Kaspar Hauser

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kaspar Hauser, door Johann Georg Laminit
Kaspars Baum van Jaume Plensa voor het woonhuis van Kaspar Hauser in Ansbach

Kaspar Hauser (?, 30 april 1812 (naar verluidt) – Ansbach, 17 december 1833) was een Duitse vondeling van onduidelijke afkomst, die uitgroeide tot een van de grootste raadsels van zijn eeuw.

Leven[bewerken]

Vondst[bewerken]

Op pinkstermaandag (26 mei 1828) dook een verwaarloosde jongen op in de straten van Neurenberg. Hij kwam terecht op de Unschlittplatz. Hij droeg boerenkledij en kon nauwelijks spreken.[bron?] Hij verplaatste zijn voeten zonder goed te weten hoe hij moest lopen[bron?] en begreep amper iets. Aanvankelijk dacht men dat hij dronken was omdat hij steeds dezelfde zinnen herhaalde, namelijk "ik wil zijn zoals mijn vader" en "ik wil een ruiter zijn, zoals mijn vader was."

De jongen had een brief bij zich, geschreven door een arbeider onder wiens voogdij hij op 7 oktober 1812 geplaatst was. In de brief stond dat hem lezen, schrijven en de christelijke religie geleerd was, maar dat hij geen stap buiten de deur gezet had. Hij had ook een verzoek bij zich, gericht aan de kapitein van de cavalerie van Neurenberg om hem in dienst te nemen als soldaat. Een ander briefje, dat door de moeder van de jongen geschreven zou zijn, vermeldde zijn naam (Kaspar Hauser) en geboortedatum (30 april 1812) en de verklaring dat zijn vader een overleden cavalerie-officier was.

De jongen werd naar een politiepost in de Neutor gebracht, waar tot ieders verbazing bleek dat hij zijn naam kon schrijven. Buiten enkele woordflarden kon hij niet spreken. Aanmoedigingen tot spreken leidden tot tranen en 'weet niet'. Hij was zeer klein, had blauwe ogen en krullend lichtbruin haar. Zijn vreemde voorkomen en gedrag pasten bij iemand die heel zijn leven in een kelder had doorgebracht en nooit zijn bewaker had gezien. Het enige dat hij aannam was water en brood. Hij treurde om een houten paardje dat zijn enige metgezel was geweest.

Curiositeit[bewerken]

De volgende twee maanden bracht hij door in een gevangenis voor landlopers, de toren Luginsland, waar hij goed verzorgd werd door het gezin van de bewaker. Daarna woonde hij bij verschillende weldoeners in en kreeg er sporadisch onderwijs. Hauser werd een bezienswaardigheid en werd officieel door de stad geadopteerd.

Zijn mentale toestand wekte de interesse van juristen, theologen en pedagogen die talrijke onderzoeken op hem uitvoerden en hem leerden spreken. Lezen en schrijven leerde hij bij de godsdienstfilosoof Georg Friedrich Daumer. In het begin stond hij dan ook onder diens hoede. Hauser mocht dan wel zestien jaar zijn, maar had een ontwikkelingsleeftijd van niet meer dan zes jaar. Toch had hij een uitstekend geheugen wat volgens de burgemeester erop wees dat hij van goede afkomst was.[bron?] Hauser leed ook in periodes aan epilepsie en catalepsie. Door de goede zorgen van Daumer, die onder meer homeopathische behandelingen inhielden en door de aanmoedigingen om een dagboek bij te houden, fleurde hij op en bleek uiteindelijk toch in staat zijn verhaal te vertellen.

Naar eigen zeggen had hij een groot deel van zijn jeugd geleefd in een donkere cel van zes à zeven voet lang (180-210 centimeter) en vier voet (120 centimeter) breed, met een bed van stro. Hij kreeg enkel water en roggebrood, en werd soms verdoofd zodat iemand zijn kleren kon wisselen en zijn haar kon knippen. "Er waren twee minuscule ramen van acht tot negen duim (20 centimeter) hoog en breed. Er was niets in de gevangenis, behalve het stro waar ik op lag en zat, en de twee houten speelgoedpaarden, de speelgoedhond en de wollen deken. In de aarde naast mij was een rond gat waarin ik mijn behoeften deed. Verder was er nog de waterkruik, iets anders was er niet."

