Karel Pekelharing

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Karel August (Karel) Pekelharing (Hoorn, 6 april 1909Overveen, 10 juni 1944) was een Nederlands balletdanser en choreograaf. Tijdens de oorlog was hij actief in het verzet.

Karel Pekelharing was een zoon van Egidius Lambertus Pekelharing en Elisabeth Johanna van den Heuvel. Hij woonde in Amsterdam en was van religie Rooms-katholiek.[1] Van beroep was hij balletdanser bij het Nederlandsche Ballet.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Karel Pekelharing gezocht door de Duitsers vanwege zijn homoseksualiteit,[2] antifascistische houding en het feit dat hij communist was. Hij wilde niet gearresteerd worden en vertrok vrijwillig naar Duitsland om in Kassel te werken bij de Siemens-Schuckert Werke, en later als conducteur op de tram. Hierbij pleegde hij sabotage en dit werd ontdekt. Het lukte Karel Pekelharing om veilig in Nederland terug te komen en hij dook onder in Den Haag en Amsterdam. Hij weigerde zich aan te sluiten bij de Kultuurkamer, waardoor hij alleen nog kon dansen op besloten bijeenkomsten. Daarnaast schreef hij stukken onder een pseudoniem (Karel van Hoogh). Hij was actief bij de illegale pers voor het blad De Vrije Kunstenaar,[3] waar hij samenwerkte met onder anderen Gerrit-Jan van der Veen en Paul Guermonprez. Ook was hij lid van de KP en de Raad van Verzet en nam deel aan overvallen, bevrijdde politieke gevangen en pleegde aanslagen op mensen die met de Duitsers samenwerkten.

Op 6 juni 1944 werd hij in het American Hotel in Amsterdam door de Sicherheitspolizei gearresteerd. Vermoedelijk was er sprake van verraad. Pekelharing werd overgebracht naar het huis van bewaring aan de Weteringschans en op 10 juni 1944 door het Polizeistandgericht ter dood veroordeeld. Nog dezelfde dag werd Karel Pekelharing omgebracht[4] te Overveen.

Karel Pekelharing ligt begraven op de Nederlandse Eerebegraafplaats Bloemendaal.