Naar inhoud springen

Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen
Temple Square, Salt Lake City (Utah). Rechts is de Salt Lake Temple zichtbaar. Het hoge gebouw links is het hoofdkantoor van de geloofsgemeenschap.
Temple Square, Salt Lake City (Utah). Rechts is de Salt Lake Temple zichtbaar. Het hoge gebouw links is het hoofdkantoor van de geloofsgemeenschap.
Indeling
Hoofdstroming Mormonisme, Antitrinitarisme, Restaurationisme
Aard
Locatie wereldwijd
Aantal leden ruim 17 miljoen (2025)
Oprichter(s) Joseph Smith Jr.
Leider President van de Kerk:
Dallin H. Oaks[1]
Hoofdkwartier Salt Lake City
Overzicht
Hulporganisatie Corporation of the Presiding Bishop of the Church of Jesus Christ of Latter-day Saints
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Kerkgebouw van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen in Zoetermeer
Het Tabernakelkoor van Temple Square

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (Engels: The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints) is een christelijke kerk die in 1830 werd opgericht door Joseph Smith Jr. in Fayette, New York. Door hun geloof in het Boek van Mormon als aanvullend heilig schrift naast de Bijbel worden leden in de volksmond vaak mormonen genoemd. De kerk geeft echter de voorkeur aan het gebruik van haar volledige naam of aan de aanduiding 'heiligen der laatste dagen' (Engels: Latter-day Saints).[2]

De term heiligen wordt in het Nieuwe Testament, onder meer door de apostel Paulus, gebruikt als aanduiding voor gelovigen binnen de kerk. De toevoeging laatste dagen verwijst niet naar het einde van de wereld, maar naar het huidige tijdperk, dat binnen de leer van de kerk wordt gezien als de laatste bedeling vóór de wederkomst van Jezus Christus.

De Kerk wordt gerekend tot het restaurationistische christendom, een stroming die uitgaat van het herstellen van het oorspronkelijke christendom zoals dat volgens haar leer in de vroege kerk bestond en later verloren is gegaan.

De Kerk is vertegenwoordigd in circa 176 landen en territoria en telt ruim 17,5 miljoen leden. Volgens de US Religion Census is zij de op drie na grootste christelijke kerk in de Verenigde Staten.[3] De hoofdzetel bevindt zich sinds 1847 in Salt Lake City, Utah.

Ruim 60% van alle leden woont buiten de Verenigde Staten.[4] In Nederland telt de kerk ruim 9.100 leden[5] en in België 6.700 leden.[5]

Joseph Smith Jr., de stichter van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen

In 1820 zocht de toen veertienjarige Joseph Smith Jr. duidelijkheid over de vraag bij welk christelijk kerkgenootschap hij zich moest aansluiten. Hij verklaarde dat hij deze vraag in gebed aan God voorlegde, waarna God en Jezus Christus volgens zijn relaas in een visioen aan hem verschenen. Smith stelde dat Jezus hem daarbij meedeelde dat hij zich bij geen enkel bestaand kerkgenootschap moest aansluiten, omdat deze volgens hem niet in overeenstemming waren met de oorspronkelijke leer.[6]

Volgelingen van Smith geloven dat hiermee de zogenoemde 'laatste bedeling' begon, een periode waarin God opnieuw door profeten tot de mensheid spreekt en die volgens hun geloof zal voortduren tot de wederkomst van Jezus Christus.

In de daaropvolgende jaren verklaarde Smith dat hij verdere instructies ontving van verschillende hemelse boodschappers. Hij stelde dat hij door God was geroepen om als profeet de oorspronkelijke christelijke kerk, zoals die volgens zijn overtuiging in de eerste eeuwen had bestaan, door goddelijke openbaring te herstellen.[7] Op 6 april 1830 richtte hij de 'Church of Christ' (Kerk van Christus) op,[8][9] die later werd hernoemd tot 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen'.[10]

Het Boek van Mormon

[bewerken | brontekst bewerken]

Een van de hemelse boodschappers die aan Smith zou zijn verschenen, was Moroni. Volgens Smith had Moroni tijdens zijn leven op aarde een verslag begraven, waarin zijn vader Mormon de religieuze geschiedenis van vroegere bewoners van Amerika had samengevat. In de kroniek wordt gesproken over twee grote beschavingen. Een kwam in 600 v.Chr. vanuit Jeruzalem naar Amerika. De andere migreerde veel eerder naar het Amerikaanse continent na de taalverwarring bij de toren van Babel.

De belangrijkste gebeurtenis in de kroniek zou de persoonlijke bediening van de Heer Jezus Christus op het Amerikaanse continent bevatten kort na zijn opstanding. Smith verklaarde dat hij de gouden platen waarop deze kroniek was geschreven op aanwijzing van Moroni had opgegraven en door de macht van God had vertaald naar het Engels. Smith publiceerde dit in maart 1830 als "Het Boek van Mormon".

Migratie naar het westen

[bewerken | brontekst bewerken]
19e-eeuws schilderij van pioniers die de Mississippi overtrekken; door C.C.A. Christensen

Eind 1830 had Joseph Smith circa 280 aanhangers, mede door het uitzenden van zendelingen. In de daaropvolgende jaren groeide het aantal leden verder, maar ontstonden ook spanningen met omwonenden. Op 27 juni 1844 werden Smith en zijn broer Hyrum Smith vermoord door een menigte terwijl zij gevangen zaten in Carthage, Illinois.[11]

Na zijn dood ontstond binnen de Kerk onduidelijkheid over de opvolging. Het merendeel van de leden schaarde zich uiteindelijk achter Brigham Young, destijds een van de leidende apostelen binnen de Kerk. Als gevolg van aanhoudende conflicten en vervolgingen besloot Young de gelovigen uit Illinois te leiden en naar het westen te trekken.

Tussen 1846 en 1869 maakten circa 70.000 heiligen der laatste dagen de ongeveer 1.500 kilometer lange tocht naar de vallei van het Great Salt Lake (in het huidige Utah). Zij reisden met huifkarren, handkarren en soms te voet; een deel van de migranten legde eerst een zeereis af naar Noord-Amerika.[12] De omstandigheden waren vaak zwaar en eisten in sommige gevallen slachtoffers.

Na aankomst vestigden de pioniers zich in Utah en omliggende gebieden, waar zij talrijke nederzettingen stichtten. De Kerk vestigde haar hoofdzetel in Salt Lake City.

Logo in het Nederlands

De eerste zendeling van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen die Nederland aandeed, was de apostel Orson Hyde. In juni 1840 verbleef hij in Nederland, terwijl hij op doortocht naar Jeruzalem was. Hij sprak onder anderen met een joodse rabbijn in Rotterdam en liet enkele pamfletten achter, die hij in het Nederlands had laten vertalen.

