Kernenergiedebat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het kernenergiedebat is de discussie over de invoering en het gebruik van kernreactors, waarbij voor civiel gebruik elektriciteit wordt gegenereerd uit nucleaire brandstof. Deze discussie was op het hoogtepunt tijdens de jaren 1970 en 1980. In sommige landen werd dit een verhitte discussie als nooit tevoren.

Voorstanders van kernenergie beweren dat dit een schone en veilige energiebron is, met een lage CO2-uitstoot. Voorstanders propageren het idee dat kernenergie in tegenstelling tot de verbranding van fossiele brandstoffen vrijwel geen luchtvervuiling produceert. Voorstanders benadrukken dat de risico's van opslag van kernafval klein zijn en verder kunnen worden verminderd door gebruik te maken van de nieuwste technologie in nieuwere reactors. Zij wijzen er ook op dat de energievoorziening hiermee minder afhankelijk wordt van buitenlandse brandstoffen.

Tegenstanders van kernenergie beweren dat dit vele bedreigingen voor mens en milieu vormt. Deze bedreigingen zijn de gezondheidsrisico's en milieuschade als gevolg van de uraniumwinning, de verwerking en het vervoer, het risico van verspreiding van kernwapens of sabotage, en het onopgeloste probleem van radioactief afval.

Critici betwijfelen de veiligheid van kerncentrales en wijzen op eerdere ernstige rampen. Zij geloven niet dat risico's verminderd kunnen worden door het principe van nucleaire veiligheid, defence-in-depth. Zij beweren ook dat wanneer de gehele keten van kernenergie wordt beschouwd, van de uraniumwinning tot de ontmanteling van kerncentrales, kernenergie geen duurzame energiebron met lage CO2-uitstoot is.

Overzicht[bewerken]

Geschiedenis[bewerken]

De discussie over kernenergie heeft sinds de ontdekking van de technologie een aantal fasen doorlopen. Eerst was er grote steun vanwege de nieuwheid van de technologie en de oliecrisis van 1973. Hierna ontstond veel kritiek op het gebruik van kernenergie wegens milieuaspecten en de kernramp van Tsjernobyl. Aan het begin van de 21e eeuw ontstond er een opleving van de discussie over het gebruik van kernenergie, vanwege nieuwe argumenten als klimaatverandering, geopolitiek en ontwikkeling van de nieuwe generatie kernreactors.

Het begin van de kernenergie[bewerken]

Het Atoms for Peace-programma verspreidde kerntechnologie, kennis en grondstoffen naar veel landen.

Onmiddellijk na het einde van de Tweede Wereldoorlog kwam kernenergie voor civiele doeleinden in gebruik. In de euforie van die tijd werd kernenergie gezien als de oplossing voor elk energieprobleem. Fantastische concepten zoals een door kernenergie aangedreven auto, de Ford Nucleon, verlieten echter nooit de ontwerpfase.

Op 20 december 1951 werd in Idaho (VS) voor het eerst elektriciteit met kernenergie opgewekt in de experimentele kweekreactor EBR-1. De eerste kerncentrale die elektriciteit aan het net leverde werd op 27 juni 1954 in dienst genomen in Obninsk in de Sovjet-Unie: hij produceerde 5 MW. Maar de eerste commerciële reactor ter wereld was die van Calder Hall in Sellafield, Engeland met een vermogen van 50 MW bij de opening in 1956 (later 200 MW).

In de beginjaren waren er al argumenten voor en tegen kernenergie. Voorstanders meenden dat kernenergie oneindig goedkope elektriciteit kon leveren, terwijl anderen van mening waren dat kernenergie niet meer dan een vijfde van de benodigde elektriciteit kon leveren.[1]

In december 1953 hield president Dwight Eisenhower een toespraak tot de VN over het Atoms for Peace-programma, waarin hij het nuttig gebruik van kernenergie benadrukte, en over het beleid van de VS om andere landen te helpen kernenergie te gebruiken en de verspreiding van kernwapens te voorkomen. In 1953 is het International Atomic Energy Agency (IAEA) als Atoms for Peace-organisatie van de VN opgericht. Het IAEA coördineert internationale samenwerking op het gebied van veilige en vreedzame kerntechnologie.[2]

In de jaren 50 was een aantal landen in Europa ook bezig de ontwikkeling van deze veelbelovende nieuwe energiebron te faciliteren. De subsidie en aangepaste wetgeving was noodzakelijk om energie opwekking met kerncentrales commercieel rendabel te maken.

