Naar inhoud springen

Kasteel Walburg (Ohé en Laak)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Kasteel Walburg
Kasteel Walburg aan de MaasGravure door A.F. van Afferden, 19e eeuw
Kasteel Walburg aan de Maas
Gravure door A.F. van Afferden, 19e eeuw
Locatie
Plaats Ohé en Laak, Vlag van Nederland Nederland
Adres Weg naar WalborghBewerken op Wikidata
Bouwkundige informatie
Kasteeltype lustslot
Status en tijdlijn
Gebouwd in ca. 1632
Gesloopt in 1924-1992
Afbeeldingen
Kasteelruïne (1984)
Kasteelruïne (1984)
Terrein waarop Kasteel Walburg heeft gestaan (2004)
Terrein waarop Kasteel Walburg heeft gestaan (2004)

Kasteel Walburg (ook: De Walborgh) was een kasteel te Ohé en Laak, gelegen aan de Weg naar Walborgh, vlak langs de oever van de Maas.

Bewonersgeschiedenis

[bewerken | brontekst bewerken]

Omstreeks 1632 werd dit kasteel gebouwd door graaf Herman Frederik van den Bergh, nadat het oorspronkelijke Kasteel Stevensweert in 1633 binnen de vestingwerken van Stevensweert kwam te liggen. Van den Bergh vernoemde het kasteel mogelijk naar zijn echtgenote Josina Walburgia, gravin van Löwenstein Wertheim Rochefort.[noot 1] Beiden zijn begraven in een praalgraf in de Maastrichtse Dominicanenkerk, later overgebracht naar de Sint-Servaaskerk.[1]

Vanaf de achttiende eeuw en mogelijk reeds eerder, was de familie protestant, zoals de heerlijkheid Stevensweert vanaf 1702 een van meerdere protestantse enclaves vormde in het katholieke gebied langs de Maas. In 1719 verkocht graaf Philips Willem Frans van Limburg Stirum het kasteel en de heerlijkheden Stevensweert en Ohé en Laak aan graaf Reinier Vincent von Hompesch (ca. 1660-1733), die in 1706 in de rijksgravenstand was verheven als keizerlijk veldmaarschalk-luitenant. Deze bouwde het kasteel uit tot een luxueus verblijf met lusttuinen en een bosperceel. De verbouwing kostte hem 20.000 rijksdaalders. Daarnaast bevatte het kasteel een boerenhoeve. In 1722 bouwde hij iets verderop de nog bestaande Hompesche Molen.

Von Hompesch stierf kinderloos in 1733 en liet het kasteel na aan een kleinzoon van zijn favoriete broer, die in 1712 was gesneuveld bij Douai toen Reinier Vincent daar gouverneur was. De erfgenaam, Sigismund van Heiden Hompesch (1731-1790), een telg uit de Ootmarsumse tak van het geslacht Van Heiden, erfde tevens de naam Von Hompesch, het familiewapen en de titel rijksgraaf. Hij trouwde met Anna Sophia Dorothea von Riedesel zu Eisenbach (1727-1803).[noot 2] Ze kregen negen kinderen. Hun dochter Louise Charlotte von Hompesch-Heyden (1755-1804) trouwde eveneens met een Riedesel, baron Johann Conrad von Riedesel zu Eisenbach [de] (1742-1812), vanaf 1800 erfmaarschalk van het landgraafschap Hessen. Het echtpaar liet diverse vernieuwingen aan het kasteel aanbrengen. Hun zoon, baron Carl Philipp Ferdinand Hermann von Riedesel zu Eisenbach (1775–1853), was lid van de Raad van State. Ook hij verfraaide het kasteel.[2]

Arnailie, barones von Riedesel d'Eisenbach, later gravin von Hompesch Rurich (1879)

Carl Philipp von Riedesel trouwde in 1805 met Charlotta Louisa Wilhelmina Henriëtta von Hompesch (1768-1836), een huwelijk dat zonder nakomelingen bleef. Na haar overlijden hertrouwde hij op 65-jarige leeftijd met Josephine Françoise Charlotte de Riccé (1802-1875). Hun enige dochter Arnailie Dorothea Jeanne Hermine Frederica, barones von Riedesel d'Eisenbach (1840-1910), trouwde in 1859 met Adolph Marie Carl Franz graaf von Hompesch zu Rurich (1834-1893),[noot 3] kamerheer in buitengewone dienst van koning Willem III.