In 1861 werden voor het eerst twee zendelingen vanuit Salt Lake City uitgezonden die specifiek in Nederland werkzaam zouden zijn. Anne Wiegers van der Woude en Paul August Schettler kwamen op 5 augustus 1861 in Rotterdam aan. Anne was in 1852 als eerste Nederlandse bekeerling in Wales gedoopt. Een jaar later was hij met zijn vrouw en drie kinderen naar Amerika geëmigreerd. Kort na zijn aankomst als zendeling in Nederland, besloot hij zijn familie in Friesland te bezoeken en zijn boodschap met hen te delen. Dit bezoek resulteerde in de eerste bekeerlingen van de Kerk in Nederland: op 1 oktober 1861 doopte Anne in de Friese plaats Broek onder Akkerwoude Gerrit W. van der Woude, Bouwdina van der Woude-Potgieter en Elizabeth Wolters. Toen Anne Wiegers van der Woude en Paul August Schettler in 1863 terugkeerden naar Amerika telde de Kerk in Nederland 33 leden.

Nieuwe zendelingen werden naar Nederland gestuurd en in de jaren die volgden groeide de Kerk gestaag. Van de kersverse bekeerlingen werd verwacht dat zij – niet al te lang na hun doop – naar Amerika emigreerden. In totaal hebben zo'n 7.000 Nederlandse bekeerlingen zich bij de heiligen der laatste dagen in het westen van de Verenigde Staten gevoegd. Pas nadat de Kerk in de jaren vijftig van de twintigste eeuw haar emigratiebeleid gestaakt had, kwam er een einde aan de constante uitstroom van nieuwe leden en kon de Kerk zich wortelen op andere plaatsen dan de Verenigde Staten, onder andere in Nederland. Volgens eigen statistieken telt De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen ruim 9.100 leden in Nederland (0,05% van de bevolking), verspreid over 24 gemeenten.[13]

Kerkelijk bestuur

[bewerken | brontekst bewerken]

Het zesde geloofsartikel van de Kerk luidt: Wij geloven in dezelfde organisatie die in de vroegchristelijke kerk bestond, namelijk: apostelen, profeten, herders, leraars, evangelisten enzovoort.[14]

Algemene autoriteiten

[bewerken | brontekst bewerken]

In de kerkelijke hiërarchie worden de hoogste bestuursorganen gevormd door:

  • Het Eerste Presidium, bestaande uit de president van de Kerk en twee raadgevers;
  • Het Quorum der Twaalf Apostelen;
  • De Quorums der Zeventig;
  • De Presiderende Bisschap.[15]

De leden van deze bestuursorganen zijn fulltime priesterschapsleiders, die algemene autoriteiten genoemd worden. Zij besturen de Kerk op hiërarchische wijze, dat wil zeggen dat Christus aan het hoofd van zijn Kerk staat.

Het Eerste Presidium is het hoogste bestuursorgaan, gevolgd door het Quorum der Twaalf Apostelen. De leden van het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf Apostelen bekleden allen het ambt van apostel, bijzondere getuige van Christus, en worden beschouwd als profeten, zieners en openbaarders.[16]

De leden van de Quorums van Zeventig, zeventigers genaamd, handelen eveneens met apostolisch gezag door in opdracht van het Quorum der Twaalf wereldwijd te assisteren in de organisatie en opbouw van de Kerk. Momenteel zijn er twaalf Quorums van Zeventig die gepresideerd worden door het Presidium der Zeventig dat uit zeven leden bestaat. Zeventigers zijn doorgaans werkzaam in de driekoppige presidiums, elk bestaand uit een president en twee raadgevers, van de wereldwijd 23 bestuurlijke gebieden. Ook vervullen zeventigers bestuurlijke taken in de departementen van het hoofdkantoor in Salt Lake City.

Onder leiding van het Eerste Presidium is de Presiderende Bisschap, bestaande uit drie bisschoppen, verantwoordelijk voor de materiële zaken en het stoffelijk welzijn van de Kerk.

De leden geloven dat de algemene autoriteiten door inspiratie van God geleid worden. De leden worden tijdens de halfjaarlijkse Algemene Conferentie in april en oktober en tijdens plaatselijke conferenties in de gelegenheid gesteld hun steunverlening aan de algemene autoriteiten kenbaar te maken door handopsteking. Nieuwe algemene autoriteiten worden door openbaring geroepen door het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf Apostelen.

Plaatselijke kerkleiders

[bewerken | brontekst bewerken]

Binnen de wereldwijd 24 bestuurlijke gebieden zijn er lokaal twee geografische organisaties: ringen en wijken of gemeenten. In Nederland en België vallen de ringen en wijken of gemeenten onder het Gebied Europa-Midden.

  • Ringen: Een ring is een geografische kerkelijke organisatie vergelijkbaar met een katholiek bisdom. Een ring wordt bestuurd door een ringpresident en twee raadgevers die worden bijgestaan door een hogeraad met twaalf leden. Nederland heeft drie ringen (de Ring Den Haag, de Ring Breda en de Ring Apeldoorn) en België twee (de Ring Brussel België Noord en de Ring Brussel België Zuid).
  • Wijken en gemeenten: Elke ring bestaat uit minimaal vijf plaatselijke kerkgemeenschappen, wijken of gemeenten genaamd. Wijken tellen doorgaans meer leden dan een gemeente en beschikken over een eigen kerkgebouw. Elke wijk wordt geleid door een bisschop, bijgestaan door twee raadgevers. De bisschop is de geestelijke leider van de plaatselijke kerkgemeenschap met taken die vergelijkbaar zijn met die van een dominee, pastoor of rabbi. De vier Nederlandse en Vlaamse ringen bestaan uit 28 wijken en gemeenten.

Overige organisaties

[bewerken | brontekst bewerken]

Naast deze hiërarchische priesterschapsorganisatie kent de Kerk nog vijf organisaties die op algemeen, ring- en wijkniveau ondersteunen bij de opbouw van de Kerk en de versterking van haar leden. Het Jeugdwerk (JW) voor kinderen van anderhalf t/m 11 jaar; de Jongevrouwen (JV) voor meisjes van 12 t/m 17 jaar; de Jongemannen (JM) voor jongens van 12 t/m 17 jaar; de Zondagsschool (ZS) voor leden van 12 jaar en ouder; en de Zustershulpvereniging (ZHV) voor vrouwen van 18 jaar en ouder. Deze organisaties voorzien in evangelieonderwijs als onderdeel van de zondagsdiensten en organiseren doordeweekse activiteiten. Daarnaast is er speciale aandacht voor jongvolwassenen van 18 t/m 35 jaar en alleenstaande leden van 36 jaar en ouder.