De oliecrisis[bewerken]

Amerikaanse benzinebonnen.

Tijdens de oliecrisis van 1973 waren er ernstige problemen met de energievoorziening. In veel landen, waaronder Nederland, en ook de VS, kwam dat tot uiting tot rantsoenering van benzine, maar in landen die veel elektriciteit gebruikten, zoals Frankrijk en Japan, vond ook uitval van oliegestookte centrales plaats. Naast de daaropvolgende economische crisis, leidde de oliecrisis tot een doorbraak in studies over de diversificatie van energiebronnen, waaronder kernenergie, zonne-energie en windenergie, om zodoende minder afhankelijk te zijn van de olieproducerende landen. Frankrijk en Japan werden een groot voorstander van kernenergie en bouwden elk in 10 jaar tijd ongeveer 50 nieuwe reactoren.

De antikernenergiebeweging[bewerken]

Antinuclear.svg
Nuvola single chevron right.svg Zie Antikernenergiebeweging voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Kernenergie riep veel discussie op en in de jaren 1970 en 1980 was er een brede antikernenergiebeweging in Nederland. Deze was het gevolg van de kritische kanttekeningen vanuit de milieubeweging, vakbeweging, kerken, en organisaties van kritische wetenschappers als het Verbond van Wetenschappelijke Onderzoekers. Als gevolg daarvan is er een brede maatschappelijke discussie over kernenergie gevoerd in de periode 1981-1983 en ontstonden een paar organisaties (zoals Laka en WISE) die kernenergie bestrijden. Het onderwerp ligt nog steeds gevoelig en in 2010 laaide de discussie weer op.

Ecoterrorisme[bewerken]

Sinds eind jaren 1970 hebben terroristische groepen meerdere aanslagen met een ecologisch doel gepleegd. In Spanje heeft de ETA de antinucleaire zaak gesteund en heeft sinds 1978 meerdere bomaanslagen tegen de in aanbouw zijnde kerncentrale van Lemoiz gepleegd, en in 1981 de hoofdingenieur ontvoerd en vermoord. In 1982 is de bouw gestopt en tot op de dag van vandaag ligt de centrale die bijna klaar was, maar nooit in gebruik genomen is, er verlaten bij.[3]

Ongevallen[bewerken]

De steun aan de antikernbeweging nam na het ongeluk in Three Mile Island in 1979 toe en bereikte haar hoogtepunt in het jaar 1986 na de kernramp van Tsjernobyl. Vanaf dat moment besloten sommige regeringen (vooral in Europa) over te gaan tot sluiting van kerncentrales en annulering van lopende projecten. Na de kernramp van Fukushima in 2011 laait deze discussie wereldwijd weer op.

Milieubeweging[bewerken]

Een belangrijk deel van de milieubeweging wijst gebruik en ontwikkeling van kernenergie af. Wel is er de laatste tijd meer belangstelling voor kernenergie vanwege de dreigende tekorten aan fossiele brandstoffen en de afhankelijkheid van leveranciers van olie uit instabiele regio's. De in de loop van 2005 sterk gestegen olieprijs op de wereldmarkt heeft tot een duidelijke verhoging van de belangstelling voor kernenergie in de media en bij regeringen geleid. De tijdelijke afsluiting van de gastoevoer vanuit Rusland naar landen als Oekraïne heeft nog meer zorgen over de energievoorziening veroorzaakt. Ook zorgen over het klimaat dragen bij aan de hernieuwde interesse voor kernenergie. Kernenergie draagt vrijwel niet bij aan het broeikaseffect; er komt uit kerncentrales geen CO2 vrij. Wel is de winning van uraniumerts een kostbaar, vervuilend en energieverslindend proces, zoals ook de productie van staal en aluminium, nodig voor het bouwen van bijvoorbeeld windmolens, enorm energie-intensief is. De brandstof voor kernenergie vormt een veel kleiner deel van de totale kosten ervan dan bij conventionele centrales; er gaat daarentegen meer geld naar beveiliging, afvalverwerking en ontmanteling van verouderde centrales.

