Kephalos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De opmaak van dit artikel is nog niet in overeenstemming met de conventies van Wikipedia. Het artikel bevat namelijk weinig tot geen interne links. Men wordt uitgenodigd deze pagina aan te passen.

Kephalos was een figuur uit de Griekse mythologie.

Hij was de man van Prokris. Toen hij erachter kwam dat ze hem bedroog met Pteleon, die haar had verleid met een gouden kroon, verjoeg hij haar. Ze vluchtte naar Kreta, waar koning Minos verliefd op haar werd. Zijn vrouw had echter een vloek over hem uitgesproken dat als hij haar ooit zou bedriegen, zijn minnares schorpioenen en slangen zou baren die haar zouden doden. Prokis ging niet in op zijn avances, want ze hield nog steeds van Kephalos, maar ze genas hem wel van de vloek.

Daarna keerde ze terug naar Kephalos en verzoende zich met hem. Ze hielden zoveel van elkaar, dat ze zworen dat ze nooit een ander zouden hebben. Toen Kephalos ging jagen in de bergen, kreeg hij het warm en riep hij de wind aan. Een dienaar, die zelf verliefd was op de mooie Prokis, hoorde hem echter roepen::'Aura, Aura verkwik mij!'

De dienaar dacht dat hij een minnares riep en vertelde het aan Prokis. Ze wilde hem niet geloven, maar omdat hij zo aandrong, besloot ze Kephalos te volgen naar de bergen. Weer kreeg Kephalos het warm en riep hij naar de wind:' Aura, Aura, verkwik me! 'Toen Prokis dat hoorde, stootte ze een jammerklacht uit. Kephalos, die dacht dat hij een wild dier hoorde, schoot Prokis neer, die in de struiken verborgen zat. Toen hij zijn geliefde dood aantrof, knielde hij al huilend bij haar neer en boog zich naar haar toe. Prokis fluisterde in zijn oor :'Beloof me dat je nooit met Aura ons echtelijke bed deelt.' Toen pas begreep Kephalos dat Prokis dacht dat hij een ander had. Hij legde haar alles uit, vlak daarna stierf ze. Kephalos had daar zoveel verdriet over, dat hij zei: 'Ik kan alleen leven met Prokis, nu zij er niet meer is, kan ik niet meer leven.' Daarop stortte hij van de rotsen, met de dode Prokis nog in zijn armen.