Naast een op vijfjarige leeftijd gestorven zoon Vincent (1862-1867) kregen Adolf en Arnailie twee dochters: Carla Josephine Hermine Eleonora Arnailie Adolphine, gravin von Hompesch Rurich (1861-1918) en Renée Eleonora Frédérique Arnailie Josephine Françoise, gravin von Hompesch Rurich (1864-1932). Carla huwde in 1885 Ulysses (Ulysse) Carl August Edwin Edgard Dirckinck, Friherre av Holmfeld (1833-1895), zoon van een Deense diplomaat/hoveling en een Nederlandse barones Sirtema van Grovestins. [noot 4] Het echtpaar bewoonde Kasteel Obbicht en kreeg drie dochters. In 1901 hertrouwde Carla met de rentenier/weduwnaar Emile Begemann. Renée bleef op Walborg wonen en sloot in 1914 een laat huwelijk met de gepensioneerde luitenant-generaal Adriaan van Seters (1853-1924). Dit huwelijk bleef kinderloos.[4] [noot 5]

Het kasteel is begin 20e eeuw in verval geraakt. Na een eerste verkoop in 1917 aan de handelaar Math. Vencken uit Grevenbicht, kreeg de gravin spijt en kocht het kasteel voor ƒ 40.000 terug. In 1919, na de verhuizing van het echtpaar Van Seters-Von Hompesch Rurich naar het landgoed Rustland in Ginneken bij Breda,[noot 6] kwam het voor ƒ 135.000[6] opnieuw in handen van Vencken, die onmiddellijk de eeuwenoude bomen liet rooien voor de verkoop. Vanaf 1924 begon de geleidelijke sloop, vanwege de bouwmaterialen, waarbij aanvankelijk het nog in bedrijf zijnde boerderijgedeelte werd gespaard. Na de Tweede Wereldoorlog resteerde slechts een ruïne, waarvan de laatste overblijfselen in 1992 werden gesloopt.[7][8] De stenen van de ruïne zijn hergebruikt in feestzaal 'de Ruïne', behorende bij Café Bongaarts.

Het kasteel bestond uit drie vleugels, geplaatst in een U-vorm, en omvatte onder meer een stal voor 24 paarden. In de 18e eeuw werd het diverse malen vergroot en verfraaid. Omstreeks 1850 werd het uitgebreid met het zogenaamde "toilettorentje", ontworpen door Pierre Cuypers.

Historische afbeeldingen Kasteel Walburg
Grafmonumenten bij de Hervormde kerk van Stevensweert

Van het kasteel is slechts een kelder bewaard gebleven. Het terrein is tegenwoordig eigendom van de Vereniging Natuurmonumenten.

Op het kerkhof van de Hervormde kerk van Stevensweert zijn diverse grafstenen van leden van de families Von Hompesch en Riedesel d'Eisenbach bewaard gebleven.

Een maquette van het kasteel en een aantal voorwerpen uit het interieur bevinden zich in het Streekmuseum Stevensweert/Ohé en Laak te Stevensweert.

Een zeventiende-eeuws familiearchief Von Hompesch berust in het Historisch Centrum Limburg in Maastricht.[9] Een bijzondere verzameling boeken over alchemie, vermoedelijk afkomstig uit de inboedel van het kasteel, kwam bij een Luikse antiquaar terecht.[10]

Portretten van leden van de families Von Hompesch en Riedesel zu Eisenbach bevinden zich onder andere in de collectie van het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Datzelfde museum bezit ook het rouwbord van Reinier Vincent von Hompesch uit 1733 met het familiewapen Von Hompesch.[noot 7]

Bewonersportretten
Zie de categorie Kasteel Walburg van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.