Belgische kernuitstapwet[bewerken]

Kerncentrales in België

De Belgische regering nam in 2003 een kernuitstapwet aan die stipuleert dat "De nucleaire centrales bestemd voor de industriële elektriciteitsproductie door splijting van kernbrandstoffen, worden gedeactiveerd veertig jaar na datum van hun industriële ingebruikname en kunnen geen elektriciteit meer produceren". Hierdoor zullen wellicht tussen 2015 en 2025 alle Belgische kerncentrales sluiten. Om het verlies aan energieproductie op te vangen worden onder meer windturbines geplaatst op een zandbank, de Thorntonbank in de Noordzee. De kernuitstapwet biedt echter mogelijkheden om de uitstap niet te effectueren, indien er niet voldoende vervangende capaciteit is voor de te sluiten centrales. Aangezien België 55 procent van zijn elektriciteit nucleair opwekt, is het niet ondenkbaar dat deze escape in de wet nog gebruikt gaat worden.

Kerncentrales in Nederland[bewerken]

Kerncentrales in Nederland

Dodewaard[bewerken]

Kernenergiecentrale Dodewaard was de eerste kerncentrale in Nederland. De kernreactor werd in het bijzijn van Koningin Juliana op 26 maart 1969 in gebruik genomen. Hoofddoel was het opdoen van kennis en ervaring met het opwekken van elektriciteit door middel van kernenergie. De bouw was al in 1965 begonnen.

De centrale had een vermogen van 58 MW. Dit was voldoende om een stad als Arnhem van stroom te voorzien. De centrale is 28 jaar lang met een hoge beschikbaarheid aangesloten geweest op het landelijke elektriciteitsnet. Op 26 maart 1997 werd de centrale, 7 jaar eerder dan gepland, uit bedrijf genomen. Dit was door de eigenaren van de centrale besloten omdat deze door het geringe vermogen niet meer rendabel was en wegens het toenmalige ongunstige politieke klimaat jegens kernenergie in Nederland. De centrale is gefaseerd buiten werking gesteld.

Borssele[bewerken]

In mei 2003 had de regering Balkenende-II in het regeerakkoord aangekondigd dat de kerncentrale in Borssele in 2013 zou moeten sluiten. Deze kerncentrale zou dan 40 jaar in bedrijf zijn geweest.

Wegens de Kyoto-doelstellingen voor vermindering van de uitstoot van het broeikasgas CO2, heeft de regering begin 2006 echter met de eigenaren van de centrale het Borssele-convenant gesloten, waarin werd geregeld dat de centrale tot 2033 in bedrijf kan blijven, mits men blijft voldoen aan criteria van veiligheid en milieu. Hierin is ook vastgelegd dat de eigenaren van de centrale samen met de overheid zullen investeren in projecten en onderzoek ten behoeve van duurzame energie.

De voorgenomen sluiting van de centrale in 2013 zou enkele honderden miljoenen euro's kosten. Hoewel de regeringspartij D66 de sluiting van Borssele in haar verkiezingsprogramma had opgenomen, wilde de partij de afkoopsom in 2005 liever geïnvesteerd zien in duurzame energie. De discussie rond de kerncentrale Borssele tekent de volgens sommigen een "minder dogmatische en meer praktische" atmosfeer rond kernenergie in Nederland. In eigen kring is D66 het opgeven van de verkiezingsbelofte "Borssele moet dicht" flink verweten.

Nieuwe centrales[bewerken]

De meeste nieuwe kerncentrales zijn in aanbouw in Azië, met name in Japan, China, en Taiwan. In Europa worden nieuwe kerncentrales momenteel alleen door Finland en Frankrijk gebouwd. Voorts worden er in de VS veel vergunningen van centrales verlengd, terwijl dit ook in diverse Europese landen in toenemende mate als mogelijkheid wordt beschouwd. In Nederland wordt er gesproken over een tweede centrale naast de huidige centrale in Borssele

Energiebeleid van de Europese Unie[bewerken]

De Europese Unie streeft naar een constante en veilige aanvoer van energie. Concurrentie tussen energiebedrijven op de Europese markt moet de prijs van energie verlagen. Ook hebben de EU-lidstaten afspraken gemaakt over het klimaatbeleid en het terugdringen van de luchtvervuiling. Beperking van het energieverbruik is daarbij van groot belang.

Het energiebeleid van de Europese Unie gaat terug tot de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in 1952 en het Euratom-verdrag in 1958 (samenwerking op het gebied van kernenergie). Sinds die tijd heeft het beleid zich ontwikkeld tot een beleid dat zich nu vooral richt op verdere liberalisering van de energiemarkt, het veiligstellen van de Europese energievoorziening en op ontwikkeling van duurzame energiebronnen.[4]

Kernenergie[bewerken]

In Europa wordt veel gebruikgemaakt van kernenergie. De Europese Unie ziet toe op de veiligheid van centrales. In Oost-Europa zijn verschillende oude kerncentrales gesloten omdat ze niet aan de Europese veiligheidsnormen voldeden. Bij de toetreding van veel landen in Oost-Europa was de sluiting van verouderde energiecentrales een harde voorwaarde voor EU-lidmaatschap.

