Kemenade

De kemenade of kemenate (Latijn: cemenata/caminus) is een van de belangrijkste ruimten van een middeleeuwse burcht, voorzien van een open haard en stenen schoorsteen.
Het was de warmste en gerieflijkste kamer van het kasteel. Vaak betrof het de centrale hal en de daarboven gelegen slaapkamer van de burchtheer en diens familie, met name de plaats waar de vrouw des huizes verbleef. Vooral de vrouwen zochten elkaar daar op om te handwerken en te praten. De kemenade stond dan ook wel te boek als het vrouwenvertrek. Voor de haard bevond zich vaak een bank met omklapbare rugleuning, zodat de bewoners afwisselend voor- en rugzijde naar het vuur konden keren.
Daarnaast was er een grote haard in de ridderzaal, waar vergaderingen en feesten werden gehouden en waar ook gegeten werd. Vanzelfsprekend was er ook een haard in de keuken.
Het woord kemenade is afgeleid van het Latijnse woord caminus, wat "haard" betekent, of caminata, wat "verwarmd" betekent. Vgl. ook met het Franse woord cheminée ("schoorsteen") maar ook het Duitse woord Kamin en het Engelse chimney komen hier vandaan.
Afgeleiden
[bewerken | brontekst bewerken]In Wijnbergen staat een kasteeltje uit de 16e eeuw dat Kemnade heet. Later werden ook boerderijen met een stookplaats genoemd als kemenade. In de regio Eindhoven bij het dorp Son, stond in de 15e eeuw een soortgelijke boerderij. Deze was eigendom van de familie De Nijs. Zij werden in de loop der tijd steeds vaker 'van de kemenade' genoemd. Nog steeds wonen er in deze regio erg veel naamgenoten van de familie.
In Duitsland
[bewerken | brontekst bewerken]- Kemenate Hagenbrücke 5, Braunschweig; gebouwd in de 13e eeuw
- Het grote 15e-eeuwse huis Ledehof te Osnabrück. Het witte gedeelte rechts is het Steinwerk.
In de Duitse taal wordt met een Kem(e)nate in het algemeen een stenen (dus naar verhouding brandveilige!), verwarmbare ruimte bedoeld; dit is lang niet altijd een vertrek in een kasteel, maar vaker een apart stenen gebouw. Nog bestaande Kemenaten dateren doorgaans uit de 12e tot en met de 17e eeuw.
In Duitse steden, onder andere in Braunschweig, stonden vanaf de middeleeuwen verscheidene deftige, later rijk versierde vakwerkhuizen. Deze hadden een stenen aanbouw of achterhuis, waar zich de keuken en de haard bevond. Deze aanbouwen werden Kem(e)naten, kemenades, genoemd. Sommige van deze Kemnaten, die van steen gebouwd zijn, hebben de houten huizen, waar ze oorspronkelijk deel van uitmaakten, als zelfstandig huisje overleefd. In het westen van Duitsland spreekt men voor deze bijgebouwen, aanbouwen of vleugels van een gebouw van een Steinwerk, stenen huis, of ook wel Kemnate.
In streken in de wijde omtrek van de rivier de Saale, onder andere in Thüringen, worden kleine kasteelachtige gebouwen, soms slechts bestaande uit één stenen, rechthoekige toren ook Kemenate genoemd.
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Kemenate op de Duitstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.