Kangxi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kangxi
1654 – 1722
Young Kangxi.jpg
Keizer van China
Periode 1661-1722
Voorganger Shunzhi
Opvolger Yongzheng
Vader Shunzhi
Moeder Keizerin Xiao Kang Zhang
Kangxi
Naam (taalvarianten)
Traditioneel 康熙
Vereenvoudigd 康熙
Hanyu pinyin Kāngxī
Wade-Giles K'ang-hsi
Jyutping (Standaardkantonees) hong1 hei1
Standaardkantonees Hôong-Héej
Dapenghua Hôong Hie
Andere benamingen Aixin-Jueluo Xuanye 愛新覺羅玄燁

Kangxi (Hanzi:康熙, Mantsjoe: Aisin-Gioro Hiowan Yei) (Peking, 4 mei 1654 - aldaar, 20 december 1722) was van 1661 tot 1722 keizer van het Chinese keizerrijk. Hij was de eerste Mantsjoe keizer die op Chinees grondgebied werd geboren, dat wil zeggen ten zuiden van de Grote Muur en de langst regerende keizer (61 jaar) uit de Qing-dynastie. Hij was de hoogste drager van het wereldlijke en geestelijke gezag; een soort paus van het confucianisme. Kangxi had grote belangstelling voor westerse wetenschappen, zoals astronomie en anatomie.

Tijdens de Ritenstrijd werkten er veel jezuïeten aan het hof, als astronoom of vertaler. In Europa ontstond grote aandacht voor de praktische Chinese filosofie en de Chinese geneeskunde. In 1692 stond hij toe dat het christendom kon worden gepredikt, een daad die is vergeleken met het Edict van Nantes. Kangxi wordt beschouwd als één van de meest succesvolle van alle Chinese keizers.

Biografie[bewerken]

Zijn vader was keizer Shunzhi; zijn moeder, Xiao Kang Zhang, afkomstig uit Mantsjoerije (Tunggiya-stam), was een concubine; zij overleed in 1663, het tweede regeringsjaar van Kangxi. Zijn grootmoeder was keizerin Xiao Zhuang Wen van de Mongoolse (Borjigit-stam).

Toen Shunzhi in een klooster ging of aan waterpokken overleed, was zijn zoon Kangxi nog maar zeven jaar oud. Op 17 februari 1661 werd Kangxi tot keizer benoemd; de plechtigheden vonden eerst in het daaropvolgende jaar plaats. Zijn grootmoeder die hem opvoedde wees vier regenten aan die Kangxi zouden ondersteunen in het regeren: Sonin, Suksaha, Oboi en Ebulin. Sonin overleed vlak nadat zijn kleindochter, Xiao Cheng Ren, in 1665 trouwde met Kangxi. Suksaha werd wegens corruptie geëxecuteerd. Oboi nam de touwtjes in handen, want Ebulin was zijn ondergeschikte of bondgenoot. In augustus 1667 nam Kangxi zelf het roer over; de Jezuïeten kregen huisarrest opgelegd. In 1669 benoemde hij evenwel Ferdinand Verbiest, die fouten in de Chinese kalender had ontdekt, als wiskundige, astronoom of hoofd van het Oude observatorium te Peking.[1] In 1669 werd Oboi opgepakt op bevel van Xiao Zhuang Wen, Kangxi's grootmoeder. Oboi werd beschuldigd van wel 30 misdaden en is ter dood veroordeeld. Vervolgens is zijn straf omgezet in levenslange gevangenisstraf. Na de berechtiging van Oboi had Kangxi de volledige macht over het Chinese rijk.

Kangxi in zijn bibliotheek. Schildering op zijde. Nationaal Museum van de Volksrepubliek China

Aanvankelijk leverde de regenten strijd met een drietal krijgsheren/prinsen in de kustprovincies, waar de verdreven Ming-strijders zich hadden gevestigd. In Peking werd besloten de kust te ontvolken, zodat het contact met het buitenland en smokkel onmogelijk werd. Veel inwoners van de kustgebieden vluchtten naar Formosa, waar Koxinga Nederlands-Formosa had bezet. Het eiland werd door de Ming-volgelingen gebruikt als uitvalsbasis om de Qing-dynastie terug te dringen.

