Karel van Neder-Lotharingen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Karel van Neder-Lotharingen
953-992
Charles de France fondateur de Bruxelles 976.jpg
Hertog van Neder-Lotharingen
Periode 977-992
Voorganger Bruno de Grote
Opvolger Otto II van Neder-Lotharingen
Vader Lodewijk IV van Frankrijk
Moeder Gerberga van Saksen
Graf van Karel in de kleine crypte van de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht

Karel van Neder-Lotharingen (953 - Orléans, 22 juni 992) was de jongste zoon van koning Lodewijk IV van Frankrijk en Gerberga van Saksen en werd uitgesloten van de troonopvolging om partijstrijd te voorkomen. Zijn leven stond in het teken van pogingen om toch koning van Frankrijk te worden.

Karel werd als jonge man benoemd tot graaf van Laon. In 975 probeerde hij om een eigen koninkrijk te vormen in de gebieden rond Laon en in Lotharingen. Hij steunde daarom de pogingen van Reinier III van Henegouwen en Lambert I van Leuven om hun familiegoederen terug te winnen. Kort na het huwelijk van zijn broer Lotharius van Frankrijk met Emma van Italië beschuldigde hij zijn schoonzuster van overspel met de bisschop van Laon, maar een synode verklaarde Emma onschuldig. Uit vrees dat Karel de troon zou bemachtigen wanneer haar zoon Lodewijk als bastaard bestempeld zou worden, bewerkstelligde Emma dat Lodewijk al tijdens het leven van zijn vader geassocieerd medekoning werd. Karel werd in 977 verbannen en zocht zijn toevlucht bij zijn neef, keizer Otto II. Die benoemde Karel in mei 977 tot hertog van Neder-Lotharingen en beloofde hem ook te steunen om koning van Frankrijk te worden. Lotharius viel in reactie daarop Aken aan maar werd teruggedreven. In 979 vielen Karel en Otto Frankrijk binnen. Karel riep zichzelf in Laon uit tot koning maar kreeg nauwelijks steun van de adel. Daarna belegerden Otto en Karel Parijs maar werden teruggedreven door Hugo Capet.

Na de dood van Lodewijk V werd Hugo Capet tot koning gekozen maar Karel riep zichzelf uit tot koning en veroverde Laon. In 989 kreeg hij ook de stad Reims in handen toen de bisschop van Reims, Karels neef Arnulf, naar hem overliep. In 991 werden Karel en zijn gezin gevangengenomen door verraad van de bisschop van Laon. Ze werden opgesloten in Orléans en Karel stierf daar een jaar later. In 1001 werd hij herbegraven in de zogenaamde kleine crypte van de Sint-Servaasbasiliek te Maastricht.

Karel trouwde voor 979, waarschijnlijk in 975, Adelheid over wiens afkomst weinig bekend is. Karel en Adelheid kregen de volgende kinderen:

Volgens sommige bronnen zou Karel ook een huwelijk hebben gesloten met een dochter van een ministeriaal van Hugo Capet, wat hem zoveel status kostte dat hij in 979 geen steun van de adel kreeg. Hiertegen pleit dat Karel zich de gevolgen van zo'n huwelijk vooraf zou hebben gerealiseerd en dat een dergelijk huwelijk daarom gewoon ondenkbaar was, als we bedenken dat Karel zijn leven lang heeft geprobeerd om koning te worden.

Voorouders[bewerken]

Voorouders van Karel van Neder-Lotharingen (953-992)
Overgrootouders Lodewijk de Stamelaar (846-879)
∞ 875
Adelheid van Parijs (853-901)
Eduard de Oudere (874-924)
∞ 901
Aelflaed (878-920)
Otto I van Saksen (850–912)

Hedwig van Babenberg (956-1003)
Diederik (-)
∞ ca 890
Reginhilde (ca 870-?)
Grootouders Karel de Eenvoudige (879-929)
∞ 918
Hedwig van Wessex (903-951)
Hendrik de Vogelaar (876-936)
∞ 909
Mathilde van Ringelheim (895-968)
Ouders Lodewijk IV van Frankrijk (920-954)
∞ 939
Gerberga van Saksen (913-984)