Keizer Frederik II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Frederik II
Frederick II and eagle.jpg
Rooms-Duits (tegen-)koning en keizer
Regeerperiode 1212 - 1250
Betwist door Otto IV (1211-1218)
Hendrik Raspe (1246-1247)
Willem II, graaf van Holland (1247-1250)
Voorganger Otto IV
Opvolger Koenraad IV
Koning van Sicilië
Regeerperiode 1198 - 1250
Huis Hohenstaufen
Vader Hendrik VI
Moeder Constance van Sicilië
Geboren 26 december 1194
Jesi
Gestorven 13 december 1250
Castel Fiorentino
Partner 1e Constance van Aragon
2e Yolande van Jeruzalem
3e Isabella van Engeland
Religie Rooms-katholiek

Frederik II (Jesi, 26 december 1194 - Castel Fiorentino, 13 december 1250) was sinds 1198 koning van Sicilië, sinds 1215 Duits koning en van 1220 tot 1250 keizer van het Heilige Roomse Rijk. Frederik was de zoon van Hendrik VI van Hohenstaufen en Constance van Sicilië. Via zijn moeder was hij de kleinzoon van Rogier II van Sicilië. Via zijn vader was hij de kleinzoon van Frederik I van Hohenstaufen bijgenaamd Frederik Barbarossa.

Kinder- en jeugdjaren[bewerken]

Frederik werd geboren op 26 december 1194, één dag na de kroning van zijn vader Hendrik VI tot koning van Sicilië. Zijn moeder, Constance van Sicilië, onderweg naar Sicilië, was opgehouden als gevolg van haar zwangerschap; zij schonk het leven aan haar zoon in het stadje Jesi in de Marken.

Volgens propagandaverhalen baarde Constance haar kind in een praaltent op het marktplein van Jesi. Constance was al veertig jaar oud en realiseerde zich dat velen haar moederschap in twijfel zouden trekken, daarom zou zij enige matrones uit het stadje verzocht hebben om als getuige bij de geboorte aanwezig te zijn. Later zou ze teruggekeerd zijn naar het marktplein, alwaar zij haar kind publiekelijk de borst gaf.

Enige tijd later werd Frederik in Assisi gedoopt en kreeg hij de namen van zijn twee illustere grootvaders: Frederik Rogier.

Zijn vader Hendrik VI was reeds Rooms keizer toen hij op kerstdag 1194 tot koning van Sicilië gekroond werd. Om het keizerschap voor het huis van Hohenstaufen veilig te stellen had Hendrik VI de keurvorsten laten beloven dat ze zijn zoon tot koning van de Duitsers zouden kiezen. Toen Hendrik in september 1197, tijdens een jachtpartij in de buurt van Messina, overleed aan de gevolgen van een koortsaanval, bevond de kleine Frederik zich nog steeds in Midden-Italië onder de bescherming van graaf Koenraad van Spoleto. Het kind werd in grote haast naar zijn moeder aan het hof in Palermo gebracht.

Constance van Sicilië die als dochter van de laatste Noormannenkoning Rogier II Hauteville aanspraak kon maken op de titel koningin van Sicilië, liet haar drie jaar oude zoontje op 17 mei 1198 tot koning kronen terwijl zij zichzelf als regent aanstelde. In Frederiks naam verbrak zij de banden met het keizerrijk, en deed afstand van de aanspraken op het Duitse koningschap. Zij deed dit om Frederiks kans, koning van Sicilië te blijven, te vergroten. Om dit te realiseren was steun van de paus noodzakelijk. Aangezien de paus niets meer vreesde dan een vereniging van het koninkrijk Sicilië met het Roomse Rijk, was hij hier graag toe bereid. Hendrik VI had zich bijzonder wreed gedragen gedurende de korte periode dat hij koning van Sicilië was. Zijn Duitse raadgevers en avonturiers waren door de bevolking gehaat; Constance stuurde hen naar het vasteland van Italië (ook onderdeel van het koninkrijk Sicilië), alwaar Hendrik hen rijkelijk van lenen had voorzien.

Nog in hetzelfde jaar stierf Constance op 28 november 1198, maar niet voordat zij het bestuur van het koninkrijk had ondergebracht bij een raad van regenten, onder leiding van kanselier Walter van Palear, en de nieuwe paus Innocentius III had aangesteld als voogd over haar zoontje.