Rechtspersoon

[bewerken | brontekst bewerken]

Om haar eigendommen en inkomsten als kerk privaatrechtelijk te kunnen beheren richtte De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen begin 20e eeuw twee rechtspersonen op in de vorm van een corporation sole (een Engels-Amerikaanse rechtspersoonvorm met slechts één eigenaar die door de wetgever uitsluitend bedoeld is voor de publieke sector en kerkelijke organisaties). In 1916 werd de Corporation of the Presiding Bishop of the Church of Jesus Christ of Latter-day Saints opgericht waar vooral niet-winstgevende activiteiten zijn ondergebracht, zoals onderwijs- en liefdadigheidsinstellingen en het wereldwijde beheer van de gebouwen en terreinen van de Kerk. Deze instellingen zijn vrijgesteld van belastingen.[17]

In 1923 werd de Corporation of the President of the Church of Jesus Christ of Latter-day Saints opgericht waaronder naast de overige activiteiten ook belastingplichtige for-profitondernemingen van de Kerk hangen als facilitaire dienst of veilige investering voor tijden van nood. Dit betreft actueel een aantal eigen mediabedrijven en radio- en televisie stations, agrarische ondernemingen, een verzekeraar, enkele restaurants om bezoekers van kerkelijke trekpleisters te kunnen bedienen en de ontwikkeling van onroerend goed.

Leerstellingen en kenmerken

[bewerken | brontekst bewerken]

Net als andere christenen geloven heiligen der laatste dagen in God de Vader, Jezus Christus en de Heilige Geest.[18] In tegenstelling tot veel andere christelijke stromingen beschouwen zij deze drie niet als één ondeelbaar wezen, maar als drie afzonderlijke Personen die één zijn in doel en wil. Zij verwerpen daarmee de leer van de drie-eenheid, die in de 4e en 5e eeuw werd geformuleerd tijdens de concilies van Nicea (325), Constantinopel (381) en Chalcedon (451), en sindsdien door het merendeel van het christendom wordt aangehangen.

Heiligen der laatste dagen geloven dat God de Vader het opperwezen is en de Vader van de geesten van alle mensen, die vóór hun geboorte bij Hem leefden. De mens is naar zijn beeld geschapen (Genesis 1:26-27) en wordt gezien als zijn geestkind, met het doel na dit leven tot Hem terug te keren en overeenkomstig hun goddelijke afkomst aan Hem gelijk te worden.

Jezus Christus wordt beschouwd als de eerstgeboren geestzoon van de Vader en als diens eniggeboren Zoon in het vlees. Met Maria als zijn sterfelijke moeder en God de Vader als zijn onsterfelijke Vader was Hij als enige in staat zijn leven neer te leggen en weer op te nemen. Hij wordt gezien als de Verlosser die door zijn lijden in Getsemane en zijn kruisdood op Golgotha de zonden van de mensheid op zich nam en door zijn opstanding de dood overwon. Hierdoor wordt het voor de mens mogelijk om tot God terug te keren. Dit verlossingswerk wordt aangeduid als de verzoening. Volgens deze leer had Jezus vóór zijn aardse leven een goddelijke status en handelde Hij als Jehova, die de aarde schiep en tot de profeten sprak.

De Heilige Geest wordt beschouwd als een afzonderlijke Persoon van geest, zonder lichaam van vlees en beenderen.[19] Hij getuigt van God de Vader en Jezus Christus, openbaart waarheid en schenkt leiding, troost en inspiratie. Het ontvangen van de Heilige Geest na de doop wordt gezien als essentieel om het Koninkrijk van God binnen te gaan.

Afval en herstelling

[bewerken | brontekst bewerken]

Heiligen der laatste dagen geloven dat Jezus Christus tijdens zijn aardse bediening zijn Kerk organiseerde, die volgens Paulus gebouwd was op het fundament van apostelen en profeten, met Christus als hoeksteen. De apostelen ontvingen van Christus priesterschapsgezag en de sleutels van het koninkrijk van God om de Kerk na zijn dood te leiden.

Onder het priesterschap verstaan heiligen der laatste dagen de macht en bevoegdheid die Christus aan de mens heeft verleend om zijn Kerk op aarde te besturen, zijn leer te verkondigen en verordeningen (religieuze rituelen zoals de doop en het avondmaal) te bedienen. Andere functionarissen met priesterschapsgezag die in het Nieuwe Testament worden genoemd zijn onder meer zeventigers, diaken, ouderlingen en bisschoppen.

Dat het apostolisch gezag na Christus’ hemelvaart voortduurde, blijkt volgens deze opvatting uit de roeping van Mattias als opvolger van Judas. Latere apostelen waren onder anderen Paulus en Barnabas. In zijn brieven waarschuwde Paulus voor afwijking van de leer en het vasthouden aan menselijke overleveringen. Heiligen der laatste dagen geloven dat met de dood van de apostelen het centrale gezag verdween en dat dit leidde tot wat zij aanduiden als de Grote Afval. In deze periode kregen plaatselijke leiders, zoals bisschoppen in Rome en Constantinopel, meer invloed en werden tijdens concilies leerstellingen vastgesteld.

Zij geloven dat profeten uit het Oude en Nieuwe Testament zowel deze afval als een toekomstige herstelling hebben voorzegd. Volgens deze leer verscheen op 15 mei 1829 de opgestane Johannes de Doper aan Joseph Smith en Oliver Cowdery en verleende hun het gezag om te dopen. Kort daarna zouden ook Petrus, Jakobus en Johannes aan hen zijn verschenen om hun apostolisch gezag te verlenen, waarmee volgens deze opvatting de Kerk van Christus opnieuw werd georganiseerd.

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen aanvaardt vier canonieke werken als Schriftuur: de Bijbel, het Boek van Mormon, de Leer en Verbonden en de Parel van Grote Waarde.

In de Kerk wordt zowel het Oude als het Nieuwe Testament bestudeerd. Heiligen der laatste dagen geloven dat de Bijbel het woord van God is, "voor zover die juist is vertaald."[20] Voor elke taal heeft de Kerk een voorkeursvertaling geselecteerd. Voor het Nederlands is dat lange tijd de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951 geweest, ook wel bekend als de NBG-vertaling. Inmiddels wordt de Herziene Statenvertaling uit 2010 echter als voorkeursvertaling gehanteerd.

Vanaf 1830 tot 1844 heeft Joseph Smith gewerkt aan een 'geïnspireerde versie' van de Bijbel, die gebaseerd is op de King James Version, met aanvullingen en wijzigingen. Smith heeft de publicatie van zijn werk niet meer kunnen meemaken: hij werd op 27 juni 1844 door een gewapende bende vermoord. In 1867 werd de Bijbelvertaling van Joseph Smith alsnog uitgegeven.[21] Het copyright van de Bijbelvertaling van Joseph Smith berust bij de Community of Christ.