In 1957 werd het Euratom-verdrag ondertekend door België, Luxemburg, Nederland, Frankrijk, Italië en Duitsland. De doelstellingen van Euratom zijn onder andere het onderzoek naar en de ontwikkeling van vreedzaam gebruik van kernenergie en het bewaken van de beschikbaarheid van voldoende splijtstof (de 'brandstof' voor kerncentrales, bijvoorbeeld uranium).

Hedendaagse problemen zoals klimaatverandering en conflicten met Rusland en haar buurlanden over de gasvoorziening vragen om een gemeenschappelijke aanpak. Met de Europese Raad in het voorjaar van 2007 over een Europees energiebeleid, stond kernenergie weer hoog op de Europese agenda.

Momenteel draagt kernenergie voor 30% bij aan de Europese elektriciteitsvoorziening. Het is aan de lidstaten zelf om te kiezen voor kernenergie. Er moeten echter wel CO2-vrije alternatieve energiebronnen voor in de plaats komen als het aantal kerncentrales in de EU vermindert.

Toch wordt er binnen de Europese Commissie en het Europees Parlement gesproken over het bouwen van kerncentrales in de EU. Zonder deze zou Europa afhankelijk blijven van buitenlandse energieleveranciers, zoals Rusland en het Midden-Oosten. 50% van haar energie is afkomstig van landen buiten de EU. Politieke en economische conflicten, zoals het prijsconflict tussen Rusland en Oekraïne in januari 2006, of de oorlog in Irak, kunnen consequenties hebben voor de energievoorziening in verschillende lidstaten.

In september 2007 nam het Europees Parlement een rapport aan waarin werd gepleit voor het gebruik van kernenergie. Kernenergie zou gebruikt moeten worden om de periode te overbruggen totdat we voldoende gebruik kunnen maken van energie van bijvoorbeeld zon, wind en water.[5]

Thematisch debat[bewerken]

Kernenergie houdt de gemoederen bezig en kan onderwerp zijn van een verhitte discussie. Voor- en tegenstanders dragen dan steeds meer argumenten aan om hun standpunt te onderbouwen of hun opponent te bestrijden. Een lange lijst met argumenten om aan te tonen dat kernenergie goed of slecht is ontstaat dan. Tegenstanders noemen dit steevast kritische kanttekeningen. Deze argumenten die naar een conclusie toewerken, zijn vaak onvoldoende onderbouwd met feitelijke kennis.

Om een discussie op inhoud te voeren is het beter om aspecten afzonderlijk te bekijken, zonder vooringenomen standpunt.

Deelnemers aan de discussie[bewerken]

De politieke partijen en de overheid zijn een van de belangrijkste partijen in de discussie over kernenergie.

Daarnaast nemen veel niet-gouvernementele organisaties deel aan de discussie. Ngo's onderscheiden zij zich van politieke partijen, omdat zij vaak één politiek of maatschappelijk doel nastreven. Ngo's kunnen actief zijn op verschillende niveaus, van lokaal via nationaal tot internationaal. Veel organisaties hebben een gelede structuur: lokale afdelingen gecombineerd met regionale, nationale en internationale kantoren. Soms laten organisaties zich op een hoger niveau vertegenwoordigen door een platformorganisatie. Er zijn verschillende soorten ngo's, zoals:

  • actiegroepen, die zich vooral manifesteren in zichtbare acties als demonstraties en petities, bijvoorbeeld de nieuwe actiegroep Borssele2Nee.
  • belangengroepen, die personen of organisaties verenigen die een gezamenlijk belang hebben dat zich niet beperkt tot één doelstelling, zoals de Weinberg Foundation.
  • bewegingen, bestaande uit een aantal samenwerkende groeperingen die een vergelijkbare verandering van de houding in de maatschappij nastreven, zoals de milieubeweging en de antikernenergiebeweging.

Internationale organisaties, zoals het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) en het OECD Nuclear Energy Agency (OECD/NEA) bevorderen kernenergie en beperken proliferatie van nucleaire kennis en middelen voor militair gebruik.

