Kerkbaljuw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De kerkbaljuw van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek te Tongeren

De kerkbaljuw, in de volksmond meestal suisse genoemd, is een ordebewaker in een rooms-katholieke kerk. Het is als kerkelijk ambt ontstaan op het einde van de 19e eeuw, hoewel er al eeuwen eerder baljuws actief waren in binnen de Kerk. Zo zou in 1613 in Stekene een kerkbaljuw actief geweest zijn. De kerkbaljuw werd vergeleken met de pauselijke Zwitserse Garde, vandaar dat men hem vaak suisse noemde. Tot de taken van de kerkbaljuw behoorde het ophalen van de priester in de sacristie, om hem - na de mis - weer daarheen terug te vergezellen. Tijdens de consecratie salueerde de ordebewaaker, staande vooraan in het middenpad van de kerk.

Anno 2017 is het baljuwschap voornamelijk een ceremoniële taak. Het ambt werd veelal doorgegeven van vader op zoon en men beschouwde het doorgaans als een eer om de taak te mogen vervullen. Sinds de tweede beeldenstorm verdween het ambt in tal van parochies, maar hier en daar kan men nog een kerkbaljuw tegenkomen.

In Nederland bestond in parochies vaak een college van Eerbied in Gods huis, waarvan de leden een vergelijkbare functie vervulden als de baljuw.

Kledij[bewerken]

  • Spierwit hemd met opstaande boord en zwarte vlinderdas.
  • Laag uitgesneden ondervest.
  • Lange donkerblauwe jas afgeboord met goudgalon.
  • Donkerblauwe broek en zwarte schoenen.
  • Steekhoed met pluim en witte handschoenen
  • Over de rechterschouder een purperen bandelier met als tekst:
    • ofwel - KERKPOLITIE - (eerste periode)
    • ofwel - EERBIED IN GODS HUIS
  • Als teken van zijn gezag draagt hij een "pieke" of hellebaard en een staf.