Voor Engelstalige leden is de reguliere King James Version van de Bijbel de aangewezen voorkeursvertaling.[22] In 1979 publiceerde de Kerk voor het eerst een eigen editie van de King James Bijbel met verklarende hoofdstukinleidingen, duizenden voetnoten met o.a. uitleg over Hebreeuwse en Griekse termen, een alfabetische tekstverwijzingsgids met 3495 evangelieonderwerpen en een woordenboek van 196 pagina’s waarin 1285 trefwoorden worden uitgelegd. Op 15 oktober 1982 reikte de Amerikaanse National Bible Association (voorheen Layman’s National Bible Committee) een prijs uit aan de Kerk voor deze uitgave “in waardering voor de uitstekende service aan de zaak van de Bijbel door de publicatie van haar eigen nieuwe editie van de King James Versie met verklarende hoofdstukinleidingen, een vereenvoudigd voetnootsysteem en de koppeling van verwijzingen naar alle andere geschriften van de Kerk – waardoor de studie van de Bijbel door haar leden aanzienlijk verbeterd is."[23]

Boek van Mormon

[bewerken | brontekst bewerken]
De Nederlandse vertaling van het Boek van Mormon verscheen voor het eerst in 1890

Heiligen der laatste dagen geloven dat Joseph Smith in 1823 instructies kreeg van een engel, genaamd Moroni, om een eeuwenoude kroniek te vertalen. Deze kroniek zou geschreven zijn door profeten die ooit op het Amerikaanse vasteland woonden. De geschiedschrijver en profeet Mormon, die rond 400 na Christus op het Amerikaanse continent leefde, maakte van al deze geschriften een samenvatting op gouden platen. Joseph Smith publiceerde zijn vertaling van deze kroniek in 1830 als het Boek van Mormon.

Voordat Smith de platen teruggaf aan de engel Moroni, werd hem toegestaan de platen te tonen aan 'drie getuigen' en 'acht getuigen' van wie de verklaringen zijn opgenomen in het Boek van Mormon. De drie getuigen verklaarden Gods stem te hebben gehoord die hen verkondigde dat de platen door Gods gave en macht waren vertaald en dat een engel van God uit de hemel neerdaalde en de platen voor hen neerlegde zodat zij de platen en de graveersels erop aanschouwden en zagen. De acht getuigen verklaarden de platen te hebben gezien en in handen te hebben gehad. Sommigen van deze getuigen hebben nadien de Kerk verlaten, maar geen enkele heeft ooit zijn getuigenis herroepen.

Het Boek van Mormon beslaat een periode van ca. 2500 v.Chr. tot ca. 400 n.Chr. en speelt zich voornamelijk af op het Amerikaanse continent. Het beschrijft hoe enkele families, in de tijd van de Toren van Babel en de verwoesting van Jeruzalem door Nebukadnezar II, onder leiding van God in schepen over de oceaan voeren naar Amerika. Daar groeiden zij uit tot grote volkeren met hun eigen geschiedenis en cultuur, maar ook met hun eigen profeten en profetieën. Hoogtepunt in het Boek van Mormon is de verschijning van Jezus Christus na zijn opstanding aan deze inwoners van Amerika. Heiligen der laatste dagen beschouwen het Boek van Mormon als een tweede getuige van de goddelijkheid van Jezus Christus, samen met de Bijbel.

In 1830 drukte de Kerk 5.000 exemplaren van het Boek van Mormon; dat aantal groeide tot 100 miljoen exemplaren in het jaar 2000; en in 2023 was dat aantal verdubbeld tot 200 miljoen exemplaren. Het Boek van Mormon is verkrijgbaar in 115 talen.[24] De eerste Nederlandstalige uitgave stamt uit 1890.

Leer en Verbonden

[bewerken | brontekst bewerken]

De Leer en Verbonden is een uniek schriftuurlijk boek omdat het geen vertaling is van documenten uit de oudheid, maar een verzameling eigentijdse, goddelijke openbaringen en geïnspireerde verklaringen aan hedendaagse profeten.

De hoofdstukken worden afdelingen genoemd en bevatten openbaringen en verklaringen die gegeven zijn voor de vestiging en regulering van het koninkrijk van God op aarde in de laatste dagen.

Hoewel de meeste afdelingen zijn gericht aan leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, zijn de boodschappen, waarschuwingen en aansporingen voor het aardse welzijn en eeuwige heil van de gehele mensheid.

De meeste openbaringen in het boek zijn ontvangen door Joseph Smith jr., de eerste profeet en president van de Kerk. De overigen zijn uitgegeven door enkelen van zijn opvolgers: Brigham Young, Wilford Woodruff, Joseph F. Smith en Spencer W. Kimball. Het is een dynamisch open boek en geen complete gesloten canon.

Parel van Grote Waarde

[bewerken | brontekst bewerken]

De Parel van Grote Waarde bestaat uit:

  • Selectie uit het boek Mozes: Joseph Smith beweerde dat hij door openbaring gedeelten had ontvangen uit een boek dat Mozes zou hebben geschreven. De selectie uit het boek Mozes bevat voornamelijk een aangepaste versie van de eerste hoofdstukken van het boek Genesis uit het Oude Testament.
  • Het boek Abraham: een 'geïnspireerde' vertaling van enkele Egyptische papyri die Smith had ontvangen en die de woorden van Abraham zouden bevatten.
  • Matteüs naar Joseph Smith: een door Smith aangepaste versie van Matteüs 23:39 en hoofdstuk 24 uit het Nieuwe Testament. Hierin worden gebeurtenissen beschreven die plaats zullen vinden rondom de wederkomst van Jezus Christus.
  • De Geschiedenis van Joseph Smith: een korte autobiografie van Joseph Smith met als voornaamste aandachtspunt zijn profetische roeping.
  • De Geloofsartikelen: enkele fundamentele leerstellingen, samengevat in dertien artikelen. Deze werden door Joseph Smith opgesteld als onderdeel van een brief uit 1842 aan John Wentworth, redacteur van de Chicago Democrat.[25]
Gods heilsplan

Heiligen der laatste dagen geloven dat dit leven onderdeel uitmaakt van een door God ingesteld plan, het zogenaamde heilsplan of plan van zaligheid. Dit plan geeft antwoord op de vragen: Waar kom ik vandaan, waarom ben ik hier op aarde en waar ga ik naartoe als ik overleden ben. Alle mensen zouden vóór hun geboorte bij God hebben gewoond als zijn geesteskinderen. Omdat zij zoals hij wilden worden, moesten zij aan twee voorwaarden voldoen: (1) zij moesten net zoals God een volmaakt lichaam van vlees en beenderen ontvangen en (2) zij moesten net zoals God volmaakt worden in kennis, wijsheid, liefde en andere goddelijke deugden. God schiep voor zijn geesteskinderen een leerschool, namelijk de aarde. Zij zien de Val van Adam en Eva als een noodzakelijk onderdeel van Gods plan. Zij geloven dat de huidige wereld met haar tegenstellingen en uitdagingen een vruchtbare leerschool is om goddelijke deugden te ontwikkelen en om te leren om te gaan met een stoffelijk lichaam.