De industriële sector bedient zich van lobby bij de regering, om budgetten voor onderzoek en vergunningen voor projecten te bemachtigen. De sector informeert ook het publiek. Voor producten wordt reclame gemaakt.

Milieuaspecten[bewerken]

Tegenstanders merken op dat het delven van uranium waterbronnen verontreinigt en vele ongelukken en ernstige degradatie van het milieu heeft veroorzaakt in meer dan 10 landen over de hele wereld.[6]

Voorstanders stellen vast dat bij de opwekking van elektriciteit uit kernenergie veel minder CO2 vrijkomt dan bij de opwekking van elektriciteit in gas- of kolencentrales.[7][8] Bij het delven van uraniumerts en het verrijken van uranium voor gebruik in kerncentrales is energie nodig waarvoor in de opwekking doorgaans wél CO2 vrijkomt, maar ook als deze indirecte effecten worden meegerekend, is de uitstoot per eenheid elektriciteit voor kernenergie lager (ongeveer 24 gram CO2/kWh) dan voor kolen (ruim 900 gram CO2/kWh), of gas (ruim 500 gram CO2/kWh).[9]

Nucleair afval[bewerken]

Voorstanders merken op dat het hoog radioactief afval klein is in volume en hiervoor een beperkte opslag volstaat. Kweekreactoren van de vierde generatie kunnen het huidige kernafval van de centrales, alsook het uraniumafval dat vrijkomt bij de productie van kernbrandstof, hergebruiken.

Tegenstanders stellen dat er na decennia van kernenergie nog steeds geen oplossing bestaat voor de opslag van afval. De jaarlijkse geproduceerde hoeveelheid hoog radioactief kernafval per centrale is inderdaad klein in vergelijking met andere industriële processen (1 m³ afval per reactor per jaar). Het laag radioactief afval vormt een veel groter probleem. Nucleair afval blijft nog langdurig (tot wel duizenden jaren) radioactief en er moet een speciale locatie gevonden worden waarvan gegarandeerd wordt dat deze gedurende die tijd niet wordt verstoord door bijvoorbeeld een aardbeving. In Finland, Zweden en de Verenigde Staten heeft men dergelijke locaties gevonden en worden ondergrondse bergplaatsen aangelegd. Bovendien wordt in diverse landen geëxperimenteerd met ondergrondse 'opbergmijnen' om later een echte bergplaats te kunnen aanleggen. Zo is in België in de Boomse Klei een proeftunnel gebouwd waar experimenten gedaan worden op de doorlaatbaarheid van de klei op lange termijn.

Duurzaamheid[bewerken]

Tegenstanders stellen dat de grondstof voor kernsplijting, uranium, beperkt voorradig is en daarmee niet duurzaam. Volgens berekeningen van het Nuclear Energy Agency in 2006 is er voor ongeveer 100 jaar uranium voorradig bij huidig energiegebruik.[10] Een andere bron heeft het over 60 jaar.[11] Met kweekreactoren zou de voorraad langer meegaan, tot 3000 jaar; deze technologie is echter nog niet commercieel beschikbaar.

Voorstanders gebruiken kernenergie in de 'transitieperiode' van fossiel naar volledig duurzame energie voorziening. Het kan zorgen voor een snellere CO2-reductie. Tegenstanders wensen deze periode over te slaan en onmiddellijk van fossiele naar duurzame energiebronnen over te stappen. Er zijn twijfels bij de technische haalbaarheid van een directe overgang.

Economische aspecten[bewerken]

Een exacte kostenvergelijking met andere energiebronnen is moeilijk te maken omdat voor elke vergelijking complexe aannames gemaakt moeten worden. De kostprijs van fossiele brandstoffen is bijvoorbeeld zo'n aanname. Deze kostprijs varieert sterk over tijd: in Nederland waar aardgas op grote schaal beschikbaar is, levert een gasgestookte centrale tot nog toe goedkopere stroom dan een nieuw te bouwen kerncentrale. Maar aangezien de gasprijs is gekoppeld aan de olieprijs, welke steeds verder stijgt, begint dit te veranderen. Windenergie, een ander alternatief voor kernenergie, levert een fluctuerende hoeveelheid elektriciteit op. Dit vraagt dan ook aanzienlijke investeringen in het hoogspanningsnet.[12][13] Het feit dat het aanbod wind en zon voortdurend fluctueert, maakt dat er (typisch fossiele) back-upcapaciteit moet voorzien en bekostigd worden. Kerncentrales daarentegen leveren een constante hoeveelheid elektriciteit.