Tijdens de minderjarigheid van Frederik II raakte zijn koninkrijk in verval. Grote gedeelten van de koninklijke domeinen werden weggegeven, terwijl verschillende groepen elkaar, in steeds wisselende allianties, bevochten. Verschillende verbannen Duitsers zoals Diphold van Vohburg en Markward von Annweiler keerden terug naar het eiland, waarbij de laatste de kind-koning zelfs in handen wist te krijgen. Op aandringen van de paus heeft Wouter van Brienne zich in de strijd gemengd. Wouter was niet van onbesproken gedrag, en vóórdat Frederik meerderjarig werd vluchtte hij naar Venetië. Hij is daarna niet meer in het koninkrijk van Sicilië weergekeerd.

Als gevolg van deze onstabiele situatie beval Frederik, toen hij meerderjarig was, een oorkondeschouw. Iedereen die een oorkonde van de koning had, moest deze komen tonen. Alle werden ongeldig verklaard; alleen die, die Frederik nog wenselijk achtte werden opnieuw aan de eigenaars gegeven. Hiermee werd veel verloren gegaan bezit voor de kroon herwonnen.

Uiteindelijk kreeg paus Innocentius III de situatie enigszins onder controle. Bij het meerderjarig worden van de jonge koning (14 jaar) arrangeerde deze paus een huwelijk met Constance van Aragon. Constance van Aragon was reeds weduwe van koning Emmerik van Hongarije en zij bracht als bruidsschat 500 ridders mee. Deze waren nodig om de greep van Frederik op zijn troon te verstevigen, al mocht dat niet echt baten want eenmaal in Italië stierf een groot gedeelte van de ridders door een epidemie.

Bij het huwelijk was Constance dertig jaar oud en haar jonge bruidegom vijftien; twee jaar later werd een zoon geboren, Hendrik. Frederik moet echt van haar gehouden hebben, want bij haar begrafenis heeft hij een Byzantijnse kroon in haar sarcofaag geplaatst, die in 1781 werd opgediept. Deze wordt tentoongesteld in de schatkamer van de kathedraal van Palermo.

Keizer[bewerken]

Keizer Frederik II. Standbeeld aan het Palazzo Reale in Napels (17e eeuw)

Na zijn keizerskroning in 1220 kon hij zijn aandacht volledig richten op Sicilië. Hier waren de moslims, wier voorvaderen zich daar reeds in 827 gevestigd hadden, in opstand gekomen. In de heuvels rond Palermo en Monreale probeerden ze een eigen islamitische staat te stichten. Als koning van Sicilië kon hij deze situatie niet tolereren en in 1222 begon hij aan een grootse veldtocht om op het eiland de orde te herstellen. Hij omsingelde de verblijfplaats van de opstandelingen en dwong hen zich na twee maanden over te geven, waarna hij hun leider Ibn-Abbad in Palermo liet ophangen. Om toekomstige problemen te vermijden liet hij de moslims die zich niet wilden bekeren tot het christendom, overplaatsen naar de stad Lucera. Dit waren er ten minste 20.000. Paus Honorius III ging ervan uit dat door hun afzondering deze moslims zich snel zouden bekeren. Onder zijn opvolger Gregorius IX echter bleken deze moslims allemaal Italiaans te spreken en nog maar weinig te hebben ingeboet van hun islamitische geloofsovertuiging. Hij reageerde hierop door hen allen te dwingen zich te bekeren. Frederik reageerde hier niet echt op omdat de bedoeling van Lucera militair en economisch was. Hierna verdween Lucera uit de pauselijke belangstelling en dus ook grotendeels uit de geschiedenis.