De onvermijdelijke fouten en zonden die de mensen op aarde zouden begaan, zouden hen onwaardig maken om terug te keren bij God om hun bijzondere leertraject te vervolgen. Door de verzoening van Jezus Christus kan eenieder vergeving van zonden ontvangen op voorwaarde van bekering: een proces van oprechte spijt, eventuele restitutie van verrichte materiële of emotionele schade, belijdenis van de zonde aan God, en toegewijde inspanningen om de zonde niet meer te begaan. Heiligen der laatste dagen geloven ook dat ieder mens – onvoorwaardelijk – door de opstanding van Jezus Christus op een dag uit de dood zal worden opgewekt. Wanneer iemand sterft, gaat zijn geest in afwachting van de opstanding naar een tijdelijk verblijf, die geestenwereld wordt genoemd.

Zij geloven dat ieder mens na zijn opstanding zal worden geoordeeld door God. eenieder zal een beloning ontvangen naar zijn werken en verlangens op aarde. Heiligen der laatste dagen geloven in drie 'graden van heerlijkheid', werelden of koninkrijken, die als eindbestemming dienen voor Gods opgestane kinderen. Van laag naar hoog zijn dat het telestiale, het terrestriale en het celestiale koninkrijk.[26] Alleen in het celestiale koninkrijk blijven huwelijken eeuwig voortduren en kunnen echtparen goden en godinnen worden. Zij leren dan werelden te scheppen voor hun eigen geesteskinderen. Gebaseerd op deze leer geloven zij dat God zelf ook getrouwd is en dat wij dus niet alleen een Hemelse Vader hebben, maar ook een Hemelse Moeder hebben.

Tempels en postume doop

[bewerken | brontekst bewerken]
Sinds 2002 heeft Nederland een Tempel. Deze bevindt zich in Zoetermeer.

Tempels onderscheiden zich van reguliere kerkgebouwen in doel en uiterlijk. Naast de wereldwijd 31.676[27] kerkgemeenten die wekelijks in kerkgebouwen vergaderen, telt de Kerk momenteel 213 operationele tempels.[28] De kerkgebouwen zijn toegankelijk voor iedereen, terwijl de tempels alleen toegankelijk zijn voor getrouwe leden. Er is getracht de tempels fraai vorm te gegeven om zo hun heilige karakter te benadrukken. Zij krijgen hier onderwijs over onder andere het heilsplan. Ook worden er huwelijken gesloten, niet "tot de dood u scheidt", maar "voor tijd en alle eeuwigheid."

Sinds 2002 heeft ook Nederland een tempel van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Deze bevindt zich in Zoetermeer, maar staat bekend als de 'Den Haagtempel'. In België werd in 2025 in Brussel een bestaand gebouw aangekocht dat zal worden omgebouwd tot tempel.[29][30]

Het achteraf dopen van overledenen wordt "postume doop" genoemd. Dit plaatsvervangend "dopen voor de doden" is gebaseerd op een letterlijke interpretatie van Jezus' woorden in het evangelie van Johannes: "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan"[31] en Paulus' verwijzing naar de doop voor de doden.[32] De plaatsvervangende doop voor de doden gebeurt in de tempels.

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen heeft een wereldwijde reputatie op het gebied van genealogisch onderzoek. Dit genealogisch onderzoek wordt voornamelijk verricht om religieuze redenen: de aldus opgespoorde voorouders kunnen postuum worden gedoopt.

Logo van FamilySearch

In 1894 richtte de Kerk de Genealogical Society of Utah (GSU) op, sinds 2005 FamilySearch International genaamd, om genealogische gegevens te verzamelen, te bewaren en beschikbaar te stellen. Het is de grootste genealogische organisatie ter wereld. Al in 1938 begon de Kerk met het microfilmen van genealogische bronnen. Internationaal wordt er met ruim 10.000 nationale archieven, kerken en bibliotheken samengewerkt. In ruil voor het filmen van alle bronnen uit meer dan 110 landen ontvangen de samenwerkende archieven een eigen kopie op microfilm om onderzoek door bezoekers te vergemakkelijken. In geval van rampen waarbij archieven verloren gaan wordt er vaak een beroep gedaan op de Kerk om een kopie van de gefilmde gegevens te verkrijgen.

Om de collectie microfilms en digitale media veilig te stellen bouwde de Kerk in 1963 de Granite Mountain Records Vault, een aardbevingsbestendige kluis in het Rotsgebergte, zo'n 35 kilometer van Salt Lake City.

De FamilySearch Library in Salt Lake City

De gehele verzameling is gratis te doorzoeken in de FamilySearch Library in Salt Lake City. Daarnaast bevinden zich wereldwijd ruim 6.500 dependances, FamilySearch-centra genaamd, meestal in plaatselijke kerkgebouwen, waar bezoekers gratis toegang hebben tot de collectie. De door genealogisch onderzoek vergaarde data zijn door de Kerk ook vrij beschikbaar gesteld op haar website FamilySearch die in 1999 online ging. Inmiddels zijn er 17 miljard namen online te raadplegen (januari 2026).[33]

De door de Kerk van 1984 tot 2002 ontwikkelde software voor genealogisch onderzoek, Personal Ancestral File (PAF), was eveneens vrij te gebruiken, maar wordt sinds 2013 niet meer gedistribueerd. Het in 1985 door de Kerk ontwikkelde GEDCOM-formaat is echter nog steeds de standaard voor gegevensuitwisseling tussen de meeste genealogische software en computersystemen.

Humanitaire hulp

[bewerken | brontekst bewerken]

De Kerk is sinds de 19e eeuw betrokken bij welzijnswerk en humanitaire hulpverlening. In 1842 onderwees Joseph Smith dat kerkleden de hongerigen moesten voeden, de naakten moesten kleden en zorg moesten dragen voor weduwen, wezen en behoeftigen, ongeacht hun religie.[34]

Tijdens de Grote Depressie introduceerde kerkpresident Heber J. Grant in 1936 een kerkelijk welzijnsprogramma dat gericht was op zelfredzaamheid en het ondersteunen van behoeftige leden.[35] Het programma combineerde voedselproductie, werkgelegenheid en hulpverlening en wordt door historici beschouwd als een belangrijk sociaal initiatief binnen de kerk.[35]

In 1938 werd Deseret Industries opgericht, een organisatie die tweedehands goederen inzamelt en werkervaring en beroepstraining biedt.[36]

Na de Tweede Wereldoorlog organiseerde de kerk hulptransporten naar Europa. Daarbij werden onder meer 127 treinwagons met voedsel, kleding, beddengoed en medicijnen naar getroffen gebieden gestuurd.[35]

In 1947 begonnen Nederlandse kerkleden een welzijnsproject waarbij aardappelen werden verbouwd. Toen zij hoorden over voedseltekorten onder kerkleden in Duitsland schonken zij hun volledige oogst aan hen, ondanks het feit dat beide landen kort daarvoor nog vijanden waren geweest.[37]

