Kazematten (Luxemburg)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De stad Luxemburg met een deel van de kazematten.

De kazematten van Luxemburg bestaan uit een ondergrondse militaire vestigingsgordel in de Luxemburgse hoofdstad Luxemburg. Ze waren onderdeel van de Vesting Luxemburg die in 1867 deels werd gesloopt.

De vesting van Luxemburg wordt gezien als een schoolvoorbeeld van militaire bouwkunst in Europa en is in de loop van haar bestaan vele malen van eigenaar veranderd. Spaanse, Belgische, Franse, Oostenrijkse, Nederlandse en Pruisische ingenieurs hebben hun steentje bijgedragen aan de bouw van deze verdedigingsgordel.

De eerste kazematten dateren uit 1644, toen de Spanjaarden de scepter zwaaiden in Luxemburg. De Franse militaire vestingbouwer Vauban bouwde de ondergrondse gangen verder uit tot een lengte van 23 kilometer. In de 18e eeuw zetten de Oostenrijkers de bouwwerken voort. Het verdedigingssysteem was over verschillende verdiepingen verspreid en bestond uit galerijen. Deze waren tot op een diepte van 40 m uitgegraven. De kazematten boden onderdak aan duizenden soldaten, alsook aan paarden, artillerie- en wapenwerkplaatsen, keukens, bakkerijen en slagerijen.

In 1867 werd de vesting ontmanteld naar aanleiding van het verdrag van Londen. De volledige ontmanteling duurde 16 jaar. De kazematten werden ingekort tot 17 km. Omdat het ondergrondse systeem midden in de stad ligt was het niet mogelijk om het hele netwerk te vernietigen.

Tijdens de twee wereldoorlogen deden de kazematten dienst als schuiloord. Zo'n 35 duizend mensen vonden er bescherming tegen aanvallen en bombardementen. Sinds 1933 zijn de kazematten open voor publiek. Het is de belangrijkste bezienswaardigheid van Luxemburg-Stad. Elk jaar begeven 100 duizend bezoekers zich in de kazematten.

In 1994 werden de kazematten door de UNESCO op de Werelderfgoedlijst gezet.

De kazematten van Luxemburg bestaan uit de Bockkazematten en de Petruskazematten.

De Bockkazematten[bewerken]

Brug, gebouwd in 1765 door de Oostenrijkers, die de Bockkazematten verbindt met de oude stad

De Bockkazematten dateren uit 1745 en zijn gebouwd door Oostenrijkse ingenieurs. Ze bestrijken een oppervlakte van 1100 m2. De kazematten van de Bock konden ca. 50 kanonnen en 1200 soldaten herbergen.

In de archeologische 'crypte' zijn de restanten van de eerste burcht van graaf Siegfried nog te bezichtigen. Deze zijn in de 10e eeuw gebouwd op de Bockrots en in 1993 blootgelegd. De eerste burcht leidde tot het ontstaan van Luxemburg-Stad.

Sage van Melusina[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.
De sage wil dat de ware aard van Melusina op de Bockrots wordt ontdekt, hier afgebeeld op een illustratie uit Le livre de Mélusine uit 1478.

Over de Bockkazematten wordt de sage verteld van de bevallige Melusina. Zij zou de gemalin zijn geweest van de eerste graaf van Luxemburg, Siegfried, die op de Bockrots woonde, hoog boven de vallei van de Alzette. Bij hun huwelijk had Melusina haar echtgenoot laten beloven dat hij niet naar haar zou kijken tijdens een bepaalde dag en nacht van de week. Op een dag kon Siegfried de verleiding niet weerstaan en kijkt hij door het sleutelgat van haar kamer, terwijl ze een bad neemt. Zo ontdekt hij dat zij een vissenstaart heeft die over de rand van het bad hangt. Melusina ziet dat haar man naar haar kijkt en verdwijnt voor altijd in de rivier de Alzette. De sage van de bevallige Melusina wordt rondom de Luxemburgse kazematten op folders voor de toerist verspreid.

Melusina is een vrouw die voorkomt in meerdere internationale middeleeuwse volksverhalen. Siegfried trouwde in werkelijkheid met Hedwig.

De Petruskazematten[bewerken]

De Petruskazematten dateren uit 1644 en zijn gebouwd door Spaanse ingenieurs. De Spanjaarden wilden de middeleeuwse vesting moderniseren en grote bastions bouwen. Vauban gaf de vesting zijn huidige vorm. In 1728-29 bouwden de Oostenrijkers de Bourbonsluis en de grote trap. Na de ontmanteling van de verdedigingsgordel in 1867 werden de schietgaten dichtgemetseld en de meeste ingangen afgesloten. Het Sebastiaansgilde, opgericht in de 14e eeuw, een genootschap van kruisboogschutters, mocht de onderwal gebruiken en vuurde van daaruit naar de grachten van het tegenovergelegen Fort Bourbon. Een tuinier gebruikte de galerijen en de batterijen van het ravelijn om er champignons te kweken. Na het vertrek van de kruisboogschutters in 1903 lagen de Petruskazematten er verlaten bij. Sinds 1933 zijn ze open voor het publiek.

In de Petruskazematten is thans slechts een enkel Pruisisch kanon aanwezig, uit 1834.