Kerstening van de Friezen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Willibrord verkondigt het geloof op Walcheren

De kerstening van de Friezen is het proces waarbij de Friezen hun oude religie (vooral de Germaanse mythologie) loslieten en inruilden voor het geloof in het christendom. Deze kerstening begon in de 7e eeuw.

In het algemeen was het een langzaam proces, met korte perioden van terugval naar het oude geloof, bijvoorbeeld in de jaren van de Frankische Burgeroorlog (715-718) toen Willibrord vluchten moest, in 754 toen Bonifatius met zijn medestanders bij Dokkum werden gedood en in 782 tijdens de opstand van de Friezen en Saksen. De kerstening van de Friezen ging vooral gelijk op met de uitbreiding van het Frankische Rijk.

De eerste zendingsactiviteiten[bewerken]

De allereerste missieactiviteiten in het Friese gebied ruwweg ten noorden van de Rijn vonden plaats omstreeks 630. Door de Frankische koning Dagobert werd toen een kerkje gesticht in de restanten van een Romeins fort in Utrecht.[1]

Rond 650 kwam er een einde aan deze eerste missieactiviteiten toen de Friezen de Franken verdreven en er weer een Friese koning in Utrecht heerste. Tijdens deze oorlog werd de kerk te Utrecht door de Friezen verwoest. Tientallen jaren later zetelt de Friese koning Aldgisl in Utrecht. In 678 komt Wilfried, de bisschop van York, bij hem aan het hof en verblijft ongeveer een half jaar in het Friese rijk. Met toestemming van Aldgisl trekt hij door het land van de Friezen om te preken en bracht, volgens zijn hagiografie, velen tot het christelijke geloof.

De komst van de Vikingen en hun aanhoudende invallen in de 9e en 10e eeuw zorgden voor ernstige ontwrichting en ontregelden de ontwikkeling van het christendom in Fresia. Niettemin verrijzen met hulp vanuit de grote Frankische kloosters en bisschoppelijke centra overal houten kerkjes. Het zou echter tot en met de tweede helft van 12e eeuw duren voordat in de Friese gebieden sprake was van een intensief geestelijk leven. Pas dan worden de eerste kloosters gebouwd.

Externe link[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. C.J.C. Broer, M.W.J. de Bruijn, Bonifatius en de Utrechtse kerk, zie hier, pag 43-66, in "De kerk en de Nederlanden: archieven, instellingen, samenleving" ISBN 90-6550-558-x, Uitgeverij Verloren, Hilversum