Karl Abraham

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Karl Abraham (1877-1925), geboren in Bremen, was psychiater en de eerste Duitse psychoanalyticus. In 1908 stichtte hij de Berlijnse Psychoanalytische Vereniging, die later de Duitse Psychoanalytische Vereniging zou gaan heten. Hij is voor de psychoanalyse van groot belang geweest.

Van eind 1904 tot eind 1907 werkte Abraham als arts-assistent in de Burghölzlikliniek in Zürich. De kliniek stond onder leiding van Eugen Bleuler, een van de meest gerenommeerde psychiaters van zijn tijd. Bleuer interesseerde zich al enige tijd voor de, in die tijd, nieuwe theorie van Freud, de psychoanalyse en hij had ook zijn medewerkers, waaronder Carl Gustav Jung enthousiast weten te maken. Freud was in die tijd nog nauwelijks bekend en de belangstelling vanuit de Burghölzli, die kwam zo rond zijn 50ste jaar zou Freuds doorbraak betekenen. Abraham kwam in een kliniek terecht waar de psychoanalyse voortdurend werd bediscussieerd en hij vond het een openbaring. Vanaf dat moment stond zijn leven in het teken van de psychoanalyse. In de dagelijkse praktijk kon hij er in die tijd nog niet veel mee, want de populatie van de Burghölzli bestond uit zwaar psychotische patiënten, die behandeld werden door een hele kleine staf.

Vanaf begin 1907 begonnen medewerkers van de Burghölzlikliniek Freud te bezoeken. Eerst Max Eitingon en daarna Jung. Freud was zo enthousiast over Jung dat hij hem meteen tot opvolger benoemde en er volgde een nauwe samenwerking, waarbij het eerste psychoanalytische congres werd georganiseerd (Salzburg, 1908).

Eind 1907 vertrok Abraham om een eigen psychoanalytische praktijk in Berlijn te beginnen. Dat was een enorm waagstuk, want de vijandigheid tegen de psychoanalyse was in die tijd groot in Berlijn. Hij ging in december 1907 ook voor het eerst op bezoek bij Freud, waar hij zeer gastvrij ontvangen werd. Het was de start van een nauwe samenwerking en levenslange vriendschap. Abraham kwam diep onder de indruk van het bezoek terug.

Freuds psychoanalyse was gebaseerd op het grote belang van de vroegkinderlijke seksualiteit. Het was een uitgangspunt waar Abraham zich volledig achter schaarde, maar Jung niet. Het zorgde voor een frictie tussen hen beiden, waarbij Abraham Freud waarschuwde dat Jung wel erg ver van de Freudiaanse psychoanalyse aan het afdwalen was. Freud nam Abraham de waarschuwing niet in dank af, hij zag zijn idylle met Jung liever niet verstoord. Abraham bleek echter wel gelijk te hebben en de theoretische verschillen zouden uiteindelijk leiden tot een volledige breuk tussen Freud en Jung.

Freud en Abraham hebben vanaf 1907 uitvoerig met elkaar gecorrespondeerd, de briefwisseling is inmiddels zowel in het Duits als in het Engels verschenen.



Plaque commémorative à la maison de Abraham, à Grunewald, Berlin.
Abraham was ook een van de oprichters van het Berlijnse instituut voor psychoanalyse. Veel psychoanalytici van de tweede generatie volgden bij hem hun opleiding.

Abraham stierf in 1925 aan de gevolgen van een visgraat, die in zijn keel was blijven steken. In de volgende jaren werd vrijwel al zijn werk tenietgedaan door het nazisme. het Berlijnse psychoanalytische instituut werd omgevormd tot het Göring-Institut onder leiding van Matthias Göring, een neef van Hermann Göring.

Bentinck van Schoonheten, A. (2013). Karl Abraham, Freuds rots in de branding, een biografie. Antwerpen: Garant. Falzeder, E.M. & Hermanns, L.M. (Hrsg.). (2009). Sigmund Freud-Karl Abraham. Briefwechsel, vollständige Ausgabe. Wien: Turia + Kant. Falzeder, E.M. (Ed.). (2002). The complete correspondence of Sigmund Freud and Karl Abraham. London: Karnac.