Karel Paul van der Mandele

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
K.P. van der Mandele ontvangt Leids eredoctoraat (1961)

Karel Paul van der Mandele (Delft, 1 november 1880 - Rotterdam, 23 januari 1975) was een zoon van Pauline Engelbrecht en de bankier Willem Karel Samuel van der Mandele. Hij studeerde economie in Lausanne en rechten in Leiden en begon als advocaat in den Haag. Vervolgens trad hij in dienst bij de Rotterdamsche Bank, later Rotterdamsche Bankvereniging. Hij was daar eerst directiesecretaris, werd in 1909 algemeen procuratiehouder en trad in 1910 toe tot de Directie. Van 1935 tot 1940 was hij voorzitter van de directie. Na zijn aftreden als directievoorzitter van Robaver werd hij voorzitter van de Rotterdamse Kamer van Koophandel, een functie die hij tot zijn tachtigste verjaardag in 1960 bekleedde. Daarnaast was hij, zelfs tot zijn 90-ste verjaardag, (president-)commissaris van een groot aantal Nederlandse bedrijven.

Leven[bewerken]

Wederopbouw Rotterdam: Van der Mandele schakelt lasapparaat in (Opbouwdag 1963)

Al vroeg in zijn loopbaan raakte hij maatschappelijk actief betrokken. Hij was, samen met andere vooraanstaande Rotterdamse zakenlieden, de drijvende kracht achter de ontwikkeling van Rotterdam. Mr.dr. K.P. van der Mandele vervulde sinds 1918 vele bestuursfuncties bij de Nederlandsche Handelshoogeschool (NHH) en de Nederlandse Economische Hogeschool (NEH), rechtsvoorgangers van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij was lid van de raad van beheer en curator van de NEH van 1913-1964 en president-curator van 1945-1964. Van der Mandele was in 1947 één van de oprichters van het Afrika Studiecentrum. Hij zorgde in Rotterdam voor goede woonwijken zoals de tuindorpen Vreewijk en 's-Gravenhof. Hij behartigde de kapitalen en was voorzitter van de door de heren G.W. en W.S. Burger gevormde stichting Volkskracht, waaruit talloze sociale belangen in Rotterdam zijn gesteund.

Rotterdam[bewerken]

Van der Mandele speelde een prominente rol in de wederopbouw van Rotterdam. De dag na het bombardement op 14 mei 1940 kwam hij bijeen met burgemeester Oud en een aantal vooraanstaande functionarissen van de Gemeente en van de Kamer van Koophandel. Om het commerciële herstel van de stad aan te vatten werd diezelfde dag de Stichting Rotterdam 1940 opgericht. Op 18 mei lag er al een opdracht om een plan van wederopbouw te ontwerpen. Eerst met burgemeester Oud, vervolgens met burgemeester Van Walsum, vormde Van der Mandele het duo dat leiding gaf aan de naoorlogse wederopbouw. Uit het bijna dagelijkse overleg kwam uiteindelijk het Comité Rotterdam 1950 voort, een "stadsforum" van directies van gemeentelijke diensten en kopstukken uit de haven en het bedrijfsleven. Dit forum van overleg en samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven functioneerde ruim 20 jaar. Van der Mandele was in zijn element als aanjager van de realisering van plannen. Ook bij de verwezenlijking van de Van Brienenoordbrug en de Beneluxtunnel speelde hij een belangrijke rol.

Onderscheidingen en eerbewijzen[bewerken]

In 1955 kreeg Van der Mandele de Zilveren Anjer, een onderscheiding die jaarlijks uitgereikt wordt aan "personen van onbesproken vaderlands gedrag, die in enigerlei vorm van onverplichte arbeid uitstekende verdiensten hebben verworven voor de Nederlandse cultuur of voor die van de Nederlandse Antillen". Van der Mandele kreeg de onderscheiding vanwege zijn betrokkenheid bij de "opbouw [van] tuindorpen in Rotterdam-Zuid en Kralingen, Rotterdams Philharmonisch Orkest, Museum Boijmans, Diergaarde Blijdorp en het cultureel herstel van Rotterdam na de Tweede Wereldoorlog".

Van der Mandele was verder kamerheer in bijzondere dienst van Koningin Juliana. Hij ontving (in 1958) een eredoctoraat van de Nederlandse Economische Hogeschool en (op 8 februari 1961) de Gouden Penning van de Rijksuniversiteit Leiden.

Biografie[bewerken]

  • A.J. Teychiné Stakenburg: Beeld en beeldenaar. Rotterdam en Mr. K.P. van der Mandele. Rotterdam, Ad Donker, 1979. ISBN 9061001633

Externe link[bewerken]