De internationale humanitaire activiteiten van de kerk worden sinds 1996 gecoördineerd door Latter-day Saint Charities.[38] De organisatie werkt samen met internationale hulporganisaties en voert programma’s uit op het gebied van rampenbestrijding, schoon drinkwater, gezondheidszorg, voedselzekerheid en hulp aan vluchtelingen. In 2012 verkreeg de organisatie een raadgevende status bij de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties (ECOSOC).[39]

In recente jaren heeft de kerk verschillende bijdragen geleverd aan internationale hulpinitiatieven. Zo werd in 2021 20 miljoen dollar gedoneerd aan UNICEF ter ondersteuning van de wereldwijde distributie van COVID-19-vaccins via het COVAX-programma.[40]

Volgens het rapport Caring for Those in Need besteedde de kerk in 2025 ongeveer 1,58 miljard dollar aan humanitaire projecten in 196 landen en gebieden.[41]

Voor heiligen der laatste dagen is onderwijs een eeuwig beginsel gebaseerd op de Schriftuurlijke teksten “de heerlijkheid Gods is intelligentie of, met andere woorden, licht en waarheid”[42] en “welk niveau van intelligentie wij in dit leven ook bereiken, in de opstanding zal het met ons herrijzen.”[43]

De Kerkelijke onderwijsinstellingen (CES) van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen voorzien zowel in seculier als godsdienstig onderwijs voor leden en niet-leden. De huidige commissaris van CES is James R. Rasband. Hij studeerde rechten aan Harvard University en was voorheen academisch vicepresident van Brigham Young University.

Universiteiten

[bewerken | brontekst bewerken]
Het medaillon van Brigham Young University (BYU).

De Kerk bezit en beheert drie universiteiten en een hogeschool.[44]:

  • Brigham Young University (sinds 1875) in Provo, Utah met 37.000 studenten.
  • Brigham Young University-Hawaii in Laie, Hawaii met 3.000 studenten.
  • Brigham Young University-Idaho in Rexburg, Idaho met 24.450 studenten.
  • Ensign College in Salt Lake City, Utah met 5.700 studenten.

BYU hanteert het motto ‘Enter to learn, go forth to serve‘ (‘Treed binnen om te leren, ga uit om te dienen’).

In 2017 kondigde de Kerk BYU Pathway Worldwide aan, online betaalbaar hoger onderwijs. In 2024 telde BYU-Pathway Worldwide ruim 74.000 studenten uit meer dan 180 landen.[45] Certificaten en graden worden aangeboden in samenwerking met BYU-Idaho en Ensign College.

Seminarie en instituut

[bewerken | brontekst bewerken]

De Kerk kent een lange traditie in godsdienstonderwijs voor jongeren en jongvolwassenen via het zogenaamde seminarie en instituut.[bron?]

Seminarie is een 4-jarig godsdienstprogramma voor leerlingen in het voortgezet onderwijs in de leeftijd van 14 tot 18 jaar. Elk jaar wordt een ander boek van Schriftuur bestudeerd – het Oude Testament, het Nieuwe Testament, het Boek van Mormon of de Leer en Verbonden. Instituut biedt godsdienstonderwijs voor studenten van 18 tot en met 35 jaar op meer dan 2.500 locaties wereldwijd. Beiden tellen zo'n 350 duizend studenten elk.[46]

Permanent studiefonds (PSF)

[bewerken | brontekst bewerken]

Het permanent studiefonds, dat in 2001 werd geïntroduceerd, verschaft jongvolwassenen in ontwikkelingslanden de kans om een opleiding te volgen om hun economische omstandigheden te verbeteren. Kerkleden doneren aan het fonds en als een student is afgestudeerd en een baan heeft, betaalt hij of zij de lening tegen een lage rente terug. Het geld dat wordt terugbetaald, is beschikbaar voor nieuwe leningen. Dit garandeert de uitbreiding en permanentie van het fonds. Inmiddels hebben ruim 130.000 personen baat gehad bij de kansen die het permanent studiefonds biedt.[47]

In september 1830, vijf maanden na haar oprichting, stuurde de Kerk haar eerste zendelingen uit om bekeerlingen te zoeken. In 2007 had zij sinds de oprichting in 1830 meer dan één miljoen zendelingen over de gehele wereld uitgezonden.[48] Eind 2024 waren er wereldwijd 67,871[49] voltijds zendelingen werkzaam in de leeftijd van 18 tot 25 jaar. Daarnaast dienen wereldwijd ruim 31.000 senior zendelingen.

Een zending is meestal voor een periode van twee jaar en geschiedt op eigen kosten. Gedurende deze periode bestuderen zendelingen de leer en onderwijzen zij belangstellenden, verrichten dienstbetoon en maken zich vaak een vreemde taal eigen als zij naar het buitenland zijn geroepen.

Heiligen der laatste dagen geloven dat God – via profeten en apostelen – instructies geeft voor het welzijn van de mens. Deze richtlijnen worden geboden genoemd. Zij kunnen worden gevonden in de Schriften. Getrouwe leden worden geacht gehoorzaam te zijn aan Gods geboden. Geïnspireerde boodschappen en instructies worden ook gegeven via toespraken van algemene autoriteiten van de Kerk tijdens de halfjaarlijkse wereldwijde conferenties die in april en oktober in Salt Lake City gehouden worden.[26]

De twee grote geboden

[bewerken | brontekst bewerken]

Heiligen der laatste dagen streven ernaar de twee grote geboden na te leven: God liefhebben boven alles en hun naaste liefhebben als zichzelf.

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen leert haar leden, zoals de meeste christelijke kerkgenootschappen, om de Tien Geboden in acht te nemen.

Christelijke deugden nastreven

[bewerken | brontekst bewerken]

Van getrouwe leden wordt verwacht dat zij ernaar streven christelijke deugden in hun leven te implementeren. Volgens het dertiende geloofsartikel geloven zij "eerlijk te moeten zijn, trouw, kuis, welwillend, deugdzaam, en goed te moeten doen aan alle mensen".

Heiligen der laatste dagen geloven dat zij minstens elke ochtend en avond dienen te bidden, individueel en in gezinsverband en als dankzegging bij hun maaltijden. Een gebed begint met het aanroepen van God, gevolgd door dankbetuigingen en eventueel het vragen om specifieke behoeften. Het gebed wordt beëindigd in de naam van Jezus Christus, gevolgd door "Amen". Zij geloven dat zij door middel van gebed leiding van God kunnen ontvangen. Ook vragen zij geïnteresseerde niet-leden doorgaans om oprecht te bidden over hun leerstellingen, omdat zij geloven dat de Heilige Geest deze leerstellingen kan bekrachtigen door middel van een bevestigend vredig en vreugdevol gevoel.