Een belangrijk obstakel voor investeerders om geld te steken in een nieuwe Nederlandse kerncentrale is het veranderlijke politieke beleid. Een kerncentrale moet afgeschreven kunnen worden over een periode van 30 tot soms 60 jaar. In Nederland is het beleid de afgelopen 30 jaar meerdere malen veranderd. Als investeerders aannemen dat deze wispelturigheid ook in de toekomst blijft bestaan, is een kerncentrale een te riskante investering.

Goedkope energie[bewerken]

Voorstanders:

  • Goedkope energie - kernenergie is historisch een goedkope bron van elektriciteit geweest.[14][15]

Tegenstanders: Niet alle kosten van kernenergie zijn meegerekend in de prijs die men nu voor de elektriciteit betaalt. Tegenstanders wijzen erop dat deze indirecte subsidies voor kernenergie door staten niet past in een liberale energiemarkt:

  • Wanneer een kerncentrale is afgeschreven blijft er een hoop radioactief materiaal over. De kosten voor het opruimen zijn, zonder een concrete oplossing voor kernenergie, onbekend en worden naar de toekomst geschoven.
  • Hetzelfde gebeurt met het geproduceerde radioactieve afval dat voor duizenden jaren veilig opgeslagen en continue beheerd, gecontroleerd en beveiligd moet worden. Het afval kan namelijk worden verwerkt in munitie en 'vuile bommen'.
  • De verzekeringspremies voor kerncentrales worden kunstmatig laag gehouden. Hiervoor is vanaf het begin van de ontwikkeling van kernenergie speciale wetgeving gemaakt. In Nederland: Wet Aansprakelijkheid Kernongevallen (WAKO). Er is namelijk geen verzekeringsmaatschappij die de schade kan dekken. Overigens is de wetgeving in Frankrijk gunstiger voor exploitanten.

Investering in bouw[bewerken]

Tegenstanders:

  • Hoge kosten en lange duur bouw kerncentrale - Kerncentrales hebben vaak een hoge capaciteit en daarom hoge installatiekosten ten opzichte van bijvoorbeeld gascentrales. De levertijd van een kerncentrale is door complexe vergunningaanvragen minimaal 8 jaar.[16]

Ontmanteling van kerncentrale[bewerken]

Voorstanders:

  • De exploitant en de overheid staan garant voor de ontmanteling. De eerste 40 jaar wordt, na verwijdering van hoog radioactief afval, de centrale ingemetseld en bewaakt. Er wordt een bedrag reserveerd door de overheid en de eigenaar om vervolgens de radioactieve centrale te ontmantelen.

Tegenstanders:

  • Voor Dodewaard is niet genoeg geld opzij gezet door de overheid en de eigenaar geeft niet thuis De overheid is niet in staat het pensioen van haar burgers goed te regelen: hoe moet dat met het pensioenfonds van een kerncentrale (en haar afval)?

Risico[bewerken]

Veiligheid[bewerken]

Voorstanders: Kernenergie is volgens voorstanders bij verschillende maatstaven de veiligste bron van energie. Het aantal sterfgevallen bij kerncentrales is vele malen lager dan bij andere vormen van energie, en de hoeveelheid straling die vrijkomt is ongeveer honderd maal lager dan bij kolencentrales.[17][18][19][20][21]

Tegenstanders: Perrow ontwikkelde naar aanleiding van het ongeval bij Three Mile Island zijn theorie van systeemongelukken. Hij stelt dat bij complexe interacties met sterke koppelingen ongevallen onvermijdelijk en daarmee 'normaal' zijn. Hij heeft het dan ook over 'normale ongelukken'. Vanwege die onvermijdelijkheid zet hij onder meer kanttekeningen bij de bovenstaande risicoanalyse. Storingen en ongevallen kunnen relatief zeldzaam voorkomen. Dat kan ertoe leiden dat uit een risicoanalyse volgt dat bijvoorbeeld kernenergie weinig risico heeft en daarom toelaatbaar is. Perrow stelt dat de mogelijke gevolgen dusdanig zijn dat deze techniek toch verlaten moet worden.

Straling[bewerken]

Schematische weergave van de verschillende modellen van de nadelige effecten van een lage dosis straling.

