als eerste midden in de nacht een Duitse zaklantaarn in zijn gezicht kreeg

De executie van 15 augustus 1942 door de Duitsers was een represaille voor een bomaanslag in Rotterdam op een trein van het Duitse leger. De aanslag op 7 augustus 1942 was gericht op een trein vol Duitse verlofgangers, maar mislukte doordat een Nederlandse spoorwegbeambte per abuis een draad naar de springlading beroerde. Door de daaropvolgende explosie raakte hij zwaargewond. Kort na de aanslag liet generaal Friedrich Christiansen, Wehrmachtsbefehlhaber in Nederland, 25 vooraanstaande aan deze aanslag onschuldige Nederlanders gijzelen en bekendmaken dat de verantwoordelijken voor de aanslag zich moesten melden of de gegijzelden zouden worden gefusilleerd. Toen de daders zich niet meldden werden uiteindelijk vier personen van deze lijst aangewezen om te worden geëxecuteerd: Willem Ruys, mr. Robert Baelde, maatschappelijk werker, Otto Ernst Gelder, graaf van Limburg-Stirum en officier van justitie, en Christoffel Bennekers, hoofdinspecteur van politie. De gijzelaars werden op 15 augustus doodgeschoten. Alexander baron Schimmelpenninck van der Oye, landeigenaar, stond oorspronkelijk op een reservelijst voor de vergeldingsmaatregel. Enkele uren voor hun executie werd hij thuis opgepakt en alsnog bij de gijzelaars gevoegd. Hiermee kwam het aantal slachtoffers op vijf. De Duitsers vermoedden dat Van Limburg Stirum en Schimmelpenninck van der Oye met hun 'dubbele naam' goed bevriend waren met koningin Wilhelmina. Het Huis van Oranje had echter geen band met deze twee slachtoffers. De tweede executie van gijzelaars vond plaats als vergelding voor verzetsdaden gepleegd in Overijssel. Van der Kerkhof was een vakbondsman uit Zwolle.

De Geest van Gestel[bewerken]

In het kamp bestond een uiterst druk bezet schema van cursussen, lezingen en discussiegroepjes, over de meest uiteenlopende onderwerpen. Dit werd door de gijzelaars gekscherend "de volksuniversiteit" genoemd. Geen gijzelaar hoefde zich te vervelen. In het kamp kwamen mensen met elkaar in gesprek, die daar onder normale omstandigheden niet toe zouden komen. Katholieken, protestanten en socialisten waren in de verzuilde vooroorlogse maatschappij immers strikt van elkaar gescheiden. Er ontstond een roep om politieke vernieuwing en ontzuiling, een gevoel van saamhorigheid, dat later is aangeduid als de geest van Gestel. Onder meer de schrijvers Simon Vestdijk en Anton van Duinkerken namen aan de gesprekken deel. Vestdijk nam aan heel weinig discussies deel en maakte flink wat ruzie in het kamp. Hij werd ontslagen nadat hij zich had aangemeld voor de Kultuurkamer, iets waarvoor hij zich uitdrukkelijk schaamde.[bron?] Andere bekende geïnterneerden waren Wim Schermerhorn, Willem Banning, en Jan Eduard de Quay, die na de oorlog vooraanstaande politici zouden worden, en verder Frits Philips, de historicus Pieter Geyl en de astronoom Marcel Minnaert. Een invloedrijke groep gijzelaars vormde de Heeren Zeventien. De vriendschappelijke contacten die in het kamp tot stand kwamen bleven ook na de oorlog, over en door de zuilen heen, bestaan. Overlevende Leonard de Waal vatte het als volgt samen: "Het was een soort gedwongen Rotary."[3] Mede als gevolg van de discussies in Sint-Michielsgestel is direct na de oorlog de PvdA opgericht.

Gedenksteen en monument[bewerken]

In voormalig seminarie Beekvliet te Sint-Michielsgestel is een gedenksteen met in reliëf een kruis, een bajonet en een sleutel met een hakenkruis in de baard. De tekst op de gedenksteen luidt:

Aanhalingsteken openen

Van 4 Mei 1942 tot Sept. 1944 werd dit seminarie door de Duitse bezetter misbruikt als kamp voor Nederlandse gijzelaars. Ter herinnering hieraan werd deze steen op 14 aug. 1948 geplaatst door de oud-gijzelaars.''

Aanhalingsteken sluiten

Op de executieplaats in de bossen van landgoed Gorp en Roovert te Goirle, wordt nog ieder jaar een herdenking gehouden. Op 14 augustus 1945 werd hiervoor een gedenkplaats ingericht waaraan in 1946 een monument is toegevoegd.

Zie ook[bewerken]


Literatuur[bewerken]

  • J.C.H. Blom, De gijzelaars van St.Michielsgestel en Haaren. Het dubbele gezicht van hun geschiedenis. Baars, Amsterdam, 1992.
  • Loe de Jong, Het Koninklijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, Den Haag, 1969-1978.
  • Madelon de Keizer, De gijzelaars van Sint Michielsgestel. Een elite-beraad in oorlogstijd. A.W. Sijthoff's, Alphen aan den Rijn, 1979.
  • Gedenkboek Gijzelaarskamp Beekvliet St. Michielsgestel, Schiedam, 1946.
  • Max Kohnstamm, Brieven uit Hitlers Herrengefängnis, De Bezige Bij, 2005.
  • Huib M. Vriesendorp, Huib C. Vriesendorp en E.S Vriesendorp. Brieven uit de Tweede Wereldoorlog, Correspondentie van Co en Cor Vriesendorp, Familievereniging Vriesendorp, Dordrecht, 2006.
  • Jo Juda, Jantje Paganini, Haefling 2613, Heuff, Nieuwkoop, Holland, 1979.