Heiligen der laatste dagen vasten minstens eenmaal per maand tijdens elk eerste weekend van de maand. Zij onthouden zich dan geheel van eten en drinken gedurende een etmaal, wat neerkomt op het overslaan van twee opeenvolgende maaltijden. Zij vasten om hun gebeden kracht bij te zetten. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer zij vasten en bidden voor het nemen van belangrijke beslissingen, voor de gezondheid van een zieke en dergelijke. Het geld dat ze tijdens het vasten uitsparen, geven ze als 'vastengaven', die gebruikt wordt om behoeftige leden te helpen.

Sabbatheiliging

[bewerken | brontekst bewerken]

Ook nemen kerkleden de sabbatdag in acht die zij beschouwen als een heilige rustdag. Zij vieren de sabbatdag, net als de vroegchristelijke gelovigen sinds de opstanding van Jezus Christus, op de eerste dag van de week ofwel de zondag.

Woord van Wijsheid

[bewerken | brontekst bewerken]

Joseph Smith, stichter van de Kerk, beweerde op 27 februari 1833 instructies van God te hebben ontvangen met betrekking tot lichamelijke gezondheid.[50] Aanvankelijk werd dit 'Woord van Wijsheid' beschouwd als advies, echter in 1851 gaf Smiths opvolger Brigham Young het de meer bindende status van gebod.[51] Het Woord van Wijsheid houdt tegenwoordig voor heiligen der laatste dagen onder andere in dat zij geen drugs, tabak, alcoholische dranken, koffie en thee gebruiken. Na WOII werd het zich houden aan het Woord van Wijsheid een voorwaarde om de tempel in te mogen.

Wet van kuisheid

[bewerken | brontekst bewerken]

Heiligen der laatste dagen dienen zich te houden aan de wet van kuisheid, die inhoudt dat seksuele relaties alleen geoorloofd zijn binnen een wettig huwelijk tussen een man en een vrouw.[52]

Heiligen der laatste dagen vermijden zelfbevrediging en pornografie. Homoseksualiteit wordt niet als zonde gezien maar homoseksueel gedrag wel.[52] Abortus provocatus wordt gezien als ernstige zonde, tenzij de zwangerschap het resultaat is van verkrachting of incest, als het leven of de gezondheid van de moeder in gevaar is of als de foetus afwijkingen vertoont die het niet levensvatbaar maken.[52]

Wet van tiende

[bewerken | brontekst bewerken]

Leden van de Kerk worden geacht een tiende deel van hun inkomsten aan de Kerk te doneren. Deze Bijbelse 'wet van tiende' werd in 1838 hersteld via een openbaring aan Joseph Smith, nadat eerdere pogingen tot het leven in gemeenschap van goederen hadden gefaald.[53] De tiendendonaties worden voornamelijk gebruikt voor de bouw en het onderhoud van kerkgebouwen en tempels, maar ook voor andere activiteiten van de Kerk zoals zendingswerk en familiegeschiedenis. De tiendendonaties zijn niet primair bedoeld om de humanitaire projecten van de Kerk te bekostigen. De Kerk moedigt haar leden echter aan om, naast de tiendendonaties, ook royaal bij te dragen aan haar liefdadigheidsprogramma.

De Kerk leerde en praktiseerde volgens oudtestamentisch gebruik in haar beginperiode het meervoudig huwelijk waarbij een man met meerdere vrouwen mocht trouwen. In toenemende mate vaardigde de Amerikaanse overheid wetten uit tegen polygamie en vervolgde de Kerk daarvoor. In 1890 verklaarde de Kerk in het zogenaamde 'Manifest' polygamie niet langer na te streven.[54] Ook buiten de VS werden er geen nieuwe meervoudige huwelijken meer gesloten toen hier in 1904 via een Tweede Manifest een kerkelijke sanctie op kwam te staan.

Er zijn echter kleine splintergroeperingen ontstaan, waarvan de Fundamentalistische Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen van Warren Jeffs met 6.000 tot 10.000 leden de grootste en bekendste is, die polygamie in de praktijk blijven brengen. Sommige daarvan kwamen in de publiciteit door het niet vrijwillige karakter daarvan. In de staat Utah besloot de rechter in februari 2014 om een meervoudig huwelijk met terugwerkende kracht alsnog te erkennen wegens de vrijheid van godsdienst.[55] Desondanks distantieert De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen zich stellig van polygamie.[56]

Vervolging en integratie

[bewerken | brontekst bewerken]

Vanaf het begin van haar ontstaan is er veel kritiek geuit op De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. In het overwegend protestantse Amerika van de 19e eeuw had men veel moeite met het verschijnsel van een profeet, en vooral met een schriftuur naast de Bijbel, het Boek van Mormon dus. De echte vervolgingen, zoals die in Missouri, waren meer sociaal-politiek van aard, doordat de mormonen zich als homogene en vreemde groep vestigden in dunbevolkte gebieden – zoals Missouri – en daarmee een plotselinge politieke invloed kregen.

Polygamie, onofficieel ingevoerd in Nauvoo in 1842, verhevigde de vervolgingen. De officiële invoering ervan in Utah in 1853 gaf de federale regering een handvat tot officiële vervolging, culminerend in de 'Utah War' van 1860-61, al was de werkelijke aanleiding het feit dat de mormonen een theocratie hadden gesticht binnen het democratisch bestel van de VS. Na het afzweren van de polygamie in 1890 kon Utah een erkende staat worden binnen de federatie. In de 20e eeuw zijn de relaties genormaliseerd en werden de mormonen geleidelijk geaccepteerd en geïntegreerd als Amerikaanse staatsburgers, zoals de kandidatuur van Mitt Romney, een bekend lid van de Kerk, tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2012 aantoonde.

Vanaf het midden van de negentiende eeuw tot 1978 werden zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet tot het priesterschap geordend. De vloek van Kaïn werd vaak gebruikt als argument voor de beperking op het priesterschap. Naarmate de Kerk wereldwijd groeide, ook in Afrika en Brazilië, werd het steeds moeilijker om de beperkingen op het priesterschap te verenigen met de zending van de kerk. Kerkleiders dachten terug aan de beloften van voormalige profeten als Brigham Young, dat zwarte leden ooit de zegeningen van het priesterschap zouden genieten. In juni 1978 publiceerden de leiders van de Kerk op grond van een openbaring een officiële verklaring dat de restrictie was opgeheven.[57] Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde. De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden.

Wetenschappelijke kritiek

[bewerken | brontekst bewerken]

Vanaf de publicatie van het Boek van Mormon is door de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen hooggehouden dat het Boek van Mormon naast religieuze teksten ook historische informatie over de precolumbiaanse wereld zou bevatten. De wetenschappelijke wereld kan dit echter op geen enkele wijze aantonen of waarschijnlijk maken. Genetica heeft ondertussen aangetoond dat geen enkele inheemse stam uit Noord- of Zuid-Amerika enige sporen van Hebreeuwse afstamming vertoont.[58]

Daarnaast wijst men op exegetische, etymologische en andere ongerijmdheden en anachronismen uit het Boek van Mormon (zoals het bestaan van staal, het introduceren van paarden en strijdwagens, en de aanwezigheid van kuddes huisdieren).[59]

Ook het Boek van Abraham is ter discussie gesteld. De Egyptische papyri waarvan Joseph Smith volgens eigen zeggen de tekst had vertaald, zijn enkele decenniën geleden gedeeltelijk teruggevonden. Het blijkt een versie van een laat-Egyptisch dodenboek te zijn, met een tekst die niet op die van Joseph Smith lijkt.