Dat de effecten van een hoge dosis ioniserende straling grote nadelige gevolgen voor de gezondheid hebben, is geen controversieel onderwerp. Anders is dat bij de effecten van een lage dosis. Lange tijd wordt al gebruik gemaakt van het linear no-threshold model (lineair verband zonder drempel) (LNT). Volgens dit model is er een lineair verband tussen de dosis straling en de schadelijke effecten. Dit wordt ondersteund door diverse onderzoeken en organisaties als de United States National Research Council hangen dan ook dit model aan. De laatste jaren zijn er echter ook onderzoeken gedaan die tot andere conclusies komen. Volgens sommige modellen zou er zelfs sprake zijn van een drempelwaarde (threshold) waaronder straling gezondheidsbevorderend is.[22] [23] [24]

Aansprakelijkheid[bewerken]

Voorstanders: Kans op een ramp is nihil en in het geval van een ramp staat de overheid garant (Wet Aansprakelijkheid Kernongevallen of: WAKO)

Tegenstanders: Zij stellen dat iedere aansprakelijkheidsverzekering een clausule bevat waarin gemeld wordt dat er niet wordt uitgekeerd bij schade door een nucleaire reactie. De betreffende elektriciteitsproducenten slagen er niet in een verzekering af te sluiten die de risico's van ongevallen dekt. De gevolgen van een ongeval in een kerncentrale kunnen immers zo catastrofaal zijn (zoals bij de kernramp van Tsjernobyl) dat kerncentrales volgens de verzekeringsmaatschappijen gewoonweg onverzekerbaar zijn. Een aantal internationale verdragen regelt de aansprakelijkheid en de daarbij behorende bedragen voor exploitant, nationale overheden en lidstaten (die deze verdragen geratificeerd hebben). Boven de bedragen op basis van de verdragen van Parijs en Brussel geldt in Nederland een staatsgarantie (Wet Aansprakelijkheid Kernongevallen of: WAKO). Dit is een zuiver nationale regeling en vloeit niet voort uit internationale verdragen. Voor de staatsgarantie brengt de Minister van Financiën een verzekeringspremie in rekening aan de exploitant. Daarmee is de aansprakelijkheid voor een bedrag van in totaal 3,2 miljard euro geregeld.[25] De exploitant dient zich voor de eerste 700 miljoen euro zelf te verzekeren. In onder meer Frankrijk is de wetgeving op dit gebied gunstiger dan in Nederland. In Duitsland is het veel ongunstiger. Overigens is in geval van een grensoverschrijdende kernramp de aansprakelijkheid nog steeds niet goed geregeld.

Betrouwbaarheid[bewerken]

Onafhankelijkheid[bewerken]

Onafhankelijkheid van buitenlandse energiebronnen[bewerken]

Voorstanders:

  • Politieke onafhankelijkheid - Het uranium, nodig voor het opwekken van de elektriciteit, is afkomstig uit veel stabielere landen dan bijvoorbeeld aardolie en gas.[26] Door gebruik te maken van kernenergie kan de afhankelijkheid van Rusland (gas) en het Midden-Oosten (olie) verkleind worden.

Beveiliging[bewerken]

aanslagen[bewerken]

Terrorisme[bewerken]

Tegenstanders:

  • Terrorisme - Een kerncentrale is een potentieel doelwit voor een terroristische aanslag: niet alleen heeft het wegvallen van de energielevering een enorme impact (zoals bij elke energiecentrale); de mogelijke straling en radioactieve wolken die vrijkomen zorgen potentieel voor langdurige grote (inter-)nationale schade en onrust.

Non-proliferatie[bewerken]

Spionage, stelen van technische kennis[bewerken]

Ontwikkeling van kernwapens[bewerken]

Tegenstanders:

  • Risico op ontwikkeling kernwapens - De technologie om kernenergie op te wekken is verwant met de technologie om kernwapens te maken. Enerzijds maakt dat de beschikking over vreedzame kerntechnologie aantrekkelijk voor veel landen, anderzijds worden landen die zelf kerntechnologie ontwikkelen voor naar hun zeggen vreedzame doeleinden vaak beschuldigd van andere bedoelingen. In landen zoals België en Nederland is dit aspect geen probleem. Landen in minder stabiele regio's beschikken tegenwoordig echter ook over de technologie voor kernenergie en kernwapens: alleen grote druk vanuit de VN kan de ontwikkeling daarvan afremmen. Het non-proliferatieverdrag kent ieder land het recht toe kerntechnologie voor vreedzame doeleinden te gebruiken. Een potentieel probleem dat ook speelt in landen waarop niet de verdenking rust dat ze zelf kernwapens willen maken, is dat terroristen zouden kunnen proberen door een aanslag splijtbaar materiaal te verwerven om daaruit kernwapens te maken of eventueel zelfs zogenaamde 'vuile bommen': conventionele explosieve ladingen die radioactief materiaal verspreiden in de omgeving. Hierdoor zouden potentieel grote gebieden gevaarlijk radioactief kunnen worden besmet met alle fysieke gevolgen van dien en daarnaast nog grote onrust onder de bevolking als resultaat. Alleen al om deze reden dienen transporten van nucleair materiaal zwaar bewaakt te worden.