De eerste mens die hij had gezien, had hem de zin geleerd "ik wil een ruiter worden zoals mijn vader", en had hem ook geleerd zijn naam, Kaspar Hauser, te schrijven. De man had zich steeds onherkenbaar gemaakt. Uiteindelijk bracht deze man hem naar buiten, waar Hauser flauw viel. Het volgende moment dat hij zich herinnerde was zijn wandeling in Neurenberg.

De merkwaardige jongen trok veel belangstelling. Sommigen zagen hem aan voor een idioot, een wilde of een dolleman, zelfs een bedrieger. Anderen beweerden dat hij het tragisch slachtoffer was geweest van een hofintrige.

Aanslagen en overlijden[bewerken]

Op 17 oktober 1829 werd hij zwaar bloedend in de kelder van het huis gevonden. Volgens zijn beschrijving was hij, terwijl hij op het (buiten)toilet, zat door een gemaskerde, donkere man met een kapmes aangevallen. Voordat deze man aanviel, hoorde hij hem zeggen: "Je moet sterven voordat je de stad Neurenberg verlaat." Na de aanslag was Hauser weer het huis ingegaan waar hij in paniek heen en weer zou hebben gelopen tussen zijn kamer en diverse vertrekken. Hij eindigde in de genoemde kelder.

De verwonding bloedde wel hevig maar was niet zo ernstig. Binnen een paar dagen was Hauser weer opgeknapt. Meerdere getuigen zouden de man hebben gezien. Een enkeling had ook een tweetal mannen bij de lokale fontein zien staan, handen wassend.[bron?] Eén van hen was duidelijk deftiger gekleed; mogelijk zijn dit de dader en opdrachtgever geweest.[bron?]

Na deze aanslag werd het voor de familie Daumer te zwaar om Hauser in huis te houden en werd hij tijdelijk in huis genomen door de familie Biberbach. Daarna verhuisde hij naar de familie van de Baron von Tucher. Hier woonde hij tot Philip, Lord Stanhope hem meenam naar Ansbach

De speculaties over zijn koninklijke afkomst barstten na deze moordaanslag echt goed los. Hauser werd onder politiebewaking naar Baron von Tucher gebracht, die hem een betrekking bezorgde als klerk bij het lokale justitiehuis.

Een Brit van adel, Lord Stanhope, probeerde vanaf die tijd Hauser voor zich te winnen en zijn voogdij te verwerven. Hij beweerde ook dat Hauser niet van adellijke afkomst maar Hongaars was.
Lord Stanhope stelde voor om niet alleen voogd te worden, maar ook om Hauser te adopteren en mee te nemen naar Engeland. Ter voorbereiding van deze reis wilde hij hem tijdelijk onderbrengen in Ansbach. Dit had als voordeel dat Hauser dan onder toezicht kon staan van Anselm von Feuerbach, die zich al een tijd met hem bezighield en als eerste de mogelijke Badense connectie opperde.

In januari 1832 vertrok Stanhope uit Ansbach, onder de belofte snel terug te keren. Ze zouden elkaar nooit meer zien. Stanhope is tijdens het leven van Hauser nooit meer in Ansbach geweest. Pas na zijn dood dook Stanhope weer op en publiceerde hij een boek dat de beweringen van Hauser in twijfel trok.

Op 14 december 1833 werd Hauser naar de Schlossgarten (slottuin) van Ansbach gelokt, waar hij werd neergestoken. Hij wist nog thuis te komen, maar overleed drie dagen later aan de verwondingen. De moordenaar liet enkel een mysterieuze enveloppe achter, waarin hij zichzelf als 'M.L.Ö.' voorstelde. Later verklaarden Stanhope en Meyer dat de doodsoorzaak zelfmoord was geweest.
In het originele autopsierapport, dat is opgemaakt door de drie uitvoerende artsen, wordt verklaard dat hij door moord om het leven is gekomen. Zelfmoord wordt gezien de kracht en de hoek van de wond uitgesloten. Eén van deze drie artsen werd door de onderzoekscommissie van Ansbach sterk onder druk gezet met betrekking tot de vraag of het toch zelfmoord zou kunnen zijn. Onder deze druk verklaarde de arts dat onder een uitzonderlijke omstandigheid, heel misschien er toch een mogelijkheid zou zijn. Deze verklaring werd in het rapport opgenomen maar stamt niet uit het officiële autopsierapport. Alle latere speculaties over zelfmoord zijn hierop terug te voeren.

