Kerk (instituut)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Met het woord Kerk kan, naast de betekenis gebouw, ook de organisatie bedoeld worden: de leden zijn ingeschreven, deze leveren een (meestal vrijwillige) financiële bijdrage en participeren in de activiteiten zoals kerkdiensten.

Vaak wordt er op een abstracter niveau van de kerk gesproken, de Kerk als instituut of als geloofsgemeenschap. Deze betekenis wordt bijvoorbeeld gebruikt als gesproken wordt over de scheiding van kerk en staat. In deze betekenis krijgt het woord kerk alleen een hoofdletter, indien het woord gebruikt wordt als onderdeel van de naam van de kerk (dus als eigennaam).

In de loop van de geschiedenis zijn er vele conflicten geweest die tot vele kerken (denominaties) hebben geleid.

Etymologie[bewerken]

De oorsprong van het woord 'kerk' is het Griekse 'Kyriakè' ('van de Heer'). In de Griekse tekst van het Nieuwe Testament wordt daarentegen als aanduiding van de groep of samenkomst van gelovigen het woord 'ekklèsia' gebruikt.[1]

Kerk in de theologie[bewerken]

Het onderdeel van de theologie dat zich bezighoudt met de Kerk, heet de ecclesiologie. Hier kent men begrippen als ware Kerk en de onzichtbare Kerk. Het woord dat in de originele Griekse context van de Bijbel voor kerk gebruikt wordt is dan ook ecclesia, wat de apostel Paulus gebruikt voor "vergadering van gelovigen in Jezus Christus". Het woord ecclesia betekent dus het bijeenkomen (vergaderen) van mensen die Jezus Christus als Heer aannemen over hun leven. Hier wordt Kerk met een hoofdletter geschreven uit respect.

Protestanten[bewerken]

In de protestantse traditie wordt het nationale kerkverband meestal met de term kerk aangeduid. De plaatselijke geloofsgemeenschap heet dan gemeente. Een uitzondering hierop vormen kerkverbanden waarin de nadruk ligt op de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeenten. In dat geval spreekt men plaatselijk van kerk en wordt het overkoepelend kerkverband aangeduid met kerken. De voormalige Gereformeerde Kerken in Nederland en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt zijn hier voorbeelden van.

Katholieken[bewerken]

Bij de katholieken wordt met het woord kerk meestal het hele kerkverband aangeduid. Een groep bisdommen binnen één land of één regio heet kerkprovincie en de plaatselijke geloofsgemeenschap heet parochie.

Juridische status[bewerken]

In Nederland wordt in artikel 2 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bepaald dat "kerkgenootschappen alsmede hun zelfstandige onderdelen en lichamen waarin zij zijn verenigd", rechtspersoonlijkheid bezitten. In de Handelsregisterwet 2007 is bepaald dat per 1 juli 2008 dergelijke kerken zich dienen in te schrijven in het handelsregister van ondernemingen en rechtspersonen; dit register wordt bijgehouden door de Kamers van Koophandel.

Kerkgeschiedenis[bewerken]

Het woord "kerkgeschiedenis" bedoelt de geschiedenis te zijn van de kerken als geloofsgemeenschappen.

Zie ook[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Zie bijvoorbeeld Mattheüs 18: 17