Kruistocht[bewerken]

Bij gelegenheid van zijn kroning (Aken 1215) beloofde hij aan de paus om op kruistocht te gaan, maar de paus stierf in 1216. Paus Honorius III herinnerde hem aan zijn verplichting, maar hij vond zolang hij geen keizer was, hij geen autoriteit had. In 1220 werd hij tot keizer gekroond en tegen die tijd, waren de belangrijkste protagonisten van de Vijfde Kruistocht reeds thuis. Honorius arrangeerde het huwelijk met de dochter van Jan van Brienne, Yolande. Ze huwden 9 november 1225 in Brindisi. Frederik eiste van zijn schoonvader onmiddellijk het koningschap van Jeruzalem op en zo werd Frederik koning van Jeruzalem, nu had hij geen uitvlucht meer. Jan van Brienne werd een van Frederiks bitterste tegenstanders. Frederik scheepte zich met zijn neef Lodewijk IV van Thüringen in, maar beiden hadden de koorts opgelopen, die in de overvolle havens en kampementen van Zuid-Italië was uitgebroken. Lodewijk stierf 11 september en de doodzieke Frederik moet de oversteek uitstellen. De nieuwe paus Gregorius IX had geen geduld en excommuniceerde Frederik op 29 september 1227. Op 23 maart 1228 op Witte Donderdag wordt de pauselijke banvloek herhaald en verscherpt. Dit leidde in Rome tot protesten. Op paaszondag werd de paus de basiliek uitgejaagd en door de straten nagezeten. Gregorius moest naar Viterbo vluchten en verbleef daarna twee jaar in Perugia. Op 2 mei stierf Yolande van Brienne op zestienjarige leeftijd in Andria, zes dagen na de geboorte van hun zoon Koenraad. Op 28 juni 1228 vertrok Frederik uiteindelijk op kruistocht. De bedoeling van Frederik was om door middel van compromispolitiek de heilige plaatsen definitief open te stellen voor het Westen. De Zesde Kruistocht werd niet alleen de meest succesvolle, maar ook de enige vreedzame, minst bekende en minst gewaardeerde kruistocht. Gregorius onthief ondertussen de onderdanen van de Regno en Rijks-Italië van hun trouweed jegens Frederik en hij stuurde een kardinaal naar Duitsland om de verkiezing van een tegenkoning te regelen. Tijdens Frederiks onderhandelingen in Akko en Nabloes, waar al-Kamil verbleef, trok een huurleger van 'sleutelsoldaten', door de paus betaald van het collectegeld voor de kruistocht, onder leiding van Jan van Brienne de Regno binnen. Voor het eerst bracht de Kerk een eigen leger op de been en men sprak er schande van dat een paus gewapenderhand optrok tegen een christenvorst, die bovendien op kruistocht was en recht had op 'godsvrede'. Het huurlingenleger vluchtte toen Frederik in juni 1229 weer terug in Sicilië kwam.

In 1229 sloot Frederik in Egypte de tien jaar durende Vrede van Jaffa met sultan Al-Kamil van Egypte. Al-Kamil had Frederik eigenlijk willen gebruiken als machtsmiddel tegen zijn broer al-Mu'azzam, die de sultan van Syrië was. al-Mu'azzam was echter al in 1227 overleden. Toen Frederik in 1228 arriveerde in het Heilig Land, was hij voor al-Kamil eigenlijk niet meer nodig. Maar al-Kamil had zijn woord gegeven en kon de onderhandelingen niet meer afbreken. Door te dreigen met geweld en ondertussen een diplomatiek offensief in te zetten (iets waarin Frederik door zijn intelligentie, opleiding en gevoel voor hoofse cultuur uitblonk) wist hij al-Kamil na ruim vijf maanden onderhandelen uiteindelijk zover te krijgen om de heilige steden en een kuststrook van Israël aan hem te overhandigen. Gerold, de patriarch van Jeruzalem, noemde de teruggave van de Heilige Stad "verraad, bedrog", "arglistig en bedrieglijk" en "onzinnig vergrijp". De Johannieters en Tempeliers waren beledigd, omdat ze niet, zoals de Duitse Orde, gekend waren in de onderhandelingen. Volgens verhalen zou Gregorius de brief over de teruggave van Jeruzalem op de grond hebben gegooid en er op hebben gespuugd.

