Kasteel Crayestein

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
kasteel Crayestein
Atlas Schoemaker-ZUIDHOLLAND-DEEL3-1881-Zuid-Holland, Krayesteyn.jpeg
Locatie Dordrecht (locatie Hollandse Biesbosch), Nederland
Algemeen
Kasteeltype Waterburcht
Bouwmateriaal steen o.a
Huidige functie bestaat niet meer
Gebouwd in Ca. 1250
Gebouwd door Familie Van Riede
Bijzonderheden terloops vergaan (Ca. 1592)

Kasteel Crayestein (anderen benamingen voor het kasteel waren: kasteel Kraaienstein, kasteel van Sleydrecht, Crayensteyn.) was een stenensterkte die gelegen was in het ambacht van Crayestein in de Grote Waard. De sterkte is rond 1250 gebouwd voor Zeger van Riede.

Geschiedenis[bewerken]

De locatie werd beschreven als liggend aan het einde van het ambacht Crayestein, gebouwd op een duin of terp, recht tegenover de kerk van Sliedrecht. Deze plaats bestond toen nog als Sleydrecht (aan de overkant van de Merwede) en Oversleydrecht dat in de nabijheid van het kasteel lag).

Stichter Zeger van Riede liet het kasteel na aan zijn dochter Sophia en haar man Herberen van Drongelen, die vermoedelijk ook in verband kunnen worden gebracht met de stichting van het Huis Crayestein te Tricht. Het kasteel zou een belangrijke rol hebben vervuld tijdens het Beleg van Dordrecht in 1299.[1] De rechterhand van Wolfert I van Borselen, Aloud van Ierseke nam de sterkte in als basis om Dordrecht te veroveren en sloeg vervolgens het beleg om de stad. Bij een stadsuitbraak joegen de burgers van Dordrecht Aloud en zijn mannen naar het kasteel terug waar ze hen kort belegerden en vervolgens Aloud van Ierseke doodsloegen.[2] Het kasteel was in vrediger tijden vaak een verzamelpunt voor de valkenjacht in onder meer de Alblasserwaard en Tiesselingerwaard. Het is bekend dat de heer Jan II van Blois er verbleef in 1365.

Bezitters[bewerken]

  • Zeger van Riede (? - 1280)
  • Sophia I van Crayestein (1250 - overl., 1303) ~ Herbaren van Drongelen (1250-1323), na het overlijden van Sophia in 1303 zou Herbaren commandeur bij de Duitse Orde binnen Utrecht zijn geworden.
  • Zeger van Crayestein (1270-?)
  • Aernout van Crayestein (1290 - overl., 1339), wordt twee keer genoemd in 1315 en een keer in 1332.
  • Herbaren van Crayestein (1310-?), was de zoon en opvolger van Aernout.
  • Sophia II van Crayestein (1310-?), was een dochter van Aernout en opvolger van haar broer Herbaren, ze huwde Dirck van Teylingen (ca. 1300-1345) in 1329, deze sneuvelde bij de Slag bij Warns.
  • Simon van Teylingen (1315-1374), opvolger en kastelein van Geertruidenberg vanaf 1362.
  • Sophia van Teylingen en Crayestein (ca. 1330-?) ~ Willem van Naeldwijk (1340-1393)
  • Hendrik van Naeldwijk (1367-1427)

Verval na 1421[bewerken]

Na de Sint-Elisabethsvloed was het gebied bij het kasteel door wateroverlast onbruikbaar geworden en de bewoners trokken naar de overzijde van de Merwede waar de kasteelheer Hendrik van Naaldwijk de nederzetting Naeldwijck stichtte. De schade aan het kasteel bleef beperkt doordat het op een hoogte was gebouwd maar naarmate de jaren verstreken raakte het in verval door plunderingen en achterstallig onderhoud. In 1537 en 1561 wordt het kasteel nog vermeld als ruïne, maar in 1592 zijn de resten door de rivier verzwolgen.[3] In 1889 komt het slot weer ter sprake als de fundamenten een bedreiging vormen voor het steeds drukker wordende scheepvaartverkeer. Ze worden daarom verwijderd.

De locatie van het kasteel moet gezocht worden op het huidige Derde Merwedehaventerrein aan de Baanhoek in Dordrecht. Aan de westzijde liggen de golfvelden van Crayestein die vernoemd zijn naar het ambacht en het kasteel.