In Ansbach, waar Kaspar Hauser vermoord werd, kwam later een monument waarop in het Latijn staat 'Hic occultus occulto occisus est' oftewel: 'Hier werd een geheimzinnige op geheimzinnige wijze om het leven gebracht'.

Thema's[bewerken]

'Levende legende' en 'Kind van Europa'[bewerken]

Al tijdens zijn leven viel Hauser op. Dat kwam door een paar dingen. Zoals hierboven al is gezegd, leefde hij naar eigen zeggen vijftien jaar in een donkere cel omgeven door een houtstapel. Daar had hij geleerd om heel goed in het donker te zien. Verder had hij het ontwikkelingsniveau van een vierjarige; hij kon nauwelijks lopen en praten kon hij ook niet. Opvallend was dat hij wel zijn eigen naam kon schrijven. Ook vonden veel mensen hem boeiend, hij was vreemd en meelijwekkend, mensen waren in hem geïnteresseerd. De belangrijkste oorzaak voor zijn bekendheid is dat Anselm von Feuerbach hem aan iedereen bekendmaakte. Door de snel ontstane geruchten en vanwege de normale menselijke zucht naar sensatie werd Hauser al snel beroemd. Er werd wel gezegd, dat hij alles deed om aandacht te krijgen. Hij stond bekend als een 'Levende legende'. Vanwege zijn faam trokken mensen uit heel Europa naar Neurenberg om Kaspar te zien. Vandaar dat hij ook wel 'Kind van Europa' genoemd werd.

Hauser overleed aan een wond die ofwel zelf was aangebracht, of, zoals hij vertelde voordat hij overleed, toegebracht was door een vreemde. Een legende zegt dat ook Feuerbach vermoord is, toen deze zijn dood onderzocht. Op Hausers grafsteen kwam te staan (in het Latijn):

Hic jacet
Casparus Hauser,
aenigma sui temporis,
ignota nativitas,
occulta mors.
MDCCCXXXIII

oftewel:

Hier ligt
Kaspar Hauser,
Een raadsel van zijn tijd,
zijn geboorte onbekend,
zijn dood duister.
1833

Zijn laatste woorden waren: "Ik heb het zelf niet gedaan".

Misdaad tegen de ziel[bewerken]

Anselm von Feuerbach, een beroemde advocaat en toenmalige voorzitter van het Beierse Hof van Beroep te Ansbach nabij Neurenberg, interesseerde zich sterk voor Hauser.
Hij publiceerde in 1832 een uitvoerig verslag over Kaspar Hauser met als titel Voorbeeld van een misdaad tegen de ziel van een mens met als ondertitel beschrijving van een individu dat opgesloten werd in een kerker en vanaf de vroege kindertijd tot ongeveer de leeftijd van zeventien jaar verstoken was van alle communicatie met de buitenwereld.

Volgens Von Feuerbach was Hausers gedrag aanvankelijk vermoedelijk hetzelfde als in de kerker. Hij zat in het donker op de vloer, zijn benen uitgestrekt voor zich. Hij speelde vooral met een speelgoedpaardje dat hij vol overgave voedde en zijn drinken gaf. Toch hechtte hij zich snel, eerst aan Julius, het zoontje van de gevangenisofficier, en aan anderen, van wie hij taal leerde. Aanvankelijk 'hoorde hij zonder te begrijpen' en 'zag zonder waar te nemen', maar hij was zeer leergierig en gehoorzaamde alsmaar meer zonder veel commentaar. Hij bleek namen en titels van mensen goed te onthouden, wat hem sympathiek maakte. De herinnering aan de periode in de kerker verdween relatief snel. Door de gezonde(re) voeding en aandacht bloeide Hauser zowel fysiek als intellectueel op. Hij groeide en nam in vrij korte periode veel kennis op.

Feuerbach was vooral geïnteresseerd in de zintuiglijke mogelijkheden van Hauser, die volgens hem nog niet afgestompt waren. Hij kwam als het ware nog maar net op de wereld. Hij kon nog perfect waarnemen, maar ook hier paste hij zich vrij snel aan waardoor de scherpte van zijn waarneming geleidelijk afnam. Hij kon echter van begin af aan geen afmetingen of diepte schatten. Ook het verschil tussen kunst en natuur, mens en dier was iets dat hij moest leren. Orde en netheid hoefde hij niet te leren; orde was voor hem bijzonder belangrijk.