Maatschappelijk draagvlak[bewerken]

Tegenstanders:

  • Gebrek aan maatschappelijk draagvlak - Kernenergie en radioactiviteit zijn complexe begrippen en lastig inzichtelijk te maken. De publieke opinie over kernenergie is sterk beïnvloed door het kernongeluk van Three Mile Island (28 maart 1979) en de kernramp van Tsjernobyl (26 april 1986). Al speelde bij de oorzaken van de laatste ramp vooral een combinatie van bureaucratie, verouderde techniek, niet naleven van veiligheidsprocedures en een ongelukkig uitgevallen experiment een rol, het ongeluk heeft het beeld van kernenergie blijvend veranderd. Ongelukken zijn in de toekomst nooit uit te sluiten. Zo bewijst de recente ramp in 2011 te Japan, de kernramp van Fukushima.

Externe links[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  1. Institute for Energy and Environmental Research: The Nuclear Power Deception, U.S. Nuclear Mythology from Electricity "Too Cheap to Meter" to "Inherently Safe" Reactors, 1996.
  2. International Atomic Energy Agency: Atoms for Peace, 1953.
  3. Aanslagen tegen de kerncentrale van Lemóniz, Spanje
  4. [1]. Dossier over EU-energiebeleid op Europa Nu
  5. kernenergiebeleid
  6. http://www.americanscientist.org/bookshelf/pub/2010/5/planet-stewardship
  7. http://www.eia.doe.gov/cneaf/electricity/page/co2_report/co2report.html
  8. http://www.world-nuclear.org/education/comparativeco2.html
  9. ftp://ftp.cpuc.ca.gov/LTPP%20Webposting/GHG%20Lifecycle%20Analysis_Research%20Papers/Hondo_Lifecycle%20GHG%20emission%20analysis%20of%20power%20geeration%20systems%20-%20Japanese%20case.pdf
  10. Press Communiqué, 3 June 2008 Uranium resources sufficient to meet projected nuclear energy requirements long into the future
  11. http://131.211.194.110/site1/SilverlightPlayer/Default.aspx?peid=40c6c6ff60024ff4b260c8df83a5092d
  12. Natuurwetenschap en techniek, jan. 09, "Rijden op wind"
  13. Duitse windmolens bedreigen Nederlandse stroom
  14. http://nuclear.energy.gov/np2010/reports/NuclIndustryStudy-Summary.pdf
  15. http://www.iea.org/Textbase/npsum/ElecCost2010SUM.pdf
  16. http://www.delta.nl/over_DELTA/kernenergie/startnotitie_tweede_kerncentrale/
  17. ; Ball, Roberts, Simpson, et al, Research Report #20, University of East Anglia, United Kingdom, 1994
  18. Hirschberg et al, Paul Scherrer Institut, 1996; in: IAEA, Sustainable Development and Nuclear Power, 1997
  19. Severe Accidents in the Energy Sector, Paul Scherrer Institut, 2001.
  20. Coal Ash Is More Radioactive than Nuclear Waste: By burning away all the pesky carbon and other impurities, coal power plants produce heaps of radiation (2009-05-18) Geraadpleegd op 2009-05-18
  21. Reuters. Nuclear Industry's Safety, Operating Performance Remained Top-Notch in '08, WANO Indicators Show. March 27, 2009.
  22. THE RESEARCH ON THE HEALTH EFFECTS OF LOW-LEVEL RADIATION IN JAPAN
  23. Reuters. Effects of Cobalt-60 Exposure on Health of Taiwan Residents Suggest New Approach Needed in Radiation Protection
  24. Low-Level Radiation & Its Implications for Fukushima Recovery
  25. http://www.vrom.nl/Docs/kernenergie/ECN_Kernenergie_en_brandstofmix.pdf
  26. World Uranium Production. UxC Consulting Company, LLC Geraadpleegd op 2007-02-11