Katwijks

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Onder het Katwijks (in de volksmond ook wel Katteks of Kattuks) wordt het dialect van Katwijk aan Zee verstaan.

Het Katwijks dialect onderscheidt zich nog altijd heel duidelijk van het Standaardnederlands en van de dialecten die in de omgeving worden gesproken. Het wordt gerekend tot het Zuid-Hollands en behoort samen met onder meer het Noordwijks en het Schevenings tot die Zuid-Hollandse dialecten die het minste door de Standaardtaal zijn beïnvloed. Het is een oud en oorspronkelijk dialect, dat ook in deze tijd nog door veel Katwijkers wordt gesproken.

Het Katwijks valt op door de bilabiale w. Dat is een w die met allebei de lippen wordt uitgesproken, zoals in het Engels. Deze w kwam oorspronkelijk in heel Holland voor, maar is alleen in het Katwijks bewaard gebleven. Een andere opvallende klank in het Katwijks is de ae, die klinkt als een lange è, ook wel aangeduid als de 'blatende' aa. In het woord waeter hebben we de w en de ae bij elkaar.

Het Katwijks bevat nog veel van het oude Hollands uit de zeventiende eeuw, met woorden als drijvens (voor het Nederlandse vliegensvlug) en slecht (voor effen, vlak, in evenwicht). Ook komen we nog resten uit de Middeleeuwen tegen, bijvoorbeeld de enkelvouds- en meervoudsvormen skoe en skoen (voor het Nederlandse schoen en schoenen) en tae en taen (voor teen en tenen). De oudste vormen in het Katwijks stammen uit ongeveer 800. Dat zijn vormen als regge (voor rug) of pet (voor put). Ook de verkleinwoordvorming in het Katwijks is opvallend. In het enkelvoud eindigt het verkleinwoord op -je en in het meervoud op -ies: huisje - huisies. Het enkelvoud komt overeen met het Nederlands, het meervoud met het in de omgeving gesproken Hollands.

In 1940 verscheen een grammatica van het Katwijks, De volkstaal van Katwijk aan Zee, en in 1949 het Woordenboek van de volkstaal van Katwijk aan Zee. Beide boeken zijn geschreven door G.S. Overdiep en C. Varkevisser.

In 2004 verscheen het boek Dialect en dialectverandering in Katwijk aan Zee van Leendert de Vink, waarin wordt beschreven hoe het dialect in de twintigste eeuw veranderde. Hij schreef in hetzelfde jaar ook het taalgidsje Kleine grammatica van het dialect van Katwijk aan Zee. In 2008 verscheen Een handvol rozers. Over Katwijk en het Katwijks van Jaap van der Marel. Dit boek is een sfeertekening van het leven in Katwijk aan Zee in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. In 2010 schreven beide schrijvers Wel wel, 'n huis mit 'n bel, en dan nog vollek roupe! 144 uitdrukkingen en gezegdes in het Katwijkse dialect, een spreukenboekje met bijbehorende wandtegel. In 2012 verscheen Aan boord van een Katwijkse bomschuit in de achttiende eeuw. Het handschrift van schipper Leendert Buijsertszoon van der Plas. In het boek is het oudste handschrift van een Katwijkse bomschuitschipper te zien, met daarbij een transcriptie en hertaling door Leendert de Vink, met medewerking van Korrie Korevaart en Jaap van der Marel. In 2013 schreef Jaap van der Marel het boekje Op z'n Katteks ezààd, met tekeningen van Bert van der Meij. In 2020 verscheen, na vijftien jaar, het Katwijks woordenboek, geschreven door Leendert de Vink en Jaap van der Marel.

Externe links[bewerken | bron bewerken]