Kartuizerij van Portes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Chartreuse Notre-Dame de Portes (Kartuizerij van Portes)
Chartreuse Notre-Dame de Portes
Chartreuse Notre-Dame de Portes
Land Vlag van Frankrijk Frankrijk
Regio Ain (departement)
Plaats Bénonces
Coördinaten 45° 52′ NB, 5° 29′ OL
Religie Christendom
Stroming Rooms-Katholieke Kerk
Kloosterorde Kartuizers
Gebouwd in 1115
Restauratie(s) 17e eeuw, 1951
Huidige bestemming In gebruik
Gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw
Monumentale status Monument historique
Architectuur
Bouwmateriaal  natuursteen
Kartuizerij van Portes
Kartuizerij van Portes
Lijst van katholieke kloosters en abdijen in Frankrijk
Portaal  Portaalicoon   Religie
Deel van de serie over
kloosters

en het christelijke monastieke leven

Monnik

De Kartuizerij Notre-Dame de Portes (Cartusia Beatae Mariae Portarum) is een klooster van de kartuizers ingeplant tussen de Bergen van Bugey, op een hoogte van ongeveer 1000 meter, in het Franse departement Ain, in de gemeente Bénonces.

Geschiedenis[bewerken]

Volgens ouderdom is ze de derde oudste kartuizerij, de tweede in Frankrijk na de Grande Chartreuse. Ze wordt ook de kartuizerij van de Heiligen genoemd, aangezien verschillende van haar monniken nadien zalig of heilig verklaard zijn. .

Het geheel van het klooster vervormd door de gevels en de daken zijn ingeschreven als historisch monument sinds 20 februari 1947.

Moines chartreux de Notre-Dame de Portes, tijdens hun wekelijkse wandeling (de zogenoemde spaciement).

De kartuizerij werd op de huidige site gesticht in juni 1115 door twee zwarte monniken, Bernardus en Pontius. Zij waren afkomstig van de oude en gerespecteerde abdij Onze-Lieve-Vrouwe van Ambronay. Hun verlangen echter naar een heremietenleven dreven hen echter naar het gebergte van Portes, vergezeld van verschillende clerici en leken die hetzelfde verlangden.

Het klooster werd snel gebouwd, maar de kerk van het bovenklooster werd pas in 1125 ingewijd door Humbaldus, aartsbisschop van Lyon, bijgestaan door Humbertus van Grammont, bisschop van Genève. De co-stichter en eerste prior Bernaruds van Ambronay vroeg al snel aan Guigo I de Kartuizer, toenmalig prior van La Grande Chartreuse om een regel te schrijven, de latere Gewoonteregel van de Kartuizers (Consuetudines Cartusiae). Dezelfde Bernardus nam in 1140 deel aan het eerste algemeen kapitel van de kartuizerorde en een tweedemaal in 1155. Zijn spirituele uitstraling was groot en zijn persoonlijkheid vormde in zeer belangrijke mate het uitzicht en spiritualiteit van de orde.

De huidige kerk werd gebouwd in 1660. Tijdens de Franse Revolutie werden de gebouwen min of meer geslaagd tot een boerderij omgevormd, wat geleid heeft tot hun verval.

Panoramisch zicht op de kartuizerij van Portes gezien vanuit het Noordwesten.

De kartuizers kochten hun domein van ongeveer 210 hectare in 1855 opnieuw aan en herstelden het volgens de originele plannen. Bij het begin van de 20ste eeuw dienden de gebouwen opnieuw verlaten te worden als gevolg van de anti-klerikale wetten van 1901. Het geheel werd door een leek overgenomen.

In 1951 kochten de kartuizers nogmaals Portes en herstelden de bewaarde abdijgebouwen. Het is een kleine kartuizerij en telt een 12-tal cellen rondom een kloostergang rondom het kerkhof, waar meer dan 800 monniken rusten. De kartuizerij kan men niet bezoeken en is nog steeds bewoond.

La Correrie, het oude klooster van de broeders-conversen ligt ongeveer een tweetal kilometer lager. Het werd omgevormd tot een boerderij na de opheffing van de Correris door de kartuizers in de 17e eeuw. Er bevinden zicht nog de fundamenten van de oude kerk, gewijd in 1128 en geïdentificeerd door een informatiepaneel.

In de onmiddellijke nabijheid is ook de calvarie van Portes te zien, gelegen op de top van de Friolan, en die een pracht panorama bied op de ganse noordelijke Alpen.

"De Kartuizerij van de Heiligen"[bewerken]

Versterkte poort (17e eeuw) op de zuidwest hoek van het slot.

De Kartuizerij van Portes is één van de eerste om bij la Grande Chartreuse aan te sluiten. Verschillende van hun monniken zijn zalig- of heiligverklaard.

Een eerste groep bestaat uit monniken waarvan hun cultus officieel door de Kerk is bekrachtigd. Het zijn een viertal monniken:

  • Zalige Ayrald, (1080-1146), monnik van Portes (1132-1135), bisschop van Saint-Jean-de-Maurienne (1135-1146);
  • Heilige Stefanus van Châtillon, (1150-1208), prior van Portes (1176-1207), bisschop van Die en Dauphiné (1207-1208);
  • Heilige Anthelmus van Chignin, (1107-1178), prior van Portes (1157-1159), bisschop van Belley (1163-1178);
  • Heilige Arthaudus van Sothonod, (1101-1206), monnik van Portes (1120-1132), stichter en prior van de abdij van Arvières (1132-1188), bisschop van Belley (1188-1190).

Een tweede groep betreft de monniken die stierven met een geur van heiligheid, maar die geen officiële cultus te beurt viel. Niettegenstaande dit wordt hun reputatie van heiligheid door verschillende contemporairne getuigen aangevoerd.

  • Bernardus de Portis, (-1152), prior van Portes (1147), bisschop van Belley (1136-1141). Hij was een vriend van Bernardus van Clairvaux en ontving van hem de eerste exemplaren van de Preken op het Hooglied in de advent van 1135.  Hij mag niet verward worden met de stichter en eerste prior, Bernard d'Ambronay.
  • Bernard d'Ambronay (1085-1158), stichter en eerste prior.
  • Hugo II (-1155), monnik van de Grande Chartreuse, bisschop van Grenoble (1132-1147), aartsbisschop van Vienne (1147-1153), monnik van Portes. In 1130 werd hij door de heilige Hugo van Châteauneuf, bisschop van Grenoble en vriend van de heilige Bruno verkozen tot bisschop-coadjutor met recht van opvolging.
  • Bernard de la Tour, (-1258), prior van Portes, 13e prior-generaal van de Kartuizerorde.

Economie[bewerken]

De monniken voorzien in hun onderhoud en dat van hun klooster door klein ambachtswerk dat zij in hun cel kunnen uitvoeren. Dit beslaat onder andere de vervaardiging van de houden verpakking voor de likeur Chartreuse. Tevens leven zij van de exploitatie van de wouden rondom, voornamelijk beuk.

Literatuur[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Lettres des premiers chartreux : (II) les moines de Portes, Bernard, Jean, Étienne (texte critique, traduction et notes par ‘un chartreux’), coll. Sources chrétiennes, Paris, Ed. du Cerf, 1980, 240pp.
  • Dubois (Jacques), "L'implantation monastique dans le Bugey au Moyen Âge", Journal des savants, 1971, , p.15-31. article

Externe links[bewerken]