Kritiek op postume doop

[bewerken | brontekst bewerken]

Het plaatsvervangende "dopen voor de doden" is voor sommige mensen een controversieel onderwerp. Zo heeft de Kerk in 1995 een overeenkomst gesloten met de Amerikaans-Joodse gemeenschap om te stoppen met het ongevraagd "dopen" van Holocaust slachtoffers.[60] Ook de theologie achter het "plaatsvervangend dopen" van beruchte criminelen, zoals seriemoordenaar Ted Bundy (ook bij leven korte tijd lid van de Kerk) wordt niet door iedereen begrepen.[61]

Ook in Nederland heeft deze doop kritische aandacht getrokken. Hoewel de Kerk stelt dat leden enkel hun eigen voorouders op deze wijze mogen dopen, zijn er verschillende gevallen bekend waarbij ook niet-voorouders zijn gedoopt. Het gebruik kreeg in Nederland aandacht, toen dagblad Trouw in mei 2012 berichtte dat ook verscheidene leden van het Koninklijk Huis waren gedoopt, waaronder koningin Juliana, prins Bernhard en de koningen Willem I en Willem III.[62] Al eerder was er kritiek op het dopen van overleden Joden, waaronder Anne Frank.[63]

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen beweert dat wie postuum gedoopt wordt, zelf de keuze heeft in de geesteswereld om deze doop te aanvaarden.[64]

Samenwerking met rijksarchieven

[bewerken | brontekst bewerken]

Om te kunnen weten welke personen zijn overleden en dus in aanmerking komen voor postume doop houdt de Kerk een groot genealogisch register bij. FamilySearch, zoals het systeem heet, bestaat uit genealogische archiefcollecties die de Kerk heeft ontvangen van onder meer overheden en kerken. Ook in Nederland werkt de Kerk samen met rijksarchieven. Medewerkers van FamilySearch bieden overheden sinds enkele decennia aan om hun collecties gratis te verfilmen, in ruil voor een kopie van de verfilmde akten.[65]

Na berichtgeving hierover in Trouw sprak een aantal politieke partijen in de Tweede Kamer zich in mei 2012 uit tegen de samenwerking met de Kerk. Archivarissen moesten volgens VVD, PvdA, CDA, GroenLinks en de Partij voor de Dieren twee keer nadenken voordat ze de verwerking van hun collectie uitbesteden aan de Kerk. Op die manier zou de overheid 'medeplichtig' raken aan het doopgebruik.[66]

Alternatieve seculiere bronnen van genealogische gegevens zijn bijvoorbeeld WieWasWie en Open Archieven. Ook zijn er diverse semicommerciële websites waarop stamboomgegevens worden verzameld en beschikbaar gesteld.

Primaire bronnen

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Book of Mormon. Salt Lake City (UT): The Church of Jesus Christ of Latter-Day Saints, 1989.
  • Doctrine and Covenants. Salt Lake City (UT): The Church of Jesus Christ of Latter-Day Saints, 1989.
  • The Pearl of Great Price. Salt Lake City (UT): The Church of Jesus Christ of Latter-Day Saints, 1989.
  • Laatste Nederlandse vertaling van 2004, als Het Boek van Mormon, De Leer en Verbonden en De Parel van Grote Waarde.
  • Allen, James B. & Glen M. Leonard, The Story of the Latter-day Saints, (2nd ed., Salt Lake City 1992).
  • Bowman, Matthew,The Mormon People: The Making of an American Faith, New York: Random House, 2012.
  • Bushman, Richard L, Joseph Smith. Rough Stone Rolling, New York: Knopf, 2005
  • Davies, Douglas, The Mormon culture of salvation. Aldershot: Ashgate 2000.
  • An Introduction to Mormonism, Cambridge: Cambridge University Press 2003.
  • Givens, Terryl L. People of Paradox. A History of Mormon Culture, Oxford: Oxford University Press.
  • Ludlow, Daniel H. (Ed.). Encyclopedia of Mormonism. New York: Macmillan Publishing Company, 1992. (3 volumes).
  • Mauss, Armand, The angel and the beehive. The Mormon struggle with assimilation. Urbana & Chicago: University of Chicago Press 1994.
  • All Abraham's children. Changing Mormon conceptions of race and lineage, Urbana & Chicago: University of Chicago Press 2003.
  • Quinn, D. Michael. The Mormon Hierarchy: Origins of Power, Salt Lake City: Signature Books, 1994.
  • The Mormon Hierarchy: Extensions of Power, Salt Lake City: Signature Books, 1997.

Over het Boek van Mormon

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Givens, Terryl L., By the Hand of Mormon. The American Scripture than launched a World Religion, Oxford, Oxford University Press 2002.
  • Hardy, Grant, Understanding the Book of Mormon, A Reader's Guide. Oxford: Oxford University Press 2010.
  • Sorenson, John L., Mormon's Codex. An Ancient American Book. Salt Lake City: Deseret Book/Maxwell Institute, 2013.
  • Southerton, Simon G., Losing a Lost Tribe: Native Americans, DNA, and the Mormon Church, Salt Lake City: Signature Books.

Kerk in Nederland en België

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Beek, Walter E.A. van, Mormon Europeans or European Mormons? An Afro-European look at religious colonization. Dialogue: a Journal for Mormon Thought 38, 4 (2005) 3 – 36.
  • Hierarchies of sacredness. The LDS temple in Zoetermeer, in P. Post ed. Holy grounds in the Netherlands, Leuven. Peters, 2009.
  • Ethnization and Accommodation: Dutch Mormons in Twenty-First-Century Europe, Dialogue: A Journal of Mormon Thought 29, no. 1 (Spring 1996): 119-38;
  • Beek, Walter E.A. & R. Taselaar, Zion's pure of heart: personal and institutional purity in Mormonism, in Petra Rösch & Udo Simon (eds.) How Purity is Made, Wiesbaden: Harassowitz, 2012, 413-43.
  • Decoo, Wilfried, Feeding the Fleeing Flock: Reflections on the Struggle to Retain Church Members in Europe, Dialogue: A Journal of Mormon Thought 29, no. 1 (Spring 1996): 97-118.
  • In Search of Mormon Identity: Mormon Culture, Gospel Culture, and an American Worldwide Church*, International Journal of Mormon Studies, 2013: 1-53.
  • Vreven, A.A., Predik alle volken. De Geschiedenis van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen in Nederland, 1861-2011, Groningen, 2011, ISBN 978-90-9026447-9
Zie de categorie The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.