Na een maand begon Hauser te dromen, hoewel hij eerst dacht dat dromen echte gebeurtenissen waren. Ook de innerlijke wereld van de geest was hem lang vreemd. Pas een jaar na zijn 'geboorte' leek hij te beseffen dat hij zo lang opgesloten was geweest, of toonde hij althans verdriet en verontwaardiging hierover.

Ondanks al deze ontwikkeling bleef Hauser een vreemde door zijn houterige motoriek, zijn stuntelige en simpele taal, zijn scherpe stem, zijn gewoonte om alles letterlijk op te vatten en door zijn merkwaardige oordelen, vaardigheden en emoties. Bovendien was hij ook ongelooflijk verlegen, en tegelijk enorm zelfbewust en roekeloos. Het ontbrak hem aan humor, maar niet aan gezond verstand.

Autisme?[bewerken]

Volgens autisme-deskundige Uta Frith zijn er op het eerste gezicht enkele kenmerken die kunnen doen besluiten dat Hauser autistisch was. Zijn manier van waarnemen, zijn armoedige taalgebruik, zijn zin voor orde, zijn naïviteit en gebrek aan wereldwijsheid hadden mogelijk andere oorzaken dan alleen het langdurige isolement. Toch zijn er volgens Frith meer argumenten tegen autisme. Hij leerde bijvoorbeeld heel snel (praten en communiceren, hechten aan voorwerpen). Bovendien was er sprake van een wederzijdse relatie met zijn omgeving (behagen, bewustzijn van reacties en belangstelling, vriendschap sluiten). Frith vergelijkt Kaspar Hauser met Victor van Aveyron, een ander voorbeeld van een wolfskind. In deze vergelijking lijkt Victor meer autistische trekken te hebben dan Hauser, die volgens Frith niet behoort tot het autismespectrum.

Epidermolysis bullosa[bewerken]

Volgens Günter Hesse, een psychiater en neuroloog uit Karlsruhe, was Kaspar Hauser niet jarenlang in een donkere ruimte opgesloten geweest. De oorzaak van zijn spraakgebrek zou de ziekte zijn geweest waaraan hij leed, epidermolysis bullosa. Dit is een ziekte met veel verschillende symptomen, zoals blaarvorming en het loslaten van de opperhuid. Ook kan ze zorgen voor afwijking in de hersenen en aan de spieren. Hauser zou volgens Hesse afkomstig zijn uit Tirol, waar relatief veel mensen met deze ziekte wonen. In de tijd waarin Hauser leefde was een naburige bergstreek bezet door Beieren. Hauser is, volgens Hesse, hoogstwaarschijnlijk verwekt door een Beierse soldaat.[1]

Door dit onderzoek werd met alle tot dan toe heersende theorieën afgerekend en leken na ruim 160 jaar alle raadsels rondom Kaspar Hauser opgelost.

DNA-onderzoek om het mysterie te ontrafelen[bewerken]

Gedurende vele jaren is het onbekend gebleven waar Kaspar Hauser vandaan kwam en wie hij nu eigenlijk was. Dit zou met modern DNA-onderzoek kunnen worden achterhaald. Rond de laatste eeuwwisseling hebben twee van zulke onderzoeken plaatsgevonden; aan de Ludwig Maximilians-Universiteit in München en, enkele jaren later, één aan het Institut für Rechtsmedizin van de Wilhelms-Universiteit in Münster, Westfalen.

Onderzoek aan de Universiteit van München[bewerken]

In 1996 werd een genenanalyse (DNA-onderzoek) verricht. Dit onderzoek in opdracht van het Duitse blad Der Spiegel vond in het geheim plaats aan de Ludwig Maximilians-Universiteit, in samenwerking met de Britse Forensic Science Service.

Toen Hauser overleed, bleven er bloedvlekken in zijn kleding achter, in zijn onderbroek om precies te zijn. Dit kledingstuk is samen met andere eigendommen van Kaspar Hauser bewaard gebleven in het Markgrafenmuseum in Ansbach. Het kledingfragment dat onderzocht werd, was 3,5 x 5 cm. De bloedvlek had een oppervlakte van 10 cm². Het bloed bevond zich op twee lagen, de binnenste en buitenste laag van de stof. Deze lagen zijn gescheiden, onderzocht en vergeleken.