Hollanders in China[bewerken]

Balthasar Bort bood hulp aan met de bedoeling Taiwan voor de VOC terug te winnen. Hij maakte drie tochten naar China en ontmoette er pater Philip Couplet. Fuzhou werd opengesteld om handel te drijven. In 1667 kreeg Kangxi bezoek van een nieuwe delegatie uit Batavia onder leiding van Pieter van Hoorn. Het gezelschap was beladen met geschenken om de keizer tribuut te betalen en een ruimer handelsverdrag af te smeken.

Vanaf 1673 had Kangxi te maken met drie opstandige prinsen in het zuidoosten. Hij gaf hen de opdracht hun legers op te heffen en naar het noorden te verhuizen. Wu Sangui verklaarde zich als keizer en grondvestte een eigen dynastie.[2]

In mei 1676 veranderde de situatie aan zuidkust van China; er werd een nieuwe regering geïnstalleerd in Fujian.[3] In de zomer van 1678 werd Martinus Caesar naar China gezonden om vrijheid van handel te verzoeken, zonder toestemming van de keizer. In december 1679 kreeg Rijcklof van Goens een Chinees gezantschap op bezoek in Batavia.[4] De keizer verzocht om twintig schepen, voorzien van dappere soldaten om een aanval te doen op Formosa. Het verzoek werd door Van Goens afgewezen. Na de verovering in 1683 van Formosa door de Mantsjoes werd een groep van 18 Nederlanders aangetroffen, die sinds 1662 gevangen waren gehouden. Pas in 1684/1686 werden Lianyungang, Ningbo, Xiamen en Kanton opengesteld voor handel met het buitenland. Vincent Paets, een intellectueel met wiskundige belangstelling, in 1686 de gezant, kreeg te horen dat er om de vijf jaar een ambassade zou moeten worden gestuurd en dat geen enkele buitenlander het hele jaar door in China mocht verblijven, uitgezonderd in Macao. Toen er steeds meer Chinese jonken naar Batavia kwamen, stelde Willem van Outhoorn voor de VOC-schepen elders in te zetten.[5]

In 1718 werd het de Nederlanders verboden langer handel te drijven, omdat ze hadden geprobeerd de theeprijzen te drukken.[6]

Gebiedsuitbreiding[bewerken]

Expansie van het Qing-rijk door Kangxi, Zuidoost-Rusland wordt Chinees
Kangxi reizend te paard

Tijdens de voortdurende onderlinge twisten van de Khalkha-Mongolen schreef Kangxi in 1684 aan Lozang Gyatso, de vijfde dalai lama het volgende.[7] Kangxi weet op dat moment niet dat Lozang Gyatso al in 1682 overleden is en dat zijn dood door de eerste minister Sanggye Gyatso geheim wordt gehouden.

"U, dalai lama met uw mededogen, de krijgsheren van de Khalkha's respecteren u en uw onderricht. U bent ook gehoorzaam aan onze dynastie. Ik ben bezorgd dat de stam van de Jasukthu Khan niet bijeen kan komen. Dat zal onderling bloedvergieten en oorlog betekenen. U moet het mogelijk maken dat de stam van de Jasukthu Khan kan terugkeren en vrede stichten tussen hen in opdracht van mijn onpartijdig altruïsme. Zend een hoge lama naar de grens van het Khalkha gebied om daar mijn vertegenwoordiger te ontmoeten.[7]"
— Keizer Kangxi aan de vijfde dalai lama, 1684

In 1691 schreef Kangxi aan de dalai lama op een heel andere toon.[7] Nog steeds wist Kangxi niet van het overlijden af.

