Katrín Jakobsdóttir

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Katrín Jakobsdóttir
Katrín Jakobsdóttir op een bijeenkomst van de Noordse Raad in 2010
Katrín Jakobsdóttir op een bijeenkomst van de Noordse Raad in 2010
Geboren 1 februari 1976
Reykjavik
Politieke partij Links-Groen
Premier van IJsland
Huidige functie
Aangetreden 30 november 2017
President Guðni Thorlacius Jóhannesson
Voorganger Bjarni Benediktsson
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Katrín Jakobsdóttir (Reykjavik, 1 februari 1976) is een IJslands politica voor de partij Vinstrihreyfingin-grænt framboð (Links-Groen). Sinds 30 november 2017 is zij premier van IJsland.[1]

Katrín behoort tot een familie waaruit vele politici, wetenschappers en literatoren zijn voortgekomen. Ze studeerde IJslands met bijvak Frans aan de Universiteit van IJsland en behaalde in 2004 haar master met het werk van Arnaldur Indriðason als onderwerp. Ze werkte van 1999 tot 2003 in deeltijd bij de omroep Ríkisútvarpið en was ook tijdschriftredacteur en docent in het middelbaar en hoger onderwijs.

Politieke carrière[bewerken]

In de jaren negentig was Katrín lid van de socialistische Volksalliantie (Alþýðubandalagið). Toen die in 1998 opging in de meer sociaaldemocratische Alliantie (Samfylkingin), sloot ze zich aan bij het toen nieuwe Links-Groen. Voor die partij zat ze van 2002 tot 2006 in de gemeenteraad van Reykjavik. Ze werd bij de IJslandse parlementsverkiezingen van 2007 verkozen tot lid van het Alþing voor het kiesdistrict Reykjavik-Noord. Tot aan de vervroegde verkiezingen van 2009 was ze ondervoorzitter van de Links-Groene fractie om vervolgens minister van onderwijs, wetenschap, cultuur en noordse samenwerking te worden in een minderheidsregering van de Alliantie en Links-Groen met gedoogsteun van de Progressieve Partij. Dit kabinet onder premier Jóhanna Sigurðardóttir bleef aan tot 2013.

In februari 2013 werd Katrín Jakobsdóttir verkozen tot voorzitter van haar partij.[2] [3] Bij de peilingen onder de bevolking in de aanloop naar de presidentsverkiezingen in 2016 scoorde ze het hoogst, hoewel ze geen kandidaat was. Na de parlementsverkiezingen van 2017 werd Links-Groen onder haar leiding de tweede partij van het land. Daardoor kwam na vier jaar oppositie Links-Groen opnieuw in een regering, met als coalitiepartners de Onafhankelijkheidspartij en de Progressieve Partij.[4] Ze nam daarbij zelf het premierschap op zich en werd daarmee na Jóhanna Sigurðardóttir de tweede vrouwelijke premier van IJsland.