Bij de analyse die verricht werd maakte men gebruik van het DNA van twee vrouwelijke afstammelingen van groothertogin Stephanie van Baden, namelijk Stephanie von Zallinger-Stillenhof en gravin Hamilton. Genetische codes van het mitochondriale DNA van de mens zijn alleen erfelijk in de vrouwelijke lijn.

Volgens dit in 1996 verrichte DNA-onderzoek was het 'Kind van Europa' niet de zoon van Karel van Baden en Stephanie de Beauharnais.

Onderzoek aan de Wilhelms-Universiteit in Münster[bewerken]

Professor Bernd Brinkmann van het instituut voor forensische medische wetenschap van Münster kwam in 2002 echter tot een andere conclusie. Volgens hem is het vandaag de dag nog niet mogelijk uitsluitsel te geven, zodat nog steeds de mogelijkheid bestaat dat Kaspar Hauser een afstammeling van het huis Baden is. Brinkmann stelde de betrouwbaarheid van het gebruikte bloed ter discussie. Hij gebruikte drie van Hausers haarlokken, lichaamscellen van de zweetband van Hausers hoge hoed en een andere bloedvlek op Hausers kleding. Die behoorden alle aan dezelfde persoon toe, zo bleek uit een DNA-test. Maar dit DNA was, opvallend genoeg, niet hetzelfde als dat uit de in het andere onderzoek gebruikte onderbroek.

Het DNA van Hauser werd vergeleken met het DNA van de twee vrouwen die afstammelingen van Stephanie de Beauharnais waren. De gelijkenis was zeer groot. Slechts bij één van de zeven punten stemde de DNA-vingerafdruk van Hauser niet overeen met die van Astrid von Medinger (een afstammelinge van Stéphanie de Beauharnais, de echtgenote van Karel van Baden). Een verschil op één punt komt, bij verschillende mensen, dikwijls voor en kan ook ontstaan uit een mutatie tussen moeder en kind.

Het verschil in het bloed van de eerste en de tweede test, kan worden verklaard doordat het museum, waar de onderbroek uit de eerste test werd bewaard, in vroegere tijd de verbleekte vlek heeft aangevuld met "vers" bloed.

Andere onderzoeksmogelijkheden[bewerken]

Het is lastig om de inhoud van Hausers graf voor DNA-onderzoek te gebruiken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vond een bominslag plaats op het kerkhof waar Hauser ligt begraven. Hierbij kwam gebeente tevoorschijn, dat opnieuw werd begraven in de graven waaruit het afkomstig was. Hoewel Hausers graf hier niet direct bij betrokken was, is de identiteit van de stoffelijke overschotten die zich in Hausers graf bevinden onzeker.

Tot op de dag van vandaag weigert het huis Baden de toegang tot zijn familiegraf in de Schlosskirche te Pforzheim. Daar ligt het gebeente van de in 1812 als zuigeling begraven prinselijke erfgenaam. Indien het graf bruikbaar materiaal bevat, zou DNA-onderzoek kunnen uitwijzen of Hauser al dan niet een spruit uit het huis Baden was. Die mogelijkheid is er dus heden ten dage nog steeds, of liever gezegd opnieuw. De herkomst van Kaspar Hauser blijft dan ook tot in onze tijd een raadsel.

Inspiratiebron[bewerken]

Vooral na zijn leven heeft Kaspar Hauser veel wetenschappers en kunstenaars geïnspireerd en hun creativiteit aangewakkerd.

Beroemde voorbeelden in de kunst waartoe Hauser inspireerde waren vooral romantische werken in de 19e eeuw. Uit 1908 stamt Jakob Wassermanns Caspar Hauser oder die Trägheit des Herzens, maar ook moderne stukken zoals Peter Handke's drama Kaspar (1968). Ook de theatertekst Kopnaad uit 1993 van de Vlaamse auteur Stefan Hertmans verwijst naar Kaspar Hauser, evenals het geïllustreerde epos van de Vlaamse dichters Annemarie Estor en Lies Van Gasse. In de postmoderne roman Turkenvespers (1977) van Louis Ferron speelt Kaspar Hauser (samen met alle eerder vermelde bewerkingen) een centrale rol. Kristien Dieltiens baseerde haar jeugdboek Kelderkind (2013) op Hauser.

Regisseur Werner Herzog baseerde zijn film Jeder für sich und Gott gegen alle (1974) op het leven van Kaspar Hauser.

In Ansbach vinden nog om de twee jaar de 'Kaspar-Hauser-Festspiele' plaats.