Frederik bezocht de Grafkerk, de Kerk van de Opstanding, maar ook de Rotskoepel en al-Aqsamoskee. Hij gedroeg zich belangstellend en respectvol ten aanzien van de islam en was precies op de hoogte van islamitische gebruiken. Het Arabisch, dat hij van zijn bediende en leraar Ibn el-Djusi had geleerd, was belangrijker gebleken dan wapens of soldaten. Door deze vrede kregen de christenen een wijde bewegingsvrijheid in Palestina. Omdat Frederik geëxcommuniceerd was, kroonde hij zijn zoon Koenraad op 12 maart 1229 tot koning van Jeruzalem. Terwijl dit gebeurde, haastte aartsbisschop Petrus van Caesarea in opdracht van Gerold, de Patriarch van Jeruzalem, zich naar de stad, gewapend met de opdracht tot interdict van de stad van de hand van paus Gregorius IX. De Frankische vorsten accepteerden Frederik II als regent voor zijn zoon Koenraad, die via zijn moeder van de bloedlijn van de koningen van Jeruzalem was, maar weigerden zijn directe gezag in alles te accepteren. Volgens de tradities van het Koninkrijk Jeruzalem waren er duidelijke grenzen aan wat de koning wel en niet mocht. Als gevolg hiervan kwam Frederik in conflict met een aantal van hen. Dit conflict duurde nog zo'n tien jaar, tot aan de dood van Richard Filangieri, de Italiaanse vertegenwoordiger van Frederik in het koninkrijk.

Duitse Orde[bewerken]

Frederik had een goede band met Herman van Salza, grootmeester van de Duitse Orde. In 1226 tekende hij met hem de Gouden Bul van Rimini, waarbij Herman de toelating kreeg Kulmerland te veroveren als buffer tegen de Pruisen. Maar eerst moest Frederik zijn verplichting na komen, een kruistocht. Door het feit dat Frederik geëxcommuniceerd was, wilden de andere ridderorden niet voor hem strijden, dus begeleide de Duitse Orde, de keizer en koning van Jeruzalem, naar het Heilige Land. Eenmaal van zijn taak gekweten, kreeg Frederik nog onenigheid met de Tempeliers omdat hij de Duitse Orde meer rechten wou geven. Uiteindelijk verliet hij Akko en keerde terug naar Sicilië, waar hij de bezittingen van de Tempeliers in beslag liet nemen.

Herman van Salza bemiddelde met de paus en de ridderorde werd met Gouden Bul van Rieti in 1234 onder de bevoegdheid van de Heilige Stoel gesteld. In 1237 werd de Orde van de Zwaardbroeders met de Duitse Orde samengevoegd. Hun doel was de noordelijke landen te kerstenen.

Italië[bewerken]

Toen Frederik van de Kruistocht via Cyprus 10 juni 1229 terugkwam in Brindisi werd dat als een wonder gezien, omdat de Kerk overal had laten verkondigen dat de keizer overleden was. Franciscaner monniken hadden vanaf de preekstoel deze tijding verkondigd. De opstandige stad Sora werd in de as gelegd en toen spraken binnen vier dagen 200 steden zich weer uit voor de keizer. Na het betalen van vele duizenden ponden goud keerde paus Gregorius na twee jaar terug naar Rome. 28 Augustus 1230 werd na het verdrag van San Germano op 23 juli na drie jaar de banvloek opgeheven. De paus en de keizer ontmoetten elkaar vier dagen lang in Gregorius' ouderlijk huis in Anagni. In 1231 werden in het koninkrijk Sicilië de Wetten van Melfi afgekondigd. Het waren 220 Wetten in drie boekwerken. In tegenstelling tot het slappere centraal gezag dat Frederik in het Heilige Roomse Rijk bezat, ging hij in Sicilië over tot een verstrakking van het centraal gezag. Hij voerde een verregaande centralisatie in naar Byzantijns model.[1] Petrus van Vinea werd tot grootkanselier aangesteld.

Zijn zoon de Duitse koning Hendrik VII moest eind maart 1232 voor hem verschijnen en beloven de belangen van de Duitse vorsten te eerbiedigen. Na Hendriks vernedering zagen vader en zoon elkaar weer voor het eerst in twaalf jaar. 21 Juni werd Manfred geboren, de zoon van Frederik en Bianca Lancia. Hij had haar in mei 1226 in Piëmonte ontmoet toen ze vijftien jaar was. Frederik had ook een verhouding met haar zus Selvia. Uit die laatste verhouding werd Selvaggia geboren. Een opstand van Messina werd in mei hard neergeslagen. In 1234 kreeg Frederik van de paus het advies met Isabella Plantagenet, de zuster van de Engelse koning Hendrik III en dochter van Jan Zonder Land te trouwen. Op 5 juli werd Hendrik VII op aandringen van Frederik door de paus geëxcommuniceerd. Hierop liet de Duitse koning zich door slechte adviseurs overhalen een verbond met de Lombardische steden te sluiten, zich onafhankelijk van de keizer te verklaren en in Milaan een verbond te sluiten met Frederiks aartsvijanden. Daarmee tekende Hendrik zijn eigen doodvonnis.

