Kerkelijk jaar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het kerkelijk of liturgisch jaar van de Rooms-katholieke Kerk loopt niet gelijk met het burgerlijk jaar of het zogenoemde kalenderjaar. Het wordt ingedeeld in twee kringen rond de grote feestdagen van Kerstmis en Pasen. Het kerkelijk jaar start met de kerstkring die aanvangt met de eerste zondag van de advent (eigenlijk het avondgebed voorafgaand aan deze zondag), gaat over Kerstmis tot aan de vierde zondag na Epifanie (Driekoningen). Dan start de paaskring die, naargelang van de gebruikte liturgische kalender, aanvangt met Septuagesima (70 dagen voor Pasen) of Aswoensdag. Deze kring eindigt 50 dagen na Pasen met Pinksteren. De zondag daarop volgt Trinitatis (Drievuldigheidsfeest) met daarna de 27 zondagen na Trinitatis. Deze periode wordt ook nog onderverdeeld in de zomerkring (Trinitatis en 12 zondagen erna) en de herfstkring (van de 13e tot de 27e en laatste zondag na Trinitatis). Daarmee is de kring van het kerkelijk jaar gesloten.

De indeling van het kerkelijk jaar[bewerken]

A. De kerstkring[bewerken]

De kerstkring is de eerste periode van het kerkelijk jaar. Deze gaat van de eerste zondag van de Advent tot aan het feest van doopsel van Jezus.

De advent[bewerken]

De advent begint op de zondag die het dichtst bij het feest van de Heilige Andreas (30 november) valt. Deze zondag valt tussen 27 november en 3 december.

Vanaf 17 december tot 24 december wordt de jaarlijkse kerstnoveen gehouden. Er worden in die dagen geen heiligen herdacht en het dragen van gewaden in de paarse kleur is verplicht voorgeschreven.

De kersttijd[bewerken]

Hiermee eindigt de kersttijd. Nu begint de tijd door het jaar. tot aan de dinsdag vóór Aswoensdag. In die periode kan het feest van de Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) (2 februari) op een zondag vallen. Dan heeft dit feest voorrang op de gewone zondagsliturgie. We kijken nog even terug naar het voorbije kerstfeest maar we kijken al vooruit naar Pasen.

B. De paaskring[bewerken]

In de liturgische kalender die gebruikt wordt bij de gewone vorm van de Romeinse ritus, begint de paaskring met Aswoensdag en eindigt met het hoogfeest van Pinksteren. In de kalender die gebruikt wordt bij de buitengewone vorm vangt deze kring aan met Septuagesima (70 dagen vóór Pasen) en eindigt vóór de eerste zondag van de advent.

Veertigdagentijd[bewerken]

Deze periode start op Aswoensdag, eindigt met het Alleluia in de paasnacht en staat voor de vastentijd. De vroegere benaming van de 5de zondag was Passiezondag. De 6de zondag in de Veertigdagentijd heet nu Palmzondag-Passie van de Heer, en luidt tevens de Goede Week in.

Paastijd[bewerken]

De paastijd is de tijd die loopt vanaf de vooravond van Pasen (paasavond en -nacht) tot en met Pinksteren (50 dagen na Pasen).

De eerste 8 dagen van Pasen vormen het paasoctaaf, waarbij elke dag hierin wordt gevierd als een Hoogfeest van de Heer, en er dus het Gloria en Credo wordt gezongen. De zondag waarmee het octaaf eindigt, wordt Beloken Pasen genoemd en is de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid.

Tussen Hemelvaart en Pinksteren wordt de jaarlijkse Pinksternoveen gehouden.

De kleuren van het kerkelijk jaar[bewerken]

Tijdens het kerkelijke jaar worden verschillende liturgische kleuren gebruikt. Iedere kleur heeft zijn eigen periode in het kerkelijk jaar en zijn eigen betekenis.

Rose[bewerken]

  • Rose betekent vreugde voor het komende kerstfeest en paasfeest.
  • Periode: Wordt gedragen op de derde zondag van de Advent (Gaudete) en de vierde zondag in de Veertigdagentijd(Laetare).

Paars[bewerken]

  • Paars is de kleur van boete en soberheid.
  • Periode: Het wordt gedragen in de advent de tijd vóór Kerstmis en de Veertigdagentijd de tijd vóór Pasen en bij de diensten van de uitvaart en op Allerzielen. Alleen bij de uitvaart van kinderen die hun zevende levensjaar nog niet bereikt hebben ('engelenmis'), wordt een wit kazuifel gebruikt. Men draagt ook een paars kazuifel bij de Kruisdagen (de drie dagen vóór OLH Hemelvaart) en de Quatertemperdagen.

Wit[bewerken]

  • Wit staat voor zuiverheid en geluk.
  • Periode: wit is de kleur die men draagt op de dagen van de kersttijd (vanaf het hoogfeest van Kerstmis, 25 december, tot en met het feest van het Doopsel van de Heer (de zondag na 6 januari). Het wordt gedragen in de gehele paastijd, op Hemelvaartsdag, en op de feesten van de Heer die niet in verband staan met Zijn lijden. Verder ook op de feesten van Maria, op het hoogfeest van de geboorte van de heilige Johannes de Doper (24 juni), evenals op de feestdag van de heiligen die geen martelaar zijn, zoals op 27 december, de feestdag van de heilige Johannes, apostel en evangelist en op Trinitatis (de zondag na Pinksteren). Het wordt ook gedragen bij de uitvaart van kleine kinderen.

Groen[bewerken]

  • Symbool voor verwachting en hoop
  • Periode: Het wordt gedragen in de Tijd door het jaar, op de zondagen en weekdagen buiten de kerst- en paastijd, advent en veertigdagentijd waar geen verplichte gedachtenis van een heilige of feest wordt gevierd.

Rood[bewerken]

  • Symbool: van de liefde en van de Heilige Geest.
  • Periode: Pinksteren, in vieringen van de apostelen en evangelisten en martelaren.
  • Bij de viering van het Vormsel.
  • Op het feest van Kruisverheffing (14 september).
  • Op Palmzondag en Goede Vrijdag en in de votiefmis van het lijden van Christus.
  • Bij de begrafenis van de paus of van kardinalen wordt ook rood gedragen.

Rang van de dagen in het liturgisch jaar[bewerken]

Eerste rang

Tweede rang

  • 5. Feesten van de Heer in de generale kalender.
  • 6. Andere zondagen in de kersttijd (1) en alle zondagen in de Veertigdagentijd.
  • 7. Feesten van de Heilige maagd Maria en anderen Heiligen in de generale kalender.
  • 8. Feesten uit een land waarmee een Heilige wordt herdacht van een bisdom, parochie of instantie of de wijding van een kerk.
  • 9. Weekdagen van de advent van 17 december tot en met 24 december en de weekdagen in het octaaf van Kerstmis (1). Weekdagen in de Veertigdagentijd.
  • 10 De gewone zondagen in de Tijd door het jaar.

Derde rang

(1) De reden dat de dagen in het Kerstoctaaf lager staan dan de dagen van het Paasoctaaf, is dat er op bepaalde dagen na Kerstmis feesten worden gevierd die anders lager in rang zouden staan en dus niet gevierd konden worden. En omdat de 8 dagen voor Kerstmis dezelfde rang moeten hebben, staan deze ook lager. De zondagen in de kersttijd staan zo laag, omdat bijvoorbeeld de zondag in het kerstoctaaf een feest van de Heilige Familie is en bijvoorbeeld 1 januari op een zondag kan vallen. Deze dagen zouden dan niet gevierd kunnen worden.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]