"U liegt, terwijl u pretendeert de vrede te bevorderen. U bent aan het complotteren met Jilung Khuthuktu, een bondgenoot van Galdan. Die is geen voorstander van de vrede. Galdan probeert onze grenzen binnen te komen en te plunderen. U geeft uw lama's niet de juiste opdrachten. U geeft ze mijn instructies niet door. U bent te gulzig naar financiële winst, u bedriegt en u verbergt de activiteiten van Galdan.[7]"
— Keizer Kangxi aan de vijfde dalai lama, 1691

Kangxi wist na de val van de Mingdynastie door zijn vele militaire successen het Mantsjoerijk uit te breiden. In 1689 sloot hij een verdrag met Rusland; de grens werd verlegd tot de Amoer. In vier militaire campagnes tussen 1690 en 1697 kon hij Galdan, de heerser van de westelijke Mongolen die de ambitie had een nieuw groot Mongools rijk te stichten, uitschakelen. Daardoor werd China groter dan het ooit tijdens voorgaande dynastieën was geweest. In 1720 werd Tibet bezet en omgezet in een protectoraat, waar Tagtsepa werd geïnstalleerd.

Kangxi en de kunsten[bewerken]

Bordje uit Kangxiperiode

Kangxi wist door zijn grote kennis van de Chinese cultuur en literatuur, de Chinese intellectuele elite voor zich te winnen. Hij maakte vijf reizen naar zuiden waardoor zijn populariteit werd verhoogd. Het Tianhoupaleis van Meizhou Dao werd gerestaureerd. De productie en export van porselein en zijde kwam opnieuw op gang. In Chengde liet hij een zomerpaleis bouwen, tegenwoordig Werelderfgoed. Vincent Paets had in 1686 een Duitse violist en een Javaanse harpist meegebracht. Kangxi verzocht de beide musici na afloop van het concert te blijven.[8] Zijn activiteiten werden bijgehouden in de hofkroniek en beslaan 16.000 bladzijden. Antoine Thomas kreeg in 1692 toestemming in het gehele Chinese rijk te prediken, nadat Kangxi door twee priesters was genezen van malaria, die hem kinine hadden toegediend. Vanaf ca. 1695 verbleef de beeldhouwer Zanabazar meestal enkele maanden per jaar in Peking en/of Jehol. In 1697 schonk Kangxi Lodewijk XIV 49 boeken over taal en natuurlijke historie.[9] In 1700 verkondigde Kangxi dat Koxinga niet langer als rebel, maar als verdediger van de Ming-dinastie zou moeten worden beoordeeld.[10]

Hij schreef gedichten, maar heeft in 1716 ook een woordenboek laten samenstellen dat bekendstaat als het Kangxi-woordenboek. Kangxi leerde in 1717 het spinet bespelen van Karel Slavíček, een Tsjechische jezuïet, musicus en geograaf.

Troonopvolger[bewerken]

Kangxi in formele kleding

Yongzheng was niet zijn officiële troonopvolger, dat was de zoon van zijn eerste vrouw, prins Yin Reng (1674 - 1724). Hij werd, toen hij jong was, al aangesteld als troonopvolger. Maar Yin Reng ging zijn boekje te buiten en werd door zijn vader gedegradeerd (1707). Toen Kangxi er achter kwam dat zijn oudste zoon Yin Ti, Yin Reng had vervloekt, werd hij weer aangesteld tot kroonprins.[bron?] Maar Yin Reng werd later alsnog buiten spel gezet, als zijnde krankzinnig en is onder huisarrest geplaatst. Of Yongzheng echt de troonopvolger was, is nog steeds een vraag. Vele historici denken dat Yongzheng voor de troon vocht met de drie andere kandidaten. Kangxi had meer dan 100 kleinkinderen waarvan hij de meeste niet kende. Zijn favoriet was Qianlong waar hij zich persoonlijk om bekommerde. Het is niet onmogelijk dat deze voorkeurspositie door zijn vader is gebruikt bij de troonopvolging.