Petrus van Vinea vroeg in 1235 in Londen namens de keizer om de hand van de eenentwintigjarige prinses Isabella. Een gezantschap met aartsbisschop van Keulen en hertog Hendrik II van Brabant haalde haar in april op. Frederik reisde naar Duitsland en regelde in Regensburg de verloving van zijn zoon Koenraad met Elisabeth, de dochter van Otto II van Beieren van het huis Wittelsbach. In de keizerpalts Wimpfen liet Frederik zijn zoon Hendrik VII in de kerker werpen. Daarna werd Hendrik meegevoerd naar Worms om te worden berecht. Hendrik werd veroordeeld en afgezet en anderhalve week later werd in dezelfde kathedraal van Worms het huwelijk gevierd tussen Frederik en Isabella. Zij was nota bene tien jaar eerder voor Hendrik bestemd geweest. In juni 1236 verzamelde de keizer een groot leger van 15.000 man bij het Lechfeld. Met een voorhoede van duizend ridders en tweeduizend man voetvolk trok hij naar Verona. Op 1 november bereikte hij de stad en dezelfde dag nam hij Vicenza in. Vier dagen later gaf Ferrara zich over. Koenraad IV werd in Wenen tot rooms-koning en toekomstig keizer gekozen.

De vorm van bestuur, die Frederik in Sicilië inrichtte, wilde hij ook opleggen aan Noord-Italië, eerst met woorden, dan gewapenderhand. In 1237 verwoestte hij de stad Vicenza en daarna overwon hij Lombardische Liga de in de slag bij Cortenuova op 27 november. Voor deze daad werd hij voor de tweede maal geëxcommuniceerd door Paus Gregorius IX (1239).

Afgezet[bewerken]

Sarcofaag van Frederik II in de kathedraal van Palermo

Hij voerde niet alleen de politieke druk op in Noord-Italië, maar ook tegen de Kerkelijke Staat. In 1243 viel hij de stad Viterbo aan, die werd verdedigd door de pauselijke legaat Raniero Capocci. De nieuwe Paus Innocentius IV vluchtte naar Frankrijk. Tijdens het Concilie van Lyon (1245) zette de paus, Frederik af als keizer. Een tegenkoning werd verkozen in het Rooms-Duitse Rijk, Hendrik Raspe IV. Een jaar later stierf Hendrik, Willem II van Holland werd de nieuwe tegenkoning.

Het laatste wapenfeit van Frederik was de roemloze Slag bij Parma (1248). Frederik stierf op 13 december 1250 in Castel Fiorentino, Apulië, Italië. Zijn grafmonument bevindt zich in de Kathedraal van Palermo.

Opvolging[bewerken]

Frederiks' oudste zoon Hendrik VII werd reeds op elfjarige leeftijd tot koning van Duitsland gekroond. Pas in 1228 kon hij zelfstandig regeren. Frederik die voornamelijk in Italië vertoefde, was niet ingenomen met het beleid van zijn zoon en in 1235 zette hij hem af en liet hem opsluiten. Daarna benoemde hij zijn andere zoon Koenraad IV tot Duits koning. In 1245 zette de paus niet alleen Frederik af, maar ook Koenraad. Na de dood van Frederik probeerde Koenraad, Willem II van Holland te verdrijven, met wisselend success. Na de dood van Koenraad in 1254, ging Zuid-Italië over naar zijn kleinzoon Konradijn en begon in Duitsland het Groot Interregnum.

Beoordeling[bewerken]

Hij was in zijn eigen tijd bekend als Stupor Mundi ("verbazing der wereld") en sprak zes talen: Latijn, Siciliaans, Duits, Frans, Grieks en Arabisch.[2] Hij was geïnteresseerd in filosofie en wetenschap, en onderhield een correspondentie met de Egyptische sultan al-Kamil en met de Egyptische edelman Fakr ad-Din. Deze laatste had hij zelfs een keizerlijk banier geschonken; Fakr had deze beeltenis op zijn eigen banier laten plaatsen, als eerbewijs voor de keizer. Op het eind van zijn leven heeft Frederik een standaardwerk over de valkenjacht geschreven: De Arte Venandi cum Avibus (Over de kunst van het jagen met vogels).

