Karmelietessenklooster (Hoogstraten)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Engels klooster
Land België
Plaats Hoogstraten
Religie katholicisme
Stroming Karmelietessen
Bisdom Bisdom Antwerpen
Kloosterorde Orde van Ongeschoeide Karmelieten
Primaire abdij Klooster van Avila
Moederklooster Karmelietessenklooster (Antwerpen)
Dochterklooster Karmelietessenklooster Port Tobacco, Maryland, Amerika
Gebouwd in 1676
Gesloten in 1794
Gesloopt in Afgebrand in 1995 en 2017
Huidige bestemming Horeca
Portaal  Portaalicoon   Religie

Het Karmelietessenklooster van Hoogstraten was een van de Engelse kloosters in de Zuidelijke Nederlanden. Het moederklooster was het Karmelietessenklooster van Antwerpen van waaruit vele andere kloosters gesticht werden. Ze volgden de leer van Theresia van Ávila.

Stichting van het klooster[bewerken | brontekst bewerken]

Het was door toedoen van de Engelse koopman William Evans en Rijngravin Maria Gabriëla de Lalaing dat er in Hoogstraten een Engels klooster kwam. Begin 1676 werd aan de noordzijde van de K. Boomstraat een groot burgerhuis, zogenaamd "De Griffioen" aangekocht om er het nieuwe klooster te vestigen. Er werden enkele aanpalende huizen gekocht die verbouwd werden. Het klooster heeft als begindatum 18 augustus 1678 met de naam "Domus B. Teresiae a Jesu". Na de startperiode trad de dochter van de gravin, Maria Theresia op 15 oktober 1679 in in het klooster. In 1696 werd ze priorin. Ze stierf op 6 februari 1715.[1][2]

Het Torenijzer waar voorheen het Karmelietessenklooster was. Het klooster was drie voorgevels breed aan de zijde van de Vrijheid, de hoofdstraat. Achteraan zijn de klaslokalen van het Vrij Instituut voor Technisch Onderwijs van Hoogstraten die na 1921 gebouwd werden.

Lijst van priorinnen in Hoogstraten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Ann Harcourt: sterft reeds na drie weken als priorin (11 september 1678)
  2. Aloysia Wright (+1694): priorin van 1678 tot 1681
  3. Theresa Wakeman: priorin van 1681 tot 1687 en keert daarna terug naar Antwerpen
  4. Mary Howard: verkozen op 20 september 1687, termijn van drie jaar, zij sterft op 8 april 1728
  5. Margaret Burlan: volledige termijn van zes jaar (1690-1696)
  6. Maria Theresia van Lalaing trad in op 15 oktober 1679: dochter van stichteres Gabriëlla van Lalaing, verkozen in 1696 als priorin en doet een termijn van zes jaar (1696-1702)
  7. Margaret Burlan: 2e termijn van 1702-1713 (sterft 1713)
  8. Maria Theresia van Lalaing: volgt haar voorgangster op van 1713 tot 1715 (sterft op 6 februari 1715 als priorin)
  9. Theresa Stepney: drie jaar (1715-1718)
  10. Geen opvolging of naam niet geweten...
  11. Seraphina Busby: drie jaar (1722-1725)
  12. Agnes Frances Burton: voorheen priorin van het klooster van Lier, verkozen in 1725
  13. Mary Burnett: stierf binnen het jaar
  14. Mary York, stierf op 21 september 1742
  15. Isabella Burnett, stierf in 1756
  16. Mary Ann Hunter, verkozen op 28 juli 1756, stierf op 25 april 1765
  17. Mary Parkinson, verkozen op 23 mei 1765, stierf in 1774
  18. Anne Matthews, verkozen op 13 april 1774, reisde af naar Maryland, Amerika op 19 april 1790, sticht het klooster in Port Tabacco, nu Baltimore klooster...
  19. Ann Hill, verkozen op 24 april 1790, leidt de vlucht uit Hoogstraten in 1794. Zij is priorin tot 1795. Zij sterft in Canford House op 29 oktober 1813.
  20. Mary Errington in Canford House verkozen op 2 februari 1795 en stierf als priorin op 14 december 1810
  21. Mary Jessup, verkozen 13 mei 1813
  22. Mary Theresa Duck, priorin tot Canford House in 1825 verlaten werd.

[1] [3]

Anne Matthews[bewerken | brontekst bewerken]

Het Mount Carmel Monastery is een historisch klooster in Port Tobacco, Charles County, Maryland, Verenigde Staten. Het huis bestaat uit twee delen waarvan het grootste stuk gebouwd werd in 1790. Het klooster met bijhorende kapel werd gerestaureerd in 1936-1937 en behoord tot het historisch erfgoed.