Harem[bewerken]

  1. Keizerin Xiao Cheng Ren (1653 - 1674) kwam van de Mantsjoe Heseri stam. Zij werd keizer Kangxi's eerste keizerin. Zij overleed na de geboorte van haar tweede zoon.
  2. Keizerin Xiao Zhao Ren (? - 1678) kwam van de Mantsjoe Niuhuru stam. Zij was de dochter van Ebulong die Kangxi had geholpen bij het regeren toen hij jong was. Na de dood van Kangxi's eerste keizerin werd zij aangesteld tot het onderhouden van het keizerlijke huishouden. In 1677 werd zij benoemd tot keizerin. Zij overleed echter nog geen half jaar later.
  3. Keizerin Xiao Yi Ren (? - 1689) kwam van de Tungiya stam. Zij was de nicht van Kangxi en werd in 1689 zijn derde keizerin. Zij was destijds al ernstig ziek en overleed na amper één dag keizerin te zijn geweest.
  4. Keizerin Xiao Gong Ren (1660 - 1723) kwam van de Ulanara stam. Zij was de moeder van keizer Yongzheng. Zij werd na de troonsbestijging van haar zoon vereerd met de titel keizerin-weduwe. Na haar dood kreeg zij de vereerde titel keizerin Xiao Gong Ren.
  5. Keizerlijke Gemalin Jing Min (? - 1699) kwam van de Mantsjoe Jangiya stam.
  6. Gemalin I (? - 1733) kwam van de Mantsjoe Gorolo stam. Zij schonk de keizer drie zonen.
  7. Gemalin Rong (? - 1727) kwam van de Mantsjoe Magiya stam. Zij schonk de keizer zes kinderen, van wie alleen een zoon en dochter overleefden.
  8. Gemalin Hui (? - 1732) kwam van de Mantsjoe Nara stam. Zij schonk keizer Kangxi zijn oudste overlevende zoon Yin Ti.
Yinli (1697-1738), zeventiende zoon van de Kang Xi Keizer te paard. Zijn tuig is, zoals dat hem toekomt, met kwasten versierd.

Kinderen[bewerken]

Kangxi had in totaal 35 zonen, waarvan 24 overleefden, 20 dochters en 130 kleinkinderen.[11]

  1. Yin Ti (1672 - 1734).
  2. Yin Reng (1674 - 1725) was de gedegradeerde kroonprins en zoon van Kangxi's eerste keizerin.
  3. Yin Zhi (1677 - 1732) was de zoon van Gemalin Rong.
  4. Yin Zhen (1678 - 1735) volgde zijn vader op als keizer Yongzheng.

Literatuur[bewerken]

  • Chuimei Ho & Bennet Bronson (2004) Splendors of China's Forbidden City "The glorious reign of Emperor Qianlong" ISBN 1-85894-203-9
  • Hironobu Kohara, Johannes Rein ter Molen & Donald Gardner (1990) De Verboden Stad : hofcultuur van de Chinese keizers (1644-1911). Tentoonstellingscatalogus Museum Boymans-van Beuningen te Rotterdam, ISBN 90-6918-065-0
  • Wan Yi, Wang Shuqing, Lu Yanzhen (1988) Daily Life in the Forbidden City, ISBN 0-670-81164-5
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Amstel, A. van (2011) Barbaren, rebellen en mandarijnen. De VOC in de slag met China in de Gouden Eeuw, p. 338.
  2. De opstand werd beëindigd in 1681.
  3. Amstel, A. van (2011) Barbaren, rebellen en mandarijnen. De VOC in de slag met China in de Gouden Eeuw, p. 323.
  4. Amstel, A. van (2011) Barbaren, rebellen en mandarijnen. De VOC in de slag met China in de Gouden Eeuw, p. 327.
  5. Amstel, A. van (2011) Barbaren, rebellen en mandarijnen. De VOC in de slag met China in de Gouden Eeuw, p. 341.
  6. Jonathan Spence (1990) De vraag van Hu, p. 47.
  7. a b c d (en) Perdue, Peter C. (2005) China marches West; The Qing Conquest of Central Eurasia, Belknap Press of Harvard University Press, 145-147, 437-442, ISBN 0-674-01684-X
  8. Amstel, A. van (2011) Barbaren, rebellen en mandarijnen. De VOC in de slag met China in de Gouden Eeuw, p. 339.
  9. Jonathan Spence (1990) De vraag van Hu, p. 67.
  10. Amstel, A. van (2011) Barbaren, rebellen en mandarijnen. De VOC in de slag met China in de Gouden Eeuw, p. 269.
  11. Aisin Gioro stam op royalark.net.