Huwelijken en nakomelingen[bewerken]

Legitiem[bewerken]

Illegitiem[bewerken]

Voorouders[bewerken]

Voorouders van Keizer Frederik II (1194-1250)
Overgrootouders Frederik II van Zwaben
(1090-1147)

Judith van Beieren
(1103-1130)
Reinoud III van Bourgondië
(1093-1148)
∞ 1130
Agatha van Lotharingen
(-)
Rogier I van Sicilië
(1031-1101)

Adelheid van Savona
(1072-1118)
Ithier van Rethel
(1115-1171)

Beatrix van Namen
(1115-1160)
Grootouders Keizer Frederik I Barbarossa (1122-1190)
∞ 1156
Beatrix I van Bourgondië (1145-1184)
Rogier II van Sicilië (1093-1154)
∞ 1130
Beatrix van Rethel (1130-1185)
Ouders Keizer Hendrik VI (1165-1197)

Constance van Sicilië (1154-1198)

Literatuur[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Olaf Rader, Friedrich II. Der Sizilianer auf dem Kaiserthron. ISBN 978-3-406-60485-0
  2. Cronica, Giovanni Villani Boek VI e. 1. ("Seppe la lingua Latina, volgare, Tedesca, Francese, Greca, Saracinesca.")
  3. De sterfdatum rond 1250 is aannemelijk omwille van het het verhaal van de excommunicatie (1245); Bianca Lancia had dus een relatie, mogelijks tijdens het leven van de 2e koningin Yolande van Jeruzalem, maar zeker tijdens dat van de 3e koningin Isabella Plantagenet. Bianca Lancia overleefde kennelijk Isabella Plantagenet.
  4. Frederik II werd een 2e maal geëxcommuniceerd, namelijk in 1245 tijdens het Eerste Concilie van Lyon.

Fictie[bewerken]

  • Jan Pieter Guépin, De drie bedriegers Mozes, Jezus en Mohammed. Amsterdam 2006, (Athenaeum).
Karolingen (800–911):Karel de Grote · Lodewijk I de Vrome · Lotharius I · Lodewijk II · Lodewijk III de Duitser · Karel II de Kale · Lotharius II · Karloman van Beieren1 · Lodewijk III de Jonge1 · Karel III de Dikke · Arnulf van Karinthië · Lodewijk IV het Kind
Italiaanse keizers (891–928):Guido van Spoleto · Lambert van Spoleto · Lodewijk de Blinde · Berengarius van Friuli
Ottonen (911–1024):Koenraad I van Franken2 · Hendrik I de Vogelaar · Otto I de Grote · Otto II · Otto III · Hendrik II de Heilige
Saliërs (1024–1125):Koenraad II · Hendrik III · Hendrik IV · Rudolf van Rheinfelden · Herman van Salm · Koenraad (III)1 · Hendrik V
Hohenstaufen (1125–1254):Lotharius III2 · Koenraad III · Hendrik (VI) Berengarius1 · Frederik I Barbarossa · Hendrik VI · Filips van Zwaben · Otto IV2 · Frederik II · Hendrik VII1 · Koenraad IV · Hendrik Raspe
Interregnum (1254–1273):Willem van Holland · Richard van Cornwall · Alfons van Castilië
dynastieën (1273–1437):Rudolf I · Adolf van Nassau · Albrecht I · Hendrik VII · Lodewijk V de Beier · Frederik de Schone1 · Karel IV · Günther van Schwarzburg · Wenceslaus · Ruprecht van de Palts · Jobst van Moravië · Sigismund
Habsburgers (1437–1806):Albrecht II · Frederik III · Maximiliaan I · Karel V · Ferdinand I · Maximiliaan II · Rudolf II · Matthias · Ferdinand II · Ferdinand III · Ferdinand IV1 · Leopold I · Jozef I · Karel VI · Karel VII Albrecht2 · Frans I Stefan · Jozef II · Leopold II · Frans II

vet = keizer · cursief = tegenkoning · 1 = medekoning (in een deelrijk) · 2 = afkomstig uit een andere dynastie