Anne Matthews was geboren in 1732 in Charles County, Maryland (USA). Haar vader was Joseph Matthews en haar moeder Susanna Craycroft. In 1754 zeilde ze naar de Oostenrijkse Nederlanden om toe te treden tot de orde van de Karmelietessen. Ze deed haar professie in het klooster van Hoogstraten op 30 september 1755 en kreeg de naam Sister Bernardina Teresa Xavier of St. Joseph. In 1774 werd deze Amerikaanse op drieëndertigjarige leeftijd priorin van het klooster. Deze titel hield ze 16 jaar lang totdat ze terugkeerde naar haar thuisland Maryland. Ondertussen had de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog een grondwet mogelijk gemaakt waar vrijheid van godsdienst gegarandeerd werd terwijl er in de Nederlanden eerder een beknotting van godsdienstbeleving was door de verordeningen van Jozef II en de Franse Revolutionaire ideeën. Ze stichtte daar een klooster in 1790 en bleef daar priorin tot haar dood in 1800. Ze overleed aan borstkanker.[4]

De reis naar Amerika in 1790[bewerken | brontekst bewerken]

Op 19 april 1790 verlaat Anne Matthews het klooster in Hoogstraten. Ze nam haar twee nichtjes mee die vier jaren voordien uit Amerika overkwamen en hun beloften in Hoogstraten aflegden. Initiatiefnemer was priester Charles Neale, een ver familielid van Anne en ook afkomstig van Maryland. Hij had in Gent gestudeerd en was priester in het Karmelietessenklooster van Antwerpen en Hoogstraten. Hij koos nog een vierde zuster om mee op reis te vertrekken. Ze gingen langs Breda en reden in twee koetsen naar Utrecht. Ze kwamen de 21ste aan in Amsterdam waar ze uitgelachen werden door de protestanten. Op 24 april konden ze op Texel plaatsen op een schip bemachtigen bij kapitein MacDougal, een Schot. Ze voeren langs de kusten tot de Canarische eilanden. Ze arriveerden op Santa Cruz, Tenerife, op 23 mei. Tijdens de reis waren ze zeeziek en ze hadden bedorven eten en water bij. Ze sloegen vers profiant in en vertrokken op 27 mei. Ze arriveerden op 2 juli 1790 in New York. In Port Tobacco werd 800 hectare landbouwgrond gekocht voor 1370 pond. Op 15 oktober 1790 namen de zusters hun intrek in een huis dat op dat land stond. In 1831 verlieten ze deze grond en verhuisden naar het noorden van de stad Baltimore (Maryland).[5][6]

Stopzetting klooster in Hoogstraten in 1794[bewerken | brontekst bewerken]

In 1792 vielen de legers van de Franse Republiek de Oostenrijkse Nederlanden binnen en begon de oorlog tegen religie. Na maanden van dreiging was er op 1 mei 1794 een algemeen alarm voor de kloosters om te vluchten. Vanuit Brugge kwam een vluchtelingenstroom op gang richting Holland. Daarna was Antwerpen aan de beurt. De Karmelietessen van Lier verlieten hun klooster op 21 juni van dat jaar. Twee zusters vertrokken vanuit Lier naar Hoogstraten om daar te gaan helpen. Tot hun verbazing kwamen ze in een klooster terecht zonder urgentie om te vertrekken, alsof ze niet bewust waren van wat er gaande was. De twee zusters van Lier organiseerden het vertrek door de Hoogstraatse zusters te helpen inpakken. Op 2 juli verlieten ze hun klooster te Hoogstraten via Breda en Rotterdam om uiteindelijk in Londen terecht te komen op 6 juli 1794. De Lierse kloosterlingen settelden zich in Darlington waar ze een nieuw klooster bouwden. De Hoogstraatse nonnen huurden een klein huis Friar’s Place, bij Acton in Londen. Op 15 augustus 1794 vertrok een brief vanuit Londen om de zusters in Maryland op de hoogte te brengen van de erbarmelijke omstandigheden waar ze nu in verzeild geraakt waren. Na enige tijd konden ze een huis verkrijgen bij Canford in Dorset. Daar vertrokken ze weer op 8 september 1825 noodgedwongen en de 14e september zeilden ze af naar Frankrijk, Torigni in Normandië. Vijf jaar later verhuisden ze weer naar Valognes (september 1830). Wellicht waren daar geen zusters uit Hoogstraten meer bij. Het klooster kon door een grote erfenis terugkeren naar Engeland, naar Chichester en daar bouwden ze het Hunstonklooster. Ook dit klooster werd verlaten in 1994. Er kwamen arbeiders uit de tuinbouw in wonen. Op 28 juni 2009 brandde het klooster in Engeland af.[7][8]

Herbestemming klooster Hoogstraten[bewerken | brontekst bewerken]

In 1796 werden hun bezittingen aangeslagen en in 1798 verkocht. Het voormalig klooster werd achtereenvolgens door verschillende Franse gezinnen bewoond, als gendarmerie, slachterij en hospitaal ingericht, verhuurd aan behoeftigen, en zo meer tot het in 1853 werd aangekocht door Frans Van Bergen die er herberg "Het Keizershof" openhield. In 1921 werd het aangekocht door de Vakschool.[9][10]

Woensdag 23 augustus 1995 brandde het Torenijzer voor een eerste keer uit na dakwerken. Op vrijdag 31 maart 2017 brandde het Torenijzer voor een tweede maal helemaal uit. Daarop besliste de vakschool V.I.T.O. om de gebouwen, klaslokalen, horecazaak en bloemenwinkel te verkopen.[11][12][13]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • LAUWERYS J., Het Engels Klooster te Hoogstraten (1678-1794), in Jaarboek van Koninklijk Hoogstraatse Oudheidkundige Kring, XXXVII, nummers 1-4, 1969, p. 5-53.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]